Burger..

Als ex-student durf ik me er nog niet aan toe te geven, maar ik kan wel heel hard mijn vingers in mijn oren duwen om het niet te horen en mijn ogen sluiten om de regels niet te lezen. Hoe hard ik het ook probeer, er glipt altijd wel een regel of een zin langs de beveiliging. Ik wil het niet lezen, ik wil het niet horen en ik wil het al helemaal niet weten. Het liefst zou ik er voor weglopen en me verschuilen in een donker hoekje in een grot. Maar hoe meer, hoe harder ik en hoe sneller ik het probeer voor te blijven: de gedachte achterhaalt mij wel. Ik ben een burger.

Burger, burgerlijk. Enge woorden die ik niet vind passen bij mij. Burger, volgens Van Dale een‘inwoner van een stad en land’. Alleen de gevoelswaarde van het woord of de naam burger is al veel meer dan dat. Burger staat gelijk aan.. ritme, vroeg uit bed moeten, werken, geen ruimte voor impulsiviteit, standaard, geen ruimte voor verassingen, een agenda bijhouden.. verantwoordelijkheid.

Burger.. Wanneer ik het lees, hoor of schrijf ben ik gelijk alert en sta paraat om argumenten te benoemen waarom ik juist geen burger ben. Dat ik, ondanks dat ik misschien een burgerlijk leven leid, nog steeds van binnen die jonge student ben die voor veel dingen in is. Die nog even impulsief‘s avonds om half twaalf ergens naar toe gaat om te borrelen, en die geen enkele moeite heeft met maar drieënhalf uur slaap. Zoals lichaam en geest bij dreigend gevaar in drie standen kan schieten, namelijk (be)vriezen, vluchten of vechten, zo hebben mijn lichaam en geest bij dergelijk ‘gevaar’ geleerd om te vechten. Te vechten tegen het beeld wat ik zelf heb van het burger zijn, en tegen het idee dat anderen mij zouden zien als burger.

Tegelijk vraag ik me af hoe ik het beeld ‘hallo-ik-ben-echt-geen-burger’ in stand moet houden als ik denk aan afgelopen vrijdag. Met mijn hoofd vol gedachten hing ik uitgeteld in mijn kamer (wat dan nog wel studentikoos is). Ik had in vier dagen 35uur gewerkt en veel verhalen en problematieken van cliënten zongen nog krachtig na in mijn gedachten. Zelfs uitslapen lukte niet. Ik was domweg kapot van alle indrukken en de drukke week die ik had gehad.
Hangend in mijn stoel besloot ik mijzelf te begrenzen. Iets waar ik moeite mee heb. Vooral als ik bezig ben met iets wat ik zo rete-interessant vind en wat tegelijk zo leerzaam en energiegevend is, waardoor ik altijd wel door zou willen gaan. De begrenzing was nodig omdat ik dat niet heel lang ga trekken. Om te voorkomen dat ik over twee jaar thuis zit met een burn-out. Plan de campagne: maandag – donderdag aan het werk en maximaal 32 uur.

Burger.. Ik ken mannen die ’s avonds om zes uur weer thuiskomen in hun stationwagon. Die de keuken binnenkomen, waar de pan met eten op tafel klaar staat, en waar vier kinderen in de kamer televisie zitten te kijken die geen aandacht hebben voor hun vader die binnenkomt. Nee, als je het mij vraagt ben ik nog lang niet zo burgerlijk. Ik ben nog midden in mijn puberteit qua burgerschap. Dus als je zegt dat ik burger ben bestaat er een vrij grote kans dat ik er tegenin ga. Dat is dan de schuld van mijn puberteit.

Copyright 2019;
Ontwerp en realisatie: Gertjan Janssen