De toon is weer gezet

Afgelopen vrijdag nam ik afscheid van de Hogeschool Leiden, Afscheid van het gebouw, maar nog meer van mijn klasgenoten en van drie docenten die ik de afgelopen maanden heb leren kennen. We hadden vrijdag onze laatste twee tentamens van de minor en sloten de dag – en de minor af – met een alcoholvrije borrel. Dus eigenlijk; een hightea, maar dan zonder de koekjes, chocolaatjes en de etiquette. Deze week mag ik mijn laatste producten schrijven en reflecteer ik me helemaal suf op alles wat ik de afgelopen weken gedaan heb. Als ik mijn producten vrijdag heb gemaild is de minor verslavingszorg afgesloten, tenminste tot het moment dat ik de onvoldoendes krijg. Want in dat geval mag ik voor een herkansing nog een keer naar Leiden. Er is ook een andere kant, als ik alle tentamens wel haal komen mijn klasgenoten naar Groningen om dat te vieren.

Afgelopen vrijdag ging het reizen, in vergelijking met de vorige keer, mij voorspoedig af. Tenminste.. de terugreis. De heenreis werd vriendelijke door de Nederlandse Spoorwegen weer spannender gemaakt dan van mij had gehoeven. Net als de vorige keer ging mijn wekker om tien voor vier en ik stapte rond vijf uur in de trein. Door de aangepaste dienstregeling zag mijn reis er anders uit. Ik moest een paar keer vaker overstappen door de regeling. In Amersfoort overstappen op een trein naar Utrecht en op Utrecht overstappen naar Leiden. Zo zou ik na drie uur treinreizen ruim op tijd aankomen op de Hogeschool. Zo ging het alleen niet. Nee, dat zou te makkelijk zijn. Toen ik op tijd uitstapte in Amersfoort bleek mijn trein naar Utrecht een vertraging hebben van tenminste vijftien minuten. Wat betekende dat ik waarschijnlijk mijn aansluitende trein naar Leiden zou missen en het tentamen niet zou kunnen maken. Na overleg met de conducteur stapte ik weer in de trein waar ik uit kwam. Nadat ik een nieuw plekje had gevonden ging ik verder met studeren tot we op Schiphol aankwamen. Mijn aansluitende trein zou om zes over acht vertrekken, maar ook deze had vertraging – de twee minuten waren twee minuten te veel – waardoor ik mogelijk moest sprinten om op tijd aan te komen op de Hogeschool, maar omdat ik in principe niet sprint, besloot ik mijn klasgenoten te vragen om voor mij te pleiten. Pleiten of ik wel vijf minuten later mocht binnenkomen. Volgens mijn vlugge berekening zou een snelle wandeling dan voldoende zijn, tenminste als ik het lokaal in een keer zou vinden. De kans dat ik het lokaal niet gauw kon vinden was groot en dat schoot door mijn hoofd. Ja, Ik werd er somber van. Overigens was het bericht van de surveillant ook niet heel erg geruststellend. Ik mocht uiterlijk om 8.32 uur binnen wandelen, met twee minuten vertraging mocht ik hebben. Met de gedachte dat ik toch maar ruim vier uur onderweg was geweest vond ik de gegeven twee minuten speling, gelet op het weer en de onmacht van de vertraging wel sympathiek…

Vanaf het moment dat ik uit de trein stapte had ik nog negen minuten om het station door te komen, naar de hogeschool te lopen en het lokaal te vinden, kortom; rennen voor je leven. Zo ging het niet, want ik ren niet, niet voor de trein, dus ook niet voor een belangrijk tentamen. Ik zou mezelf wel naar binnen praten, dat beloofde ik mijzelf. Dat hoefde gelukkig niet. Ik kwam op de valreep aan en ontving een hartelijk applaus. Mijn klasgenoten hadden met mij meegeleefd en gepleit voor mijn deelname. Moe, opgelucht en voldaan kon ik aan het tentamen beginnen. De snelle wandeling was dus toch genoeg.

Ik rolde eigenlijk binnen een weekend van een student in Leiden naar een student in Groningen die nog opdrachten moet maken van zijn studententijd in Leiden. Vandaag begon het laatste gedeelte van mijn studie. Waar de laatste twee perioden vorig jaar nog bestonden uit afstuderen en onderzoekscriptie schrijven bedachten ze voor dit jaar dat er een paar colleges zouden bijkomen. Ons onderzoek is bij een voldoende zestien punten waard en de overige veertien punten moeten we halen uit drie nieuwe onderdelen. Het geeft me wel een goed gevoel dat ik in de laatste twintig weken van mijn studie nog word gebruikt als proefpersoon…
Vandaag hadden we een aftrapcollege. Ergens had ik er wel zin in, dan zag ik mijn studiegenoten ook nog eens, sommigen had ik sinds het einde van de tweede klas al niet meer gezien. Dat was ijdele hoop, want de gedachte dat het leuk zou worden zonk al binnen tien minuten tot het niveau waar de Titanic tegenwoordig te vinden is. Nee de eerste hoorcollege was gevuld met harkpoppetjes en Barbapapa.

Jawel, de toon is weer gezet.

