Gertjan Janssen

"Verbeelding brengt je overal"

Kwetsbaar zijn

12-11-2015

 

kwetsbaarheid

Deze tweet raakte mij zondagavond. Ik weet niet precies hoe het mij raakte, maar het had wat te maken met de woorden: ‘nooit meer kwetsbaar’. Het zette me aan het denken. Hoe zit dat eigenlijk met mijn kwetsbaarheid? Durf ik kwetsbaar te zijn? Kan dat? En hoe ging dat eigenlijk? Hoe gaat dat nu?

Reden om de pen weer eens op te pakken. En hoewel ik het rete-spannend vind om over dit onderwerp te schrijven en te delen over mijn eigen kwetsbaarheid, doe ik het toch. Twee periodes uit mijn eigen leven wil ik uitlichten.

 

Kwetsbaarheid in mijn puberteit.

Ik ben opgegroeid in een veilig vrijgemaakt gezin, ging naar een vrijgemaakte basisschool en daarna de volgende vrijgemaakte school, het voorgezet onderwijs. Dat ging allemaal leuk. Ik had klasgenoten die ik ook had op de basisschool, mijn school was relatief klein in vergelijking met de andere scholen in Assen. Tot zover geen problemen met kwetsbaarheid. Mijn vader werd ziek, kanker. Dat was geen gemakkelijke tijd. Omdat dat een behoorlijke indruk maakte schreef ik een brief naar mijn mentor en vertelde het mijn vriendjes en vriendinnetjes. Ik kon open zijn en daarin werd ik niet gekwetst.

Later bleek dat het VBO meer geschikt voor mij was dan de MAVO. De laatste twee jaren van het voortgezet onderwijs ging ik daarom naar een andere school (VBO onderwijs werd niet gegeven op mijn oude school). Weg uit de veiligheid van de vrijgemaakte school, weg van veel vriendjes. Met de nieuwe school brak een zware periode van twee jaar aan. Ik kwam in aanraking met andere mensen. Ik was toen geen knappe jongen, had last van veel hardnekkige acne en middeltjes van de huisarts werkten daar niet tegen. Verbaal kon ik de discussies meestal wel aan, maar dan werd mijn uiterlijk al gauw het mikpunt. Ik werd gepest. Ging veel spijbelen, haalde met de hakken over de sloot mijn examen. In die tijd leerde ik pas echt wat kwetsbaarheid was en hoeveel pijn het kan doen wanneer je gepest wordt.

In de vakantie na mijn examen besloot ik het roer volledig om te gooien. Op het MBO stond daardoor een hele andere jongen, ik bouwde een muur om mij heen en zette een masker op. Het masker dat ik, als onzekere jongen, had opgezet was arrogant. Ik had mij voorgenomen dat niemand mij nog kon kwetsen, dat lukte, want ik was geen toffe jongen. Van het ene uiterste, naar het andere. Het duurde een paar jaar voordat ik door kreeg dat dit het ook niet was, ik duwde mensen van me af. Ik hoorde ook later dat mensen het spannend vonden om mij aan te spreken. Sindsdien ben ik op zoek gegaan naar de gulden middenweg. Wat hielp was het teruggaan naar de vrijgemaakte basis. Ik begon een nieuwe opleiding op een nieuwe school. Ik kreeg nieuwe kansen en daar vond ik jongens die ik nu nog steeds vrienden mag noemen.

 

Kwetsbaarheid nu

Sinds oktober 2012 werk ik als Ambulant Behandelaar bij Terwille. Ik heb de afgelopen jaren geleerd dat je kwetsbaar opstellen mooi is. Op mijn werk zie ik mannen en vrouwen dit regelmatig doen. Ik stel me weleens voor hoe verschrikkelijk moeilijk het moet zijn voor cliënten.
Voorbeeld: Dat een pornoverslaving je leven als man beheerst, dat je bij jezelf merkt dat dit ook de manier waarop je naar vrouwen kijkt beïnvloed. Hoe moeilijk is het, in die situatie vol schuld- en schaamtegevoel, om over de drempel van een zorginstelling te stappen en tegen iemand (die je waarschijnlijk nog nooit hebt gezien) binnen anderhalf uur een verhaal te vertellen wat neer komt op: “Hallo, dit ben ik en dit is de shit die ik dagelijks heb te handelen. Het lukt me niet te stoppen”. Ik vind het bewonderingswaardig en een groot voorbeeld voor anderen.

Onbewust en soms bewust oefen ik dagelijks met kwetsbaar zijn. Ik heb het geluk dat ik door mijn ervaringen, studie en mijn werk mezelf steeds beter heb leren kennen (ik geloof dat dat ook nooit zal ophouden). Deze week had ik het nog over kwetsbaarheid met een collega. Ik vertelde dat ik het gevoel heb, dat doordat ik mijn eigen sterkten en zwakten steeds beter leer kennen, ik me veiliger voel in mijn kwetsbaarheid. Het voelt alsof ik me daardoor meer kwetsbaar kan opstellen naar anderen.

Want door mijzelf te kennen en te accepteren wie ik ben, kan ik in mijn kwetsbaarheid niet meer zo gekwetst worden.

Zodoende durf ik dat ook steeds meer naar mijn cliënten (maar ook in mijn privéleven). Want als ik van mijn cliënten openheid en transparantie vraag, waarom zou ik dan niet naast hen staan en datzelfde doen? We zijn immers als mens gelijk!

Dus resumé, Mijn antwoord op de vraag van Alain Verheij (zie tweet). Ik heb zeker gedacht dat het klaar was met kwetsbaarheid. Maar inmiddels ben ik daarop teruggekomen. Ik geloof er heilig in kwetsbaarheid mooi is en dat je kwetsbaar opstellen zorgt voor diepere relaties. Je hoeft het alleen maar de moed te hebben om het te durven (en dat is moeilijk zat).

 

Op straat gezet

24-01-2014

Sinds 1 januari 2014 ziet de inhoud van mijn werk voor Terwille er iets anders uit dan daarvoor. Waar ik allereerst zestien uur per week als woonbegeleider aan de slag was, werd in oktober 2013 daar zestien uur aan toegevoegd (per week). Het burgerleven, welke ik met enige moeite accepteerde, klapte er nu wel echt in. Geen quasi studentenleven meer in combinatie met een baan. Nee, het echte werk met minder vrije tijd en meer cliënten die ik mocht begeleiden. Stiekem gewoon iets wat ik al erg lang wilde. En na zoveel jaren geleefd te hebben van voornamelijk mijn studiefinanciering mag ik ook wel iets terug doen.

destraatop

Plotseling was daar het bericht dat een fijne collega afscheid zou gaan nemen van Terwille en zich dichterbij huis ging inzetten voor zijn voormalig werkgever. Erg jammer dat zo’n ervaren kracht en netwerker afscheid nam van de organisatie, maar tegelijk merkte ik dat mijn hart sneller ging kloppen. Er zou een vacature ontstaan binnen het outreachende team. Een vacature dat gevuld zou moeten worden vanuit de organisatie dan wel buiten de organisatie. Ik zag mogelijkheden. Hoewel ik niet direct actie ondernam zag ik mijzelf wel in dat gat springen. De dagen erna dagdroomde ik stiekem van een potentiële nieuwe functie, maar met de mooie dagdromen kwamen ook twijfels. Ben ik er klaar voor? Moet ik niet nog veel meer leren voordat ik dit ga doen? Kan ik het wel? Ben ik wel goed genoeg? Gelukkig helpt bidden, dacht ik en dat deed ik dan ook.

Een paar week later sprak mijn teamleidster mijn voicemail in. Of we een keer konden meeten om wat te bespreken. Het eerste wat ik dacht was: Wat heb ik fout gedaan! Al mijn onzekerheid stapelde zich op. Uiteindelijk bleek het te gaan om de pas vrijgekomen functie. Of ik het leuk zou vinden om mij in te zetten voor het outreachende team en hoeveel uren ik dat wel zou willen doen. Een gesprek met de teamleider van het outreachende team volgde en zo kwamen we er uit dat ik vanaf januari vierentwintig uur woonbegeleiding zou gaan doen en acht uur zou gaan werken binnen het outreachende team (de straat op).

Inmiddels is het zo ver. Deze week heb ik voor het eerst meegelopen in het straatwerk. Wat een fantastische ervaring. Afgelopen woensdag had ik een besefmomentje: Ik merkte dat ik mij gelukkig voelde en oprecht blij. Ik was in mijn element. Het meelopen begon met een hulpverlenersoverleg waarin dak- en thuislozen worden besproken door verschillende instanties die betrokken zijn bij de opvang en begeleiding van deze mensen. Na dit overleg ging ik met mijn collega mee naar de Kostersgang. Dit is een servicecentrum waar je voor een klein bedrag kan eten en drinken, douchen, scheren, tv kijken en internetten. Het is tevens een ontmoetingsplek voor dak- en thuislozen en hulpverleners. Hulpverleners komen daar met regelmaat. Ik maakte kennis met de eerste bezoekers en merkte dat ik oprecht geïnteresseerd was in het verhaal wat zij vertelden en het gaf me energie. Tegelijk was er het weerzien met oude bekenden waar ik zoveel van heb geleerd en door wie ik op zo’n goede manier in aanraking ben gekomen met de verslavingszorg dat ik er vanaf dat moment niet meer uit wilde.

Bij het hulpverlenersoverleg kwam ik een oud collega tegen van mijn stage bij de VNN. Ik vond het opvallend dat hij in zulke simpele bewoordingen zoveel kan zeggen. Ik heb daarom ook twee oneliners van hem opgeschreven die mij zullen bijblijven. Bijvoorbeeld over het ‘profilerende vermogen’ van sommige cliënten. Het wel of niet in staat zijn om jezelf op een goede manier te profileren, ik denk dat het samen gaat met decorumverlies.

Nadat ik samen met mijn huidige collega wegfietste van de kostersgang kwam ik mijn stagebegeleider van de VNN tegen. Dat was leuk, ik had haar al een lange tijd niet meer gezien of gesproken. We namen de tijd om bij te praten. We spraken over collega’s van VNN, over cliënten die we samen hadden behandeld en hoe we tegen de politieke ontwikkelingen in de zorg aankijken. Op een gegeven moment komt er tijdens het gesprek een bekende langs van haar. Waartegen ze op een souplesse manier uitspreekt dat ik mogelijk de laatste persoon ben in Nederland die in ons vakgebied is aangenomen. De man moest maar extra goed kijken, want volgens haar was ik echt de laatste.

En ondertussen ben ik alleen maar ontzettend blij dat ik deze kans heb gekregen.

Niet te vertrouwen

23-03-2013

Het is al twee weken een sukkelend onderwerp dat zo nu en dan de revue van mijn gedachten passeert. Tijdens de afgelopen twee weken was het ook, zonder dat daar aanleiding voor was, met verschillende mensen gespreksonderwerp. Het eerste was denk ik het contact dat ik had met een vriendin. Tijdens het PVT zag ik haar sinds een lange tijd weer eens. Zoals dat met meer vriendschappelijke contacten gaat was het gelijk weer goed. Nog weer een tijdje daarvoor had zij zich voorgenomen om meer tijd te investeren in vriendschappen. Toen ik haar appte om te eetdaten was dat ook het precieze doel dat ik voor ogen had. Sinds lange tijd weer eens een eetdate plannen, omdat het kan. Na wat heen en weer geapp kwamen we er op uit dat het voorlopig nog niet mogelijk was. Hoewel ze wel graag wilde vond haar vriend het niet zo’n goed idee dat wij met z’n tweeën zouden eten. Als een gezamenlijke vriendin mee zou eetdaten was het geen probleem voor hem.

Ik vind het begrijpelijk dat mijn potentiele eetdate in eerste instantie aan geeft dat ze niet komt eetdaten omdat haar vriend dat liever niet heeft. Als je een relatie hebt dan heb je als het goed is dingen voor elkaar over en ga je situaties die de relaties op het spel zetten uit de weg. Tot zover snap ik het. Tegelijk voelde ik weerstand. Want dingen voor elkaar over hebben werkt toch twee kanten op? Waarom kan het dan niet andersom zijn?

Zo volgden in de afgelopen weken meer voorbeelden waarin, binnen een relatie, de vriendschappen met anderen, die al bestond voor de relatie begon, sterk verminderd werden omdat de potentiele huwelijkspartner het niet prettig vind als men met elkaar omgaan. Of het nu ging om een eetdate, galadate of een gezellig avondje borrelen, ze gingen niet door omdat het blijkbaar niet prettig voelt. Het bleef hangen, het deed iets met me waardoor de weerstand groeide. Waar houd het dan op? Vroeg ik me af. Ik visualiseerde vicieuze cirkels en neergaande spiralen van vriendschappen. Vriendschappen die verdampen of als sneeuw voor de zon verdwijnen, ik zag het allemaal voor me.

Zelf ben ik niet echt (meer) ervaren in de liefde, al jaren heb ik geen vaste relatie gehad, ik kan dus niet zeggen dat ik weet waar ik over praat, maar een ding is voor mij ontzettend belangrijk: Vriendschappen.
Ik zou het dan ook geen enkel probleem vinden als mijn vriendin zou willen eetdaten, galadaten met haar mannelijke vrienden. Als ze een relatie met hem zou willen hebben had dat gekund voordat ze voor mij koos, als ze vreemd wil gaan dan kan dat altijd en overal. Vriendschappen zijn zo belangrijk die moeten onderhouden worden, anders verdampen ze. Die vrijheid in vriendschappen gun ik haar omdat ik dat zelf ook graag zou heb. Het sleutelwoord is hier: Vertrouwen.

Vertrouwen? Ja, vertrouwen. Bij de mensen die niet willen dat hun partner ‘date’ met vrienden van de andere sekse, is er, volgens mij, een gebrek aan vertrouwen. Blijkbaar vertrouw je je vriend(in) niet. ‘Ja, ik vertrouw mijn vriendin wel, maar die jongen met wie ze gaat eetdaten niet.’ Dat is een argument daar kun je helemaal niets mee. Het is larie. Boeiend dat je hem niet vertrouwd. Als je vriendin niets wil, dat doet ze dat echt niet.

Hij: Blijf je bij me slapen vannacht?
Zij: Nee, dat wil ik niet, want ik heb een vriend.
Hij: Maar ik wil zo graag.
Zij: Dat zal, maar ik wil dat niet, maar ok, omdat jij het zo graag wilt.

Denk je écht dat het zo gaat? Het gaat toch nergens over? Gisteravond in de kroeg kregen we het er weer over. Ik zat samen met een vriendin op een gegeven moment in de Omalleys in Groningen. We zaten tegenover een stel die bijna een jaar een relatie hadden. Hoe we er precies op kwamen weet ik niet, maar ik legde uit wat me nu toch al bijna twee weken dwars lag. Direct daarop riep die man uit: Waar is het vertrouwen dan! Ook hij geen enkel probleem als zijn vriendin met een andere man zou eetdaten. Hij vertrouwd (sleutelwoord) zijn vriendin volledig. En andersom is dat ook zo zegt zij. Ik mocht zelf met zijn vriendin in hun huis eetdaten. Telefoonnummer en adres kreeg ik allemaal.

Even terug naar het voorbeeld; want het is natuurlijk maar een voorbeeld. Denk je dat je vriend(in) iets doet zoals in het voorbeeld? Iets zou doen wat hem/haar tegen staat? Wees eerlijk! Ze sprint toch ook niet in de vijver met -3 als iemand dat zegt. Hoor je je zelf zeggen dat je niet wil dat je vriend(in) niet mag eetdaten of galadaten of wat dan ook. Ga dan eens na waarom dat is en of je je vriend(in) wel vertrouwd. Want als de basis is dat jij je vriend(in) niet vertrouwd. Dan is het einde echt zoek. Tip: Praat er eens over, communiceren is key.

Goed, een paar vragen om mee af te sluiten:

Wie legt mij uit waarom er nog altijd relaties zijn waarin er niet gedate (op een gezonde vriendschappelijke manier) mag worden met personen van de andere sekse? Wie heeft goede argumenten?´

 

Niet zomaar een blauwe maandag

22-01-2013

Eigenlijk had ik het gisteren bij het wakker worden al moeten voelen. Het lag niet lekker en het was net of ik de hele nacht niet lekker had gelegen. Ja, eigenlijk had ik al moeten weten toen ik, nog liggend in bed, de foto’s van de sneeuw zag op Twitter. Ik had het kunnen zien toen ik de gordijnen open deed. Het was weer maandag, ik had niet drie, maar twee dagen weekend gehad en het was de derde maandag van de maand. Het was niet zomaar een blauwe maandag in januari, nee, het was Blue Monday! De meest deprimerende dag van het jaar.

Blue Monday; de dag dat je erachter komt dat het afvallen toch niet zo lekker gaat, dat je je wel aangemeld hebt voor het fitnessen maar dat je niet heen gaat of dat het je toch niet lukt om positief te blijven denken zoals je dat had voorgenomen eind 2012. Of in mijn geval.. dat je erachter komt dat alweer een broek bij de kruis gescheurd is in de naad, dat het sporten misschien toch niet voor mij is weggelegd omdat ik na anderhalf uur sporten ruim vijf dagen spierpijn heb of omdat ik mij nog niet heb aangemeld voor een sportschool zoals ik mij dat had voorgesteld.  Blue Monday dus.

En ok, normaal gesproken ben ik geen doemdenker. Mijn schuur ligt niet vol vuurwapens en een rantsoen aan eten voldoende om 3 jaar ondergedoken te zijn. Daarom had ik gisteren, ondanks het slechte, maar prachtige weer, nog hoop dat vanmorgen om acht uur mijn rijexamen door zou gaan. Dat rijexamen waardoor ik aan het einde van geld nog een stukje maand over had, dat rijexamen dat ik al eens eerder had gehad. Het herexamen dat ik zo graag wilde halen zodat ik een stuk flexibeler zou zijn voor en tijdens het werk. Geen zestien kilometers meer fietsen naar cliënt, of veertig minuten in de trein zitten, maar van adres naar adres rijden en niet meer afhankelijk zijn van het openbaar vervoer.

Vandaag stapte ik met goede moed ook om half zeven uit mijn bed om mij klaar te maken voor mijn rijexamen. Met mijn snelle ontbijt net achter de kiezen kwam ik aan bij de rijschool waar mijn rijinstructeur al verwoede pogingen had gedaan om het CBR te bellen, hij had geen succes. We besloten toch te gaan rijden en kwamen om acht uur aan bij het CBR. Helaas niet voor de laatste keer, want al gauw werd duidelijk dat mijn rijexamen afgelast was. Echt blij ben ik vandaag dus niet met het weer. Mocht je vanuit je auto of het openbaar vervoer iemand zien ploeteren tegen wind, regel, sneeuw of hagel, denk dan aan mij. Want ook de komende weken fiets ik lekker op mijn fiets door het Groningse landsschap.

En vooruit!

07-01-2013

Na het schrijven van mijn laatste blog van 2012 over datzelfde jaar kreeg ik een voldaan gevoel. Dat was nieuw, want dat gevoel van mij heeft de laatste maanden vanaf de kade meegekeken en af en toe geroepen van: Waarom doe je dat schrijven nou eigenlijk nog? Je hebt er geen tijd meer voor, je kan niet fantastisch schrijven en literair zal het nooit worden. Mijn gevoel riep ook: ‘Wat als je clientèle die je op je werk tegenkomt meeleest?’.  En dat is waar, want er is niet meer nodig dan op mijn voornaam te googlen en ze vinden mijn website. Als ze mij willen vinden, kunnen ze veel van mij lezen. Het idee om mijn site op slot te gooien of offline te halen kwam zeker op toen ik in een willekeurig gespreksverslag las dat cliënt mijn Facebookprofiel had opgezocht.

Maar al dat gevoel ging weg een toen ik vorige week mijn 2012 jaar ‘evalueerde’. Ik concludeerde dat het een goed jaar was. Wat ik niet schreef was dat ik ontzettend veel plezier had in het teruglezen van mijn eigen werk. Ik concludeerde dat het schrijven mij de kans geeft om te uiten en daardoor kan ik mijn gedachten verzetten.

Nu ik werk in de verslavingszorg lijkt me dat een prettige bijeenkomst voor als het allemaal even niet zo lekker gaat met mijn clientèle of met mij, over een ding ben ik zeker de één mag niet de dupe worden van de andere. De narigheid die ik in mijn persoonlijke leven heb mag niet remmend werken voor het herstel (de groei) van mijn cliënten en andersom mag de misère die mijn cliënten soms ervaren geen beperkende invloed hebben op mijn persoonlijke leven.

Om die reden heb ik besloten om met regelmaat toch weer wat stukken te schrijven, ook wanneer er soms niets te schrijven valt. Onderwerpen? Hoe ik mijn vrijetijd invul, werk gerelateerde onderwerpen en discussiewaardige onderwerpen. Maar voor inspiratie vroeg ik ook een vriendin waarover ik in 2013 kon gaan schrijven. We spraken over de inspiratie die zij soms op de meest vreemde momenten ervaart (zo vlak voor het slapen gaan), ik vroeg daarom aan haar waar ik over kon schrijven, ze kwam met het volgende:

  • Waarom mensen toch elke keer weer hetzelfde verkeerd doen (opnieuw zoenen met iemand waarmee je dat eigenlijk niet wilt bijv.)
  • Waarom we het slechte nodig hebben voor het goede
  • Waarom we altijd dingen zeggen terwijl we het allemaal niet doen; en wat is er zo moeilijk aan doen (elk jaar goede voornemens bijv.)
  • Zou de mens ook zonder liefdesrelaties kunnen (dus altijd alleen)

Het zijn vragen waar ik persoonlijk niet dagelijks over nadenk, maar interessant is het wel! Ik ben in elk geval van plan om een paar te proberen te beantwoorden op mijn manier (Waarom we altijd dingen zeggen terwijl..). Naja, wie weet lukt het me, maar voor nu ben ik het niet van plan.

Voor nu wil ik afsluiten door twee dingen te noemen:
Allereerst: *trommelgeroffel* ik ben van plan het fitnessen op te pakken. Het lijkt me een goede uitlaatklep naast het werk en verwacht dat het ontspannend werkt en ik dus meer relaxed aan het werk kan, kortom: het is nog goed voor mijn cliënten ook. Daarnaast wil ik fit worden; Ik heb daarom gelijk mijn gegevens ingevuld voor een proefles bij een fitnesscentrum in Groningen. Ik voeg de daad bij het woord.

Tot slot kwam ik het volgende filmpje tegen: http://www.youtube.com/watch?v=siu6JYqOZ0g
Alan Watts geeft een lezing met als onderwerp: ‘What if money was no object’ en toen ik dit gisteren zag en ik het volgende hoorde dacht ik; Ja Alan, je hebt wel gelijk:

“When an individual says what he really wants to do, and ill will say to him, you do that. And forget the money, because if you say that getting the money is the most important thing, you will spend your life completely wasting your time. You’ll be doing things you don’t like doing in order to go on living, that is doing things you don’t like doing. Which is stupid. Better than having a short live that is full of what you like doing than a long live spend in a miserable way.. And after all if you do really like what you doing it doesn’t matter what it is. You can eventually become a master in it. The only way to become a master in something is to really will it. And than you be able to get a good fee for what it is…”

Nadat ik de lezing van drie minuten had laten bezinken dacht ik. Dit is wat ik momenteel aan het doen ben. Ik doe werk dat ik leuk vind en dat zal ik hopelijk ooit eens door mogen geven aan mijn eigen kinderen. Maar, tot die tijd zal ik mijn neefjes en nichtjes vertellen dat ze dingen moeten doen die zij leuk vinden. Niet om het geld maar om het werk wat je doet, de studie of school wat je leuk vind en dat doe ik nu stiekem ook al. Want op nieuwjaarsdag zei ik tegen mijn neefje Rick, die school maar stom vind, “ik hoop dat je net als mij het plezier in school terug zult vinden en een studie gaat doen die je leuk vind”.

Tot zover eerst. Tot volgende week!

Pakjesavond

02-12-2012

Voor sommigen is het vandaag of volgende week pakjesavond, maar in mijn vriendengroep werd dit afgelopen vrijdag gevierd. Herinneringen heb ik van toen ik klein was. Bezorgpiet sloeg keihard op ons raam om te laten weten dat de jutezakken met cadeaus klaar stond voor de deur. Later kwam ik erachter dat bezorgpiet onze buurman was (die ook toevallig piet heet) en dat hij de cadeaus neerzette op verzoek van vader en moeder.

Daar zat ik met mijn broers en zussen op stoelen, banken of zelfs op de grond, het maakte op dat moment niets uit. Gespannen wachtte ik tot er een pakje uit de grote zak kwam waar mijn naam op stond. Magischer dan op pakjesavond klonk de naam Gertjan nooit. “Gertjan, deze is voor jou!” Vol verwachting stopte mijn hart even met kloppen. In volle snelheid werd het cadeaupapier van het cadeau afgesloopt om te zien wat de sint mij had geschonken. Vol trots hield ik mijn cadeau omhoog en schreeuwde het uit van geluk! Wauw een op afstand bestuurbare auto!

De spanning die ik voelde voor Sinterklaas is in al die jaren niet weggegaan. Thuis stopten zijn we met het vieren van Sinterklaas. Geen cadeaus, geen gedichten, maar gelukkig werd de Sinterklaas traditie vorig jaar in de vriendengroep geïntroduceerd. Afgelopen vrijdag hadden wij de tweede viering. De spanning voor Sinterklaas was goed voelbaar. Dit keer niet om de cadeaus, maar vooral voor de gedichten die geschreven. Het gedicht van een vriend sprong er in 2011 met kop en schouders bovenuit. Dat gedicht werd de nullijn voor de gedichten van dit jaar. Het zou harder en confronterende worden dan het vorig jaar was, maar wel zonder kwetsende woorden. Dat ik uit de zeventien personen hetzelfde lootje trok als vorig jaar was voor mij een dikke vette bonus! Toen ik zag dat ik Eiko had zocht ik gelijk mijn gedicht voor hem van vorig jaar erbij en las het. De beste onderwerpen zouden terugkomen in zijn nieuwe gedicht. Verder besloot ik research te doen voor nieuwe onderwerpen.

Dat lukte, want naast het bureauonderzoek op Facebook, instagram en andere sociale media nodigde ik Eiko uit om te komen eten en te borrelen. Tijdens het borrelen vroeg ik op slinkse wijze naar informatie die ik kon gebruiken voor mijn gedicht. Open als het gesprek was vertelde hij en luisterde ik. Puur voor de interesse.. en mijn gedicht natuurlijk. De dag erna sprak ik Eiko nog na de kerkdienst waar we heen waren gegaan. En daar kregen we het over Sinterklaas. Elze, die er ook was, zei in dat gesprek “Ik had gehoopt dat ik Eiko had”. Nieuwsgierig en betrokken als ik ben vroeg ik wat zou je dan in je gedicht schrijven? Dat bleek de perfecte vraag te zijn. Elze vertelde uitgebreid wat ze zou schrijven als ze Eiko zou hebben als lootje, niet wetende dat ik hem had als lootje. Nu had ik voldoende onderwerpen om een mooi gedichtje te schrijven en dat deed ik.