Dat dubbele gevoel

Het geeft een gek en dubbel gevoel; Momenteel zit voor het laatst, als inwoner van Leiden, in de trein naar het noorden. Enerzijds zie ik er naar uit om weer in Groningen te wonen en af te studeren. Anderzijds is Leiden een leuke gezellige stad in een leuke omgeving. Ik heb het idee dat ik nog zoveel meer had kunnen beleven in Leiden en omstreken.

Vorig jaar april zat ik op het kantoor van de VNN. Ik liep stage en mijn vierde studiejaar leek ver weg. Ik dacht; eerst mijn stage halen dan zien ik wel verder. Langzaam werd het duidelijk dat ik mij bij de VNN wel op mijn plek voelde. Ik bedacht dat ik wel graag met deze doelgroep zou willen werken. Ergens vond ik deze openbaring eng. Ineens werd duidelijk wat ik met een deel van mijn leven wilde doen: Als hulpverlener ambulant aan de slag in de verslavingszorg. Tijd om daar over na te denken kon niet langer uitgesteld worden. Ik kwam erachter dat de Hanze Hogeschool al snel wilde weten wat ik wilde doen in mijn vierde jaar. Wilde ik een specialisatie/minor volgen in Groningen? of toch mijn vleugels spreiden? Surfend op het internet leerde ik dat er zowel in Zwolle als in Leiden een minor Verslavingszorg gegeven werd. Instinctief voelde ik dat Leiden een goede plaats voor mij zou zijn. Onder de rivieren, de andere kant van het land, een uitdaging en – wat geheel in het beeld van 2011 paste – buiten mijn comfortzone. Na een telefoongesprek met de coördinator kwam ik erachter dat ik binnen twee dagen de keus moest maken. Zonder er veel bij na te denken koos ik voor Leiden. Later kon ik altijd zien hoe ik het praktisch moest doen.

Inmiddels zijn we wat maanden verder. Wat heet, het duurt geen drie week meer voordat ik mijn laatste tentamen alweer heb. Ik ben verhuisd naar Leiden en heb daar een mooie en leerzame tijd gehad (daarover volgende week meer). De minor heeft voldaan aan hetgeen wat ik hoopte te leren, maar heeft niet al mijn verwachtingen waargemaakt. Ik heb veel nieuwe inzichten gekregen die de herhaling van onderwijs doet vervagen. Daarnaast heb ik het idee dat ik, door deze minor aansluitend aan mijn stage, volwassen ben geworden in het maatschappelijk werker zijn. Ik heb een groep leuke klasgenoten leren kennen en ben oprecht van plan het verwateringsproces – die ontegenzeggelijk toch zal plaatsvinden – te vertragen. Wie weet dat ik ze nog eens opzoek met mooi weer of ze uitnodig in Groningen, kunnen zij eens boven de rivieren kijken. Misschien is er zelfs iemand zo gek om te komen.

Ik schreef al dat de minor voldaan had aan wat ik hoopte te leren maar dat niet al mijn verwachtingen voldaan zijn. Daarover wil ik dit kwijt: Organisatie-technisch zijn er, zo hier en daar, wel wat zaken aan te merken op de minor. Ik denk dat een organisatie, zoals in dit geval de Hogeschool Leiden, die externe studenten aanneemt hen een zo goed mogelijk indruk wil geven van de hogeschool. Bijvoorbeeld voor mond op mond reclame. Dan mag het, in mijn ogen, niet gebeuren dat handleidingen van bepaalde vakken nog niet af zijn op het moment dat de colleges gegeven moeten worden. In dit geval waren er goede persoonlijke redenen waarom dit vertraagd was. Toch vind ik dat een organisatie ervoor moet zorgen dat er back-upondersteuning is om dit soort fouten te voorkomen. Zwart wit gezien mag het niet gebeuren dat op de hogeschool het onderwijs – waar ik flink voor betaal – niet duidelijk gegeven kan worden omdat de randzaken nog niet klaar zijn. Ongeacht welk verlies er geleden wordt. Dit is, niet docent, maar de hogeschool aan te rekenen. In ons geval zorgde dit voor veel irritatie en veel onduidelijkheid. We hadden als studenten geen idee wat er van ons werd verwacht. Dat zorgde voor veel frustratie.

Toch is het zo dat iedereen, zowel studenten als docenten, zijn of haar best heeft gedaan om het zo goed mogelijk te laten verlopen. Dat dit niet altijd goed uit de verf kwam is jammer maar niet onoverwinnelijk. Dat is wel gebleken. Wat voor mij uiteindelijk telt zijn de punten. Die moet ik eerst halen. Wat vervolgens blijft zijn die dubbele gevoelens.

Waar is het fatsoen?

Voordat ik afgelopen vrijdag in de trein stapte naar Groningen twitterde ik dat ik het niet zou uitsluiten dat ik een frustratieblog zou schrijven over mijn perikelen van die dag op de Hogeschool Leiden. In diezelfde tweet verzocht ik of iemand mij wilde tegenhouden. Een persoon heeft mij daadwerkelijk tegengehouden (waarvoor dank). Ik weet van mijzelf dat wanneer ik vol emotie schrijf sommige woorden soms hele stukken heel bot over kunnen komen. Vaak is dit het geval en daarmee kwets ik mensen. Ik weet dat uit ervaring. Een voorbeeld is een strijd die ik verloor met een docente op de Hanze Hogeschool in Groningen. Nadat ik als enige van een projectgroep een onvoldoende had gekregen schreef ik een email naar de betreffende docente. Ik probeerde in de email uit te leggen dat ik vond dat mij onrecht was aangedaan (daar kan ik slecht tegen). Maar uit de reactie die ik kreeg van haar kreeg leerde ik dat het niet verstandig was geweest om de email te verzenden. Ze voelde zich aangevallen en wilde het niet via de email bespreken. We maakten een afspraak en natuurlijk trok ik aan het kortste eind. Wat ik toen leerde is dat docenten altijd gelijk krijgen ongeacht wie gelijk heeft. Met dat in mijn achterhoofd en het ‘tegenhouden’ van die persoon koos ik ervoor om niet te gaan schrijven. Ik verkoos het verstandige boven het brandende gevoel in mij.

Dat brengt me gelijk bij een andere frustratie die te maken heeft met de Hogeschool in Leiden. Want als ik niet ‘mag’ schrijven over het ene dan kan wil ik dat wel compenseren met dit andere. Waar ik mij mateloos aan kan irriteren is het gebrek aan fatsoen op de hogeschool. Ik moet, net als veel andere mensen, wel eens naar de toilet. Ik weet dat er mensen zijn die dit zoveel mogelijk proberen te vermijden en ik weet ook dat er mensen zijn die niet eens kunnen plassen op andere plekken dan thuis (wat me overigens ontzettend vervelend en pijnlijk lijkt). Ik ben iemand die eigenlijk op elk toilet wel mijn behoefte kan doen. Zo is het geen uitzondering op de hogeschool. Als ik naar het toilet moet, dan ga ik. Maar wanneer ik dan ga vind ik het verschrikkelijk vervelend om te constateren dat er mannen bestaan, als je ze al zo mag noemen, die geen fatsoen hebben om de toiletbril omhoog te doen. Ik kan me niet voorstellen dat de nood elke keer zo hoog is dat men bij de wastafels al zo druk zijn met hun broek los te maken dat ze door de druk het niet meer halen om de bril omhoog te doen en er daarom maar lukraak overheen plassen. Ik kan me voorstellen dat er mannen zijn die het lastig vinden om te kunnen plassen met toeschouwers, ik heb dat ook wel eens in de kroeg, en daarom niet gebruik maken van de urinoirs. Maar mannen als ik wil zitten op de toiletbril vind ik het wel prettig dat dit in elk toilethokje kan. Ik vind het namelijk vervelend om eerst verschillende toiletten te moeten controleren op verschillende verdiepingen omdat er mannen zijn die het blijkbaar normaal vinden om met de bril naar beneden staand te plassen. Het feit dat andere bezoekers vervolgens met hun urine onder de schoenen door de school heen lopen vergroot alleen maar hun territorium en dat vinden ze vast prettig.

Ik vind dat niet prettig en daarom heb ik een voorstel. Ik heb het expres niet zo moeilijk gemaakt zodat iedereen het kan begrijpen: Laten we de toiletten schoon houden. Stel je hebt een ontembare drang hebt om je territorium af te bakenen zoek dan een goede plek buiten en laat een vriendelijke agent je een bon geven voor wildplassen. Vind je dat duur? Dat mag, dat vind ik ook, maar vind dan ergens dat fatsoen, dat je hopelijk wel hebt meegekregen van je ouders of andere opvoeders, om de toiletbril wil omhoog te doen. Dat scheelt mij een hoop zoeken en de schoonmakers een hoop schoonmaken. En nog iets: Het is een stuk hygiënischer.

Alvast bedankt!

Het zal je maar gebeuren

…een titel van het aangrijpende programma van de EO waarin oprecht tranentrekkende beelden worden laten zien van mensen die te maken hebben met moeiten in hun leven.

Maar vandaag wil ik het niet zo aangrijpend maken. In tegendeel, er is al zoveel ellende in de wereld en Steve Jobs is ook al overleden, kortom genoeg treurnis in de wereld. Vandaag wil ik verder ‘vertellen’ over mijn belevenissen in de stad Leiden. Ik wil een aantal dingen beschrijven zoals ze mij de afgelopen twee weken voor de spreekwoordelijke schoenen werden gegooid.

Laat ik studie-inhoudelijk beginnen, dan hebben we dat ‘saaie’ gedeelte ook maar gelijk gehad. Binnen mijn minor heb twee dagen college per week. Je zou het hast niet verwachten maar deze dagen worden gevuld met colleges. Bijvoorbeeld leefstijltraining. Leefstijltraining maar dan niet zoals mij geleerd is in mijn stage bij Verslavingszorg Noord Nederland, over deze leefstijltraining straks meer. Daarnaast hebben we een college motiverende gespreksvoering waarin we gesprekstechnieken oefenen, we leren opnieuw goede vragen te stellen, we leren weer samenvatten, parafraseren, directief, non-directief et cetera et cetera. We elke week een lezing. In deze lezing komt iemand van buitenaf vertellen over zijn ervaringen en/of werk. We hebben project dat we aan de hand van drie gesprekken met een cliënt van Brijder verslavingszorg een boekje schrijven over zijn of haar leven. Tenslotte hebben we ook een college kwetsbaarheid. Dat is dan geen college waarbij je bij het denken aan de college al wankel op je benen staat en tranen in je ogen hebt. Het is een college die ingaat op de middelen, de werking van deze middelen en eventuele behandelmethoden die daarbij mogelijk zijn.