Toen het vrijdag tijd was geworden om de cadeaus uit te pakken ging het mij al lang niet meer om de cadeaus zelf. Want die waren vooral erg handig. Het ging mij erom wie het mooiste gedicht geschreven zou hebben en wat er geschreven zou worden. Unaniem werd het gedicht geschreven door Gerben, die vorig jaar zelf slachtoffer was van het mooiste gedicht, uitgeroepen tot het beste gedicht van de avond. Elke geschreven zin was raak en zorgde voor mooi leedvermaak inclusief hard gelach. De rijmwoorden die ik mocht voorlezen gingen voornamelijk over mijn dyslexie, mijn vele praten, mijn onzinnige en vooral nietszeggende Twitter berichten en mijn blogs. Dank je wel Jacqueline! Ik dacht na mijn eerste gedicht klaar te zijn voor de avond. De schade viel mee, dacht ik. Niets bleek minder waar. Ik mocht voor een tweede maal op de dichtstoel zitten voor mijn tweede gedicht. In het tweede gedicht werd aan de kaak gesteld dat ik bij Terwille werk en dat mijn cliënten mijn blogs maar niet moeten lezen. Ook het niet hebben van een vrouw werd eruit gehaald. Gelukkig kreeg ik wat tips mee van de lieve sint:

“Een paar tips van de sint:
Hij weet wel wat een vrouw fijn vindt…
Laat háár praten, leer háár kennen,
Met chocolade en rode rozen haar verwennen

 

Lach om háár grappen,
Ga zelf niet teveel moppen tappen!
Verzorg een fijne high-tea,
met een lekkere muffin en brownie!”

Op weg

25-10-2012

drivingJarenlang was mijn fiets mijn grote vriend. Ik kan me zelfs nog eens herinneren dat ik een blog schreef over mijn fiets. Vanzelfsprekend heb ik, net als menig Gronings student, de nodige fietsen versleten de afgelopen jaren. Maar zolang mijn fiets niet kapot of gestolen was stond ze trouw op mijn te wachten. Je kan wel zeggen dat ik geen afscheid kan nemen van mijn fiets zoals mijn vader geen afscheid kon nemen van zijn oude Volvo. Maar net als mijn vader op een gegeven moment afscheid moest nemen van zijn Volvo, zo moet ik nu ook verder. Reden? Een mooie baan bij Terwille, waar ik werk kan doen dat mij veel voldoening geeft (ik wil het nog maar eens benoemen).

Dat ene wat ik al jaren uitstelde gaat nu echt gebeuren. Ik ga mijn rijbewijs halen en de eerste stappen daarvoor zijn gezet. Vanmorgen om acht uur had ik mijn tweede rijlesblok. Vorige week had ik een rijtest en aan de hand daarvan kreeg ik een pakket aangeboden en een rijinstructeur. Nol paste goed bij mij (het lijkt wel een datingsite). Nu koppel ik graag dingen die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben. Maar toen ik aan Nol gekoppeld werd moest ik gelijk denken aan de serie ‘Sam Sam’ (1994 – 2003). In deze serie draait om een viertal jongvolwassenen die een bovenverdieping huren van een ouder paar die op de begane grond wonen. Deze ouderen heten Nol en Rietje Brouwer, een fantastisch stel om te zien. Nol is een chagrijnige norse oude man die liever lui is dan moe en Rietje die het tegenovergestelde is, laten we zeggen, te goed voor deze wereld. De humor in het programma is legendarisch en heeft voor veel plezier gezorgd in mijn leven.

De Nol van mijn rijlessen is totaal iets anders dan de Nol die ik ken uit de serie. ‘Mijn’ Nol gaat er voor zorgen dat ik dit jaar nog mijn rijbewijs haal (tenminste dat hoop ik) en dat vind ik mooi!

Maar eerst nog iets anders . Voordat je een tussentijdse toets mag aanvragen moet je eerst de autotheorie halen. In mijn geval was dat geen uitzondering. Gisteren moest ik er aan geloven. Van mensen in mijn omgeving hoorde ik telkens meer angstvallige verhalen dat de theorie erg lastig was en je daar echt goed voor moest leren. Sommigen deden zelfs vijf keer een theorie-examen. Dat zorgde wel voor mini-paniekjes, maar in de praktijk zorgde dat er niet voor dat ik ging leren. Ik had geen boeken en geen software. Na mijn rijtest had ik een gesprek over voorwaarden en kwam ter sprake of ik al een theorie-examen had gedaan. Ik vertelde dat ik een ingepland had en kreeg van de ANWB een twee boeken en inloggegevens om online te oefenen. Maandag en dinsdag las ik het boek door, deed wat oefenvragen en maakte 9 proefexamens. Gisteren zag ik om 9:54 dat ik om 10:00 aanwezig moest zijn voor het examen van 10:15. Als een malle ging ik naar het CBR en verzon voor de zekerheid een goede smoes (het voelde alsof ik terug naar schoolging). Tijdens het wachten hoorde een jongen die bij mij in de beurt stond. Hij deed al voor de zesde keer examen. Ik rekende gauw uit dat 6×35 euro heel veel geld was. Na het examen, was ik met tafel nummer vijf de eerste persoon die het examen had gehaald. Dat was met weinig leren en een paar stomme foutjes een prima resultaat.

Nu de theorie binnen is moet ik het op de weg waarmaken. Wat was de eerste keer spannend! Vanaf het begin mocht ik al schakelen, gas rem en alle andere zaken die blijkbaar bij het autorijden horen. Rotondes vind ik tot op heden het meest spannend. Man, man, man wat moet je dan veel doen zeg. Remmen, koppeling in, terugschakelen naar de twee, kijken of het druk is, terugschakelen naar de een, nog een keer kijken, ondertussen nog meer remmen , stilstaan, binnen, buiten, dode hoek, koppeling oplaten komen, gas intrappen, aan je stuurtrekken, schakelen naar de twee, richtingaanwijzer, nog meer sturen en dan de rotonde uit.
Vrouwen die beweren dat mannen niet kunnen multitasken hebben het bij het kortste eind, dit is het bewijs dat elke man met een rijbewijs dit aardig goed onder de knie heeft. Ondertussen heb ik al heel wat bochtjes gemaakt en geschakeld en de auto af laten slaan, file geparkeerd, vooruit en achteruit inparkeren en hoewel het allemaal nog lang niet goed gaat schijn ik wel een snelle leerling te zijn. Ik pik de dingen goed op en mijn rijinstructeur hoeft de dingen vaak maar een keer te benoemen.

Met deze progressie de afgelopen vier lesuren heeft groen licht gegeven om mijn tussentijdse toets in te plannen. Dat is gebeurd en zal plaatsvinden na 22 lesuren op 22 november 2012. Voor degene die dan op weg moeten wil ik vragen om dat niet te doen. Ik zou graag ook mijn tussentijdse toets in een keer halen en later mijn praktijkexamen..

Al met al een lang verhaal waarin ik eigenlijk wil zeggen dat autorijden echt gaaf is. Ik zie mij stiekem 2013 ingaan met een rijbewijs op zak. Als dat lukt heb ik een fantastisch 2012 gehad (en dromen daarover mag best)

Van bijstand naar potentiele droombaan

03-10-2012

Vanaf maandag ging het plotseling allemaal heel, heel, heel erg snel. Vanaf morgen ( 4 oktober, dierendag, mijn verjaardag) ben ik in dienst bij Stichting Terwille te Groningen. Ik ga als woonbegeleider in Groningen en ommeland aan de slag.

Stichting Terwille? Stichting Terwille is een christelijke verslavingszorg instelling die vanuit een Bijbelse visie hulp bied aan de verslaafde medemens. Elk mens is door God geschapen en is bedoeld om in vrijheid te leven, ieder mens heeft recht op een verslavingsvrij leven.

Een aantal weken geleden had ik een open sollicitatie gestuurd naar Terwille. Hierop kreeg ik een afwijzende reactie. Er was geen vacature, maar als ik interesse had in een werkervaringsplek moest ik mailen, dat deed ik. Ik hoorde niets, tot ik maandagmiddag gebeld werd. Of ik de volgende dag op gesprek kon komen om te kijken of we iets voor elkaar konden betekenen. Vol enthousiasme zei ik direct ja. Nadat ik had opgehangen besefte ik dat ik geen idee had waarover we zouden spreken. Ik had in alle enthousiasme vergeten te vragen of het om de werkervaringsplek ging of dat er een vacature was vrijgekomen.

Ik dacht: ‘Zal ik terugbellen?‘ Nee, ik besloot de spanning uit te zitten en zocht tevergeefs afleiding in de hoop dat ik niet aan het komende gesprek zou denken. Wat ik maandag ook deed, telkens kwamen vielen mijn gedachten terug op het gesprek van de volgende dag: een werkervaringsplek, een baan, wat voor baan? De meest mooie gedachten schoten door mijn gedachte. Sinds mijn stage in het derde jaar van mijn opleiding wist ik dat de verslavingszorg geknipt was voor mij. Dit wilde ik minimaal tien jaar doen. In mijn minor verslavingszorg in Leiden werd dit gevoel alleen maar bevestigd. Ik leerde Terwille kennen als een relatief kleine organisatie met een prettige werksfeer en leuke werknemers. Nu was ik uitgenodigd op gesprek bij deze organisatie. Ik mocht deze kans hoe dan ook met twee handen aangrijpen.

Warm en licht bezweet van de spanning kwam ik aan. Ik belde aan en werd gelukkig binnengelaten. Iets te drinken? Ja, water graag. Voor het gesprek begon vroeg ik een tweede glas water. Toen ik vriendelijk aangekeken werd bekende ik dat ik het, door de spanning voor het gesprek, erg warm had. Het gesprek begon en we spraken uit dat het telefoongesprek erg snel ging. Ik zei dat ik niet wist waar het gesprek over zou gaan en vanaf dat moment verliep het gesprek serieus maar luchtig. We spraken over mijn geloofsovertuiging, het werk en hoe ik het een zou inzetten bij het ander. We spraken verder over mijn ervaringen en wat ik zoal was tegengekomen. Ook werd er gevraagd of ik een rijbewijs had. Dat stond namelijk niet in mijn CV. Omdat ik geen rijbewijs heb zag mijn dromen van maandag- op dinsdagnacht alweer in duigen vallen. Ik dacht: geen rijbewijs, geen job. Het gesprek werd vervolgd en we verzonnen terplekke tijdelijke oplossingen. Aan het einde van het gesprek had ik geen vragen meer en namen we afscheid. Aan het eind van de middag zou ik gebeld worden en dat gebeurde.

Wat vond je van het gesprek?, was de vraag. De enige vraag die ik in mijn hoofd had was: ben ik aangenomen of niet? Ik werd aangenomen. Dat ik geen rijbewijs heb moet dan in januari opgelost zijn. Ik beloofde dat te gaan regelen. We spraken af om de volgende dag (vandaag) weer bij elkaar te komen om de laatste dingen te regelen.
Zodoende ben ik vanmorgen weer bij Terwille geweest. We maakten afspraken over salaris, het werk en andere randzaken. Morgen ga ik kennis maken met het team waarin ik kom te werken. Het teamoverleg (dat morgen is) is een ideale mogelijkheid om mijn gezicht te laten zien, verjaardagstaart uit te delen en kennis te maken.

Zo heb ik in een paar dagen ineens een jaarcontract voor zestien uur in een sector waar ik dolgraag wilde werken. Dat is gewoon gelukt. En hoewel ik het nog niet het besef, geloof heb of laat staan aan het idee gewend ben, is het echt helemaal echt!
Ik ben intens blij; ik ga mij zo ontzettend bewijzen, je wilt het niet weten. Terwille wil over een jaar niet meer van mij af!

Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat ik dit jaar of de komende jaren gauw in de verslavingszorg zou terecht komen. Vooral door de bezuinigingen in de GGZ en het karige aanbod qua vacatures. Gelukkig bewijst dit het tegendeel. Daarvoor heb ik mijn Vader in de hemel te danken, dat heb ik gedaan en zal ik de komende tijd nog veel vaker doen.

Een beter verjaardagscadeau had ik mij niet kunnen wensen.

Coldplay speelt het Malieveld plat

10-09-2012

Dit keer zou het echt gebeuren. Maandenlang had ik er reikhalzend naar uit gekeken. Ik zou Coldplay, de band waarvan menig vriend al een concert of twee van had gezien, live zien. Dit keer echt in tegenstelling tot de vorige keer. De vorige keer, toen Coldplay in het Goffertpark speelde, kon ik het, voor mij, gereserveerde kaartje niet accepteren door gebrek aan geld. In december 2011 kreeg ik weer een mogelijkheid om een kaartje te reserveren. Net als in 2009 had ik de middelen niet om het kaartje te betalen. Maar daar nam Pieter (die mijn kaart had besteld) geen genoegen mee. Hij belde mij en we maakten een betalingsregeling. Dit keer zou ik hoe dan ook mee gaan. Dat moest, vond hij.

Geen moment heb ik spijt gehad van die betalingsregeling. Dit concert was het mooiste van de concerten die ik heb meegemaakt. Het begon mysterieus, want waar waren die bandjes voor die we kregen bij de ingang en wat hadden die te maken met het concert. Toen we als een van de eerste van de laatsten het terrein op kwamen konden we een plekje vinden ergens halverwege het veld. We kwamen dan ook pas een klein uur voor het begin van het concert aan. De intensiteit van de show en de beleving werd er niet anders van en dat ik omgerekend €2,60 voor één plastic bekertje water moest betalen was daardoor gauw vergeten.

Met spetterende vuurwerk en het nummer Mylo Xyloto openden ze het concert. De bandjes die we gekregen hadden begonnen spontaan ritmisch licht te geven, ze hadden dus toch een functie. De handen van ruim 65.000 aanwezigen gingen automatisch simultaan de lucht in. Het was het begin van een prachtig concert waar de ene hit de andere opvolgde (met oa: The Scientist, Yellow, Up in Flames en Viva la Vida). Vanaf minuut één ging iedereen los. Ze wisten er een knallend feest van te maken. Het hoogtepunt zou voor sommige Hagenaars de magische woorden van het lied “Oh Oh Den Haag” geweest kunnen zijn uit de mond van Chris Martin. Ik vond het hilarisch.

Ik wist dat ze goed waren, maar dit spektakel met zo’n zuiver geluid had ik niet verwacht. Het duurde dan ook geen half uur voordat mijn stem het opgaf. Ik werd schor door het harde en vele meezingen. Van het feest rond het podium merkten we niet veel. We moesten het vooral hebben van de beelden op het scherm die halverwege het veld stond. Als ik op mijn tenen stond kon ik Chris Martin zien staan, hij was dan wel kleiner dan mijn pink.

Duidelijker zichtbaar werden ze toen ze na een korte pauze op een klein podium stonden. Intiem, klein en tussen het publiek. Daar speelden zij twee nummers voordat ze terug gingen naar hun grote speelveld. Daar sloten ze het concert op magische wijze af met (voor mij) het mooiste nummer die ze tot nu toe hebben geschreven, Fix You. Als toegift kwam daarna Every Teardrop is a Waterfall. Tijdens dit laatste nummer werd van de techniek nog een laatste hoogstandje verwacht. Dat gebeurde, met vuurwerk in de kleuren van het nieuwste werd het concert afgesloten. Een prachtig gezicht.

Het was een prachtig spektakel. Dat een gevoel los heeft gemaakt dat moeilijk te beschrijven valt. Het voorlopig nog bij mij blijven voordat deze langzaam wegebt. Stiekem moest je er gewoon bij zijn, dan snap je het wel..

De belevenissen van het solliciteren

24-08-2012

Vol enthousiasme was ik toen ik een vacature zag staan waarin gevraagd werd naar iemand met mijn opleiding. Enthousiaster werd ik toen ik las dat het in de stad was waar ik van houd. In Groningen werd door het Leger des Heils gevraagd naar een reclasseringswerker. Mijn stad, mijn opleiding en een doelgroep die ik uitnodigend, uitdagend en spannend tegelijk vind. Justitiabelen, soms bekend met een verslaving, veelal volwassen en mogelijk aan de onderkant van de maatschappij. De vacature was op mijn spreekwoordelijke lijf geschreven en dit zou mijn ding worden.

Voordat ik mijn enthousiasme goed kon verwoorden in een brief en waarom juist ik de geschikte kandidaat was voor de functie wilde ik eerst contact. Ik had een aantal vragen voorbereid en vuurde deze af op de persoon met wie ik telefonisch sprak. Professioneel en toch informeel werden de vragen beantwoord. Het zou gaan om een baan waarin veel gewerkt werd met dak en thuislozen, jongeren, zwakbegaafden, training en contact met de justitie. Blij en tevreden sloot ik het gesprek af en dankte voor het beantwoorden van mijn vragen. Ik beloofde afsluitend diezelfde dag mijn sollicitatiebrief te sturen.

In mijn brief beschreef ik mijn enthousiasme, hoe ik in mijn stage bij de VNN kennis had gemaakt met het Leger des Heils, dat de vacature mij op het lijf geschreven was, hoe ik met mijn christelijke overtuiging mij dagelijks praktisch wilde in te zetten in het werk en waarom ik juist de persoon was voor de functie. Tevreden over de brief verstuurde ik mijn brief. Omdat ik in al mijn gedrevenheid mijn brief zo snel had ingezonden moest ik lang wachten op uitslag. Ruim twee weken moest ik wachten tot ik bericht kreeg of ik uitgenodigd zou worden op gesprek.

Toen ik afgelopen maandag bij de Hoornse plas lag te genieten van het prachtige uitzicht, het water, mijn badlaken en de zon ging mijn telefoon. Ik zag een onbekend nummer in het scherm staan en nam op in de verwachting dat het de bezorger zou zijn van de vaatwasser. Toen ik de naam hoorde van de beller schoot ik rechtop en besefte dat het de man was aan wie ik mijn sollicitatiebrief had gericht. Ze hadden mijn brief gelezen en wilden mij graag uitnodigen op een gesprek. Ik was intens blij!

Afgelopen woensdagochtend was het zover. Van de spanning was ik al ruim op tijd wakker. Wat overigens ook volledig volgens plan was, want ik wilde niet bezweet door het warme weer en het harde fietsen aankomen. Op tijd stapte ik op de fiets. Ik had tijd zat en deed rustig aan. Haastige spoed is zelden goed. Ruim 50 meter nadat ik door het glas was gefietst en mijn band echt plat was besloot ik dat haastige spoed in dit soort situaties best handig konden zijn. Toen ik echt niet meer verder kon zag ik een tweewielerzaak. Ik dacht aan een leenfiets. Helaas stapte ik een brommer/scooter zaak binnen. Men vertelde dat een andere fietsenhandel om de hoek was en dan 250 meter verderop. Ik stapte op de fiets, want mijn binnenband was toch al verloren en moest nu zeker vervangen worden. Binnengekomen gaf ik aan dat mijn voorband lek was, de monteur melde, scherp als hij was, dat hij dat al gezien had. Ik legde hem uit dat ik om kwart over elf een sollicitatie gesprek had en dat ik een lekke band nu niet kon gebruiken. Een leenfiets had hij niet, maar als ik bij zijn collega even ruim zestien euro afrekende zou hij mijn fiets in vijf minuten weer klaar hebben. Binnen vier minuten zat ik weer op mijn fiets en racete ik de winkel uit. Ik had in totaal veertien minuten verloren en die moesten zo kwaad als het ging weer ingehaald worden. Een tijdje later was ik het pand al voorbij gefietst en zag dat ik nog zeven minuten had. Meegebrachte deo werd vakkundig gebruikt en ik stapte binnen.

In een ‘verhoor driehoek’ zaten drie leden van het personeel van het Leger des Heils. Gespannen nam ik plaats op mijn stoel. Het gesprek begon, na een korte voorstelronde werd het Leger uitgelegd, hun rol en wat het reclasseringsteam inhield. Vervolgens was het mijn beurt om vragen te beantwoorden. Door de spanning rolden de woorden niet zo gemakkelijk over mijn lippen als ik gewend was, maar uiteindelijk was er zelfs ruimte voor grappen. De sfeer werd telkens beter en ik kreeg een goed gevoel bij het reclasseringsteam, een warme werkplek waarin omgezien wordt naar elkaar. Een werkplek waar ik van houd. Mijn website en mijn dyslexie kwamen nog aan bod en wat ik in de vredesnaam (zo werd het niet benoemd) bedoelde met dat ik een tikkeltje narcistisch ben. Met goed gevolg legde ik uit dat ik van mening ben dat je eerst van jezelf moet houden voor dat je van andere mensen kan zorgen. Ik legde uit dat ik gechargeerd en uitlokkend juist die woorden had gekozen. Aan het eind van het gesprek werd me gevraagd of ik in vijf minuten wilde opschrijven wat ik van het gesprek vond. Dat deed ik en ik schreef eerst inleidend over mijn heenweg en dat ik nog zo het voornemen had om niet half zwetend aan tafel te zitten, maar dat ik daar toch, door een lekke band, het zweet van mijn voorhoofd wreef, dat ik het een prettig gesprek vond en dat ik er een prettig gevoel aan had overgehouden. Tot slot schreef ik dat ik hen snel hoopte weer te zien.

Vandaag werd ik gebeld. Ik was het niet geworden. Ik vroeg waarom er niet voor mij gekozen was. Volledig volgens het boekje werden eerst positieve zaken genoemd. Ik was een goede kandidaat, geschikt voor het werk, ik had de juiste mentaliteit, de juiste houding, het was een prettig gesprek geweest, maar ze kozen er toch voor om iemand te nemen die al ervaring had binnen het reclasseringswerk. Er is een tekort aan werknemers en werknemers die minder tijd kosten om in te werken waarom daarom wenselijker. Kortom; ik had te weinig ervaring en dat is om te huilen.

Toen ik vanavond op de bank zat te balen van het feit dat ik het niet geworden was. Dacht ik automatisch aan mijn vorige blog over solliciteren en hoe zonder ervaring, en geen organisatie die deze mensen een kans geeft, ooit ervaring krijgt. Is het afwijzen op gebrek van ervaring misschien een rotsmoes om niet te durven zeggen dat ik niet geschikt genoeg ben? Of is men te bang om pas afgestudeerden een kans te geven en zo ervaring te krijgen.

Maar he; We houden moed!

“…En straks droom ik van je ;)”

27-07-2012

Daar waar de Regge langsvoert en de zon op dit moment nog hoog aan de hemel schittert, daar waar bij een heldere nacht de sterren nog mooier zijn dan elders in het land, daar waar uitgestrekte landerijen glooien en fiets en wandelroutes samen komen. Daar ligt, vlakbij de Regge, Camping Bergzicht in Giethmen. Op ‘vakantie’ in Nederland, waarom zou je dat doen? Ik vroeg me dat af voordat ik naar de Bergzicht toe ging. Misschien was het omdat het de gewoonte was geworden, dacht ik. Maar toen ik maandag avond laat samen met mijn zusje (Margreet) naar het toilet wandelde keek ik instinctief naar boven. Op dat moment niet wetende waarom ik dat deed. Maar boven de route van onze staanplaats naar de toiletten schitterde daar bij heldere nacht de grote beer. Het bracht mij direct in herinnering terug naar het moment dat ik samen met mijn toenmalige over-buurmeisje van de Markte (het veldje waar we altijd staan) op onze rug in het gras lagen te kijken naar de sterren. Zij vertelde mij toen dat de grote beer een steelpannetje was en dat er een grote maar ook een kleine versie van was. Ik wist toen niets van sterrenbeelden en nu is dat niet anders. Toen ik maandag tijdens mijn eerste nacht over de camping liep wist ik bij het zien van de grote beer weer precies waarom ik naar de camping was gegaan. Ik voel mij er thuis en gewaardeerd. En dat eerste maar vooral ook dat laatste is erg belangrijk.

Het waren fantastische dagen, Mede dankzij het schitterende weer en de gezelligheid die haast vanzelfsprekend lijkt. Het weerzien met oude bekenden, het ontmoeten van nieuw personeel en het wennen aan de mensen die andere gebruiken hebben dan wij van huis uit gewend zijn. Alle belangrijke facetten waarover ik de afgelopen jaren wel eens heb geschreven waren ook dit jaar weer aanwezig. Ondanks de teruglopende drukte in de kantine was het daar elke avond ook weer gezellig. Goed barpersoneel, die tegen sarcastische humor kan, is daarin wel een belangrijk aspect. De gezelligheid was in zoverre groot dat ik niet zoals gepland gisteren naar huis terug ging, maar pas vandaag. Afscheid nemen, tja, ik ben er nog steeds niet goed in.

Zoals geschreven kwam ik maandag aan. Samen met Margreet, die zondag al was gekomen, ging ik op de fiets naar het centrum. We moesten nog wat dingetjes hebben en dat was prima te combineren met een goede lunch op het terras. We deden ons gebruikelijke rondje en stelden vast dat Ommen in het afgelopen jaar alweer geen spat veranderd was. Het leeft nog altijd vooral in de zomermaanden. En dat voornamelijk door de toeristen. Na de meegebrachte watermeloen verorberd te hebben moest er gezwommen worden. Die afspraak werd, met mijn aankomst, met de kinderen van mijn zus en haar vriend gelijk gemaakt.

Vorig jaar ging ik samen met mijn ouders en zusje naar Giethoorn om te varen. Dat moest ook dit jaar gebeuren, vonden wij. Aan het einde van de middag was een fluisterbootje gereserveerd waardoor we de volgende ochtend al om kwart voor tien al in dat gereserveerde bootje zaten. Al varende hoorden we dat de toerisme in Giethoorn zou teruglopen. Daar merkten wij niets van. Over de hele route was er sprake van filevorming. En net als op de weg was dat resultaat van slechte bestuurders. Gelukkig hadden wij ervaring en konden wij feilloos tussendoor varen. Thuisgekomen gingen werd er gebarbecued en nog even afgezakt in de kantine.

De dag erop (het is inmiddels woensdag) ging ik mountainbiken met Bert. Hij woont, net als ik, in Groningen en was, net als ik, bij zijn ouders op bezoek. In de omgeving van Ommen zijn verschillende mountainbike-routes die ik iedereen kan aanbevelen. Maar wat was ik gesloopt nadat we anderhalf route hadden gefietst. In het wiel van Bert werd ik, zoals vooraf al verwacht en uitgesproken, naar huis gereden. Met oorlogswond uiteraard. Ik leerde onderweg dat, hoe vlak de weg ook lijkt, er altijd reden is om met je handen aan het stuur te fietsen. Ik deed dat niet en viel beschaafd. Resultaat is een prachtige schram op mijn dijbeen. ’s avonds kwam er nieuw gezelschap. Mattias kwam buurten en later schoof ook Robert aan. Slechte grappen was het gevolg.

Het mooiste kwam pas later die avond. ’s avonds laat werd ik gebeld door een jongen. Hij vertelde dat hij waarschijnlijk verkeerd verbonden was (al heel gek omdat dat proces van doorverbinden al jaren niet meer bestaat). Ik reageerde door te zeggen dat ik best even met hem wilde praten. Maar omdat hij zichzelf herhaalde besloot ik toe te geven en zei dat het niet uitmaakte en ik verbrak de verbinding. Wie had gedacht dat deze jongen nog geen half uur later smste of ik Michelle was of dit niet het verkeerde nummer was. Ik moest maar even smsen of ik Michelle was. Hij voegde daaraan toe dat die dag erop om tien uur met die ‘knappe blonde strandje’. Ik dacht; je bent wel een beetje een uilskuiken als je eerst belt en dan ook nog smst. Ik besloot terug te smsen: “Ik zie je morgen om 10:00! En straks droom ik van je ;)”. Nog geen minuut later kreeg ik een prachtige reactie die met lachsalvo’s van mij en anderen werd ontvangen. Tegelijkertijd had John Doe geen flauw idee dat ik Michelle niet was. Ik of Michelle, moest maar lekker gaan dromen over de Duitse vriendjes :$ (verlegen gezichtje). Hij zag ons morgen wel gevolgd door xxx en een (}) (knuffel) het werd mij duidelijk dat deze jongen nog in de chat sferen zat. Zo smsten we nog wat heen en weer tot dat ik John Doe smste dat ik ging slapen. Dat John Doe de volgende dag, na de afspraak van 10uur er nog niet uit was met wie hij smste bleek uit zijn sms van 21:16. ‘waar ben je nu’ Na enig overleg antwoordde ik “Sorry, ik was even aan het chillen, niet echt op m’n telefoon gelet; wat doe jij nu?” Tot op heden nog geen reactie van hem gehad. Zou de arme jongen het inmiddels doorhebben?