Meestal best interessante colleges over een nog interessanter onderwerp. Maar voordat ik overga op de kleine irritaties zal ik eerst het positieve eruit halen (zoals me dat geleerd is bij het feedback geven). De college kwetsbaarheid rockt echt. De docent is een relaxte gast die oog heeft voor de kennis die wij al hebben. De manier waarop hij les geeft spreekt mij ontzettend aan. Hij stoort zich niet zichtbaar aan studenten die bezig zijn met hun mobiel (zoals ik) en hij geeft de informatie die we nodig hebben goed weer. Motiverende gespreksvoering is net zo’n les. Door het vele oefenen vind ik het soms wat saai en ‘moeten’ worden, maar de docent heeft kennis en kan dit op een prettige manier overbrengen.

De lezingen zijn helemaal boeiend. Vorige week kwam Gerard Alderliefste (ook zanger van onder anderen une belle histore) een college geven. Hij werkt bij Brijder verslavingszorg en heeft op een zeer interessante manier college gegeven. Ik heb de hele klas, waaronder ikzelf, niet zo geconcentreerd zien luisteren. Dat hij op mijn verzoek tijdens de pauze, ‘Lucy in the sky with diamonds’ draaide van de Beatels was de kers op de taart. Wisten jullie trouwens dat de werking van cocaïne ongeveer het zelfde voelt als klaarkomen terwijl je een vrije val maakt uit een vliegtuig (uiteraard wel met parachute)?

Nu het gedeelte waarin ik vrijuit met passie mijn spreekwoordelijke ei in kwijt kan. Ik noem het: Passievol-frustratie-schrijven. De college leefstijltraining hebben we van een aardige vrouw. Deze vrouw, die soms net te veel ‘ode colonne’ of ‘parfum’ (of hoe je het maar wilt noemen) op heeft, wat ik overigens nog niet eens zo storend vind, want; vrij land, vrije keus, je kent het wel. Maar waar ze wel (en hier word het hopelijk wel leuk), volledig de plank mis slaat. Laat staan dat er überhaupt een plank in de buurt is. Waarmee slaat ze de plank mis? In het begin van de laatste twee colleges doen we een warming-up. Warming-ups ken ik wel van voetbal, ik was er ook nooit zo goed in, ook niet in voetbal trouwens. Dit was een andere soort warming-up. Een kijkje in onze warming-up sessie(doe gerust mee):

“Ga voor je stoel staan en sluit je ogen. Ga in gedachten naar je knieën, hoe staan je knieën? Leun je op je beide benen of merk je dat je op een been staat. Ga gemakkelijk staan, hoe staan je knieën nu? Staan ze op slot of sta je ontspannen? Het is belangrijk om te aarden, buig je knieën maar een beetje zodat je goed kan bewegen. Zo sta je stevig. Ga in gedachten langzaam naar je bovenbenen en je heupen, hoe sta je, hoe staat je linkerbeen, hoe staat je rechterbeen? Hoe staan je voeten? Staan je voeten ter hoogte van je heupen? Sta je in een recht lijn? Ga in gedachten naar je buik, is buik ontspannen? Of juist gespannen? Ga je door naar boven naar je nek. Ben je gespannen? Draai met je hoofd een rondje, hoe voelt het nu? Je handen, hoe zijn je handen, zijn ze ontspannen?, hangen ze naast je lichaam? Word bewust van hoe je handen zijn. Ga eerst in gedachten naar je linkerhand, hoe is je linkerhand? Maak een vuist. Span met al je kracht en maak een vuist… Laat je vuist nu los, hoe voelt dat nu?.. et cetera – et cetera”

De eerste keer dat het gebeurd (ja, het gebeurde zelfs twee keer), dacht ik: ‘Ok voor een keer kan dit best’. Ik deed zelfs nog mijn best om aansluiting te vinden, maar de tweede keer kon je me echt opvegen. Misschien ben ik wel veel te nuchter en kan ik iets dergelijks gewoon in mijn bolle brein niet bewerkstelligen waarom dit als warming-up belangrijks is voor een college. Ik dacht, tenminste dat dacht ik, dat ik geen creatieve therapeutische opleiding had gekozen of zelfs drama? Wanneer we volgende week onze schoenen en sokken uit moeten doen om echt goed te kunnen aarden, kan je me vanaf donderdagmiddag opzoeken in het mortuarium, want dan lach me dood.

Het tweede en direct laatste wat ik wil aansnijden is dat ik de afgelopen twee weken hoorde dat er roddels door de klas gingen. Er bleek dat eerst één klasgenote verliefd op mij zou zijn, maar omdat dat blijkbaar niet genoeg was hoorde ik vandaag dat deze verliefde een lotgenote heeft gevonden. Want één is blijkbaar niet genoeg, nee! De laatste roddel is dat zelfs twee dames verliefd op mij zijn. Wat een feestje! Nu heeft me dat toch aan het denken gezet. De klas bestaat uit veel vrouwen en drie mannen. De eerste man heeft net een lange relatie achter de rug. Daar is hij nog wel even mee bezig om te verwerken. De tweede man is homoseksueel dus dat is sowieso niet echt interessant voor de dames. Tenslotte ben ik de derde man. Een geboren Drenth en student uit Groningen. Misschien is dat wel spannend. Ik zou Gertjan niet zijn als ik het ook wel leuk vind om deze roddels te voeren, gewoon door spontaan met de dames wat drinken, een ‘date’ te plannen waar toevallig een paar klasgenotes bij staan. Roddels voeren om te kijken wat voor invloed dat heeft op de groep. Een soort groepsdynamica.

Maar, eerlijk is eerlijk, eigenlijk is het toch te gek voor woorden? Moet ik straks nog wachten op de briefjes die de klas worden doorgegeven? “Hé, wil je deze aan Gertjan doorgeven?” Met op het briefje de volgende wervelende tekst: “Lieve Gertjan, wil je misschien wel verkering met mij, groetjes…” Of misschien is het beter om te wachten? Misschien dat ze dan tijdens de pauze op het schoolplein bij de klimmenrekken naar mij toe komt om te vragen of ik ook centjes heb voor snoepjes. Dan kan ik naar mijn moeder gaan om centjes te vragen, dan kan ik mijn snoepjesverkering bekostigen. Heb ik de centjes gekregen en daarbij onbewust ook goedkeuring van moeder dan kan zij met mijn centjes een zakje snoep kopen en hebben we echte snoepjesverkering.

Is het zo dat sinds mijn komst de klas is getransformeerd naar een kleuterklas waarin snoepjesverkering en briefjes doorgeven nog hoogtij vieren? Misschien is het beste idee wel om beide dames mee te vragen naar het familieweekend dat begint op de 14de van oktober. A kan k dan opscheppen dat ik niet een ‘vriendin’ heb, maar twee en B. Kunnen de dames na een weekend met mijn familie vertellen of nog even verliefd zijn? Want wij zijn op een positieve manier, best uitputtend.

Het zal je maar gebeuren, zo’n zweverige warming-up en twee dames die het presteren in vier of vijf college weken verliefd op mij zijn. Trouwens, had ik al verteld dat een al vijf en half jaar een vaste relatie heeft? Ik heb een gekke klas en weet je? Ik vind het best leuk! Ik ben benieuwd wat ze bedenken na aanstaande maandag. Wat ik aanstaande maandag ga doen? Dat lezen jullie mogelijk later.

De kop eraf

Hoe had ik ooit in april van dit jaar kunnen denken dat ik prima heen en weer kon reizen naar mijn colleges in Leiden? Zoals je misschien wel weet moest ik in amper 48uur besluiten of ik in Leiden wilde studeren als student uit Groningen. Verslavingskunde, aangeboden in zowel Zwolle als Leiden. Dat maakte een keuze mogelijk. Maar binnen 24uur besloot ik enigszins impulsief dat het Leiden moest worden. Hoe dat gebeurde? Het leek me uitdaging en dat maakte dat ik in de vierentwintig uur, na contact te hebben gehad met hogeschool Leiden. vooral bezig was mezelf ervan te overtuigen waarom dit de beste keus zou zijn.

Dat lukte, want dankzij mijn overtuigingskracht raakte ik overtuigt. ik melde mij aan en zorgde voor de administratieve afhandeling. Afgelopen juli kreeg ik het definitieve bericht dat mijn aanmelding was goedgekeurd. Later kreeg ik via via via via een kamer aangeboden en twee dagen daarna had ik definitief een kamer in Leiden. Hoe makkelijk en snel kan het gaan. Het kwam me (bijna als gewoonlijk) weer aanwaaien.

Deze week heb ik mijn eerste colleges gehad. Afgelopen woensdag mochten we als nieuwe klas rustig inkomen met een dag(je) van half negen in de  ochtend tot half zeven s’ avonds en vandaag hadden we een dag van half een in de middag tot half vijf. Echter kregen we het voor elkaar om het laatste uur te vervroegen en zo stond ik om half vier weer buiten.

Maar Gertjan hoe is dat nu om in Leiden te wonen en te studeren? Het is ontzettend leuk en tegelijkertijd erg wennen. Ik zal je proberen uit te leggen waarom.

Om te beginnen is het best een eindje van mijn vrienden en bekenden vandaan. Vrienden die ik normaal doorgaans regelmatig zag of vrienden die ik niet regelmatig zag maar waarmee makkelijk af te spreken was zijn nu verder weg. Een kort bezoekje zit er, dankzij de reisduur van bijna drie uur, niet in. Maar dankzij Facebook, Twitter, Whatsapp, Wordfeud en de ouderwetse telefoon zijn ze gelukkig nog goed bereikbaar en zo houd ik contact. Gelukkig ben ik niet bang dat ik in Leiden geen vrienden maak, dus maak je alstublieft geen zorgen.