Donderdag zou ik naar huis gaan, maar alles in mijn schreeuwde voor nog een rustdag en een nacht op de camping. Niet omdat de matjes van ruim vier centimeter zo lekker liggen, maar omdat ik nog geen zin had om naar huis te gaan en omdat mijn potentiële eetdate afzegde. Ik besloot nog een laatste laatste avond er aan te plakken en vandaag vrijdag naar huis te gaan.

Het waren fantastische dagen. Familie Lamberink, bedankt (dan heb ik vrijwel alle medewerkers wel gehad geloof ik) en tot de volgende keer! Ouders en zus en Hans + kinderen natuurlijk ook bedankt voor de gezelligheid.

Werkgevers van Nederland opgelet!

09-07-2012

Hallo Werkgever,

mijn naam is Gertjan Janssen. Ik ben 26 jaar en pas afgestudeerd Maatschappelijk Werker. Ik ben sinds kort geen student meer. Nee, ik ben momenteel werkeloos en daar zou ik graag wat aan willen doen. Het liefst zou ik in de verslavingszorg werken. Om dat te verwezenlijken heb ik vandaag mijn eerste open sollicitatie geschreven en verstuurd. Op hoop van zegen zullen we maar zeggen. Wie weet word ik uitgenodigd op gesprek en word ik in het mooiste geval aangenomen. Maar, omdat ik daar niet te veel op wil hopen schrijf ik deze blog alvast aan jullie.

Het liefst zie ik mijzelf niet, nog maanden, zoeken naar een (droom)baan in de sector waarvoor ik geleerd heb, dat begrijp je hopelijk. Nee, het liefst zou ik nog vandaag een baan vinden. Maar, eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat het mij wel lastig word gemaakt. Bij het aantal vacatures waarbij een maatschappelijk werker wordt gevraagd is werkervaring een functie-eis. ‘Minimaal zes jaar werkervaring vereist’ of ‘drie jaar werkervaring in de jeugdzorg vereist’. En zo kan ik er nog wel een paar citeren.

En natuurlijk ik weet ook wel dat het jullie momenteel niet gemakkelijk word gemaakt door de bezuinigheden van de overheid (dank je wel, Den Haag, kan je zien dat ik daar niet blij mee ben?). Maar stiekem vinden jullie het toch ook veel leuker om pas afgestudeerde ‘jonge honden’ aan te nemen? Wij hebben vaak nog geen last van beroepsdeformatie en zijn enthousiast om elke kans te benutten? Wij zijn als ware ruwe diamanten die nog geslepen kunnen en soms moeten worden.

Kijk naar mij: Zoals ik al schreef ben ik 26 jaar, ik ben een man; toch wel een voordeel (want laten we eerlijk zijn mannen zijn er nog niet genoeg in de hulpverlening), ik ben ambitieus, leergierig, heb een groot relativeringsvermogen, ik houd van uitdaging, ga geen moeilijke situaties uit de weg, maar zoek ze ook zeker niet op. Ik heb alle basisvaardigheden, die nodig zijn om maatschappelijk werker te zijn, onder de knie. Ik heb met plezier tien maanden stage gelopen in de verslavingszorg en ik heb een minor gevolgd dezelfde richting. Ik ben klaar om te werken en bovenal gemotiveerd om te gaan werken.

Werkgever, beeld je eens in hoe het voor jou zou zijn als je in mijn schoenen stond. Vier jaar lang hard gewerkt om je bachelor diploma ‘Social Work’ te halen om vervolgens geen enkele geschikte vacature te vinden omdat je er in eerste instantie haast geen vacatures zijn. En als ze er zijn omdat je domweg geen werkervaring hebt. Hoe is dat? Leg mij anders eens uit hoe ik werkervaring krijg?

Misschien moeten we met elkaar afspreken dat juist alle vacatures wel extern worden uitgegeven en niet zoals in grote concerns intern worden opgelost in verband met de bezuinigingen. Laat het weer eens om het talent gaan en niet het geld (mooie utopische gedachte niet?). Of dat alle contracten aflopen in juli zodat de nieuwe lichting kans heeft op een baan binnen een gerenommeerde instelling.

Vandaar deze blog. Als er niet voldoende vacatures zijn draai het wel om. Werkgevers van Nederland, je weet nu een klein beetje wie ik ben. Als je geïnteresseerd bent in mij als jou werknemer, neem dan gerust contact op. Jij de vraag, ik het aanbod. Wie weet komen we eruit.

Op zoek naar

17-06-2012

Toen ik nog bij mijn ouders in Assen woonde was er op radio Drenthe, de zender die dagelijks aanstond in de keuken, een programma wat ‘op zoek naar’ heette. Toen ik vanmorgen onder de douche nog maar eens een keer nadacht over de telkens hogere drempel om een blog te schrijven, besloot ik dat het vandaag maar moest gebeuren. Het onderwerp werd, door de gedachte geleid, al gauw ‘Op zoek naar’. Ik zal uitleggen waarom.

Terugkijkend naar de weken na mijn laatste blog-bijdrage zie ik een duidelijke regelmaat. Een regelmaat van soms naar school, vaak laat op bed en verder thuis de boel proberen schoon te houden. Regelmatig is het, maar ik ben er inmiddels wel achter dat het saai is. Bijvoorbeeld de afgelopen week. Deze werd beïnvloed door het EK in Polen en Oekraïne. Het EK waarop Nederland tot op dit moment keihard gefaald heeft. Want na twee wedstrijden hebben we welgeteld, en, let op, dit is naar boven afgerond, geen enkel punt en maar één doelpunt door een spits, die volgens zoveel mensen, geen eens een spits had moeten zijn. Hoe ziet die regelmaat er dan uit? vraag je je misschien wel af.

Om dat goed te kunnen neerzetten moet ik misschien eerst de situatie schetsen. Wie mij op andere manieren volgt, weet al dat mijn kamer omgebouwd is tot het domein waarin het EK gekeken wordt. De indeling van mijn kamer is drastisch veranderd en een geleende beamer is nu het middelpunt van de kamer. De afgelopen anderhalf week heb ik dan ook meer naar een witte muur op mijn kamer zitten staren dan ik de rest van mijn leven zal doen.

Terug naar de regelmaat. Het begint allemaal met wakker worden. Ik hoop dat dat gedeelte ook wel blijft. Vervolgens constateer ik, dat ik voor mij gevoel veel te vroeg ben wakker geworden. Ik pak mijn laptop en blijf zo nog ongeveer uur in bed. Vervolgens ga ik uit bed en ruim de achterbleven rommel van de avond ervoor op. Daarna is het tijd vullen met films en Xbox tot een uur of vijf om dan te eten met gasten die al gekomen zijn en vanaf een uur of half zes loopt het huis rustig vol. Samen kijken we voetbal en praten wat na tot laat. Als iedereen weg is en alle glazen weer in de keuken staan poets in mijn tanden en ga slapen.

De wedstrijden van het Nederlands elftal zijn het best bezochten. De laatste wedstrijd waren we met 23 personen. Tegelijk, word dan ook het beste gedronken. Dat maakt dat de stapel statiegeld-kraten inmiddels al weer een luttel bedrag van 93,60 euro waard is.

Misschien klinkt het, als je het nog retedruk hebt met eens studie of al in de dagelijkse sleur van een vaste baan zit, leuk en geloof me dat is ook! De beamer is van zeer goede kwaliteit (waarvoor dank, Datas). De beamer maakt films kijken of potjes Fifa spelen op de Xbox een adembenemende attractie. Maar, ik denk niet dat ik dit nog eens twee maanden zo vol houd. Dat hoeft ook niet want over ongeveer twee weken is het EK voorbij, zal de beamer weggaan en zal ik mijn kamer opnieuw mogen verbouwen. Maar even in alle eerlijkheid. Ik zou mij werkelijk helemaal kapot vervelen als ik de de komende twee maanden geen dagbesteding zou vinden. Voor de komende weken heb ik drie dingen gepland die studie gerelateerd zijn. De presentatie van ons onderzoek, een vakgesprek en tot slot op drie juli een verplichte slotconferentie. Dan is het klaar, heb ik mijn punten, kan ik mijn diploma afhalen van een kantoor en ben ik afgestudeerd.

Maar dan? Kortom, ik ben dus op zoek naar dagbesteding. En dan niet, net als op radio Drenthe, in ruil voor een rollade, ‘DE koffie’ of de ‘friese berenburg’. Nee, ik zoek iets uitdagends. bijvoorbeeld een goede baan met een leuk salaris (wie wil dat nou niet?). Momenteel ben ik erg georiënteerd op de ambulante verslavingszorg. Naar de instellingen die dat bieden in Groningen, Verslavingszorg Noord Nederland (waar ik stage heb gelopen) en Terwille ga ik ook open sollicitatiebrieven sturen. Maar tegelijk weet ik dat er een kleine kans is dat ik uitgenodigd zal worden op gesprek, laat staan een baan krijg aangeboden. Want in deze sector wordt dankzij politiek Den Haag zo ontzettend veel bezuinigd dat ik de droom, die ik nu heb om in die sector te werken, voorlopig kan laten varen. Dat werd ook bevestigd door een ex-collega van de VNN die ik een maand geleden tegenkwam, zij voorzag dat er niet gauw mensen aangenomen zouden worden.

Goed, ik op zoek naar iets uitdagends, waar veel tijd in kan zitten en waarmee ik de grenzen van mijn kunnen opnieuw moet zoeken.

Weet jij iets?

Rustoord Villa Molshoop (Nijmegen)

23-05-2012

‘Ja wie had dat gedacht, van villawijk naar krantenwijk..’ ‘..Ik woon in een groot huis met een lift, maar er wonen ook andere mensen’ (beide van de Telfortcommercial). Het mag duidelijk zijn, na afgelopen weekend in een – voor studenten gezien – riant huis te hebben geleefd in Nijmegen was het afgelopen maandag weer wennen aan mijn eigen kamer.

Het geval wil dat Anne, één van de vrienden die ik heb leren kennen op camping Bergzicht, in Nijmegen in een antikraakpand woont. Een paar weken geleden mailde ze ons (vrienden van Bergzicht) in een overweldigend impulsief moment dat het wat haar betreft lang genoeg geduurd had en dat  ze ons nodig weer moest zien. In de haar e-mail stelde ze twee weekenden voor. Midden in mijn scriptiestress zag ik deze e-mail. Haar idee leek mij fantastisch en dat was het ook!

Afgelopen vrijdag reisde ik naar Nijmegen. Na een korte lunchstop in Assen vervolgde ik mijn reis. De trein stopte op plaatsten die ik niet kende en gauw weer hoop te vergeten; Wijhe, Olst, Dieren, Elst.. ik dacht: ‘Wanneer wordt er omgeroepen dat het einde van de beschaafde wereld voor ons ligt en dat de NS de veiligheid vanaf dit punt niet meer kon garanderen’. Deze melding bleef uit en plots hoorde ik dat het volgende station Nijmegen zou zijn. Ik was gered! Ik stapte uit en keek om me heen en even voelde ik mij alleen, maar dit keer geen pilaar op het station te vinden waar zij achter vandaan kwam met een lachend gezicht. Dus vol  goede moed stapte ik in de bus die mij het dichtst bij de woning zou brengen.

Het huis was groot. Het bleek van de ex-keeper van NEC te zijn geweest, hij had het laten bouwen en kon daar na zijn vertrek naar een andere club niet blijven wonen. Het werd via de gemeente anti-kraak en nu woont Anne daar met vrienden. In een ver verleden heb ik ook wel eens (anti-)kraak gewoond maar in vergelijking met dat kantorenpand zonder goede voorzieningen was dit een paleis. Een ruime keuken met vijf pits gasstel, een ruime woonkamer met eettafel en voldoende zitruimte, terrasdeuren naar een riante achtertuin met gras en een terras. Twee badkamers waarvan een met groot ligbad waar ik 191cm zelfs fatsoenlijk in paste en een luxe douche/stoomcabine. Dit alles voor een huurprijs die ruim lager is dan de huur die ik momenteel mag betalen voor mijn 26m2. De prijs is all-in wat betekende dat we alle faciliteiten zo lang mochten gebruiken als we wilden. En dat gebeurde.

Het weekend was ontzettend gezellig, oude herinneringen werden op de spreekwoordelijke tafel gelegd, foto’s die in het verleden gemaakt waren werden bekeken, spelletjes werden gedaan en trouw en samenwoonplannen werden luchtig besproken. Het was lachen gieren brullen en moeilijk te verwoorden in deze blog. Een gevalletje: ‘je moest er bij zijn’. Vrijdagmiddag kwamen de gasten langzaam binnendruppelen. Uiteindelijk waren we rond elf uur ’s avonds compleet. Vijf vrouwen en twee mannen. Een spelletje werd gedaan, toastjes werden gesmeerd en plannen voor de volgende dag werden, door mij, vakkundig in de ijskast gezet. Ik had een relax weekend voor ogen en dat moest, vond ik, vooral zo blijven. De volgende dag gingen we na een traag ontbijt en een uitgebreide training (relaxen voor gevorderden, les drie) Nijmegen in. Een leuke stad met wisselend publiek. Er was een divers geklede mensen op straat die weinig hadden van zowel de mensen die ik in Groningen of in Leiden tegen was gekomen. Iets nieuws, dus interessant. Toen de ober van het terras onze bon niet kon vinden in het systeem en wij daardoor beduidend goedkoper van het terras liepen en we op de markt, waar uitsluitend kleding te koop was, geen munt (voor Mojito’s) konden vinden besloten we naar huis te gaan en een welverdiend biertje te drinken in de zon. Onderweg naar de fietsen zag ik nog dat er, in tegenstelling tot Arnhem, wel een loempiavouwer (verkoper) te vinden was. Dus die had Nijmegen ook in de pocket.  2-0 voor Nijmegen.

Zondag sloten we de dag af door met de overgebleven logees nog naar een plas in de buurt te gaan. Daar mocht ik, goedgekeurd door mijzelf, blootsvoets door het koude water heen wandelen. IJskoud en minder lekker dan tijdens de nazomer in de zee tussen Noordwijk en Katwijk, waar ik op dat moment aan moest denken. Dat was, ondanks de gezelligheid die hier meer aanwezig was, toch idyllischer.

Al met al was het een fantastisch weekend en zeker voor het herhalen waard. Niet alleen vanwege de fantastische accommodatie en het kunnen genieten van de stoomcabine, maar meer omdat ik deze vrienden voor mijn gevoel te weinig zie. Goede dingen dus.

Harddisk Meltdown

04-05-2012

Vorige week donderdag hield mijn geliefde Macbook pro, die al ruim twee en half jaar zonder enkel probleem zijn werk doet, er het er plotseling mee op. Het is rond één uur in de nacht en ik wilde op bed gaan. Het chatgesprek waarmee ik bezig was wilde ik al afsluiten en het zelfde doen met mijn Mac. Van het een op het andere moment merk ik dat het beestje wat moeite heeft met de programma’s die ik open heb staan. Spotify verzorgt mijn muziek, Youtube zorgt zo nu en dan voor het zelfde en op de achtergrond draait Word, Skype en Firefox. Niet meer dan gebruikelijk. Waar hij vijf minuten eerder nog soepel tussen de programma’s switchte. Verschijnt er nu het vrolijke strandballetje. Ok, eerlijk is eerlijk, dat balletje had ik wel eens eerder gezien, maar dan was hij mijn mac aan het indexeren. Zelfs dat deed hij nu niet. Na tien minuten besloot ik hem uit te zetten en opnieuw aan te zetten. Pas na veel angstzweet, toetsencombinaties en na half drie in de nacht kreeg ik weer wat leven. Geweldig was het niet. Maar voor nu eerst voldoende. Ik ging slapen. Die vrijdag ging ik laatste enquêtes ophalen en liep gelijk even langs de Icentre om advies te vragen. Het advies? Ik moest maar gauw mijn documenten back-uppen, want zoals ik het uitlegde en liet zien leek de harde schijf terminaal te zijn, het kon nog wel drie week duren, maar ook zo diezelfde dag gebeurd zijn.

Terminaal, net als de gasten van het Gasthuis waar ik mijn afstudeeronderzoek doe. (naar de vrijwilligerstevredenheid). Maar net als het overlijden van mensen, die wij vanavond mogen gedenken, was het overlijden van mijn harde schijf ook niet een goede grap. Zaterdagochtend bracht ik hem weg. Hij was inderdaad overleden, vrijdag werd mij verteld dat het binnen drie werkdagen wel verholpen kon zijn. Dus dat zou dan donderdag zijn. Veel te lang en op het verkeerde moment zei ik nog in de winkel zaterdag. Mijn afstudeeronderzoek moet over twee weken ingeleverd (inmiddels over tien dagen) worden en ik heb mijn mac daar echt bij nodig. Vandaag is het vrijdag, bijna een week later. Mijn mac is niet in mijn bezit. Woensdag is mijn mac ‘in behandeling genomen’. Gisteren ging ik uit nieuwsgierigheid naar de winkel of er al duidelijk was en wanneer ik een offerte kon verwachten. Wat ik al dacht, bleek het geval te zijn. Mijn harde schijf was kapot en moest vervangen worden. Optioneel was het vervangen van het toetsenbord omdat die een beetje plakte. Ik zou gisteren of vandaag een offerte krijgen, zo was het verdict. Met een beetje hoop zou ik hem dan zaterdag ophalen dacht ik. Zeker als de harde schijf op voorraad was zoals mij die week ervoor was verteld.

Nog geen half uur geleden belde ik nog maar eens, is de offerte al onderweg naar mijn email? – Ik schrik de hele dag al op van vreugde en spanning als ik een mail krijg – maar nee, dat zou zaterdag worden, als ik dan gelijk zou antwoorden, moest het onderdeel nog besteld worden, dan zou hij maandag bezorgt worden en zou ik dinsdag mijn mac op kunnen halen. Dat was het antwoord. Ze hadden in elk geval geleerd slecht nieuws in een keer te brengen.

Mijn eerste gedachte was. Gostronokkes (en dan druk ik mij nog behoorlijk zacht uit). Juist in de twee belangrijkste weken van de afgelopen vier jaar is mijn laptop naar de zak en doet Icentre er tien dagen over om te zorgen dat hij klaar is. Een dag staat hij niets te doen op het kantoor, een dag voor onderzoek, drie dagen om een offerte te sturen.. Wat een gezeik zeg. Hoe moeilijk is het om een offerte te sturen? De reparatieservice kan in elk geval versnelt worden, dat is wel duidelijk. Ik ga de komende twee uur even chagrijnig zijn. Dan relativeer ik het wel weer door te zeggen. Ik kan er ook niets aan doen. Verrekte overmacht.

Had ik al gezegd dat ik waarschijnlijk al mijn 14000 foto´s en nog meer muziek kwijt ben (omdat ik niet backup)?

EO Jong; burn-out

16-04-2012

Uit onderzoek blijkt dat de meeste mensen met burn-out verschijnselen twintigers zijn. Die verschijnselen gaan verder dan de stress die hoort voor en tijdens een tentamenperiode of het afstudeerproces. Afgelopen woensdag ging het over het hebben van een burn-out in het programma Jong. Een programma dat ik niet vaak kijk, maar afgelopen woensdag zat ik ruim van te voren bij de televisie. Reden? Een vriendin van mij vertelde in dat programma over haar burn-out

Paudwina, want daar gaat het om, leerde ik kennen via Niels. Hij had al intensief contact met haar en vertelde over wat het contact tussen hen voor hem betekende. Wat Niels mij, over haar, vertelde maakte mij nieuwsgierig, ik dacht; dit moest wel een bijzonder iemand zijn. Dat bleek een rechtvaardige gedachte toen ik haar persoonlijk leerde kennen. Niels nam haar mee voor een eetdate. Ik leerde haar, die avond, kennen als een energieke jonge ambitieuze vrouw die zin in het leven had. Niet lang nadat ze binnen waren gekomen leerde ik haar voorliefde voor sinaasappelranja kennen. Ik vroeg; ‘Paudwina wil je iets drinken? Ik heb Taxi, dubbelfris, sinaasappelsap, cola light, thee, rose, rode wijn,…’ en nog voordat ik was uitgesproken zei ze.. ‘heb je ook ranja?’. Gelukkig had ik het in huis. Want mevrouw drinkt het liefst de hele dag niets anders dan sinaasappelranja. Ze vind het heerlijk! Dat is maar een van de dingen die er voor zorgen dat ze een mooi mens is! Omdat ook haar te illustreren twitterde ik nog diezelfde avond het volgende (wetende dat mensen dat verkeerd zouden kunnen interpreteren): “Wat een mooie avond; wat is het ontmoeten van een potentiële ‘vriendin’ soms toch verrijkend.”. (reken maar dat ik vragen kreeg)

Ik leerde ook een andere kant kennen. Laten ik zeggen; de kant die we nu allemaal hebben kunnen zien. Want Paudwina heeft net als 700.000 anderen (cbs.nl, 2005) last van een burn-out en vertelt daarvan in het programma Jong. Samen met Niels heb ik programma gezien, in deze blog mijn gedachten daarover.

Allereerst vind ik het ontzettend dapper dat ze met het programma heeft meegedaan. Als ik in haar schoenen zou staan dan zou ik het niet durven om op de nationale televisie het diepste van mijn ziel te laten zien en mij zo (letterlijk en figuurlijk) bloot te geven. Bewonderingswaardig vind ik het! Tegelijk was het gek om haar te zien op de televisie. Nog geen anderhalf maand daarvoor had ze in de stoel gezeten waarin toen zat te kijken. Na het programma bleef ik met een ziek onderbuik gevoel zitten, dat gevoel kan ik het beste omschrijven als het gevoel dat je trek in eten of drinken wegneemt.

In het programma werd het duidelijk welk doel ze voor ogen had. Een goede carrière, een huis met drie verdiepingen, een Q7 bij twee kinderen en slechts een ton per jaar salaris. Met andere woorden, succesvol worden en ze zou er alles aan doen om dat doel te halen. ’s Ochtends vroeg uit bed, naar school, haast direct door naar het werk om daarna weer naar bed te gaan. Een ritme waar ik al gauw gek van zou worden, voor haar het leven om haar doel te realiseren. Alles in het teken van het doel.

Nu heeft ze anderhalf jaar last van de gevolgen van een burn-out. In het programma geeft ze aan dat ze antidepressiva slikt. Het moest van de huisarts, verteld ze, Waarom? Om haar hoofd boven de grond uit te kunnen steken en te zien dat de zon nog wel schijnt. Later word ze door Klaas (programmamaker/interviewer) geconfronteerd met het feit of ze naar haar ex-werkplek wil gaan (Een plek die ze vanwege haar paniekgevoelens al anderhalf jaar heeft gemeden). Op het moment dat gezegd wordt: ‘Als ik er nu heen rijd’, zag en hoorde ik iets veranderen in haar mimiek en stem. De paniek kwam zichtbaar en hoorbaar terug en ze klapte, voor mijn gevoel, dicht.

Toen realiseerde ik me, nog meer als toen ze het vertelde bij mij thuis, hoe diep de burn-out zit en in hoeverre een burn-out je leven overneemt. Ik vond het moeilijk om te zien hoe moeilijk ze het heeft, dat resulteerde in het vechten tegen een overvloed van vocht in mijn traanbuisjes. Hoe graag ik het ook zou willen, ik kan geen draaglast overnemen of wat van mijn draagkracht geven. Ik hoop en bid alleen voor haar en anderen die er last van hebben dat ze er bovenop komen. Dat ze het voelbaar diepe dal kunnen overwinnen en er sterker uit komen.

Jawel, je las het goed, ‘en anderen’. Want ik heb nog twee vrienden die het de afgelopen periode en het ook niet gemakkelijk hebben gehad en soms nog moeten vechten tegen de burn-outverschijnselen. Alle drie zijn het, één voor één mooie mensen die ik zoveel meer gun dan deze ellende.

Een ding wil ik ze beloven, Ik zal, waar ik kan, jullie ondersteunen en helpen.

Heb je het programma nog niet gezien? Dan raad ik je aan om te kijken. Het is aangrijpend, ook het verhaal van Rinze (die niet genoemd is in deze blog), maar tegelijk ook leerzaam. Je kan het kijken op uitzendinggemist

Wageningen

05-04-2012

Klokhuis, Wageningen. Telt een huis en zijn gezelligheid ook direct als maatstaf voor de hele stad? Als dat het geval is; dan is Wageningen de stad waar ik zou kunnen wonen; wat een gezelligheid was dat afgelopen weekend! Ok, één nadeel is er wel, Wageningen is de enige studentenstad in Nederland waar je niet met de trein kunt komen. Afgelopen weekend ging ik naar Wageningen en dit zijn mijn belevenissen.

Imko kwam mij in zijn schitterende auto ophalen vanaf station Ede-Wageningen. Wat heet schitterend, De Citroën Dyana waarin ik vervoerd werd was een twee cilinder en maakte ontzettend veel herrie, maar oh oh wat was dat mooi! Mijn tas paste niet in de laadruimte omdat die vol lag met gereedschap voor het geval dat de auto onderweg ermee zou ophouden.

Diezelfde avond maakte ik kennis met Wageningers. Tenminste Wageningers? Het was een bont gezelschap van importwageningers, Uit Groningen, Brabant, Drenthe en niet te vergeten diegene die het feest gaf. Zij had voor een Wageninger een behoorlijk Rotterdams accent. De sapjes gingen die avond sneller dan de koelkast kon koelen en was daarom al op voordat de avond was aflopen. De avond werd afgesloten met een kennismaking met het matras waar ik het weekend een innige relatie mee kreeg.

Zaterdag stond in het teken van shoppen, Imko’s huisgenoot zocht nog een aantal ‘t shirts en wij mochten mee. Uiteraard deden we dat voor onze advies kunsten en eigenlijk had ook wel zin in zo’n Vietnamese loempia die je in principe op elke straathoek kunt vinden. Probeer dat maar eens in Arnhem, ik weet niet of afgelopen zaterdag er een staking was van alle Vietnamezen in Arnhem, maar waar we ook zochten en keken (en geloof me, dat deden we) er was geen enkele Vietnamees te vinden. Geen één. Uit nood hebben we bij een visboer kibbeling gegeten. Diep bedroefd gingen we terug naar Wageningen, maar niet voordat we nog mooie plaatsen bezochten op de rand van de Veluwe. Voor wie Frankrijk in Nederland wil beleven moet zeker naar het plaatsje Heveadorp gaan. Wat een prachtig dorp is dat!

Thuis werd er ge-eetdate met vrienden die ik vrijdagavond ontmoette. De pasta die te lang op stond zorgde voor een plakkerige maaltijd, maar gelukkig maakte het stoofpotje en de kaarsjes veel goed. De discussie om film te kijken of nog een borrel te halen in Wageningen werd die avond gewonnen door de filmstemmers. de ‘Gladiator’ werd gekeken, een film die niet vaak genoeg gezien kan worden.

Met de fantastische quote: “My name is Maximus Decimus Meridius, Commander of the Armies of the North, General of the Felix Legions, loyal servant to the true emperor, Marcus Aurelius. Father to a murdered son, husband to a murdered wife. And I will have my vengeance, in this life or the next.”