Wonen in Leiden is daarentegen ontzettend leuk. Als ik toch een vergelijking mag maken dan denk ik dat Leiden als universiteitsstad het ruim wint van studentenstad Groningen als het gaat om het pittoreske gehalte. Vlakbij en bijna overal zijn prachtige grachtjes, idyllische poorten, leuke bruggetjes, overal sloepjes, een stad maar voor mijn gevoel toch ook nog een dorp. De mensen zijn aardig en de Leidse R zal ik, mocht ik hier langer wonen, vast een keer overnemen want die is zo grappig.
Deze R, de grachten en bootjes maakt het allemaal zo gemoedelijk. Ik merk dat ik er ontzettend rustig van word. Daarbij hoef ik het niet onder stoelen of banken te schuiven dat Leiden een stuk centraler ligt. Stiekem waan ik me nog steeds op vakantie.

Waar ik woensdagavond achter kwam is dat je in Leiden ook prima uit kunt gaan, uitgaan is voor mij relaxt een biertje in een café. Dat lukte woensdag aardig goed. Mijn buurvrouw vroeg of ik al iets gepland had. We hadden beiden niets op de planning dus het naastgelegen kroegje kreeg ons gezelschap. Die avond was er ook een openavond voor studentenvereniging Sib, de kroeg stond vol. Met Heineken op de tap en gezelligheid in de kroeg sprak ik met volstrekt onbekenden. Toen ik rond half drie besloot weer naar huis te gaan besloot ik dat ik een heerlijke avond had gehad.

Maar daarvoor was ik niet echt naar Leiden gekomen. Een minor Verslavingskunde, dat is het idee.
Ik weet nog dat ik op dinsdagavond, de avond voor ik mijn eerste dag had, vertelde via Skype dat ik een speciaal gevoel had die ik herkende als het voel op de avond voor mijn eerste dag in de brugklas. Een nieuwe school, nieuwe klasgenoten, de weg niet weten, de weg naar het toilet moeten vragen, kortom een hele nieuwe ervaring. Woensdagochtend ging ik met knikkende knieën op de fiets richting de hogeschool. De weg was onbekend dus werd via google maps onderzocht. Ik kwam in een klas met veel dames en met mij drie heren. We gingen aan de hand van een programma wat lessen volgen maar vooral elkaar beter leren kennen. Alle kennismakingsspelletjes werden uit de kast getrokken met als hoogtepunt en direct als afsluiter de welbekende, ik-vertel-aan-de-hand-van-deze-sleutelbos-wie-ik-ben-spel. Deze werd gelukkig niet alleen door mij als slecht betiteld waardoor we gauw klaar waren.

De eerste periode van tien weken gaan we een leuk project doen. We gaan in tweetallen, koppels zo je wilt, een boek(je) schrijven. Een boek(je) over het leven van een cliënt die in zorg is bij Brijder verslavingszorg in Den Haag. We gaan met hem/haar drie keer een gesprek aan waaruit informatie naar voren komt waarmee we het boek gaan schrijven. Dit lijkt me echt heel erg leuk om te doen. A. omdat ik op deze manier toch in contact blijf met echte een cliënt. B. Ik schrijven toch erg leuk vind en C. Omdat je zo iets kunt betekenen voor de cliënt en hem/haar iets kunt meegeven van zichzelf. Daarnaast hebben we theorie en worden we getoetst middels een assessment en een tentamen. Iets waar ik iets minder goed in ben.

Ja, de kop is eraf, de spannende hobbelroad naar Leiden is genomen, de missie gestart. Ik heb er zin in. Ik heb diverse maar leuke huisgenoten, mijn klasgenoten zien er gemotiveerd uit en zijn erg gezellig, Leiden is pittoresk en ik leer in Leiden welke luxe ik allemaal in Groningen heb gehad, dat is ook wel wat waard.

Ik zal dit varkentje eens wassen.

Van Leiden naar onverwachte asielzoekers.

Na mijn vorige blog, waarin ik schreef over het feit dat het allemaal wel minder kon, vandaag een uitgebreidere blog over mijn leven als student met vakantie. Van de afgelopen week (vanaf zondag gezien dan) waren maandag en dinsdag het meest memorabel. Want wie had gedacht dat ik dinsdag na een onschuldige lunch met Sanne bij haar zou naaien? Ik niet, maar daarover straks meer.

Per september ben ik zowel student aan de Hanze Hogeschool in Groningen als aan de Hogeschool Leiden in, en je raad het misschien al, Leiden. In Leiden ga ik de minor Verslavingskunde volgen. Omdat ik nog nooit in Leiden was geweest leek het mij geen slecht idee om voor het schooljaar eens een kijkje te nemen. ‘Hoe kom ik van het station bij de hogeschool?’ en ‘Hoe is Leiden als stad?’ waren voor mij vragen die ik wel beantwoord wilde zien. Om de reis van bijna drie uur niet alleen te hoeven doen, afgezien van het feit dat ik je de trein nooit alleen bent, vroeg ik zus (Wietske) of ze mee wilde. Dat wilde ze wel, want zij was immers wel eens in Leiden geweest en wilde mij een grand tour geven.  Zo gezegd zo gedaan. Om kwart voor tien stapte ik in Groningen in de trein, in Zwolle kwam Wietske mij vergezellen en na een overstap in Utrecht kwamen we rond half één aan in Leiden. Reisduur? Twee uur en eenenvijftig minuten. Gelijk bekroop mij de gedachte of ik dit drie keer per week wil doen? Ik moet maar eens goed nadenken of ik heen en weer wil reizen of tijdelijk een kamer in Leiden ga zoeken.

Aangekomen in Leiden leek het me een goed idee om voor het lunchen, wat natuurlijk ook belangrijk is, de Hogeschool te bezoeken. Wie weet was er iemand waarmee ik kon spreken, iemand die inhoudelijk iets over de minor kon vertellen. Aangekomen sprak ik de receptionist aan die mij doorverwees naar de studentenadministratie die mij vervolgens doorverwees naar de servicebalie, het leek wel een verwijzersdag. Het voelde alsof ik op een hogeschool was aangekomen. Het kastje muur effect is waarschijnlijk in de omstreken van Leiden ontdekt en ingevoerd. Later is dit overgewaaid naar het noorden, naar de Hanze Hogeschool.  Want dit kastje-muur-fenomeen herkende ik direct van de Hanze, daar hebben ze het verwijzen, doorverwijzen en terugverwijzen tot olympische sport verheven. Dit maakte dat ik me gelijk thuis voelde in Leiden. Vooraf dacht ik hier twee weken voor nodig te hebben op de Hogeschool, Echter werd het al gauw duidelijk dat dit een naïeve gedachte was. Aan de servicebalie vertelde dat ik uit Groningen kwam, daar studeerde en in september zou beginnen aan de minor verslavingskunde in Leiden. Ik vroeg of er iemand was waarmee ik kon spreken. Hij pakte de telefoon en belde. “Hallo, Ja je spreek met … van de servicebalie. Ik heb iemand die uit Groningen is gekomen aan de balie en hij wil graag informatie over de minor verslavingskunde.” De vrouw, aan de andere kant, die ik al eerder aan de telefoon had gehad, was wel aan het werk, maar dan thuis.

Ik was op de bonnefooi naar Leiden gegaan in de hoop dat er iemand zou zijn. Ik had niet eens op internet gekeken of het pand überhaupt open was. Nadat bleek dat er niemand was die me te woord kon staan liep ik samen met Wietske weg en zei ik nonchalant: ‘ach, dan kom ik een andere keer wel weer om het te proberen’. De manier waarop hij toen keek was echt onbetaalbaar. Na een vermakelijk rondje door de hogeschool werd het tijd voor de grand tour door het centrum van Leiden. Hoewel het rustig was, gaf het me een goed beeld van hoe de stad Leiden moest zijn als het wel druk zou zijn. De terrassen gevuld, lange winkelstraten, veel winkels die ook in Groningen zijn (je gaat toch vergelijken) en een hele pittoreske uitstraling. Ik zou me daar wel op mijn gemak kunnen voelen. We vonden onze plek aan het water, met zicht over een brug en vele voorbijvarende sloepjes. Het was heerlijk in de zon en het eten smaakte naar verwachting. Na een wandeling en een paar boekenwinkels (zus houdt nogal van lezen) gingen we weer richting het noorden. Terug naar Groningen, terug naar huis.

Dinsdag was mijn enige agendapunt het Lunchen met Sanne. Het gekke of meest opmerkelijke van het lunchen met Sanne afgelopen dinsdag vond ik de afloop. Hoewel Sanne al jaren een vriend heeft had ze er geen enkel zichtbaar probleem mee, ze moedigde me zelfs aan en hielp me zelf, om bij haar te naaien. Om half één had ik met haar afgesproken bij de Australian aan de vismarkt (in Groningen). We hadden tijdens onze stage al eens eerder geluncht en omdat dat goed beviel had ik haar vorige week spontaan uitgenodigd om dat nog eens te doen. Ze was er op dat moment niet maar stelde voor om afgelopen dinsdag te lunchen. Omdat ik lunchen belangrijk vind en er goed in ben leek me dat een goed idee. We gingen lunchen bij Boven-Jan aan de grote markt. Ik bestelde een uitsmijter ‘Luilekkerland’. Wat er eigenlijk op neer kwam dat ik en een broodje ei met ham en kaas kreeg en een kroket. Sanne bestelde iets exotisch wat ik niet kan uitspreken, laat staan schrijven. Het gesprek ging al gauw over stage, school en cijfers. Nadat we deze onderwerpen hadden afgestreept was het tijd voor wat meer ‘intieme’ onderwerpen als, waarom zijn Gertjan’s zo leuk (haar vriend is naamgenoot), hoe gaat het met de scharrels, liefdes en hoe raak je in vredes naam je telefoon kwijt tijdens het stappen? Nadat de zon haar werk had gedaan en we onze pokkels (lees: buik) vol hadden gegeten nodigde ze me, zonder blikken of blozen, bij haar thuis uit. ‘Ga je nog even mee naar boven’ zei ze. Bij haar thuis aangekomen liet ze me haar kamer zien, waarover ze eerder die middag had verteld. Het was inderdaad zo mooi als ze vertelde maar niet zo groot, althans dat idee heb ik. Ook had ze een gigantisch dak dat bereikbaar was via een kachel, een raam en een buitenstaand bankje. Ik wilde wel kijken en stapte naar buiten, met de stappen die ik nam hoorde ik mijn broek scheuren. Ik ben wel vaker uit een broek gescheurd, ik heb nu eenmaal een dikke bips. Omdat het vaker gebeurde bleef nonchalant. De schade leek mee te vallen en wanneer ik door de stad terug zou lopen naar mijn fiets zou het niemand opvallen, geen zorgen dus.