Na de film gingen Imko en ik toch even naar de stad om af te pilsen. Binnengekomen in ‘cafe the doctor’ zag ik een toegestroomd publiek die symbool zou kunnen staan voor de Nederlandse maatschappij. Dik, dun, autochtoon, allochtoon, Nederlands, buitenlands, blank, negroïde, kak, met pet op, dronken, nuchter, groot, klein. Het was zelf zo divers dat er niet echt een overheersende stijl te vinden was, zoals dat in Groningen wel is. Dat was goed te horen aan de muziek, zulke kroegen moeten geen verzoeknummers draaien, vind ik. Ze draaiden daardoor ik-laat-mijn-bier-staan-en-ga-weg-zo-slechte-muziek tot redelijk acceptabele en goede muziek. Maar het liefst door elkaar heen. Jammer wel.

Zondag sloten we het weekend af met een uitvoering van de Mattheus Passion die a capella word gezongen in een prachtige kerk. Helaas had ik het na tien minuten al gehoord. Het was zaai, monotoon en ik miste de instrumenten. Volgend jaar maar naar een echte uitvoering.

Het weekend een daverend succes (en voor herhaling vatbaar). Door het niveau en de grappen waarin Imko en ik elkaar naadloos aanvulden werden sommige mensen haast gek, anderen moesten er keer op keer om lachen. Persoonlijk hoogtepunt, was voor mij, de afwasdate op zondag met Elly en Rikkert zo hard aan dat vrienden van Imko, twee verdiepingen lager, het konden horen.

 

Online daten en studiekronkels

18-03-2012

Het is al een tijdje geleden dat ik wat gepost heb. Dat ligt er niet aan dat ik niets mee maak. Nee, dat is het probleem zeker niet. Mijn agenda staat redelijk vol waardoor het sociale dier in mij met volle teugen kan genieten van alles wat Groningen, in sociaal opzicht, te bieden heeft. Maar om er vervolgens over te schrijven? Dat vind ik nog wel eens lastig in de weken na het PVT. De drempel om te schrijven werd bij elke mislukte poging hoger en uiteindelijk wilde ik ook iets schrijven waar jij als lezer ook echt iets aan zou hebben. Maar maak je geen illusies, dat laatste is niet gelukt.

Om gelijk met de deur in huis te vallen: Ik sta op FunkyFish (een christelijke datingsite en community ineen). Ik ben namelijk ‘over datum’ en nog altijd vrijgezel aldus de initiatiefneemster. Nadat ik eerst dat wekenlang mocht aanhoren heeft Floortje mij aangemeld, een foto uitgezocht en mijn profieltekst geschreven. Nu is het mijn beurt en moet ik de volgende stappen zetten. Dat is op de site ‘flessenpost gooien’ en ‘vissen’ naar vrouwen. Maar om nu te zeggen dat ik er blij mee ben? Mhoah, ik sta er ambivalent in. Misschien ook wel door het 13jarige gehalte die de site uitstraalt en de gebruikte metaforen zoals ‘flessenpost’ en ‘onlijn’. Wie weet dat in dit schrikkeljaar een vrouw het initiatief neemt en een hengeltje uitgooit, dan hap ik natuurlijk als een echte vis. Tegelijk kan het prima dienen als SOG-middel om niet mijn scriptie/afstudeeronderzoek bezig te hoeven.

Wat mij tegelijk brengt bij het volgende onderwerp, mijn afstudeerscriptie. Vorige week kwam ik erachter dat de derde en tevens laatste inlevermogelijkheid van het rapport in het nieuwe studiejaar is. Voor mij zou dat het zesde studiejaar zijn. Dat betekent dat ik langstudeerder ben en ruim vier en half duizend euro college geld moet betalen. Op zich zou dat geen probleem zijn als ik en mijn afstudeermaatje op schema zouden zijn. Edoch, niets is minder waar. We zijn namelijk net begonnen met het onderzoeksontwerp en moeten dus nog een hoop werk inhalen.

We gaan onderzoek doen bij Hospice Gasthuis Groningen. Het Hospice ‘Gasthuis Groningen’ biedt 24-uurs zorg aan mensen met een terminale ziekte. In het Gasthuis kunnen mensen in een huiselijke en veilige omgeving in alle rust afscheid nemen van dierbaren en van het leven.

Binnen dit gasthuis gaan we een tevredenheidsonderzoek doen onder de vrijwilligers. Aan enthousiaste ontbreekt het niet. Ik heb zin om te beginnen met de interviews, maar er moet nog veel heel veel gebeuren voor we zover zijn. Met andere woorden.. Stress!

We hebben tot veertien mei om het eerste rapport af te schrijven en in te leveren. Dat is erg kort, dus ik zou wel stress moeten hebben, maar ik heb dat nog niet echt. Plan de campagne is dat ik komende week veel, heel veel ga schrijven en literatuuronderzoek ga doen.

Goed schoolnieuws tussendoor (om toch even af te wisselen). Ik heb al mijn minorpunten gehaald! Ik hoef daarvoor dus niet meer terug naar Leiden. Tegelijk ga ik een feest geven hier in Groningen omdat ik beloofd had aan mijn klasgenoten dat ik een feest zou geven in Groningen als ik al mijn punten van het tweede blok in één keer zou halen. Dat is gelukt.

Vooruit, om af te sluiten nog een kort zeurderig stukje.  Het afstudeeronderzoek is niet het enige wat gedaan moet worden. Nee, de Hanze Hogeschool heeft bedacht dat we naast ons afstudeeronderzoek nog voldoende tijd hadden om vier vakken te volgen in twintig week. Dus dat doen we er verplicht naast. Zestien punten voor het onderzoek en veertien voor nog meer schrijfwerk en gespreksvoering, ach soms is het leven echt volkomen…

#PVT2012

25-02-2012

Ergens in mij komt zo halverwege februari een ontembare drang naar voren om te schrijven over het PVT. Als camping Bergzicht een verslaving is dan is het Paas Volleybal Toernooi dat helemaal. Het gekke is misschien wel dat ik afgezien van één open dag van Sudosa of een gymles nooit ‘gevolleybald’ heb. Volleybal is immers een over het paard getilde campingsport, net als badminton en Jeu de boules. Korfbal mag niet eens een campingsport genoemd worden.

Hoe dan ook, campingsport of niet, ik heb wat met PVT en zo heb ik ook elk jaar weer een blog waarin ik schrijf dat ik weer mee ga doen, dat ik weer weinig slaap krijg, dat ik weer haast geen wedstrijd zal zien en dat ik na het toernooi in een zwart gat val vol zieligheid en heimwee. Ja, de geschiedenis herhaalt zich.

Vanaf het moment dat ik zeven/acht jaar geleden gevraagd ben om als redactielid elke dag van het toernooi mee te werken aan een snoei-verse NetNieuws ben ik elk jaar betrokken geweest en elk jaar in toenemende mate. Als groentje in het redactieteam droomde ik sporadisch dat ik het jaar daarop niet gevraagd zou worden of dat ik in een comateuze toestand mij zou verslapen en daardoor het PVT zou missen. Een aantal jaren later werd dat anders. Ik werd hoofdredacteur en ineens de touwtjes in handen (best leuk als je bedenkt dat ik dyslectisch ben). Vanaf dat moment zou ik er elk jaar bij zijn tot ik op mijn beurt het stokje zal overgeven aan mijn opvolger.

Eerder schreef ik dat ik in telkens toenemende mate betrokken ben bij het PVT. Ik begon dit jaar eerder met de voorbereidingen en vergaderde ik meer af dan de afgelopen jaren. Elk jaar meer, meer en meer. Elk jaar beter, verbeteren en vernieuwen. Dat is dit jaar weer gelukt. Dit jaar mag ik dat samen met vijftien of (als we nog een cartoonist vinden) zestien enthousiaste mede redactieleden doen. Via de nieuwe website (die vandaag online komt), via Twitter, via Facebook, via Hyves en natuurlijk via het NetNieuws doen we verslag van het toernooi dat om meer draait dan alleen de wedstrijden.

Meer dan alleen de wedstrijden? Ja, want bij het zien van de PVTfilm van 2011 valt het op dat het woord ‘gezellig’ vaak valt. Deze ‘gezelligheid’ is niet te definiëren in woorden maar is vanaf minuut één wel voelbaar. Het is haast niet uit te leggen aan niet pvt’ers, maar ruim 450 spelers, ongeveer 100 medewerkers en alle toeschouwers voelen het dit jaar weer. Volgende week zal ik vragen aan de deelnemers hoe zij het PVT-gevoel uitleggen aan mensen die het toernooi niet kennen. Misschien heb ik na het PVT dan wel een uitleg.

De toon is weer gezet

13-02-2012

Afgelopen vrijdag nam ik afscheid van de Hogeschool Leiden, Afscheid van het gebouw, maar nog meer van mijn klasgenoten en van drie docenten die ik de afgelopen maanden heb leren kennen. We hadden vrijdag onze laatste twee tentamens van de minor en sloten de dag – en de minor af – met een alcoholvrije borrel. Dus eigenlijk; een hightea, maar dan zonder de koekjes, chocolaatjes en de etiquette. Deze week mag ik mijn laatste producten schrijven en reflecteer ik me helemaal suf op alles wat ik de afgelopen weken gedaan heb. Als ik mijn producten vrijdag heb gemaild is de minor verslavingszorg afgesloten, tenminste tot het moment dat ik de onvoldoendes krijg. Want in dat geval mag ik voor een herkansing nog een keer naar Leiden. Er is ook een andere kant, als ik alle tentamens wel haal komen mijn klasgenoten naar Groningen om dat te vieren.

Afgelopen vrijdag ging het reizen, in vergelijking met de vorige keer, mij voorspoedig af. Tenminste.. de terugreis. De heenreis werd vriendelijke door de Nederlandse Spoorwegen weer spannender gemaakt dan van mij had gehoeven. Net als de vorige keer ging mijn wekker om tien voor vier en ik stapte rond vijf uur in de trein. Door de aangepaste dienstregeling zag mijn reis er anders uit. Ik moest een paar keer vaker overstappen door de regeling. In Amersfoort overstappen op een trein naar Utrecht en op Utrecht overstappen naar Leiden. Zo zou ik na drie uur treinreizen ruim op tijd aankomen op de Hogeschool. Zo ging het alleen niet. Nee, dat zou te makkelijk zijn. Toen ik op tijd uitstapte in Amersfoort bleek mijn trein naar Utrecht een vertraging hebben van tenminste vijftien minuten. Wat betekende dat ik waarschijnlijk mijn aansluitende trein naar Leiden zou missen en het tentamen niet zou kunnen maken. Na overleg met de conducteur stapte ik weer in de trein waar ik uit kwam. Nadat ik een nieuw plekje had gevonden ging ik verder met studeren tot we op Schiphol aankwamen. Mijn aansluitende trein zou om zes over acht vertrekken, maar ook deze had vertraging – de twee minuten waren twee minuten te veel – waardoor ik mogelijk moest sprinten om op tijd aan te komen op de Hogeschool, maar omdat ik in principe niet sprint, besloot ik mijn klasgenoten te vragen om voor mij te pleiten. Pleiten of ik wel vijf minuten later mocht binnenkomen. Volgens mijn vlugge berekening zou een snelle wandeling dan voldoende zijn, tenminste als ik het lokaal in een keer zou vinden. De kans dat ik het lokaal niet gauw kon vinden was groot en dat schoot door mijn hoofd. Ja, Ik werd er somber van. Overigens was het bericht van de surveillant ook niet heel erg geruststellend. Ik mocht uiterlijk om 8.32 uur binnen wandelen, met twee minuten vertraging mocht ik hebben. Met de gedachte dat ik toch maar ruim vier uur onderweg was geweest vond ik de gegeven twee minuten speling, gelet op het weer en de onmacht van de vertraging wel sympathiek…

Vanaf het moment dat ik uit de trein stapte had ik nog negen minuten om het station door te komen, naar de hogeschool te lopen en het lokaal te vinden, kortom; rennen voor je leven. Zo ging het niet, want ik ren niet, niet voor de trein, dus ook niet voor een belangrijk tentamen. Ik zou mezelf wel naar binnen praten, dat beloofde ik mijzelf. Dat hoefde gelukkig niet. Ik kwam op de valreep aan en ontving een hartelijk applaus. Mijn klasgenoten hadden met mij meegeleefd en gepleit voor mijn deelname. Moe, opgelucht en voldaan kon ik aan het tentamen beginnen. De snelle wandeling was dus toch genoeg.

Ik rolde eigenlijk binnen een weekend van een student in Leiden naar een student in Groningen die nog opdrachten moet maken van zijn studententijd in Leiden. Vandaag begon het laatste gedeelte van mijn studie. Waar de laatste twee perioden vorig jaar nog bestonden uit afstuderen en onderzoekscriptie schrijven bedachten ze voor dit jaar dat er een paar colleges zouden bijkomen. Ons onderzoek is bij een voldoende zestien punten waard en de overige veertien punten moeten we halen uit drie nieuwe onderdelen. Het geeft me wel een goed gevoel dat ik in de laatste twintig weken van mijn studie nog word gebruikt als proefpersoon…
Vandaag hadden we een aftrapcollege. Ergens had ik er wel zin in, dan zag ik mijn studiegenoten ook nog eens, sommigen had ik sinds het einde van de tweede klas al niet meer gezien. Dat was ijdele hoop, want de gedachte dat het leuk zou worden zonk al binnen tien minuten tot het niveau waar de Titanic tegenwoordig te vinden is. Nee de eerste hoorcollege was gevuld met harkpoppetjes en Barbapapa.

Jawel, de toon is weer gezet.

Welkom thuis

29-01-2012

En zo ben ik weer in Groningen, thuis aan het logeren bij Bert. Vrijdagavond was er een hospiteeravond in Leiden. Het moment daarna leek mij geschikt om mijn afscheid te vieren. Toen ik mijn huisgenoot hoorde bellen met de kandidaat die uitverkoren was haalde ik koude pils en liep ik de fusie in. We vierden mijn afscheid in een klein gezelschap. Dat afscheid zorgde voor een onbestemd gevoel. Ik realiseerde me – niet voor het eerst – dat ik Leiden ging missen. De rust, de stad en mijn huisgenoten en alles waar ik de vorige keer eigenlijk ook al over schreef. Het afscheid was mooi. De huisgenoten die ik het vaakst tegen kwam waren er. Ze genoten zicht- en hoorbaar van het bier. De mooiste reactie was wel van een huisgenote van me, het was zoiets als: “Normaal vind ik Heineken niet zo lekker, maar dit is wel erg lekker”. Het gevoel wat ik net beschreef knalde vooral binnen toen ik mijn kamer – in Leiden – weer in liep. Vrijdagmiddag had ik mijn tassen al ingepakt. Mijn kamer was daardoor al leeg. Het enige wat er nog stond was mijn laptop. Het overviel me onaangekondigd. BAM! Mijn tijd in Leiden is voorbij, klaar!.

De afgelopen week was een week van laatsten. Zaterdagochtend poetste ik voor het laatst mijn tanden, ontbeet ik voor het laatst, pakte ik mijn laatste tas in en sloot ik mijn deur voor het laatst. Aangekomen in Groningen was dat afscheidsgevoel helemaal weg. Ik voelde me welkom in mijn ‘eigen huis’ en ik kan weer genieten van de luxe en vrijheid die ik heb hier in Groningen. De komende dagen mag ik nog logeren bij Bert; Hij is bezig met zijn eigen kamer en heeft – door de huur – nog recht op mijn bed tot woensdag. Dan is het één februari en mag ik voor het eerst sinds vijf maanden in mijn eigen bed slapen. Het klinkt materialistisch maar het is ontzettend fijn om al je spullen weer te hebben. Bert heeft ontzettend goed gepast op al mijn spullen en ik wil hem via deze weg ook bedanken daarvoor. Bedankt man!

Zaterdagavond hadden we een statiegeld feest. De officiële benaming van het feest zou een mooie titel van een slecht boek kunnen zijn: ‘Het 150 euro vergeet al je zorgen welcome home afscheid statiegeld feest!!!!’. Voordat dat dit feest gevierd kon worden moesten we eerst 35 kratten bier inleveren. Graag zou ik een uitgebreid verslag willen geven over hoe de gezichten van de mensen eruit zagen toen de deuren van de lift – op de begane grond – open gingen. Maar het gezicht van mensen die vier mensen en 35kraten bier in de lift zien staan is onbeschrijfelijk. Het gezicht van de jongen bij de emballageband is eveneens onbeschrijfelijk. Probeer je het maar voor te stellen.

Zoals het ons studenten en beginnende arbeiders betaamde vierden we het feest alsof ons leven er vanaf hing. De vriezer buiten zorgde dat het bier op het balkon goed koud bleef. Een van de dingen waar ik nog een theorie over zou willen schrijven is het feit dat onze keuken altijd het centrum is van de feestvreugde. Vrijwel iedereen verzamelde zich ook gisteren weer in de keuken. En afgezien van de hal en de keuken heb ik weinig gezien. Dit zorgde niet alleen voor veel staan, maar vandaag ook voor spierpijn. Tijd om daar wat aan te gaan doen. Toen iedereen naar huis ging was het ook voor ons tijd om te gaan slapen. Nu een paar nachten op de bank / luchtbed. Dan mag ik weer in mijn bedje liggen. Ik zie er nu al naar uit.

Dat dubbele gevoel

20-01-2012

Het geeft een gek en dubbel gevoel; Momenteel zit voor het laatst, als inwoner van Leiden, in de trein naar het noorden. Enerzijds zie ik er naar uit om weer in Groningen te wonen en af te studeren. Anderzijds is Leiden een leuke gezellige stad in een leuke omgeving. Ik heb het idee dat ik nog zoveel meer had kunnen beleven in Leiden en omstreken.

Vorig jaar april zat ik op het kantoor van de VNN. Ik liep stage en mijn vierde studiejaar leek ver weg. Ik dacht; eerst mijn stage halen dan zien ik wel verder. Langzaam werd het duidelijk dat ik mij bij de VNN wel op mijn plek voelde. Ik bedacht dat ik wel graag met deze doelgroep zou willen werken. Ergens vond ik deze openbaring eng. Ineens werd duidelijk wat ik met een deel van mijn leven wilde doen: Als hulpverlener ambulant aan de slag in de verslavingszorg. Tijd om daar over na te denken kon niet langer uitgesteld worden. Ik kwam erachter dat de Hanze Hogeschool al snel wilde weten wat ik wilde doen in mijn vierde jaar. Wilde ik een specialisatie/minor volgen in Groningen? of toch mijn vleugels spreiden? Surfend op het internet leerde ik dat er zowel in Zwolle als in Leiden een minor Verslavingszorg gegeven werd. Instinctief voelde ik dat Leiden een goede plaats voor mij zou zijn. Onder de rivieren, de andere kant van het land, een uitdaging en – wat geheel in het beeld van 2011 paste – buiten mijn comfortzone. Na een telefoongesprek met de coördinator kwam ik erachter dat ik binnen twee dagen de keus moest maken. Zonder er veel bij na te denken koos ik voor Leiden. Later kon ik altijd zien hoe ik het praktisch moest doen.

Inmiddels zijn we wat maanden verder. Wat heet, het duurt geen drie week meer voordat ik mijn laatste tentamen alweer heb. Ik ben verhuisd naar Leiden en heb daar een mooie en leerzame tijd gehad (daarover volgende week meer). De minor heeft voldaan aan hetgeen wat ik hoopte te leren, maar heeft niet al mijn verwachtingen waargemaakt. Ik heb veel nieuwe inzichten gekregen die de herhaling van onderwijs doet vervagen. Daarnaast heb ik het idee dat ik, door deze minor aansluitend aan mijn stage, volwassen ben geworden in het maatschappelijk werker zijn. Ik heb een groep leuke klasgenoten leren kennen en ben oprecht van plan het verwateringsproces – die ontegenzeggelijk toch zal plaatsvinden – te vertragen. Wie weet dat ik ze nog eens opzoek met mooi weer of ze uitnodig in Groningen, kunnen zij eens boven de rivieren kijken. Misschien is er zelfs iemand zo gek om te komen.

Ik schreef al dat de minor voldaan had aan wat ik hoopte te leren maar dat niet al mijn verwachtingen voldaan zijn. Daarover wil ik dit kwijt: Organisatie-technisch zijn er, zo hier en daar, wel wat zaken aan te merken op de minor. Ik denk dat een organisatie, zoals in dit geval de Hogeschool Leiden, die externe studenten aanneemt hen een zo goed mogelijk indruk wil geven van de hogeschool. Bijvoorbeeld voor mond op mond reclame. Dan mag het, in mijn ogen, niet gebeuren dat handleidingen van bepaalde vakken nog niet af zijn op het moment dat de colleges gegeven moeten worden. In dit geval waren er goede persoonlijke redenen waarom dit vertraagd was. Toch vind ik dat een organisatie ervoor moet zorgen dat er back-upondersteuning is om dit soort fouten te voorkomen. Zwart wit gezien mag het niet gebeuren dat op de hogeschool het onderwijs – waar ik flink voor betaal – niet duidelijk gegeven kan worden omdat de randzaken nog niet klaar zijn. Ongeacht welk verlies er geleden wordt. Dit is, niet docent, maar de hogeschool aan te rekenen. In ons geval zorgde dit voor veel irritatie en veel onduidelijkheid. We hadden als studenten geen idee wat er van ons werd verwacht. Dat zorgde voor veel frustratie.

Toch is het zo dat iedereen, zowel studenten als docenten, zijn of haar best heeft gedaan om het zo goed mogelijk te laten verlopen. Dat dit niet altijd goed uit de verf kwam is jammer maar niet onoverwinnelijk. Dat is wel gebleken. Wat voor mij uiteindelijk telt zijn de punten. Die moet ik eerst halen. Wat vervolgens blijft zijn die dubbele gevoelens.

De ‘andere kant’ van de lans

12-01-2012

Een aantal dagen geleden schreef ik dat het mijn verwachting is dat de taboe op online daten zou verdwijnen. Daar sta ik nog achter. Online daten met alle gemakken die daar bij horen word meer geaccepteerd dan pakweg vijf jaar geleden. Wat ook veranderd is zijn de marketing technieken van datingsites. Ze pochen graag. Ik zie het voor me dat de makers van de datingsites samen komen op een beurs om op te scheppen over de hoogte van hun slaginspercentage. ‘Een op de drie personen heeft een directe match’ en ‘heb je binnen de eerste drie maanden nog geen partner gevonden dan krijg je van ons je geld terug’. Rondom het online daten is een hele markt ontstaan. – Radar heeft er nog een aflevering over gemaakt – Er zijn veel sites om een partner te vinden. Met soms nog creatievere slogans, voorbeelden genoeg: ‘Daten voor hoger opgeleiden’‘Via dating uw ware partner vinden’, ‘van flirten tot minnaar’. Die laatste is de ergste vind ik zelf. Wanneer vreemdgaan vercommercialiseerd word is – naar mijn idee – het einde zoek.  Enfin, het zou me niets verbazen als er een ‘wij-houden-er-van-om-het-flappie-lied-te-luisteren-tijdens-de-reebout-op-de-eerste-kerstsdag,-jij-ook?-datingsite’ zou zijn. Zelf date ik (nog) niet via online datingsites maar ik sluit niet uit dat het in de toekomst wel gebeurt.

Hoewel de scheuren in de lans hopelijk groter worden wil ik de lans – voor zover het kan bij een lans – van een andere kant belichten. Naar aanleiding van mijn blog werd ik via Twitter en Whatsapp aangesproken over mijn blog. Tijdens dat gesprek kwam er een andere kant van de lans in het licht te staan. Want is het eigenlijk wel goed dat de taboe op online daten wordt verbroken?

In 2009 zag ik een film – ik weet helaas niet meer welke – waarin een van de acteurs op een gegeven moment iets zei in de trant van: “Internet, e-mail en mobiele telefoons ze zijn maar stom eigenlijk. Ze zijn gemaakt om ons ver van elkaar te houden.” Terwijl ik in gesprek was met haar dacht ik terug aan deze zin. Worden we juist niet ontzettend passief van het internet? Hoewel ik een groot aantal argumenten kan bedenken die het internet in het zonlicht zetten, kan ik ze ook bedenken die internet in een negatief daglicht zetten. Als ik bedenk hoe lang het geleden is dat ik iemand spontaan en impulsief op straat heb aangesproken om kennis te maken met diegene, dan is dat lang geleden. Nee, in plaats daarvan vond ik op een zondagmorgen twee namen in mijn mobiel, die ik had ingevoerd als notitie. Nieuwsgierig als ik was zocht ik ze op om na het zien van hun online profiel te concluderen dat ze leuk genoeg waren geweest om ze aan te spreken. Maar ja, dat was te laat. Weg impulsiviteit.  Reflecterend mag ik concluderen dat ik door het internet – hoe wel ik er gek genoeg voor ben – verminderd impulsieve, spontane of oprechte echte ontmoetingen heb in het echte leven. Het is immers makkelijker en veiliger om het online te doen.

Ik geloof niet dat ik hierin de enige ben. Youp van het Hek illustreerde in zijn oudejaarsconferentie hoe mensen met een mobiele telefoon continue afgeleid werden. Hij vertelde dat hij op een feest was waarin hij oog had voor een nieuwe manier van communiceren. Iedereen checkte om de haverklap zijn mobiel. Twitter, Facebook checken, email of scrabbel. En het erge is, zo vertelt Youp, iedereen vindt het volstrekt normaal. Ik dacht er over na, Want was het niet volstrekt asociaal en abnormaal om in een conversatie je te laten afleiden? Volgens mij wel, blijkbaar is de persoon aan de telefoon, de digitale mens, belangrijker dan de persoon die je tegenover je hebt. Ik doe er aan mee, ik ben er zelfs goed in, maar jammer vind ik het wel.

Enfin, wat nu? Kunnen we er überhaupt iets aan doen of is het een nieuwe manier van communiceren en moeten we er aan wennen? Laten we waken dat ons internetgebruik niet onze spontane, impulsieve acties vermindert. En andersom, laten we de ander niet gek aankijken – of het moet de krantenverkoper zijn – wanneer we spontaan aangesproken worden op straat.

Laat het internet een middel blijven voor echte sociale contacten in real life en niet een doel op zich.

Hoe het feestgebarst losdruisde

04-01-2012

Nieuw jaar nieuwe kansen, is dat niet wat er altijd gezegd word? Dat betekend dat er dit jaar ook nieuwe kansen voor mij liggen. Sporten?, liefde?, afvallen?, roken?. Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dit. Het soms legendarisch om voornemens te zien falen. Ok, misschien niet eerlijk, maar het mag duidelijk zijn: Ik geloof niet in de kracht van de 1 januari voornemens.

Waar ik wel in geloof is in het spectaculair vieren van het nieuwe jaar. Sinds een aantal jaar hebben we al een themafeest in onze flat in Groningen. In 2009 vierden we het: “Oud en Nieuw, meer dan een feest met z’n allen”. We maakten een quiz met persoonlijke vragen over elkaar en vierde het groots. “Oud en Nieuw, Caribbean Style” werd het feest waarmee we in 2010 voor het eerst ons huis verbouwde. We hadden voor het eerste een strikte dresscode. Iedereen moest Caribbean gekleed. Dat lukte ook, sommigen hadden zelfs op de fiets al een korte broek aan. We vierden het feest met een karaokebar en een feestkamer met een aankleding van plastic apen en een luchtbed aan het plafon. We hadden de kamers van mijn huisgenoot en mij leeggehaald en de inhoud gestald op de derde kamer. Om onze laminaat  te beschermen gebruikten we stukloper, dit legde we over onze vloer heen.

Omdat we de afgelopen jaren de lat telkens hoger hadden gelegd wisten we dat we het dit jaar nog beter moesten doen. We gingen opzoek naar een thema en vonden het. Zo konden we afgelopen weekend het oud en nieuw feest vieren met het thema: “Tot in de gooische nopjes en daarover”. We vroegen iedereen om creatief om te gaan met dit thema en vooral te letten op het gedeelte ‘en daarover’.

Voor het thema ging ik naar de Primark in Hoofddorp. Daar keek ik me allereerst mijn ogen uit, want wat groot en waarom zoveel vrouwen? Daarna zocht ik me een rot naar een pashokje voor mannen, die heb ik nog niet gevonden en tenslotte schrok ik me rot bij het betalen, wat goedkoop! Je begrijpt misschien wel dat ik nog nooit eerder in de primark was geweest. Na de bordeaux rode broek van de Primark en witte bretels via internet maakten mijn cognackleurige schoenen en een zwarte vlinderstrik mijn themakleding af. Zaterdagochtend werd de flat vakkundig verbouwd tot een glamour ingerichte feestlocatie. In de keuken maakten we van kratten bier en een deur binnen no-time een bar. De rode loper werd met precisie gesneden en de stukloper werd ter bescherming van het laminaat gebruikt. Als versieringsgarnering gebruikten we crêpepapier en kroonluchters van glitters.

Toen kon pas het feestgebarst losdruisen. Met in totaal drieëntwintig gasten was de sfeer er direct. De ene ging nog beter gekleed dan de andere. De gezelligheid vormde zich al gauw rond de provisorische bar in de keuken. Naarmate het drukker werd verplaatste de drukte zich simultaan door het huis. Vlak voor twaalf uur ging de radio harder en telden we gezamenlijk, met een glas bubbels in onze handen, af naar het nieuwe jaar. Traditiegetrouw zoende we na het klinken van de glazen  en het “gelukkig nieuwjaar” wat af. Alleen werd mijn kostuum qua baardgroei niet heel erg gewaardeerd (ik had het nog wel twee weken laten staan voor het feest). Toen de laatste gasten rond half vijf vertrokken waren begon voor ons het verhuisfeest alweer. Door de verbouwing lag het bed van mijn huisgenoot op mijn bed. Op beide bedden zou geslapen worden en daarom werden de eerste spullen alweer verhuist. We sloten de dag af met na-borrelen met de nodige hapjes die daarbij horen. We vertelden elkaar dat het een mooi feest was geweest en dat we het komend jaar bij mij zouden doen.

Oud en Nieuw 2012 – 2013 belooft nu al veel goeds aangezien we de lat weer hoger gaan leggen.

(Hieronder nog een aantal foto’s die een indicatie geven van de sfeer)

Serious Leiden

25-12-2011

Mijn omgeving is momenteel als volgt: Achter mij ligt Margreet languit op de bank. Ze haalt het maximale uit haar after-diner-dip (ze slaapt). Mijn ouders vechten tegen dezelfde after-diner-dip vanwege twee dingen. Het eerste, we hebben hier maar één bank, het tweede is dat de rommel niet vanzelf de vaatwasser in gaat (ik heb nog aangeboden te helpen, maar dat hoefde niet). Door de boxen klinkt de Top 2000. Zelf zit ik op een stoel in de woonkamer. Ik zit na te denken wat ik van de Serious Request in Leiden vind. Iets wat ik toch wil delen. Drie dingen van:

Het eerste wat ik er van vind is dat het eigenlijk ontzettend zot is. Je zal als land in economische recessie, met ongeveer 16,6 miljoen inwoners maar een recordbedrag hebben binnengehaald van 8.621.004 euro hebben binnen gehaald. Dat is toch zot? Zelf kom ik de laatste maanden al wat lastig rond en ik moet de eindjes aan elkaar knopen, maar dat nam zelfs voor mij niet weg dat ik een paar euro’s over had voor moeders die het meer nodig hadden. Ik heb veel andere mensen het zelfde zien doen. Ik hoef vrijwel nooit te betalen voor een knuffel, maar afgelopen week deed ik het met liefde. Nederland is een land waar je doormiddel van ruilhandel van een paperclip twee SUV’s kan krijgen. Met open mond heb ik zo nu en dan gekeken naar de beelden die te zien waren. De interviews van Eric Corton spraken boekdelen. Of misschien wel het mooiste: Gerard Ekdom die emotioneel werd van Syb, een kleine jongen voor de microfoon. Serious Request is zot en iets wat ik al jarenlang graag volg.

Het tweede wat ik vind is dat ik het ontzettend leuk vind om het van dichtbij mee te maken. Twee jaar geleden mocht ik al getuige zijn van het Glazen Huis in Groningen. Nu ben ik student en woonachtig in Leiden. Zo kon ik de inzamelingsactie alweer van dichtbij meemaken. Daarom ben ik een aantal keren op de beestenmarkt geweest, soms kort, soms iets langer en een keer iets te lang. Toen ik afgelopen maandag vanuit Groningen naar Leiden reisde moest ik onderweg naar huis nog wel even kijken bij de Beestenmarkt om de sfeer te proeven. Dinsdagavond stond ik met René die sinds kort woonachtig is in Den Haag bij het glazen huis. We hadden afgesproken om een paar biertjes te drinken en dat lukte. Maar omdat de tram in Den Haag al belachelijk vroeg ophield met rijden ging hij op tijd weer naar huis. Een huisgenoot en een vriendin van hem gingen die vond ook kijken en ik mocht mij bij hen aansluiten. Dat gezelligheid zorgde nog voor een afsluitende borrel thuis. Voordat ik woensdag naar mijn eerste college kwam ik nog langs het glazen huis. Tot mijn verbazing zag ik dat er toen al mensen zorgden voor enige drukte rond het huis. Donderdag had ik een glazen-huis-loze-dag, maar dit werd vrijdag goed gemaakt omdat ik met klasgenoten de sfeer gingen proeven. De sfeer smaakte goed en we gedroegen ons zo goed dat we zelfs met glazen flesjes op de markt mochten staan. De beveiligers waren uiterst aardig. Zo konden we goedkoop pils drinken en elkaar ook naast school leren kennen. We spraken daarom ook af om in februari een reünie te doen in Groningen.

Het derde en laatste leuke is het ontmoeten van nieuwe (leuke) mensen. Zaterdag kreeg ik visite uit Assen en Groningen. Ze wilden het glazen huis zien en waren benieuwd naar de culturele stad Leiden. Dat ik daar woonde was in eerste instantie slechts een bijkomstigheid. Ik hoorde van hun plannen en omdat twee van de drie personen ook een plekje hadden gekregen in de redactie van het PVT2012 nodigde ik ze uit voor een diner en een kleine rondleiding door Leiden. Zo konden we ook direct ontspannen kennismaken. Hoewel het in de vele foto’s niet terug is te zien is kennismaken zeker gelukt. Het was echt oprecht gezellig en we hebben hard lachen om elkaars grappen. De reis terug moet dan ook voor veel coupégenoten ergerlijk zijn geweest. We hadden zoveel plezier waardoor we gevoelsmatig binnen no-time op plaats van bestemming waren.

Het was opnieuw een fijne week in Leiden. Een top resultaat van Serious Request. Ik heb mijn klasgenoten beter leren kennen en nieuwe mensen ontmoet en leren kennen. Een superleuke week.

This one’s for you mama

16-12-2011

Leiden is er klaar voor, ik heb het met eigen ogen kunnen zien. Leiden heeft zijn best gedaan om de niet-Leidenaren die vanaf het station naar de beestenmarkt lopen welkom te heten. Er zijn twee poorten gebouwd waardoor de bezoekers naar de Beestenmarkt kunnen lopen. Aanstaande zondag begint het spektakel. Dan betreden drie 3fm dj’s het glazen huis om zo aandacht te vragen voor moeders in oorlogsgebieden. Zij moeten doorgaan omdat ze de luxe van het treuren zich niet kunnen veroorloven ook al is alles om ze heen ingestort. Onder de noemer: ‘This one’s for mama‘ zamelen ze dit jaar geld in voor het Rode Kruis.

Ruim een week geleden kwam ik op het idee om een ode te schrijven aan mijn moeder. Een ode aan mijn moeder om haar te laten vertellen hoeveel ze voor mij betekend heeft. Dit is namelijk iets wat ik de laatste tijd telkens meer realiseer. Daarom is deze voor u; mama.

Bedankt dat u mij het leven hebt gegeven en daarbij mij broers en zussen hebt geschonken. Bedankt dat ik kind mocht zijn, Inmiddels heb ik geleerd dat er veel kinderen zijn die nooit kind hebben kunnen zijn. Bedankt voor de mogelijkheid mij te ontwikkelen. Bedankt dat u mij daarin ook foute keuzes liet maken, daar leer(de) ik elke keer van. Bedankt voor het geduld die u had toen ik niet luisterde. Tof dat u dat na zoveel jaren nog hebt, niet alleen naar mij maar naar veel mensen om u heen. Bedankt dat u wel eens heel boos op mij bent geworden, dat was vaak terecht weet ik nu. Inmiddels ben ik er achter gekomen dat u dat uit liefde deed. Bedankt dat u altijd het beste met mij voor had, ook al zag ik dat niet altijd zo. Bedankt voor de berispingen, daardoor heb ik geleerd wat wel en niet kon. Daar heb ik nog dagelijks profijt van. Bedankt voor de schouderklopjes die ik kreeg als ik het wel goed deed. Bedankt dat u mij heeft geleerd om van het kleine te genieten, dat doe ik nog dagelijks. Bedankt voor de troostende woorden als ik verdrietig was of pijn had. Bedankt voor de pleisters ook al was er geen bloed te vinden. Bedankt voor het verzorgen als ik de griep had, maar ook als ik dat niet had. Bedankt voor het rijden naar schoolzwemmen, onze auto was altijd een ware attractie. Bedankt voor de mogelijkheid om te doen wat ik leuk vond. Bedankt voor het geduld als ik zaterdagavond weer niet volgens afspraak thuis kwam. Bedankt voor de preken die ik daarover zondagochtend kreeg. Die waren vaak een stuk duidelijker dan die van de dominee, daarvoor. Bedankt voor de mogelijkheid mijn dromen na te jagen ook al waren deze niet altijd even realistisch. Bedankt voor dat ik op jonge leeftijd al met geld leerde om gaan en bedankt voor het geld dat u af een toe toestopte als dat niet zo goed ging. Bedankt voor de warmte die ik nog dagelijks krijg. Bedankt dat u mij, ook al woon ik al een tijdje op mijzelf, nog wel eens verteld dat ik naar bed moet gaan en bedankt dat ik nog altijd thuis mag komen. Bedankt voor wie u bent en voor wat u allemaal deed en nog doet voor mij en ieder ander. Tenslotte bedankt voor de uw genen die ik van u gekregen heb, ik vind ze erg aangenaam.

Toen ik nog thuis woonde realiseerde ik niet hoeveel u voor mijn broers en zussen en mij deed. Nu ik niet meer thuis woon krijg ik daar telkens meer bewondering voor. Nu zijn we allemaal uit huis en is een pensioen aanstaande. Ik zou zeggen geniet daar flink van en maak al het geld lekker op. Dat verdienen jullie.

En vader ik weet dat u dit leest, deze dankwoorden waren niet mogelijk als u er niet was geweest. bedankt dat u altijd een vader voor mij bent. Deze dankwoorden gelden niet alleen voor moeder, maar ook voor u.
Bedankt! Ik hoop dat jullie nog een tijdje mijn ouders zullen zijn.

Werken in de zorg

08-12-2011

Daar zat ik vanmorgen; op mijn stoel, achter mijn bureau. De gordijnen aan de andere kant van mijn bureau had ik net open geslagen. Het was nog donker en hoewel ik het niet zeker wist vermoede ik dat het niet gauw licht zou worden, daar was het domweg de tijd niet voor. Het was nog vroeg, het was heel vroeg, het was zelfs zo vroeg dat ik dacht aan die keren dat ik rond dit uur thuis was gekomen. Dat leverde gelijk goede herinneringen op. Op die momenten had ik de gordijnen niet open geslagen maar juist gedaan en was ik mijn bed in geslopen om mijn ogen te sluiten. Nu was dat anders, ik kwam pas net uit bed en de dag moest beginnen. Wat ik gek vond is dat ik zelfs voordat mijn wekker afging wakker werd. De laatste keer dat ik voor mijn wekker wakker was geworden was toen ik mijn wekker om één uur had gezet. De spanning zorgde er voor dat ik voor mijn wekker wakker werd. Spanning omdat er gewerkt zou worden.

In Leiden wilde ik een bijbaan vinden in een andere sector, dat kon via Randstad, na veel regelen en heen en weer reizen stond ik ingeschreven en had ik een Verklaring Omtrent Gedrag ingeleverd. Ik werd oproepkracht groepsbegeleider in de gehandicaptenzorg. Het leek me een prachtige baan, alleen had ik nog tot vandaag nog geen moment gewerkt. Dinsdag werd aan het einde van de middag mijn voicemail ingesproken, er was een dienst op donderdag ochtend (vandaag) of ik wel wilde werken. Dat wilde ik wel. Ik belde woensdag terug en ze boden mij een groep aan in Noordwijk. Ik zou van zeven tot elf werken. De groep zou bestaan uit licht verstandelijke gehandicapten die verzorgd moesten worden waarbij sprake was van automutilatie en lichte gedragsproblemen. Ik besloot instinctief de dienst aan te nemen. De uitdaging en een nieuwe stap buiten mijn comfortzone kon beginnen.

Alles ging vanmorgen goed, ik stond op tijd op, was zelfs zo vroeg dat ik langer dan verwacht bij de bushalte moest wachten en ik stond twintig minuten voor dat de dienst begon bij de bushalte in Noordwijk. Het enige wat mij restte was het adres vinden, mij voor te stellen en uitleg te geven dat ik nog maagd was in dit werkgebied en werk. Echter daar ging het mis. Zelfs met GPS op mijn telefoon lukte het niet om het te vinden. Na een paar keer heen en weer lopen kwam ik erachter dat het een groot park was en niet een losse woning zoals ik had verwacht. Op het park aangekomen moest ik de woongroep nog vinden. Al met al heeft zoveel tijd gekost dat ik zelfs na zevenen binnen kwam. Ik dacht bij mijzelf: ‘lekker dan, je eerste dag en dan al te laat komen’. Gelukkig was er een ervaren collega die er geen punt van maakte en mij uitleg gaf wat de bedoeling was. Nadat ik een korte versie van het ingestuurde maagdverhaal had verteld stond ik binnen nog geen vijf minuten de eerste bewoner te wassen. Zoveel naakt voor acht uur ‘s ochtends had ik nog nooit eerder gezien in mijn leven. Ik mocht de bewoners wassen, hun tanden poetsen, scheren, afdrogen en aankleden. Na de eerste kwam de tweede en zo gingen we in tempo door. Deo’tje hier geurtje daar, kledingstuk hier en daar. “Doe je mond maar open, doe maar iets verder open”, ‘(in gedachten) heb je eigenlijk nog wel tanden?’  Al gauw kwam ik erachter dat er niet sprake was van een lichte verstandelijke beperking maar dat de bewoners vrijwel niets zelf konden doen. Mij werd uitgelegd dat een baby van veertien maanden nog tot meer dingen in staat zou zijn dan de gemiddelde bewoner op deze woongroep. Een gesprek voeren was er dan ook niet bij. Dat was iets waarop ik niet was voorbereid, maar de uitdaging werd er juist groter door. Na het douchen en aankleden moest er ontbeten worden. Koffie met veel suiker en melk vlogen samen met broodjes pindakaas of pasta over de toonbank. Natuurlijk waren de broodjes in stukjes gesneden, want anders zou het een beestenbende worden.

Om elf uur zat mijn dienst erop en om kwart over elf ging ik richting huis. Mijn eerste kennismaking met de gehandicaptenzorg was erg gaaf en heeft voor veel stof tot nadenken gezorgd. Ik vond het echt een hele gave ervaring en zie uit naar een volgende.

Wat is liefde?

29-11-2011

Laat ik maar gelijk met de deur in huis vallen. Het is zo’n onderwerp waar je niet over uit gediscussieerd raakt. Eens of oneens, recht tegenover elkaar of naast elkaar. Er blijft, als het gaat om liefde, altijd wel iets om over te discussiëren. Hoe ik afgelopen week verwikkeld raakte in een discussie over liefde is mij niet direct bijgebleven. Het gebeurde in een gesprek waarin we van onderwerp naar onderwerp switchten en zo kwamen we uiteindelijk uit bij het onderwerp liefde. Misschien raad je het al, we werden het niet eens (vaak zo in discussies). Ik heb niet het gevoel dat we recht tegenover elkaar stonden maar toch was er een essentieel onderdeel in de discussie waar we elkaar maar niet van konden overtuigen. Misschien zijn we alle bij wel eigenwijs en koppig. Ik weet van mijzelf dat ik in elk geval de ‘eigen wijsheid’ van mijn vader heb geërfd. Van haar weet ik het niet. En hoewel ik eigenlijk helemaal niet van plan was een dergelijk uitgekauwd onderwerp opnieuw onder de aandacht te brengen bleef het onderwerp de afgelopen dagen aan mij knagen.

Ik schreef eens deze weblog over de liefde. Daarin beschreef ik twee kanten van de liefde. In het gesprek wat we hadden kwam de liefde en de blog ter sprake. Ze stelde mij, aan de hand van de blog, twee vragen: “Hoe kan liefde tegelijk zo mooi en ‘slecht’ zijn?” & “als liefde zo ‘abrupt’ word verbroken was er dan ooit wel liefde?”. Het leek een simpele vraag. Dat leek het. Ik ben van mening dat er zeker liefde is geweest als je relatie is verbroken. Waarom zou je anders een relatie aangaan? Het is toch mogelijk dat je na verloop van tijd uit elkaar groeit? of dat het blijkt dat je niet goed bij elkaar past? Wanneer een relatie uit gaat dan is er toch niet direct sprake van dat je nooit van de ander gehouden hebt? Dat er nooit liefde is geweest?. Ik denk in elk geval van niet.

Zij dacht daar anders over. Ze gaf aan dat er dan niet sprake geweest van liefde was geweest. Doormiddel van allerlei argumentaties probeerde ze mij te overtuigen van haar gelijk. Een van de argumentaties deed ze door een metafoor: Liefde is sterk, zoals gesponnen wol. Wanneer je twee draadjes wol hebt en die samen spant tot een dan word dat onbreekbaar. Wanneer het wel breekt dan is het nooit goede wol geweest. Zo ziet ze dat in de liefde ook. Echte liefde is als wol dat niet kan breken.

In die gedachte, die ik sterk vond omschreven, zou er geen liefde kunnen zijn geweest in huwelijken van gescheiden echtparen. Zij hebben jaren lang lief en leed gedeeld in hun huwelijken, huwelijken waaruit kinderen zijn geboren en waarin wederzijds vertrouwen is geweest. Wanneer zo’n huwelijk op de klippen is gelopen is er dan geen echte liefde geweest? Is er dan alleen echte liefde als de dood scheidt?

Ik kan er met mijn gedachten niet bij. Misschien is liefde te vergelijken met een postbode-elastiek. De ene elastiek is sterker dan de andere. Wanneer je een elastiek op spanning brengt zal je zien dat de rek eruit gaat. De ene elastiek zal breken de andere niet. Toch zouden beide elastieken een dekseltje op een potje kunnen houden. De een misschien langer dan de ander. Maar niemand zou kunnen zeggen dat het geknapte elastiek nooit het dekseltje op het potje heeft gehouden.

Ik hoop dat mijn punt duidelijk is geworden. Hoe sta jij er tegenover? Ik ben benieuwd wat jij er van vind. Mag ik je daarom vragen te reageren door de volgende vragen te beantwoorden? “Hoe kan liefde tegelijk zo mooi en ‘slecht’ zijn?” & “als liefde zo ‘abrupt’ word verbroken was er dan ooit wel liefde?”

(klik ook eens op vind ik leuk) –>

Ik heb Genoten

21-11-2011

Terwijl afgelopen weekend Johan Cruijff, Steven ten Have, Edgar Davids en andere betrokkenen in de soap: ‘Het beleid van Ajax’ zich druk maakten over dat beleid heb ik mij nergens druk om gemaakt en heerlijk weekend gevierd in Leiden. Misschien was dit wel het meest relaxte weekend van alle die ik gehad sinds ik in Leiden studeer. Misschien kwam het wel omdat de tentamenweken erop zitten. Want zoals ik gewend ben zorgen de tentamenweken ervoor dat ik op het laatste moment alles moet schrijven. Dit keer was dat niet anders. De afgelopen twee weken heb ik ruim 60 pagina’s aan reflecties geschreven. En hoewel je daar best creatief van word is het niet leuk werk. De strekking van het reflectieverslagen zijn over het algemeen toch hetzelfde, ook al zijn het verschillende vakken. Naast het schrijven van deze verslagen had ik ook nog anderhalf dag tijd om een tentamen te leren. Onder het mom: Een tentamenweek zonder slaapgebrek is geen geslaagde tentamenweek, zorgde die anderhalve dag direct voor de nodige slaapgebrek. De relatieve stress die daar bij komt kijken is het gevolg van het ontdekken van de regels omtrent de tentamens. Wanneer ik het tentamen niet haal, en de herkansing ook verpruts heb ik officieel dit jaar geen mogelijkheid meer om het te herkansen. Wanneer dat gebeurd ben ik kind van de rekening.

Maar dat ik mij daar nu nog niet zo druk om maak blijkt wel uit het feit dat ik donderdagnacht met NSL een feestje stond te vieren in InCasa te Leiden. Ik werd overgehaald om te gaan want we zouden het niet zo laat maken. Dat het kwart voor vier was voor we thuis kwamen konden we niet helpen, die dingen overkomen je nou eenmaal. Het tentamen die de volgende ochtend om half negen gemaakt moest worden ging best goed eigenlijk.

Leiden om 3.30uur

Vrijdagmiddag sloten we de tentamenweken feestelijk af met een chips en cola feestje. Tijdens een presentatie heb ik het eerste exemplaar van het, door Natasja en mij, geschreven levensboek uitgereikt aan de cliënt van Brijder verslavingszorg. Ik vond het leuk om ‘onze’ cliënt weer eens te zien na de drie gesprekken die we met hem hebben gehad. Het was een gezellig weerzien. Terwijl de afterparty van de uitreiking nog gaande was belde Niels dat hij aangekomen was op de hogeschool, kortom tijd voor het weekend.

Na een lange reis had Niels wel zin in een biertje en zo besloten we het weekend rustig te beginnen door een glas te nuttigen op school. Daarna zou ik hem wel een kleine grandtour geven door Leiden. Zo gebeurde het dat we onder genot van een pilsje plannen maakten voor de rest van het weekend. Zaterdag zouden we naar het strand gaan en zondag een kerkje bezoeken. Wat hij toen nog niet wist was dat ik met Mirte al had afgesproken dat zij bij ons kwam eten. Het pact was al gesloten toen ik haar ontmoete op een NSL borrel. We zouden Niels van niets laten weten en dan zouden we hem verrassen met haar plotselinge verschijning. Via Facebook had hij nog aan haar gevraagd of ze tijd had om hem te zien. Ze had wel tijd, maar ze liet hem weten dat dit niet het geval was. Tegen Niels vertelde ik dat er een klasgenote kwam eten en dat ze wel rond een uur of zes zou langskomen. Toen de deurbel ging en we in inmiddels half in mijn kamer stonden zei ik tegen Niels: “Ik wil je graag voorstellen aan Mirte”. Hij stond perplex.

Zaterdag gingen we zoals beloofd naar het strand, gezien de windrichting leek het ons het beste om een wandeling te maken van Katwijk naar Noordwijk. Het was een heerlijke wandeling, het was een idyllisch gezicht omdat door de mist de horizon niet te zien was. Door zachte wind was de zee ook stil, alsof het een meer was. In de verte verdwenen mensen in de mist en onze voetstappen achter ons waren ook gauw verdwenen in de mist. Het was een serene rust die leidde tot goede gesprekken. Terwijl we daar liepen kwam Niels op het briljante idee om te (whats)appen met een kennis die hij had leren kennen op een verjaardag van vrienden in Assen. Zij woonde in Katwijk en het leek ons wel een goed idee om te laten weten dat we op het strand stonden. Het appen resulteerde in een stapdate voor diezelfde avond in Leiden die ze in het begin van de nacht afbelde omdat ze het toch niet rond kon krijgen met vriendinnen. We waren onthutst en verdrietig.

Toen Niels rond elf uur de volgende ochtend voor het eerst op zijn telefoon keek bleek dat ze al bijna onderweg was voor een kopje thee, omdat ze het toch wel erg gezellig leek om ons te zien. We besloten ons ontbijt uit te stellen tot ze er was en zorgden dat de kamer netjes was voor haar bezoek. Ze kwam aan ik maakte kennis. Met haar ontbeten we en keken we de film: ‘My sisters keeper’ Niels kende de film nog niet en aangezien dat gezien werd als een gebrek aan opvoeding hebben we het voor hem aangezet. Het bleek een goede keus voor een zondag. We spraken over opleidingen en toekomstperspectieven en gezamenlijke dingen zoals  het dat haar zwager mijn neef is. Ondertussen rolden de grappen op de meest slechte momenten over de tafel. Toen we rond drie uur weer afscheid namen van elkaar besloten we dat het gezellig was geweest. Drie uur later mocht ik ook Niels weer op de trein zetten. Dit eerste weekendje in Leiden leidt wat mij betreft tot meer weekendjes in Leiden met andere vrienden uit het noorden. Ontzettend gezellig!

Wie durft?

Belevenissen van de das

04-11-2011

Nog voordat ik in Leiden ging wonen wist ik dat de beste plek om mensen te leren kennen een studentenvereniging was. Dat stond naast het vinden van een baan hoog op het prioriteiten lijstje. Hoe ik dat precies moest regelen was niet helemaal niet duidelijk, maar dat deerde mij niet. De simpele gedachte dat er meerdere wegen naar Rome of in deze situatie de sociëteit leiden gaf mij het vertrouwen dat het in Leiden wel zou loslopen. Ik wilde graag naar een christelijke vereniging want ons kent ons en ons zoekt ons op.

Wat ik toen niet wist en nu inmiddels wel is dat huisgenoot (Hepke) lid is van de NSL (Navigators Studentenvereniging Leiden). Zeg maar de Navigators die ik ken uit Groningen (NSG) met veel mooie mensen, maar dan de Leidense versie. Nadat ik de stoute schoenen had aangetrokken vroeg ik Hepke of ik wel een keer in de toekomst mee mocht, ik dacht: ‘ik vraag het maar voorzichtig want misschien zit hij er wel helemaal niet op te wachten’. Maar zoals dat wel meer gaat met vragen kreeg ik een bevestigend antwoord, ik mocht wel een keer mee.

Dit alles resulteerde een paar keer in de vraag of ik mee ging. Een mooi gebaar op zich zelf. Maar of mijn Hepke mij op de verkeerde momenten vroeg of ik mijn schoolopdrachten op de verkeerde momenten maak weet ik niet. Maar die ene keer kon ik niet mee omdat ik de dag daarna een product voor school moest inleveren van 6000 woorden. Ik was daar toen uiteraard nog niet mee begonnen.

Gisteren kwamen vraag en aanbod tot elkaar. Na het eten ging ik naar de fusie (huiskamer) voor vertier met huisgenoten en een televisie. Ook hij was daar met een sjaars (een eerste jaars lid van de studentenvereniging). Hij vroeg of ik mee ging naar de borrel. Vrijwel direct besloot ik mee te gaan. Eerst was een lezing die prima overgeslagen kon worden en daarna zou de borrel zijn. In plaats van de lezing zouden we eerst gaan poolen. Maar in plaats van poolen besloten we al gauw dat we ,naast het keihard meezingen van de meest foute nummers, elitair gingen schaken. Voor mij was het schaken al een paar jaar geleden. Ik wist nog net hoe welke pionnen verzet mochten worden, maar verwarde het slaan van de tegenstander in het begin nog met dammen. Maar na drie shotjes (we deden de drankversie) had ik ook die regel, evenals het Ad Fundum of in het Nederlands het atten, weer onder de knie.