Wat ik toen niet wist, was dat het nog geen vijf minuten daarna nog een scheur in mijn broek zou krijgen die wel ernstig was. Nadat ik vier minuten rond had gezworven op het dakterras wilde ik weer naar binnen. Een ongelukkige stap zorgde voor een scheur van ongeveer 40 centimeter. Van mijn lies tot halverwege mijn korte broek. Wanneer ik zo door de stad heen zou wandelen zou iedereen er van overtuigt zijn dat ik ‘Jack the Stripper’ was, nu hij zo in het nieuws was, leek mij dat niet handig. Mijn boxershort was goed zichtbaar, mijn been nog meer. Kortom paniek. Sanne had als reddende engel een oversized broek, die ik zelfs aan kon, en een naaisetje. Daar zat ik vervolgens met roze draad met sierlijke bewegingen mijn broek te naaien (whoop whoop). Bijna het halve rolletje garen is in mijn broek gegaan maar het was wel dicht. Het was zelfs goed dicht want toen ik weer in mijn eigen broek stapte bleven de stiksels zitten.

Toen ik onderweg naar huis fietste, zelfs op de fiets hielden mijn stiksels het, wist ik nog niet dat ik diezelfde avond nog een volgend memorabel moment zou beleven. ‘s avonds zag ik op Twitter dan Dick en Aline van plan waren om te gaan terrassen in Groningen. Ik reageerde dat Groningen een uitermate goede keuze zou zijn en dat wanneer ze nog gezelligheid nodig hadden dat ze mij maar moesten berichten. Rond half elf kreeg ik het verlossende berichtje. Nog geen twintig minuten later zat ik met Dick en Aline op het terras, was hadden het over koetjes, kalfjes, sappige roddels uit Assen, oude koeien in de vorm van scharrels, het niet halen van punten en over het werken als Assenaar in een fries ziekenhuis waar ze alleen maar fries spreken. Na een biertje, of wat, kwamen we op het gespreksonderwerp hoe laat de laatste bus of trein zou gaan. Omdat ik een nieuwe frisse snelle telefoon had mocht ik wel kijken hoe laat dat was. Toen ik dit op mijn scherm zag was het inmiddels bijna half een geworden. Doodleuk vertelde ik dat de trein over drie minuten zou gaan en dat ze die echt niet meer gingen halen. Lichtelijk in paniek vroegen ze vluchtig of er ook nog een bus ging. Ik keek weer en antwoordde negatief. De manier waarop ze toen keken was onbetaalbaar. De één had de volgende ochtend een theorie examen de andere zou om zeven uur oppassen. Even noemde ze dat ze wel met de taxi naar Assen konden, maar beiden hadden daar eigenlijk geen zestig euro voor over. Ik vertelde dat een taxi naar mijn huis ongeveer twaalf euro zou zijn en dat ik nog wel wat slaapplekken kon realiseren. Zij waren gered en ik had plotseling twee logees. Nadat ze besloten hadden dat ze wel bij mij bleven pitten werden de ouders via sms op de hoogte gesteld. Op datzelfde moment had Dick trek. Ik wist nog wel een goede nieuwe dönner naast de Febo. Minuten later probeerde Dick tevergeefs fatsoenlijk zijn broodje op te eten. Nadat dertig procent van zijn broodje op de grond was gevallen en Aline haar broodje kipburger op had gingen we kijken hoe het in Ome Ko was. Ze hoefden nu toch niet meer naar huis. Na een paar biertjes, wat danspasjes, wat stoere blikken naar links en rechts en een plaspauze was het tijd om naar huis te gaan. Beiden stonden ze te kijken hoe druk het nog was voor een dinsdagnacht tijdens een tentamenweek. Ik was er van overtuigt dat het om vijf uur op die plek nog drukker zou zijn.

Aangekomen bij huis waren mijn pas verworven logees ook net door de taxi chauffeur gebracht en zaten ze buiten nog rustig een sigaretje te roken. Boven aangekomen dronken we nog een sapje en kijken we nog wat liedjes via Youtube. Nadat we gekeken hadden hoe laat ze nu wel de bus en trein moesten hebben werd besloten dat ze een paar minuten over half zes de bus wilde nemen en rond zes uur de trein wilde nemen. Met twee uurtjes slaap voor de boeg stopte ik Aline onder en vertrouwde ik haar toe dat ik daar zes jaar geleden al van droomde. Zelf mocht ik het bed delen met Dick en hoewel we met z’n drieën nog min of meer in gesprek waren viel ik in slaap. Op een gegeven moment hoorde ik de vreselijkste wekker die ik ooit gehoord had. Het bleek Dick zijn telefoon te zijn. Hij was echter van mening dat dit niet zijn wekker was maar die van mij. Toen we eruit waren dat dit toch echt zijn wekker was ging het snel. Vliegensvlug stapten ze uit bed en trokken hun kleren aan. Voor ik het door had waren ze de deur uit en hadden ze mij bedankt voor hartelijk voor de ‘nachtrust’ en het asiel. En ik? Ik sloot mijn ogen en viel weer in een diepe slaap.

Tja, mijn vakantie? Die kon minder!