Het mooiste gedeelte van de avond moest toen nog beginnen. De drank was op en de stoute schoenen werden aangetrokken. Tijdens de laatste keer op NSG had ik goed afgekeken wat de meest gangbare kleding was om te dragen. Om goed te blenden had ik een blouse en gilletje aangetrokken. Maar dit was bleek niet voldoende. Van mijn Hepke kreeg ik een das van de NSL. Op het moment dat deze voor mij gestrikt werd overviel mij een euforisch gevoel en wist ik zeker dat deze avond gestrikt voor mij was. Die das zou mij veel plezier geven.

Zo gebeurde het ook. Ik maakte kennis met een vriendin van Niels, die mij had verteld dat zij een echt (te) gek persoon zou zijn (de positieve versie van gek) en dat zij, dankzij mijn gekte, wel een prima gezelschap zou zijn in Leiden. Ik had mijn schaakvrienden die avond al verteld van haar en zij hadden haar gevonden terwijl ik het eerste biertje van die avond bestelde. Al gauw hadden we een goed gespreksonderwerp gevonden in de vorm van Niels, je zoekt toch iets gemeenschappelijks. Onze gedachten positieve gedachten over hem kwamen over een en Niels had gelijk. Zij is prima gezelschap. Tijdens dit gesprek viel het me op dat ik best wel heel erg aangekeken werd door verschillende mensen. Ik was nieuw en dat wist iedereen. Ik was nieuw maar ik had toch een NSL das om. Ik durf te wedden dat die combinatie voor veel gesprekstof heeft gezorgd bij de mensen om mij heen.

Op een gegeven moment kwam ik in gesprek met een gezellige studente uit Amsterdam, ze was er op uit gestuurd om in Leiden te flyeren voor een Amsterdams feest. Toen ze me vroeg hoeveelste jaars ik was vertelde ik dat ik vierde jaars was. Toen ze niet doorvroeg wist ik dat dit gesprek na verloop van tijd een ‘leuke’ wending kon nemen (Ik vertelde namelijk in welk jaar ik in mijn studie zat en zij nam aan dat ik al vier jaar lid was van NSL). Pas toen een vriendin van haar mij vroeg of ik al lang lid was van de vereniging vertelde ik dat ik geen lid was. Haar gezichtsuitdrukking en de blik in haar ogen waren echt onbetaalbaar. Nadat ze van de eerste schrik bekomen was zei ze dat ik tegen haar gelogen had. Ik verdedigde mijzelf door uit te leggen dat ze niet de juiste vraag stelde en een genoegen nam met het korte antwoord. Plus dat ik dat niet echt netjes vond gelet op haar opleiding pedagogische wetenschappen. Ik nam toen aan dat gespreksvoering wel onderdeel was van de opleiding. Blijkbaar viel het qua schade allemaal wel mee want mevrouw bleef staan en zo filosofeerden we nog wat verder over alles en meer.

Toen het einde naderde en Hepke al verstandig naar huis was gegaan hadden twee heren voldoende alcohol genuttigd om mij aan te spreken en te vragen naar mijn das. Ze wilden heel graag weten of ik een alumni was en weer, als ware het een reünie was, kwam borrelen op de vereniging. Ik antwoorde: Nee. Ze vroegen of ik dan sjaars was en vrijwel nooit op de vereniging was gekomen. Ik wederom antwoorde: Nee. Dan waren ze erg nieuwsgierig of ik misschien van een zustervereniging was, Zwolle, Utrecht, Groningen? Ik antwoorde weer nee. Met enige stemverheffing en verwardheid in hun ogen gecombineerd met een vleugje boosheid of misschien wel angst vroegen ze: Hoe kom je dan aan die das!? Ik antwoorde dat ik die had geleend van mijn huisgenoot en dat het mij die avond al veel plezier had gehad van die das. Toen ik nee antwoorde op de vraag of ik hem dan als niet rechthebbende deze wilde afdoen was de maat denk ik helemaal vol. De das moest af en zij zouden dat doen. En zo gebeurde ik dat twee dappere mannen mijn das van mij afnamen.

Toen was de lol er bijna af. Kortom; Tijd om naar huis te gaan. Met een dikke grijns op mijn gezicht want het was een fantastische avond en ik moet nog lachen om de das.

Het zal je maar gebeuren

07-10-2011

…een titel van het aangrijpende programma van de EO waarin oprecht tranentrekkende beelden worden laten zien van mensen die te maken hebben met moeiten in hun leven.

Maar vandaag wil ik het niet zo aangrijpend maken. In tegendeel, er is al zoveel ellende in de wereld en Steve Jobs is ook al overleden, kortom genoeg treurnis in de wereld. Vandaag wil ik verder ‘vertellen’ over mijn belevenissen in de stad Leiden. Ik wil een aantal dingen beschrijven zoals ze mij de afgelopen twee weken voor de spreekwoordelijke schoenen werden gegooid.

Laat ik studie-inhoudelijk beginnen, dan hebben we dat ‘saaie’ gedeelte ook maar gelijk gehad. Binnen mijn minor heb twee dagen college per week. Je zou het hast niet verwachten maar deze dagen worden gevuld met colleges. Bijvoorbeeld leefstijltraining. Leefstijltraining maar dan niet zoals mij geleerd is in mijn stage bij Verslavingszorg Noord Nederland, over deze leefstijltraining straks meer. Daarnaast hebben we een college motiverende gespreksvoering waarin we gesprekstechnieken oefenen, we leren opnieuw goede vragen te stellen, we leren weer samenvatten, parafraseren, directief, non-directief et cetera et cetera. We elke week een lezing. In deze lezing komt iemand van buitenaf vertellen over zijn ervaringen en/of werk. We hebben project dat we aan de hand van drie gesprekken met een cliënt van Brijder verslavingszorg een boekje schrijven over zijn of haar leven. Tenslotte hebben we ook een college kwetsbaarheid. Dat is dan geen college waarbij je bij het denken aan de college al wankel op je benen staat en tranen in je ogen hebt. Het is een college die ingaat op de middelen, de werking van deze middelen en eventuele behandelmethoden die daarbij mogelijk zijn.

Meestal best interessante colleges over een nog interessanter onderwerp. Maar voordat ik overga op de kleine irritaties zal ik eerst het positieve eruit halen (zoals me dat geleerd is bij het feedback geven). De college kwetsbaarheid rockt echt. De docent is een relaxte gast die oog heeft voor de kennis die wij al hebben. De manier waarop hij les geeft spreekt mij ontzettend aan. Hij stoort zich niet zichtbaar aan studenten die bezig zijn met hun mobiel (zoals ik) en hij geeft de informatie die we nodig hebben goed weer. Motiverende gespreksvoering is net zo’n les. Door het vele oefenen vind ik het soms wat saai en ‘moeten’ worden, maar de docent heeft kennis en kan dit op een prettige manier overbrengen.

De lezingen zijn helemaal boeiend. Vorige week kwam Gerard Alderliefste (ook zanger van onder anderen une belle histore) een college geven. Hij werkt bij Brijder verslavingszorg en heeft op een zeer interessante manier college gegeven. Ik heb de hele klas, waaronder ikzelf, niet zo geconcentreerd zien luisteren. Dat hij op mijn verzoek tijdens de pauze, ‘Lucy in the sky with diamonds’ draaide van de Beatels was de kers op de taart. Wisten jullie trouwens dat de werking van cocaïne ongeveer het zelfde voelt als klaarkomen terwijl je een vrije val maakt uit een vliegtuig (uiteraard wel met parachute)?

Nu het gedeelte waarin ik vrijuit met passie mijn spreekwoordelijke ei in kwijt kan. Ik noem het: Passievol-frustratie-schrijven. De college leefstijltraining hebben we van een aardige vrouw. Deze vrouw, die soms net te veel ‘ode colonne’ of ‘parfum’ (of hoe je het maar wilt noemen) op heeft, wat ik overigens nog niet eens zo storend vind, want; vrij land, vrije keus, je kent het wel. Maar waar ze wel (en hier word het hopelijk wel leuk), volledig de plank mis slaat. Laat staan dat er überhaupt een plank in de buurt is. Waarmee slaat ze de plank mis? In het begin van de laatste twee colleges doen we een warming-up. Warming-ups ken ik wel van voetbal, ik was er ook nooit zo goed in, ook niet in voetbal trouwens. Dit was een andere soort warming-up. Een kijkje in onze warming-up sessie(doe gerust mee):

“Ga voor je stoel staan en sluit je ogen. Ga in gedachten naar je knieën, hoe staan je knieën? Leun je op je beide benen of merk je dat je op een been staat. Ga gemakkelijk staan, hoe staan je knieën nu? Staan ze op slot of sta je ontspannen? Het is belangrijk om te aarden, buig je knieën maar een beetje zodat je goed kan bewegen. Zo sta je stevig. Ga in gedachten langzaam naar je bovenbenen en je heupen, hoe sta je, hoe staat je linkerbeen, hoe staat je rechterbeen? Hoe staan je voeten? Staan je voeten ter hoogte van je heupen? Sta je in een recht lijn? Ga in gedachten naar je buik, is buik ontspannen? Of juist gespannen? Ga je door naar boven naar je nek. Ben je gespannen? Draai met je hoofd een rondje, hoe voelt het nu? Je handen, hoe zijn je handen, zijn ze ontspannen?, hangen ze naast je lichaam? Word bewust van hoe je handen zijn. Ga eerst in gedachten naar je linkerhand, hoe is je linkerhand? Maak een vuist. Span met al je kracht en maak een vuist… Laat je vuist nu los, hoe voelt dat nu?.. et cetera – et cetera”

De eerste keer dat het gebeurd (ja, het gebeurde zelfs twee keer), dacht ik: ‘Ok voor een keer kan dit best’. Ik deed zelfs nog mijn best om aansluiting te vinden, maar de tweede keer kon je me echt opvegen. Misschien ben ik wel veel te nuchter en kan ik iets dergelijks gewoon in mijn bolle brein niet bewerkstelligen waarom dit als warming-up belangrijks is voor een college. Ik dacht, tenminste dat dacht ik, dat ik geen creatieve therapeutische opleiding had gekozen of zelfs drama? Wanneer we volgende week onze schoenen en sokken uit moeten doen om echt goed te kunnen aarden, kan je me vanaf donderdagmiddag opzoeken in het mortuarium, want dan lach me dood.

Het tweede en direct laatste wat ik wil aansnijden is dat ik de afgelopen twee weken hoorde dat er roddels door de klas gingen. Er bleek dat eerst één klasgenote verliefd op mij zou zijn, maar omdat dat blijkbaar niet genoeg was hoorde ik vandaag dat deze verliefde een lotgenote heeft gevonden. Want één is blijkbaar niet genoeg, nee! De laatste roddel is dat zelfs twee dames verliefd op mij zijn. Wat een feestje! Nu heeft me dat toch aan het denken gezet. De klas bestaat uit veel vrouwen en drie mannen. De eerste man heeft net een lange relatie achter de rug. Daar is hij nog wel even mee bezig om te verwerken. De tweede man is homoseksueel dus dat is sowieso niet echt interessant voor de dames. Tenslotte ben ik de derde man. Een geboren Drenth en student uit Groningen. Misschien is dat wel spannend. Ik zou Gertjan niet zijn als ik het ook wel leuk vind om deze roddels te voeren, gewoon door spontaan met de dames wat drinken, een ‘date’ te plannen waar toevallig een paar klasgenotes bij staan. Roddels voeren om te kijken wat voor invloed dat heeft op de groep. Een soort groepsdynamica.

Maar, eerlijk is eerlijk, eigenlijk is het toch te gek voor woorden? Moet ik straks nog wachten op de briefjes die de klas worden doorgegeven? “Hé, wil je deze aan Gertjan doorgeven?” Met op het briefje de volgende wervelende tekst: “Lieve Gertjan, wil je misschien wel verkering met mij, groetjes…” Of misschien is het beter om te wachten? Misschien dat ze dan tijdens de pauze op het schoolplein bij de klimmenrekken naar mij toe komt om te vragen of ik ook centjes heb voor snoepjes. Dan kan ik naar mijn moeder gaan om centjes te vragen, dan kan ik mijn snoepjesverkering bekostigen. Heb ik de centjes gekregen en daarbij onbewust ook goedkeuring van moeder dan kan zij met mijn centjes een zakje snoep kopen en hebben we echte snoepjesverkering.

Is het zo dat sinds mijn komst de klas is getransformeerd naar een kleuterklas waarin snoepjesverkering en briefjes doorgeven nog hoogtij vieren? Misschien is het beste idee wel om beide dames mee te vragen naar het familieweekend dat begint op de 14de van oktober. A kan k dan opscheppen dat ik niet een ‘vriendin’ heb, maar twee en B. Kunnen de dames na een weekend met mijn familie vertellen of nog even verliefd zijn? Want wij zijn op een positieve manier, best uitputtend.

Het zal je maar gebeuren, zo’n zweverige warming-up en twee dames die het presteren in vier of vijf college weken verliefd op mij zijn. Trouwens, had ik al verteld dat een al vijf en half jaar een vaste relatie heeft? Ik heb een gekke klas en weet je? Ik vind het best leuk! Ik ben benieuwd wat ze bedenken na aanstaande maandag. Wat ik aanstaande maandag ga doen? Dat lezen jullie mogelijk later.

Over’spel, Overspel

30-09-2011

Soms circuleren er ideeën in mijn gedachten waar ik nog wel eens over wil schrijven. Vaak zijn dat de dingen die ik niet zelf mee maak, het zijn als ware geen gebeurtenissen die ik kan beschrijven omdat ik er bij ben geweest. Wat wel vaak het geval is is dat het gaat om dingen die ik in mijn leven tegenkom. Onderwerpen die ik tegenkom op straat, in de krant, op tv of sinds ik in Leiden woon, via uitzending gemist of een rechtstreekse internetuitzending van bijvoorbeeld De Wereld Draait Door (vervolgens DWDD). Vandaag wil ik schrijven over zo’n onderwerp.

Sinds dat ik afgelopen week een aflevering zag van de serie overspel zwerft het  woord ‘overspel’ dakloos rond in mijn gedachten. Als ik het me goed herinner heb ik afgelopen dinsdag gekeken naar de eerste aflevering van de serie. Woensdag sprak Jan Mulder er in het programma DWDD ook over deze serie. Hij stoorde zich aan de intonatie van het gesproken woord: Overspel. Tijdens een teaser werd de intonatie zo uitgesproken dat het leek dat het om een spel ging. Maar nee, het programma en nog breder het onderwerp van deze blog gaat niet over een spel zoals Ganzenbord, Ligretto of Memorie maar over overspel.

Eigenlijk vind ik overspel fascinerend. Als je bedenkt dat ik vreemdgaan fout vind kan dat het je wellicht gek vinden dat ik dat schrijf. Maar sinds die dakloze gedachte rond zwerft in mijn hoofd denk ik ook aan het feit waarom ik het fascinerend vind. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het fout. Traditioneel gezegd is het ‘niet zo bedoeld’. Een gedachte die me als Dominique Strauss-Kahn besprong was dat het me fascineert omdat ik het niet begrijp. Vraag die ik me daarbij stelde is: ‘Waarom zou je een relatie aangaan met een ander wanneer je het bij je huidige partner goed hebt?’. Dat je een relatie aangaat met een ander wanneer je het bij je huidige partner niet goed gaat is een andere discussie, mogelijk daar een andere keer over.

Maar eerst, wat is overspel? Vanuit de christelijke hoek wordt gezegd en in de bijbel beschreven dat het verboden is om overspel te plegen. Je mag je oog niet laten vallen op een man / vrouw van een ander. De intentie om te zoenen is daarbij al verkeerd. Vanuit andere hoeken is zoenen wel verkeerd maar wanneer er seks bij komt kijken of met andere woorden. “Als hij zijn penis in een ander steekt dan…”

Ik zelf denk, en heb het helaas bij dierbare gezien, dat het bij A (zoenen) begint en eindigt ver buiten alle proporties. Er wordt wel gezegd wanneer je een minnaar hebt, houd het dan stil voor je partner. Dan word je partner, mits hij/zij er niet achter komt, niet beschadigd. Waarschijnlijk zou deze gedachte ook volledig geaccepteerd zijn door de website die zich afvraagt of je gelukkig getrouwd bent. Want een tweede liefde is volgens commercial prima te doen. “Ben jij getrouwd? Ik ook”

Zelf heb ik het meegemaakt dat een ex-vriendin van mij zoende met een andere jongen. Zij koos ervoor om het te vertellen, ik koos er voor om voor haar en ons te kiezen. Maanden later liep de relatie alsnog op de spreekwoordelijke klippen. Maanden daarna realiseerde ik me pas dat ik haar na dat incident nooit meer volledig heb vertrouwd. Toch blijft het me fascineren.

In de serie overspel kun je in de eerste aflevering zien dat een advocaat (getrouwd, twee kinderen), met zijn vrouw naar een expositie gaat van een fotograve (getrouwd, een kind). Ze komen elkaar toevallig buiten tegen omdat hij een sigaretje rookt en zij niet om kan gaan met de drukte. Na een kortstondig gesprek gaat zij weer naar binnen en wanneer hij binnenkomt hebben ze zo nu en dan oogcontact waardoor je als kijker, beïnvloed door de titel van de serie, wel kan vermoeden waar het op uit loopt. Een dag later belt hij haar kantoor op, hij vraagt haar nummer en daar begint het spel. Ze spreken af in Venlo, maar hoe toevallig het ook mocht gebeuren, word zij op het moment dat ze in de stemming raken gebeld door haar partner die het voorleesboek van haar zoon niet kan vinden.

Ik zag het en ik dacht. Dit is boeiend, twee mensen die elkaar toevallig tegenkomen, elk een eigen leven, getrouwd en kinderen een vonk, lust? Het huwelijk heeft wel wat huwelijkse hiaten die niet uitgesproken worden en ze worden misschien wel meegesleurd in de drukte van twee verdieners. Het huwelijk is wellicht niet nieuw meer, maar dan nog. Wanneer bedenk je met je eerlijke morele gedachten en remmingen, die je hopelijk hebt meegekregen in je jeugd, dat het bedriegen van je partner, waaraan je bij de burgerlijke stand eeuwig trouw heb belooft tot de dood, blijkbaar goed is? (Hoewel het natuurlijk even slecht is als je een relatie hebt of samenwoont)

Ik begrijp het niet en daarom fascineert het me. Wie kan me de antwoorden geven die ik nodig heb.

 

De kop eraf

09-09-2011

Hoe had ik ooit in april van dit jaar kunnen denken dat ik prima heen en weer kon reizen naar mijn colleges in Leiden? Zoals je misschien wel weet moest ik in amper 48uur besluiten of ik in Leiden wilde studeren als student uit Groningen. Verslavingskunde, aangeboden in zowel Zwolle als Leiden. Dat maakte een keuze mogelijk. Maar binnen 24uur besloot ik enigszins impulsief dat het Leiden moest worden. Hoe dat gebeurde? Het leek me uitdaging en dat maakte dat ik in de vierentwintig uur, na contact te hebben gehad met hogeschool Leiden. vooral bezig was mezelf ervan te overtuigen waarom dit de beste keus zou zijn.

Dat lukte, want dankzij mijn overtuigingskracht raakte ik overtuigt. ik melde mij aan en zorgde voor de administratieve afhandeling. Afgelopen juli kreeg ik het definitieve bericht dat mijn aanmelding was goedgekeurd. Later kreeg ik via via via via een kamer aangeboden en twee dagen daarna had ik definitief een kamer in Leiden. Hoe makkelijk en snel kan het gaan. Het kwam me (bijna als gewoonlijk) weer aanwaaien.

Deze week heb ik mijn eerste colleges gehad. Afgelopen woensdag mochten we als nieuwe klas rustig inkomen met een dag(je) van half negen in de  ochtend tot half zeven s’ avonds en vandaag hadden we een dag van half een in de middag tot half vijf. Echter kregen we het voor elkaar om het laatste uur te vervroegen en zo stond ik om half vier weer buiten.

Maar Gertjan hoe is dat nu om in Leiden te wonen en te studeren? Het is ontzettend leuk en tegelijkertijd erg wennen. Ik zal je proberen uit te leggen waarom.

Om te beginnen is het best een eindje van mijn vrienden en bekenden vandaan. Vrienden die ik normaal doorgaans regelmatig zag of vrienden die ik niet regelmatig zag maar waarmee makkelijk af te spreken was zijn nu verder weg. Een kort bezoekje zit er, dankzij de reisduur van bijna drie uur, niet in. Maar dankzij Facebook, Twitter, Whatsapp, Wordfeud en de ouderwetse telefoon zijn ze gelukkig nog goed bereikbaar en zo houd ik contact. Gelukkig ben ik niet bang dat ik in Leiden geen vrienden maak, dus maak je alstublieft geen zorgen.

Wonen in Leiden is daarentegen ontzettend leuk. Als ik toch een vergelijking mag maken dan denk ik dat Leiden als universiteitsstad het ruim wint van studentenstad Groningen als het gaat om het pittoreske gehalte. Vlakbij en bijna overal zijn prachtige grachtjes, idyllische poorten, leuke bruggetjes, overal sloepjes, een stad maar voor mijn gevoel toch ook nog een dorp. De mensen zijn aardig en de Leidse R zal ik, mocht ik hier langer wonen, vast een keer overnemen want die is zo grappig.
Deze R, de grachten en bootjes maakt het allemaal zo gemoedelijk. Ik merk dat ik er ontzettend rustig van word. Daarbij hoef ik het niet onder stoelen of banken te schuiven dat Leiden een stuk centraler ligt. Stiekem waan ik me nog steeds op vakantie.

Waar ik woensdagavond achter kwam is dat je in Leiden ook prima uit kunt gaan, uitgaan is voor mij relaxt een biertje in een café. Dat lukte woensdag aardig goed. Mijn buurvrouw vroeg of ik al iets gepland had. We hadden beiden niets op de planning dus het naastgelegen kroegje kreeg ons gezelschap. Die avond was er ook een openavond voor studentenvereniging Sib, de kroeg stond vol. Met Heineken op de tap en gezelligheid in de kroeg sprak ik met volstrekt onbekenden. Toen ik rond half drie besloot weer naar huis te gaan besloot ik dat ik een heerlijke avond had gehad.

Maar daarvoor was ik niet echt naar Leiden gekomen. Een minor Verslavingskunde, dat is het idee.
Ik weet nog dat ik op dinsdagavond, de avond voor ik mijn eerste dag had, vertelde via Skype dat ik een speciaal gevoel had die ik herkende als het voel op de avond voor mijn eerste dag in de brugklas. Een nieuwe school, nieuwe klasgenoten, de weg niet weten, de weg naar het toilet moeten vragen, kortom een hele nieuwe ervaring. Woensdagochtend ging ik met knikkende knieën op de fiets richting de hogeschool. De weg was onbekend dus werd via google maps onderzocht. Ik kwam in een klas met veel dames en met mij drie heren. We gingen aan de hand van een programma wat lessen volgen maar vooral elkaar beter leren kennen. Alle kennismakingsspelletjes werden uit de kast getrokken met als hoogtepunt en direct als afsluiter de welbekende, ik-vertel-aan-de-hand-van-deze-sleutelbos-wie-ik-ben-spel. Deze werd gelukkig niet alleen door mij als slecht betiteld waardoor we gauw klaar waren.

De eerste periode van tien weken gaan we een leuk project doen. We gaan in tweetallen, koppels zo je wilt, een boek(je) schrijven. Een boek(je) over het leven van een cliënt die in zorg is bij Brijder verslavingszorg in Den Haag. We gaan met hem/haar drie keer een gesprek aan waaruit informatie naar voren komt waarmee we het boek gaan schrijven. Dit lijkt me echt heel erg leuk om te doen. A. omdat ik op deze manier toch in contact blijf met echte een cliënt. B. Ik schrijven toch erg leuk vind en C. Omdat je zo iets kunt betekenen voor de cliënt en hem/haar iets kunt meegeven van zichzelf. Daarnaast hebben we theorie en worden we getoetst middels een assessment en een tentamen. Iets waar ik iets minder goed in ben.

Ja, de kop is eraf, de spannende hobbelroad naar Leiden is genomen, de missie gestart. Ik heb er zin in. Ik heb diverse maar leuke huisgenoten, mijn klasgenoten zien er gemotiveerd uit en zijn erg gezellig, Leiden is pittoresk en ik leer in Leiden welke luxe ik allemaal in Groningen heb gehad, dat is ook wel wat waard.

Ik zal dit varkentje eens wassen.

hobbelroad to..

29-08-2011

Daar zit je dan ‘rustig’ in de trein, geen stilte coupe dit keer, dus hier en daar tussen de slapende reizigers een luide mannenstem die ik door mijn koptelefoon hoor. Hier zit ik dan in de trein terug naar Groningen. Je kent het wel Groningen die plaats waar het walhalla is voor studenten en studentes. Die plaats met de mooiste studenten en studentes van Nederland. Met dat ik nu ongeveer een kwartier in de trein zit bedenk ik me ineens dat dit voorlopig de laatste nacht in mijn bed in Groningen. Met dat ik deze gedachte beeldend liet passeren hoorde ik een het kwartje vallen. Ik realiseerde het ineens: Gertjan je verhuist morgen naar Leiden. Het komt nu wel erg dichtbij en het word echt!

De afgelopen weken was ik niet echt bezig met het verhuizen naar een andere stad, dat was ook niet nodig. Ik had afspraken genoeg om er niet over na te hoeven denken. Vorige week maandag met Rosanne, dinsdag met Rosalie, woensdag met Wietske naar Amsterdam, Amsterdam de stad waar zoveel positief over gesproken word, Amsterdam de stad waar je zeker een paar keer geweest moet zijn. Winkelen in Amsterdam, zeg maar. Nou, geloof mij, en misschien komt het door de regen, Amsterdam vind ik niets aan. Te lange winkelstraten, alle winkels drie of vier keer, te druk en toerisme voert boventoon. Nee, wat betreft het winkelen was Amsterdam voor mij niets, dan liever Zwolle waar ik vandaag was. De goede gesprekken en grappen werden er niet minder van. Het was gezellig en het werd beter toen we in Kampen uiteten gingen met Margreet. Donderdag was vader jarig dus dat mocht ook gevierd worden, hij werd 63 en ziet er nog altijd uit als 36. Althans dat is wat hij gelooft.

Donderdag op vrijdagnacht ging ik weer naar Groningen want vrijdag wachtte een vrijgezellenparty van Henk. Hij wist niets en had ons bezoek op zijn kantoor totaal niet verwacht. We gingen bilboarden en waterskiën. Bij het waterskiën kwam ik er achter dat het bilboarden meer voor wat voor mij was. Dat kon ik tenminste, in tegenstelling tot het waterskiën, wel. Na deze sportieve activiteiten gingen we dingen doen waar ik, als ik wil, in kan uitblinken, barbecueën en bier drinken. Dat bleek ook, want toen we rond vijf uur ’s ochtends de Shooters uit kwamen was ik nog fit genoeg voor een kopje thee bij Johan thuis.

Zaterdag ging ik enigszins brak weer terug naar Assen. Mattijn was jarig geweest en dat mocht, net als de verjaardag van vader, gevierd worden. Een feestjes bij Mattijn zijn doorgaans een doorslaand succes en gaan door tot de vroege uurtjes. Maar voor het zover was speelde LTC thuis en Bert kwam ook langs om de sleutel van mijn kamer in Groningen op te halen. Een volle planning die uiterst relax werd afgewerkt. Het begon met een biertje thuis en onderlinge afspraken met Bert. De sleutel werd gegeven en Bert bleef nog even hangen en besloot mee te gaan naar LTC. Daar werden al gauw de goudgele pretcilinders gretig besteld en getapt. De vermoeidheid en de spierpijn van de vrijgezellenparty was nog niet helemaal gezonken, maar ik deed dapper mee. Na het eten thuis en een douche gingen we, Bert plakte nog, naar Mattijn om zijn verjaardag te vieren. Rond een uur of een was de accu leeg en de het lichaam voelde stram en oud aan. Tijd om naar huis te gaan, want dit beloofde veel goeds voor zondag.

Niets was minder waar want zondag was ik ten dode opgeschreven, ik was een schimp van wie ik kon zijn en besloot vroeg in de middag naar huis te gaan en een gat in de dag te slapen. Toen ik wakker werd kwam Niels voor mij koken en we gingen daarna de voetbalsamenvattingen kijken evenals de nieuwe pirates of the carabien film. Allemaal leuke dingen dus waardoor ik niet te veel na kon denken over mijn avontuur in Leiden.

… en nu in de trein? Nu komt het dubbel zo hard aan. Geen afspraken meer, geen actieve en ondernemende dingen. Nee, morgennacht beleef ik mijn eerste nacht in Leiden. Of ik het leuk vind? Ja!, maar het gevoel wat me nu vooralsnog bekruipt is een gevoel van spanning. Hoe zou het gaan? Hoe word ik opgevangen, kan ik er wennen. Hoe zal de opleiding vanaf volgende week zijn? Is dit geen impulsieve overhaaste te weinig doordachte keus geweest?

Het bovenstaande zal blijken. Ik weet wel dat ik ondanks de zoveel vraagtekens, onduidelijkheden en onzekerheden buiten mijn comfortzone durf te stappen. Dat is voor mij stap een, en dan loopt het wel los!

De voorbereiding op het echte echte werk

15-08-2011

Ik stond net onder de douche en wat ik daar dacht was: wat is er leuker dan na twee uur s’ nachts nog lekker een stuk te schrijven terwijl ieder ander wel verstandig op bed ligt te slapen. Gert Kees is als ene laatste ook net op bed gegaan. Dat houd in dat ik de enige ben die over is. Het klinkt misschien wel stoer om als enige laat op te zijn, maar ik ben geen 16 meer en dit is ook geen schoolkamp. Morgen gaat het E&R traject pas echt echt van start. Dat betekent niet dat we nog niet begonnen zijn. In tegendeel! We hebben al veel gedaan en veel voor elkaar mogen betekenen. De grote lijnen zijn nu voor mij bekend en het is duidelijk wat er gebeuren moet. Tegelijkertijd betekent het wel dat morgen (maandag) het programma waar we ons allemaal thuis op hebben voorbereid gaat beginnen. Dat vind ik best spannend moet ik zeggen. De afgelopen twee (fantastische) dagen waren er vooral voor bedoeld om kennis te maken met elkaar en de gemeentes te bezoeken die ons financieel en praktisch steunen.

Deze blog is bedoeld om iets te vertellen over wat we de afgelopen dagen hebben gedaan. Het begon allemaal met een maaltijd met het team van de vierde week (wij zijn week vijf). Kort daarna gingen we over op de overdracht van het werk. Dit werd gevolgd door het overdrachtsspel. Zichtbaar resultaat daarvan was voor mij een vieze broek. Jammerlijke kanttekening daarbij is dat ik daarvoor had laten merken dat ik zo trots was dat ik zo weinig had meegenomen (maar anderhalf tas vol). Het feit dat ik mijn handdoeken, shampoo, douchegel, hoeslaken, tondeuse en meer was vergeten laten we bij deze even achterwege. Toen het team van week vier was vertrokken konden wij het honk de onze maken. Eerste indruk was al gauw dat ik het heel relax vond, veel banken, een bar, twee koelkasten, een kookplaat met een standje crematoriumbrander… Ja, ik mag wel zeggen dat ik mij er gauw thuis voelde.

Inmiddels zijn we een dag verder en kan ik vertellen waarom ik het ‘best’ naar mijn zin heb. We hebben zaterdag het spel ‘de stoel’ gedaan. Een kennismakingsspel die naar mijn mening eigenlijk niet zo genoemd mag worden. Ik ben van mening dat het geen spel is. De bedoeling van het spel is dat een persoon de ruimte waarin het gehouden wordt verlaat en dat de overige teamgenoten één vraag verzinnen die ze hem of haar gaan stellen. Wanneer de persoon op de ‘praatstoel’ gaat zitten word de vraag gesteld. Mij werd, ook naar aanleiding van mijn vorige blog over comfortzone (wat overigens in bijna anderhalf dag bijna verheven is tot cult), gevraagd wanneer ik uit mijn comfortzone was. Ik legde dat netjes uit, daarnaast werden ook vragen gesteld aan de andere teamleden en leiders. Ik vond het een unieke manier, die ik nog niet kende, om elkaar te leren kennen op een andere en toch best diepe manier. We hebben heel veel mogen en kunnen delen, het mooie daaraan vind ik dat het vertrouwen naar elkaar er was. Waardoor ook soms de meest heftige dingen werden verteld. Een fantastische evaring.

Een andere, minder positieve, ervaring die ik heb mogen beleven is het feit dat ik zaterdagavond als Tinkerbell werd getorpedeerd. Dat was wat voor mij en dat moest ik maar gaan doen. Voor ik het wist had ik een blonde pruik, een haarband en een roze jas aan. Unaniem werd, uit impulsiviteit, besloten dat ik Tinkerbell, hoewel ze een vrouwelijke elf is, als man met baard kan spelen. Kort voor het stuk en met de verkleedkleren aan besloot ik dat dit niet mijn rol zou worden voor het straattheater. We verzonnen een andere rol, ik werd ‘dokter nerd.’

Zondag hebben we zoals verteld twee gemeenten bezocht; maar ’s avonds hebben we ook een sing-in gehouden inclusief collecte. Wat ik vooral mooi vond is dat ook mensen van de gemeenten waren gekomen. Een meisje dat ook in de kerk zat, later bij de sing-in was heeft daarna via Facebook informatie ingewonnen over het programma van morgen. Via Facebook hebben we haar uitgenodigd om ook de Talk bij te wonen en verder overdag mee te doen aan de activiteiten. Als het goed is komt ze morgen ook langs. Mooie dingen dus.

Het laatste en waar ik mijn thuis voor zou schamen is het feit dat ik vanavond met de mede teamleden liedjes heb geoefend voor Swingtime. Swingtime ken ik bij camping Bergzicht als ochtendbeat. Wat in deze context betekend dat ik met de kleinsten morgen op de camping liedjes en dansjes sta te doen op: Theo theo, olifantje, Cowboys en indianen, Tarzan en Jane en de kabouter plop dans zijn daar geheid elke avond onderdeel van. We hopen dat het morgenavond een stuk beter gaat als gisteren. Want vanavond hebben we bijna een uur geoefend om de dansjes goed onder de knie te krijgen.

Tot zover eerst; Mogelijk in de loop van de week een nieuw bericht en dan misschien iets eerder dan half drie in de nacht. Voor nu vanaf mijn kant slaap lekker!.

Over de romantiek van camping Bergzicht

06-08-2011

In dit land zijn er mensen die zeggen dat foto’s meer zeggen dan duizend woorden. Op dit moment durf ik af te wijken van deze verwoorde gedachte. Ik ben van mening dat zelfs foto’s mijn gevoel van het leven op camping Bergzicht niet kunnen weerspielen. Op de foto’s kan je niet zien waarom ik zo’n fantastisch gevoel heb overgehouden weer een jaar camping Bergzicht. Met beide ingrediënten hoop ik toch een deel van mijn gevoel te weerspiegelen.

Zoals in mijn vorige blog beschreven is de camping een soort verslaving, zo eentje waar ik niet van wil afkicken. Redenen waardoor ik jaarlijks kies om te gaan zal ik jouw dit keer besparen. Want ik wel wil proberen te beschrijven is waarom deze week op camping Bergzicht alles in zich heeft gehad en nog meer heeft gegeven.

Laten we beginnen met de elementen die we de afgelopen week hebben mogen delen. Het weer zorgde ervoor dat we als campinggasten niet en het meest fantastische weer hebben gehad. Zondag was het overdag veertien graden onder de luifel, waardoor we allemaal koud zaten te worden en de nacht van dinsdag op woensdag was het zeventien graden. Warmer was dan zondag. Ik ben verkleumd door de koude wind en de harde regen en nog geen vijf dagen later ben ik twee keer verbrand. De temperatuurverschillen waren niet van de lucht waardoor twee keer naar de kerk gaan op zondag ineens een stuk aantrekkelijker was geworden dan de jaren hiervoor. De kerk werd ineens een warm hartelijk bedevaartsoord voor iedereen die het koud had.

De koude momenten overleefden we met de gezelligheid van elkaar en het vervroegde bezoek van zus Margreet die net als mij een week bleef. Omdat ze mijn blog van vorige week had gelezen wilde ze gelijk naar de camping, ze wilde geen moment missen. De gezelligheid met elkaar moet je voorstellen als slap ouwehoeren inclusief de slechte grappen, vooroordelen uitspreken zonder dat je er bij nadenkt en ’s avonds naar de kantine om daar de leukste mensen van de camping te ontmoeten. Voor ingewijden zullen mijn woorden: “Wat vind je er nou zelf van?” en “Als je een cijfer mocht geven tussen de een en de tien, wat zou dat dan zijn?” bij elk willekeurige activiteit nooit meer het zelfde klinken.

Wat mij direct weer aan het lachen maakt is het terugdenken aan de momenten dat we het spel ‘bokken schieten’, wat we eigenlijk vanaf het eerste moment bokken of bokke noemde. Het lage niveau zorgde voor de meest hilarische momenten. Neem bijvoorbeeld de vraag: ‘Heb je zin om te bokke?’ of de woorden van een vriendin tijdens het spel: ‘Oeh spannend, ga door’. Dat waren enkele voorbeelden die duidelijk maakte dat de dubbelzinnigheden over tafel vlogen.

Natuurlijk gaat er tijdens een dergelijke vakantie ook wel eens wat mis. Wat er bij mij mis ging was dat tijdens het mountainbiken ik een bocht te laat zag. Samen met Margreet en vader gingen we maandag mountainbiken. Margreet werd helaas misselijk en daarom gingen, vader en ik, nadat we Margreet naar de camping hadden gebracht samen verder. Op de mountainbikeroute op de Lemelerberg ging het mis. Een stijle afdaling, met veel gaten, boomstronken, sprongen en mijn waaghalsgedrag en het uitstelgedrag qua remmen zorgden er voor dat ik met een forse snelheid het onvoorspelbare ‘pad’ afdenderde. Enkele momenten nadat ik de haakse bocht had ontdekt lag ik naast de bocht in het kreupelhout en mijn fiets lag op mij. Afgezien van een paar schrammen had ik er niets aan overgehouden. Het was een prachtige ervaring.

Een andere mooie herinnering is een gesprek die ik had met de dochter van de campingbaas. Ze gaat MWD studeren maar was niet zeker van haar keus tussen SPH en MWD. Het was al later op de avond en in de kantine had de bel voor de laatste ronde al geklonken. Ik vroeg haar of ze ging studeren en toen vertelde me haar verhaal. Ik reageerde door te zeggen dat ik ook MWD deed en er net een stage op had zitten bij de Verslavingszorg Noord Nederland. Uit haar fysieke reactie merkte ik dat ze dat niet verwacht had van mij. En gezien mijn verleden met haar broer, mijn opstandigheid eerdere jaren op de camping, kan ik me voorstellen dat aan de eettafel vaker negatief over mij is gesproken dan positief. Ik vertelde over mijn ervaringen en vertelde wat ik zoal had meegemaakt op de opleiding en mijn stage. Diezelfde dag of een dag later, heeft vertelde ze aan haar moeder dat ze opnieuw enthousiast was geworden voor de opleiding MWD. Haar reactie, op de vraag van haar moeder hoe dat kwam, was dat ze met mij had gesproken en dat ik ook MWD deed. Als ik mijn bron mag geloven hadden ze dat niet echt achter mij gezocht. Ik vind het een mooie herinnering dat ik nu weet dat er op een positieve manier over mij is gesproken. Want ik ben niet trots over het overlast dat door mij of mede door mij is veroorzaakt in de afgelopen jaren.

Ik heb eens blog geschreven over vriendschappen. Vragen die ik had waren: Wanneer mag je iemand een vriend noemen en wanneer is iemand geen vriend meer? Moet je een vriend wekelijks zien? Om de zoveel dagen contact hebben? Wat zijn de regels…? Vandaag heb het antwoord! Een vriend is iemand, die wanneer je hem/haar ziet ook al is het na een lange tijd, waarbij je jezelf mag, kan en durft te zijn. Van hen heb ik er een aantal op camping Bergzicht. Ook dit jaar. De namen Jacqueline, Mieke, Anne, Sanne, Matthias, Robert, Wietse en Mayna vallen en zullen niet vaak vallen op mijn blog. Maar met hen heb ik ook dit jaar weer fantastische tijden mee gemaakt. Van Bokke (en dan het spel), tot samen zonnen in het zwembad, ’s avonds een drankje aan de bar en daarna bij mijn ouders. Stuk voor stuk zijn het mensen die een blijvende voetprint hebben achtergelaten op het pad van mijn leven. Mieke met haar ‘Jonguh’ en mijn reactie ‘bam’, Sanne vanwege haar ‘bier en de kunst om nog gekker de doen dan ik’, Matthias omdat hij zo grappig lacht en ontzettende doorzettingsvermogen heeft getoond de afgelopen jaren op het gebied van de liefde. Robert omdat hij nog grappiger is dan ikzelf en hij op fantastische wijze een halve Duitser kan naspelen. Wietse omdat hij op zijn leeftijd (vijftien) al op een leuke manier brutaal durft te zijn. Jacqueline omdat ze stiekem gewoon ontzettend goed is in afscheid nemen. Anne omdat ze een vrijbuiter is en gewoon gesponsord vrijwilligerswerk moet en wil doen als ze later groot is en tenslotte, last but not least, Mayna omdat ze gewoon zichzelf is. Ze is pas een paar jaar in Nederland en spreekt echt goed Nederlands, ze is gewoon ontzettend lief.

Mijn ouders en mijn zusje Margreet wil ik als laatste nog bedanken voor een fantastische vakantie. Zij passen feilloos in de groep met genoemde personen. Mijn ouders leven voor en van de gezelligheid die we als groep meebrengen ook al is het soms wat laat en hard. Margreet die alles en meer energie dan ze heeft steekt in de vakantie. Hoewel het voor haar soms ongezond is heeft ze zich niet laten kennen. Dankzij de zware medicatie tegen migraine kan ze tegenwoordig ook langer in de zon zitten dan twee minuten en heeft ze een reële kans om bruin te worden. Samen met hen ben ik dinsdag naar Giethoorn gegaan om in een fluisterbootje Giethoorn door te varen. Het weer was fantastisch en het was supergezellig om zo eens enigszins cultureel bezig te zijn.

Dit alles en nog veel meer hebben gezorgd voor romantiek op camping Bergzicht. Geen liefde, maar mijn romantische melancholische verlangen terug naar de camping. Met de mensen om mij heen die het dit jaar fantastisch hebben gemaakt. Volgend jaar gewoon weer.

Passief & Reactief? Nee..

21-07-2011

Niet het idee, niet van de Rabobank of van mij, maar in dit geval ‘leiden’ vele wegen, ook al passief en reactief naar mooie uitkomsten. Wat deze uitkomsten? zijn daarover later. Zoals sommigen al weten doe ik een studie Maatschappelijk Werk en Dienstverlening in Groningen. Groningen is de stad waar ik in de loop der jaren van ben gaan houden. Groningen, een studentenstad puur sang. Vele studenten die in Groningen wonen of in Groningen studeren zullen dit beamen. Op de Nederlandse televisie weten ze het mooi en eerlijk te brengen als: “Er gaat niets boven Groningen”. Een zin die, in de commercials, er wat mij betreft uit springt is: “Groningen de stad waar geen sluitingswet is.”

Toch begon er ergens in mijn lichaam, in de buurt van mijn Appropo, wat te knagen toen ik las dat binnen mijn opleiding de mogelijkheid was om een minor te doen. Een minor op je eigen hogeschool of, nog interessanter, op een andere Hogeschool die aangesloten is aan een overkoepelende organisatie. Ik wist al gauw dat ik de minor verslavingskunde wilde gaan doen. In Groningen werd deze niet aangeboden, maar in Zwolle en Leiden wel. Zwolle ken ik een beetje. Ik heb er wel eens een sapje gedronken, gelogeerd en heb ik een paar vrienden wonen. De studie in Zwolle was een initiatief van een man die werkzaam was geweest bij Verslavingszorg Noord Nederland waar ik het afgelopen jaar heb stage gelopen. Het kon niet beter toch? Toch?

Leiden trok mij vanaf het begin meer. Ik wijt het aan nieuwsgierigheid naar het onbekende. Ik nam contact op met Hogeschool Leiden en het bleek dat ik binnen twee dagen moest besluiten of ik me wilde inschrijven voor de Minor. Ik was nog nooit in Leiden geweest, kende er niemand en kende de opleiding niet. Toch koos ik voor Leiden, impulsiviteit en nieuwsgierigheid waren daar de grootste boosdoener van. De keus had ik onbewust al eerder gemaakt en vanaf het moment dat ik de contactpersoon van de minor had gesproken was ik alleen maar bezig mijzelf te overtuigen van het feit dat ik het moest doen. Achteraf bleek het, zoals ik al schreef, een impulsieve keuze te zijn geweest. In Groningen wonen en drie uren reizen voor de colleges, om vervolgens weer drie uur te reizen om thuis te komen. Ik had er niet echt relativerend over nagedacht, maar twintig weken zou ik het wel volhouden dacht ik.

Mijn stage liep af, mijn vakantie begon en ik begon na anderhalf week vrij te werken bij Bizztravel. Vakanties verkopen, vakanties naar het buitenland, waar het wel mooi weer was. En vakanties hebben we verkocht, ik denk dat het van de directeur wel elke zomer slecht weer mag zijn in Nederland. Afgelopen dinsdag ontving ik een voicemailbericht van een Ex-collega die tijdens mijn afscheidsborrel had genoemd dat ze kennissen heeft die leiden wonen.

Ze belde me met het bericht dat de zoon van haar vriendin (die in Leiden woont) een huisgenoot had die een half jaar naar het buitenland ging en dat ik daar mogelijk wel kon gaan wonen. Daar lag het, voor me, ik hoefde het alleen maar dankbaar aan te pakken. Ik belde haar gelijk en na het telefoongesprek kreeg ik per mail de telefoonnummer van de zoon van een vriendin van haar. Thuisgekomen was het contact gauw gelegd. Ik kreeg het nummer van het meisje dat tijdelijk uit haar kamer ging. Een hospiteerdate was daarna gauw geregeld. We spraken af voor donderdagavond. De afspraken die had verzette ik gretig en reisde naar Leiden.

Inmiddels ben ik op de weg terug naar Groningen. Ik heb haar gesproken en ik heb besloten om daar te gaan wonen. Want zo’n unieke mogelijkheid kan ik niet laten liggen. Na ruim drie jaar in Groningen gewoond te hebben ga ik per september tijdelijk in Leiden wonen. En ik vind het echt verschrikkelijk gaaf en zie er ontzettend naar uit, maar ik vind het tegelijk ook vreselijk spannend. Tegelijkertijd kan ik het eigenlijk ook niet geloven of beseffen. Het ging zo gemakkelijk, het is me gewoon in mijn schoot geworpen en het was een unieke kans die ik alleen maar hoefde aan te grijpen. Hoe fantastisch is dat? Het scheelt me minimaal 18uur reizen per week.

De andere kant is dat ik mijn vrienden een stuk minder ga zien. Dat is kloten, maar ik denk niet dat dat onoverkomelijk. Ik weet dat ik ze ga missen. Maar het reizen naar Groningen is maar drie uur. Met die gedachte in mijn achterhoofd weet ik dat ik met regelmaat naar Groningen kom. Al die feestjes die ik zelf ook nog moet geven en gegeven worden, daarvoor ga ik graag terug.

Maar deze melancholische gedachte kan op dit moment niet tegen het gevoel op dat ik een ondernemend, (pro)-actieve uitdagende tijd in ga in Leiden. Mijn vrienden zijn natuurlijk van harte welkom in Leiden.

AAAH… IK HEB ER ZIN IN!

Van Leiden naar onverwachte asielzoekers.

07-07-2011

Na mijn vorige blog, waarin ik schreef over het feit dat het allemaal wel minder kon, vandaag een uitgebreidere blog over mijn leven als student met vakantie. Van de afgelopen week (vanaf zondag gezien dan) waren maandag en dinsdag het meest memorabel. Want wie had gedacht dat ik dinsdag na een onschuldige lunch met Sanne bij haar zou naaien? Ik niet, maar daarover straks meer.

Per september ben ik zowel student aan de Hanze Hogeschool in Groningen als aan de Hogeschool Leiden in, en je raad het misschien al, Leiden. In Leiden ga ik de minor Verslavingskunde volgen. Omdat ik nog nooit in Leiden was geweest leek het mij geen slecht idee om voor het schooljaar eens een kijkje te nemen. ‘Hoe kom ik van het station bij de hogeschool?’ en ‘Hoe is Leiden als stad?’ waren voor mij vragen die ik wel beantwoord wilde zien. Om de reis van bijna drie uur niet alleen te hoeven doen, afgezien van het feit dat ik je de trein nooit alleen bent, vroeg ik zus (Wietske) of ze mee wilde. Dat wilde ze wel, want zij was immers wel eens in Leiden geweest en wilde mij een grand tour geven.  Zo gezegd zo gedaan. Om kwart voor tien stapte ik in Groningen in de trein, in Zwolle kwam Wietske mij vergezellen en na een overstap in Utrecht kwamen we rond half één aan in Leiden. Reisduur? Twee uur en eenenvijftig minuten. Gelijk bekroop mij de gedachte of ik dit drie keer per week wil doen? Ik moet maar eens goed nadenken of ik heen en weer wil reizen of tijdelijk een kamer in Leiden ga zoeken.

Aangekomen in Leiden leek het me een goed idee om voor het lunchen, wat natuurlijk ook belangrijk is, de Hogeschool te bezoeken. Wie weet was er iemand waarmee ik kon spreken, iemand die inhoudelijk iets over de minor kon vertellen. Aangekomen sprak ik de receptionist aan die mij doorverwees naar de studentenadministratie die mij vervolgens doorverwees naar de servicebalie, het leek wel een verwijzersdag. Het voelde alsof ik op een hogeschool was aangekomen. Het kastje muur effect is waarschijnlijk in de omstreken van Leiden ontdekt en ingevoerd. Later is dit overgewaaid naar het noorden, naar de Hanze Hogeschool.  Want dit kastje-muur-fenomeen herkende ik direct van de Hanze, daar hebben ze het verwijzen, doorverwijzen en terugverwijzen tot olympische sport verheven. Dit maakte dat ik me gelijk thuis voelde in Leiden. Vooraf dacht ik hier twee weken voor nodig te hebben op de Hogeschool, Echter werd het al gauw duidelijk dat dit een naïeve gedachte was. Aan de servicebalie vertelde dat ik uit Groningen kwam, daar studeerde en in september zou beginnen aan de minor verslavingskunde in Leiden. Ik vroeg of er iemand was waarmee ik kon spreken. Hij pakte de telefoon en belde. “Hallo, Ja je spreek met … van de servicebalie. Ik heb iemand die uit Groningen is gekomen aan de balie en hij wil graag informatie over de minor verslavingskunde.” De vrouw, aan de andere kant, die ik al eerder aan de telefoon had gehad, was wel aan het werk, maar dan thuis.

Ik was op de bonnefooi naar Leiden gegaan in de hoop dat er iemand zou zijn. Ik had niet eens op internet gekeken of het pand überhaupt open was. Nadat bleek dat er niemand was die me te woord kon staan liep ik samen met Wietske weg en zei ik nonchalant: ‘ach, dan kom ik een andere keer wel weer om het te proberen’. De manier waarop hij toen keek was echt onbetaalbaar. Na een vermakelijk rondje door de hogeschool werd het tijd voor de grand tour door het centrum van Leiden. Hoewel het rustig was, gaf het me een goed beeld van hoe de stad Leiden moest zijn als het wel druk zou zijn. De terrassen gevuld, lange winkelstraten, veel winkels die ook in Groningen zijn (je gaat toch vergelijken) en een hele pittoreske uitstraling. Ik zou me daar wel op mijn gemak kunnen voelen. We vonden onze plek aan het water, met zicht over een brug en vele voorbijvarende sloepjes. Het was heerlijk in de zon en het eten smaakte naar verwachting. Na een wandeling en een paar boekenwinkels (zus houdt nogal van lezen) gingen we weer richting het noorden. Terug naar Groningen, terug naar huis.

Dinsdag was mijn enige agendapunt het Lunchen met Sanne. Het gekke of meest opmerkelijke van het lunchen met Sanne afgelopen dinsdag vond ik de afloop. Hoewel Sanne al jaren een vriend heeft had ze er geen enkel zichtbaar probleem mee, ze moedigde me zelfs aan en hielp me zelf, om bij haar te naaien. Om half één had ik met haar afgesproken bij de Australian aan de vismarkt (in Groningen). We hadden tijdens onze stage al eens eerder geluncht en omdat dat goed beviel had ik haar vorige week spontaan uitgenodigd om dat nog eens te doen. Ze was er op dat moment niet maar stelde voor om afgelopen dinsdag te lunchen. Omdat ik lunchen belangrijk vind en er goed in ben leek me dat een goed idee. We gingen lunchen bij Boven-Jan aan de grote markt. Ik bestelde een uitsmijter ‘Luilekkerland’. Wat er eigenlijk op neer kwam dat ik en een broodje ei met ham en kaas kreeg en een kroket. Sanne bestelde iets exotisch wat ik niet kan uitspreken, laat staan schrijven. Het gesprek ging al gauw over stage, school en cijfers. Nadat we deze onderwerpen hadden afgestreept was het tijd voor wat meer ‘intieme’ onderwerpen als, waarom zijn Gertjan’s zo leuk (haar vriend is naamgenoot), hoe gaat het met de scharrels, liefdes en hoe raak je in vredes naam je telefoon kwijt tijdens het stappen? Nadat de zon haar werk had gedaan en we onze pokkels (lees: buik) vol hadden gegeten nodigde ze me, zonder blikken of blozen, bij haar thuis uit. ‘Ga je nog even mee naar boven’ zei ze. Bij haar thuis aangekomen liet ze me haar kamer zien, waarover ze eerder die middag had verteld. Het was inderdaad zo mooi als ze vertelde maar niet zo groot, althans dat idee heb ik. Ook had ze een gigantisch dak dat bereikbaar was via een kachel, een raam en een buitenstaand bankje. Ik wilde wel kijken en stapte naar buiten, met de stappen die ik nam hoorde ik mijn broek scheuren. Ik ben wel vaker uit een broek gescheurd, ik heb nu eenmaal een dikke bips. Omdat het vaker gebeurde bleef nonchalant. De schade leek mee te vallen en wanneer ik door de stad terug zou lopen naar mijn fiets zou het niemand opvallen, geen zorgen dus.

Wat ik toen niet wist, was dat het nog geen vijf minuten daarna nog een scheur in mijn broek zou krijgen die wel ernstig was. Nadat ik vier minuten rond had gezworven op het dakterras wilde ik weer naar binnen. Een ongelukkige stap zorgde voor een scheur van ongeveer 40 centimeter. Van mijn lies tot halverwege mijn korte broek. Wanneer ik zo door de stad heen zou wandelen zou iedereen er van overtuigt zijn dat ik ‘Jack the Stripper’ was, nu hij zo in het nieuws was, leek mij dat niet handig. Mijn boxershort was goed zichtbaar, mijn been nog meer. Kortom paniek. Sanne had als reddende engel een oversized broek, die ik zelfs aan kon, en een naaisetje. Daar zat ik vervolgens met roze draad met sierlijke bewegingen mijn broek te naaien (whoop whoop). Bijna het halve rolletje garen is in mijn broek gegaan maar het was wel dicht. Het was zelfs goed dicht want toen ik weer in mijn eigen broek stapte bleven de stiksels zitten.

Toen ik onderweg naar huis fietste, zelfs op de fiets hielden mijn stiksels het, wist ik nog niet dat ik diezelfde avond nog een volgend memorabel moment zou beleven. ‘s avonds zag ik op Twitter dan Dick en Aline van plan waren om te gaan terrassen in Groningen. Ik reageerde dat Groningen een uitermate goede keuze zou zijn en dat wanneer ze nog gezelligheid nodig hadden dat ze mij maar moesten berichten. Rond half elf kreeg ik het verlossende berichtje. Nog geen twintig minuten later zat ik met Dick en Aline op het terras, was hadden het over koetjes, kalfjes, sappige roddels uit Assen, oude koeien in de vorm van scharrels, het niet halen van punten en over het werken als Assenaar in een fries ziekenhuis waar ze alleen maar fries spreken. Na een biertje, of wat, kwamen we op het gespreksonderwerp hoe laat de laatste bus of trein zou gaan. Omdat ik een nieuwe frisse snelle telefoon had mocht ik wel kijken hoe laat dat was. Toen ik dit op mijn scherm zag was het inmiddels bijna half een geworden. Doodleuk vertelde ik dat de trein over drie minuten zou gaan en dat ze die echt niet meer gingen halen. Lichtelijk in paniek vroegen ze vluchtig of er ook nog een bus ging. Ik keek weer en antwoordde negatief. De manier waarop ze toen keken was onbetaalbaar. De één had de volgende ochtend een theorie examen de andere zou om zeven uur oppassen. Even noemde ze dat ze wel met de taxi naar Assen konden, maar beiden hadden daar eigenlijk geen zestig euro voor over. Ik vertelde dat een taxi naar mijn huis ongeveer twaalf euro zou zijn en dat ik nog wel wat slaapplekken kon realiseren. Zij waren gered en ik had plotseling twee logees. Nadat ze besloten hadden dat ze wel bij mij bleven pitten werden de ouders via sms op de hoogte gesteld. Op datzelfde moment had Dick trek. Ik wist nog wel een goede nieuwe dönner naast de Febo. Minuten later probeerde Dick tevergeefs fatsoenlijk zijn broodje op te eten. Nadat dertig procent van zijn broodje op de grond was gevallen en Aline haar broodje kipburger op had gingen we kijken hoe het in Ome Ko was. Ze hoefden nu toch niet meer naar huis. Na een paar biertjes, wat danspasjes, wat stoere blikken naar links en rechts en een plaspauze was het tijd om naar huis te gaan. Beiden stonden ze te kijken hoe druk het nog was voor een dinsdagnacht tijdens een tentamenweek. Ik was er van overtuigt dat het om vijf uur op die plek nog drukker zou zijn.

Aangekomen bij huis waren mijn pas verworven logees ook net door de taxi chauffeur gebracht en zaten ze buiten nog rustig een sigaretje te roken. Boven aangekomen dronken we nog een sapje en kijken we nog wat liedjes via Youtube. Nadat we gekeken hadden hoe laat ze nu wel de bus en trein moesten hebben werd besloten dat ze een paar minuten over half zes de bus wilde nemen en rond zes uur de trein wilde nemen. Met twee uurtjes slaap voor de boeg stopte ik Aline onder en vertrouwde ik haar toe dat ik daar zes jaar geleden al van droomde. Zelf mocht ik het bed delen met Dick en hoewel we met z’n drieën nog min of meer in gesprek waren viel ik in slaap. Op een gegeven moment hoorde ik de vreselijkste wekker die ik ooit gehoord had. Het bleek Dick zijn telefoon te zijn. Hij was echter van mening dat dit niet zijn wekker was maar die van mij. Toen we eruit waren dat dit toch echt zijn wekker was ging het snel. Vliegensvlug stapten ze uit bed en trokken hun kleren aan. Voor ik het door had waren ze de deur uit en hadden ze mij bedankt voor hartelijk voor de ‘nachtrust’ en het asiel. En ik? Ik sloot mijn ogen en viel weer in een diepe slaap.

Tja, mijn vakantie? Die kon minder!

 

Mijn vrienden van Amstel

21-06-2011

Je kent ze wel; de bier merken van Nederland. Ze proberen ons via commercials op de televisie te vermaken. Heineken deed zijn Walk in Fridge, Grolsch heeft het over echt bier, Jupiler heeft het over dat mannen wel weten waarom, Bavaria heeft er jurkjes voor over en Amstel? Amstel doet zijn best met: ‘Maar het is toch, ons bier?’ en de nieuwste commercial ‘buurtfeestje’. Welke mij persoonlijk aanspreekt.

Ik denk dat alle mannen in Nederland wel een favoriet biermerk hebben. Tevens denk ik dat de mannen die zeggen dat ze geen favoriet hebben geen baardgroei hebben en geen baard in de keel hebben, kortom het moeten nog echte mannen worden. Mijn favoriete biermerk is Heineken, met hoge uitzondering staat er bij ons in de keuken een ander biermerk dan Heineken. Wanneer we dat in huis hebben is dat vaak A. Omdat ik het niet gekocht heb of B. Omdat iemand anders dat gekocht heeft. De vraag waarom? Is domweg niet te beantwoorden.

Echter dit jaar aangenaam verrast door het plezier wat je van Amstel kunt hebben. Amstel heeft namelijk vrienden! Die vrienden van Amstel die houden, net als mij, wel van een feestje. Maar omdat mijn kamer ‘maar’ 26m2 is en de Ahoy net iets groter is hebben de vrienden van Amstel besloten om hun feest in de Ahoy te houden. Het leek hen wel leuk om live een liedje te zingen. Misschien ken je het wel; Vrienden van Amstel Live. Elk jaar kunnen er een select aantal personen zich aanmelden door kaarten te kopen. Dat deden wij. Eerlijk is eerlijk (waarheid als een koe). Ik beken trots dat ik een prachtig feest heb gehad. Het bier vloeide rijkelijk en omdat ik Amstel, dat regelmatig wordt beschreven als  arbeidersbier, niet met regelmaat drink, had ik niet één maar twee dagen plezier van dit feest. Woensdag op donderdag nacht kwamen we rond drie uur weer aan in Groningen en mocht ondergetekende weer om half negen present zijn bij de Verslavingszorg Noord Nederland.

Dat (alfa)mannen graag uit komen voor hun favoriete  biermerk is een ding. Wat een tweede is? Dat merkte ik bij mijn vrienden van Amstel. Zij hebben niet alleen een favoriet biermerk maar ook hun favoriete zangers en zangeressen. Zo weet ik geheel toevallig dat mijn favoriete zangeres van die avond Laura Jansen was en dat mijn favoriete nummer dat van Di-rect was. Het gedeelte “we are your friend, you’ll never be alone again” dat keihard gezongen werd door de leadzanger, werd nog harder meegezongen door de mensen die zichzelf hadden uitgenodigd door een ticket te kopen. Ik deed ook mijn best en zong het aller hardst en dat zorgde ervoor dat ik niet alleen de dag erop een schorre stem had, maar ook dat ik tot op de dag van vandaag daarvan stilletjes kan genieten.

Wat mij die avond verraste was dat Nick en Simon op een gegeven moment één van hun favoriete nummers ging spelen. Dankzij Youtube had ik kennis gekregen van het feit dat ze graag Simon and Garfunkel speelden. Maar dit keer speelden ze dit niet. Na een korte promo kwamen ze op als twee Beatles en speelden enkele fantastische nummers. Het mooiste nummer was wel ‘Hey Jude’. Dat magnifiek door de Ahoy schitterde.

Tijdens het concert Vrienden van Amstel Live kwamen we erachter dat in Groningen, onze thuishaven, de helden van Amstel live werden gespeeld. Dat we daar ook deel van uit wilde maken stond al gauw vast. Snel waren er 22 kaarten besteld en mochten we met ons allen op 18 juni ’11 draven op de drafbaan in het stadspark. Op de drafbaan stond een grote tent waarin het feest gehouden zou worden. Samen met 7000 anderen stonden we droog onder het tentdoek. Onze ‘Nederlandse helden’, Edwin Evers, Miss Montreal, Nick en Simon en Roel van Velzen zongen bekende nummers van hun helden. Onder anderen Queen, Bon Jovi, Meatlove, the Police en the Beatles. Deze laatst genoemde gaf wat mij betreft het mooiste stukje van de avond. Nick en Simon deden net als bij de Vrienden van Amstel Live het nummer: Hey Jude. Na dit nummer wilde ze, net als alle andere artiesten, hun eigen nummer spelen. Maar vanwege het publiek lukt dat laatste niet direct. Het publiek bleef hangen in het gedeelte:

Na na na, na-na na na
Na-na na na, hey Jude
Na na na, na-na na na
Na-na na na, hey Jude

Keer op keer zongen de 7000 gelukkigen dit gedeelte door. Ik denk dat de wijk om de drafbaan het gehoord had kunnen hebben. Na verloop van minuten lukte het Nick en Simon toch om hun eigen nummer in te zetten. Die viel na dit muzikale hoogtepunt natuurlijk enigszins tegen. De avond die werd begonnen met een nummer van Phil Collins, gezongen door Edwin Evers inclusief een prachtige drumsolo, werd afgesloten door het nummer: Paradise by the dashboard light. Een ode aan misschien wel een van de bekendste kroegnummers van Nederland.

Ik vond het twee prachtige feesten en zou graag volgend jaar weer naar mijn vrienden van Amstel willen gaan. Wie gaat er mee?

Neemt gij..

30-05-2011

Een paar weken geleden hadden we een bruiloftsfeest van Tineke (ex-huisgenote) en Geert. Wij drie musketiers, Johan, Henk en ik gingen in pak omdat Johan dit immers ooit, met een paar sapjes op, had beloofd aan Tineke. Henk en ik lieten ons na deze belofte vakkundig ompraten en besloten ook om in pak te gaan. Dat leek Tineke best mooi. Voordat het zover was moest er nog wel wat gebeuren. Johan moest een pak kopen, Henk hoefde eigenlijk niets te doen want die had het pak al in de kast hangen en ik moest nog naar Assen om mijn pak op te halen. Maar, paste ik mijn pak nog wel?

Een aantal weken voor de bruiloft was ik bij mijn ouders en moest het gebeuren. Ongeveer zeven jaar geleden had ik de laatste bruiloft waarbij ik een pak droeg. En ongeveer zes jaar geleden heb ik mijn pak voor het laatst gedragen. In de wetenschap dat ik de afgelopen jaren zeker tien kilo ben aangekomen (best knap) liep ik vol goede moed de trap op richting mijn ouders slaapkamer om mijn pak op te halen en beneden, waar ik alle ruimte had om geheel in stijl alleen mijn pak aan te passen. Niemand hoefde mij te zien hoe ik strubbelde om mijn pak; die waarschijnlijk te klein was; aan te doen. Maar niets was minder waar. Het jasje zat nog als gegoten. De broek gleed met speels gemak over mijn benen tot het moment kwam dat ik het dicht wilde doen. Skinny Jeans voor vrouwen is er niets bij. Ik hield mijn buik in, ging nog net niet op de grond liggen, maar met wat moeite ging mijn broek dicht. Ik paste mijn pak, maar kon me niet veroorloven om een paar kilo aan te komen.

Op de dag voor de bruiloft sprak ik Johan. Hij had nog geen pak gekocht, maar hij ging morgen nog wel even de stad in om wat te kopen. Op dat moment gutste per direct het angstzweet uit mijn poriën. Johan, inmiddels drie breed en twee hoog, zou nooit binnen een dag een pak kunnen vinden. Maar we zouden het proberen, we spraken op de dag van de bruiloft af. Ik eerst naar school, Johan eerst uitslapen. Het verschil moet er zijn, zullen we maar zeggen. Hij moest een pak hebben, een paar schoenen en een bijpassende riem. Ik wilde misschien nog wel schoenen, een bijpassende riem en een blouse. Maar alleen als we daar nog tijd voor hadden. Na een lunch gingen we op pad. Geloof het of niet, maar binnen drie kwartier hadden we voor Johan een pak, een riem en een paar goede schoenen. Johan reageerde hier nonchalant op: “Ik ben de moeilijkste ook niet”. Na anderhalf of twee uur had ik ook mijn spulletjes gevonden.

Zelf ging ik nog langs Assen om mijn, net gestoomde, pak op te halen. Thuis gekomen at ik gauw nog wat maakte me klaar voor de bruiloft. Als de drie musketiers zagen we er prachtig uit, al zeg ik het zelf. Beter gekleed dan wij waren Eline en Angela, zij waren ook uitgenodigd en gingen mee. Wie er het best uitzagen? Het bruidspaar. Tineke had een mooie zilverkleurige jurk aan en Geert had een zeer net pak aan (zie foto). Ze zagen ze er intens gelukkig uit. De kerkdienst was zoals die verwacht werd. Een kleine gereformeerde vrijgemaakte gemeente en weinig spektakel.

Dat spektakel stond te wachten van de feestlocatie waar, als ware ze een bigband waren met personeelstekort, een band ons als gasten al stond op te wachten vlakbij de ingang. Nadat we het bruidspaar hadden gefeliciteerd mocht het feestgebarst losdruisen. De openingsdans werd traditioneel gedaan door het bruidspaar waarna het uitgenodigde mannelijke gezelschap na het nuttigen van een paar goudgele-pret-cilinders ook de stap op de vloer aandurfde.

Eerder die avond dacht ik een bekend gezicht te zien. Ik vertelde het Henk en Johan: ‘Kijk dat is Sua, het meisje dat was komen hospiteren om mijn oude kamer over te nemen’. Nadat ik vijf minuten met de vermeende Sua had gesproken bleek Sua, Sua niet te zijn, maar Sua’s zus Rhode. De spontaanste van de twee, aldus haarzelf. Als je haar mocht geloven leken ze ook totaal niet op elkaar. Voor haar misschien niet. Maar ik zag het verschil echt niet, tenminste niet tot ik een paar dagen later een foto zag van hun naast elkaar. Na lang zoeken was er inderdaad wel ergens een verschil te vinden.

Terwijl ik, voldoende goudgele-pret-cilinders gedronken hebbende, mij al dansende op de dansvloer begaf, rook ik ineens een geur die mij herinnerde aan mijn laatste barbecue. Al gauw werd mij duidelijk dat er broodjes hamburger en broodjes beenham werden geserveerd. Tineke en Geert wisten exact hoe ze ons mannen moesten verwennen. Het afsluitende nummer, die vooraf ingestudeerd zou moeten zijn, klonk en we zongen het bruidspaar geluk toe.

“En straks klinkt het slot akkoord, gitaarkoffer dicht
Jij gaat naar huis toe en uit gaat het licht

Wat we ook verzinnen en wat ik ook zing
En waar we aan beginnen
Aan het einde telt er maar een ding

Zonder jou schrijf ik nooit meer een lied
Zonder jou is een woord slechts een stuk van een zin
Een couplet een couplet
Een refrein een refrein
Het is goed dat jullie hier zijn

Deze avond zonder jou geen feest
Dit had allemaal geen zin als jij niet was geweest

En straks klinkt het slot akkoord, gitaarkoffer dicht
En jij gaat naar huis toe en uit, uit gaat het licht

Ik wil nog niet naar huis, van jou krijg ik nooit genoeg
Ik wil nog niet naar huis, voor de nacht is het veel te vroeg
Ik wil nog niet naar huis, van jou krijg ik nooit genoeg
Ik wil nog niet naar huis, voor de nacht is het veel te vroeg

Etc”

 

Een bijzondere week! (Mooie dingen 2 van 2)

12-05-2011

Bewapend met Bijbel, pen, papier en andere benodigdheden stapten we herenigd als drie musketiers uit de bus in de trein richting Assen. Voordat mijn E&R weekend avontuur begon zou ik mijn neefjes Dennis en Rick weer naar Assen brengen. Met een railrunner voor kinderen onder de twaalf is dat zelfs voor een student als mij te betalen. Ze vonden het prachtig! Vooral het zien van de Euroborg was een ware attractie voor de musketiers. In Assen aangekomen was het eerste dat gezegd werd tegen Richard (hun vader) net datgene waarover de musketiers hadden afgesproken het niet te vertellen. Eerlijkheid boven alles zullen we maar zeggen.

Later die middag stapte ik als overgebleven musketier opnieuw in de trein. Het E&R weekend stond op het punt van beginnen en ik moest om kwart over zeven op het station in Zwolle zijn. Daar zou ik opgehaald worden door Annalien en Gerben.

Eenmaal aangekomen op de kampeerboerderij zag ik allemaal onbekende mensen waaraan ik mij, wilde, en mocht voorstellen. De namen vlogen me om de oren en gingen het ene oor in het andere oor uit. Met deze nog onbekende mensen zou ik twee dagen mee in gesprek gaan. Ik die, vrijwel nooit zelfstandig uit de Bijbel lees, Ik die, geen regelmaat heb in welke kerk ik ga, ik die nog zoveel zou kunnen leren van anderen en ik die misschien daarom wel veel aan dit weekend zou kunnen hebben. Daar stond ik, en eigenlijk stond ik daar best ontspannen.

Bij het kennismakingsspel wist ik, hoewel er best goede hints werden gegeven, niet te raden welke persoon er achter mij stond. (Waarom moest ik als nieuweling dan ook als eerste gaan?) Tijdens het avondprogramma observeerde ik hoe iedereen reageerde, zat en deed. Ik ging naar het weekend met het voornemen om zonder verwachtingen, wensen en vooroordelen te beginnen. Het lukte, ik was leeg in wat ik dacht, ik voelde me op mijn gemak en was klaar om mij te laten vullen, geen vooroordelen, geen verwachtingen, als ware een ongeschreven blad, Tabula Rasa.

Mijn ongeschreven blad werd gevuld. Want door vriend en spreker Niels Norg, die iets vertelde over Numeri en de verkenningstocht van het beloofde land Kanaän, zag ik door zijn verhaal over ‘beren op de weg’ beren op mijn pad staan.

Na het spreken van Niels hadden we een moment voor onszelf (stille tijd) om na te denken over wat er gezegd was en om stil te staan of we er klaar voor waren. Was ik klaar voor mijn verkenningstocht binnen de E&R? Terwijl ik op mijn rug op een tafeltennistafel lag te kijken na een heldere hemel gevuld met sterren luisterde ik het nummer waar ik op dat moment direct aan moest denken: : Something Inside So Strong van Labi Siffre.

The higher you build your barriers
The taller I become
The further you take my rights away
The faster I will run
You can deny me, you can decide
to turn your`re face away
No matter cause there’s something inside so strong.
I know that I can make it,
th’o you’re doing me wrong, so wrong.
You thought that my pride was gone, ohh no,
something inside so strong,
oh , something inside so strong

Ik dacht; Hoe moeilijk ze het me ook maken, hoe lastig ik het ook vind. Als ik aan dit avontuur begin dan is er in elk geval een iemand waar ik altijd op kan en mag terugvallen.

Die gedachte, met dat nummer, verwoorde ik in het moment na de stille tijd. Ik vertelde iets over mijn leerproces dat stoer doen niet voor mij werkte, over mijn onzekerheid over het doel van mij bij de E&R en dat het nummer van Labi Siffre, tekenend is voor God, als hij in je is, dan is geen barrière te hoog en ookal doe je me zoveel onrecht. Ik heb iets in me wat veel sterker is. Ik had niet gedacht dat ik zo gemakkelijk mijzelf van deze kant liet zien. Was ik dit eigenlijk wel? Een nieuwe rol wellicht? Ik gaf mijzelf open en bloot. Ik stond open voor nieuwe contacten en nieuwe mensen. Na dit delen en het delen van andere was het voor de borrel.

En dat vind ik leuk hé! Voor mij namelijk een ideale gelegenheid om zo in gesprek te komen met onbekenden, kennis maken en te delen. De avond eindigde met bier en frikadellen. Het niveau zoals dat eerder op de avond was werd ruimschoots gecompenseerd met de grappen die toen over de tafel rolden. Deze combinatie tussen het serieus zijn en grappen en grollen, sprak en spreekt mij geweldig aan. Toen ik om drie uur op bed lag smste ik nog enigszins sarcastisch: “ik heb dag en avond deel 1 overleefd, was wel ok ;)” (Ik vond het stiekem vet leuk!)

De volgende dag volgde al gauw want ik was om kwart over zeven alweer wakker. Douche was stap één, toen ik in een van de drie hokjes stapte duurde het geen minuut voordat twee dames naast mij begonnen te roepen: ‘oeh heet’, waarop ik reageerde: “Dat gebeurt me wel vaker”. Vanaf dat moment was het vooral hard lachen geblazen in de douche. Na het ontbijt was er stille tijd, We kregen een aantal punten mee waar we over na moesten denken. ’s Middag kwamen in twee workshops nog terug op enkele vragen die aansluiting hadden bij het verhaal van Niels op vrijdagavond.

Achteraf te vroeg verlieten we rond drie uur ’s middags het strijdtoneel. In de auto dacht ik terug aan wat mijn vader nog zei vrijdag middag: “Je kan het wel, maar het is denk ik niets voor jou”. Ik wist dat ik het kon, mede door mijn sociale opleiding, mijn stage en mijn karaktereigenschappen was ik er van overtuigt dat ik gemakkelijk in contact kon komen met anderen. Of ik geschikt was voor evangelisatie moest dit afgelopen weekend blijken. Stond ik er wel achter?

Een ding is me in elk geval duidelijk geworden. Ik kan het inderdaad, ik heb mooie complimenten gekregen. Ik heb mezelf van een andere kant leren kennen en ik denk neig er sterk naar om dit jaar een week mij in het diepe te gooien. Ook al lijkt het eng, ik kan het en ik heb goede hulp van opzij en boven.

Bea, bedankt! (leve de Koningin)

02-05-2011

Buiten de WK’s en EK’s om zijn er twee dagen in het jaar dat Nederlanders massaal gek doen. Misschien zelfs inclusief deze twee, voor de voetballiefhebbers, prestigieuze toernooien zijn er maar twee dagen.

Koninginnenacht en Koninginnedag.  Vele (web)winkels proberen hun best verzonnen oranje shirts te verkopen of bijvoorbeeld een grijze met de tekst: “Oranje staat mij niet”. Afgelopen weekend was het Koninginnedag en dat viel natuurlijk vies tegen. Elke zelf respecterende Nederlander wil dat Koninginnedag tijdens de werkweek valt. Want op die manier heb je recht op een extra dag vrij. Extra vrije dag of niet, feest was het wel! Tenminste dan spreek ik, brutaal als ik vandaag ben, direct maar voor elke feestganger die tijdens Koninginnenacht of dag in studentenhemel Groningen was. Zaterdag was het ‘weer’ zo ingericht dat de strak blauwe hemel zichtbaar was en dankzij de vele gebouwen om zowel de Grote- als de Vismarkt was er weinig te merken van de (harde) wind.

Mijn zaterdag begon brak. En hoewel je het wel kunt raden zeg ik het toch: Koninginnenacht was de reden waarom ik mij zaterdag brak voelde. Vrijdagavond mocht ik mij met een kratje pils, voor een eetdate, melden bij de Topaasstraat. Lekker eetdaten met Anne & Jos onder het genot van een pilsje werd gevolgd door een barre fietstocht naar de stad (Fietsen wat sowieso spannend is op datgene wat eigenlijk niet eens meer een fiets genoemd mag worden.).  In de stad vonden we een plaats op de grote markt. We keken naar drie wat oudbollige ogende, in jurken gehulde, vrouwen die op het podium hun liedjes zongen. Om het gezang dragelijk te maken dronken we nog een paar pilsjes tot onze pils op was en we haast verplicht door de volgende fantastisch optredende groep bier te kopen. Wat op hun beurt gevolgd werd door wat betere muziek. Aan het einde van de avond merkte ik dat ik ineens achter Anne & Jos aan rende op weg naar onze fiets (wat ging er mis?). De korte route was afgesloten dus mochten we een lange route nemen waardoor we de mogelijkheid hadden om nuchter te worden. Zaterdag ochtend in mijn bed, bleek de route alsnog te kort te zijn. Zelfs het racen op de fiets (als ramdebielen) of de loempia’s had niet geholpen.

Zaterdag werd ik, haast aan mijn stand verplicht, rond negen uur wakker (heeft iets te maken met ritme geloof ik). Na een zakje ibuprofen 600 en een lange douche was ik weer fit. Een (bier)ontbijt met eerder genoemden was aanstaande. Ik melde mij, dit keer met een flesje whisky, om elf uur wederom aan de topaasstraat. Dit keer om te ontbijten. Jos lag nog brak in bed en Anne was, hoewel de stand van mijn ogen anders deed vermoeden, net als ik fit. Al gauw volgde het ontbijt en het eerste biertje. Mijn ogen gingen weer helemaal open en ik er weer tegen aan. Whisky werd gemixt met Coca Cola. Maar omdat ik geleerd heb van vorig jaar nam ik dit keer de helft minder whisky mee.

Nog voor het kapel zijn eerste noten van het Wilhelmus kon spelen stonden wij alweer op de grote markt. Ik mocht geen plastic beker krijgen dus ik moest verplicht eerst een biertje drinken voordat ik kon beginnen aan mijn verse voorraad eigen mix. Omdat een middag lang luisteren naar miniplaybackshowheld Jack d’Ancona niet echt een optie was verhuisden wij al gauw naar de Vismarkt. Daar was de muziek beter en gingen we ‘los’. Goede gesprekken met onder anderen, Brenda, Christiaan, Janine en Jacqueline werden afgewisseld met slap geouwehoer en een drankje. Ik werd zelfs nog herkent als barman van LTC.

Wat ik, naast natuurlijk de gezelligheid het feest, de fantastische groep vrienden, de broertjes, de herinneringen van vorig jaar en de goede gesprekken  persoonlijk wel erg mooi vond is dat ik hoorde dat ik voor de hele dag ben uitgenodigd op de bruiloft van Abel en Jacqueline. Iets wat ik nooit verwacht had. Dat was ook goed te zien aan mijn reactie, want ik kwam niet verder dan een hand voor mijn open mond en een eloquente: “eehuhaa? Echt?” Ik had het zo niet verwacht en het daarom is het zo speciaal, ik voel me echt gewaardeerd! want waarschijnlijk heb ik toch iets geraakt bij beide personen het afgelopen jaar waardoor ik de hele dag mag komen.

De avond vorderde en we besloten met een select groepje wat te gaan drinken in het Newscafé. Ik genoot van een verse Muntthee en we spraken wat. Toen we weggingen gingen we, we niet naar het beste optreden van de dag maar naar Abel en Jacqueline. Daar speelden we ‘ineens’ triviant. Abel, Jacqueline, Janine en Johan waren op van de enerverende dag.  Ik had ondertussen weer contact met Anne & Jos. Zij waren op de grote markt. Ophalen en dan naar huis was het idee. Maar toen de muziek op de grote markt afgelopen was gingen we niet naar huis maar sloten de dag af door te dansen in de Shooters met Anne, Jos, Ingrid, Anje en Elze. Niet helemaal geplant maar wel super leuk.

Maar wel super leuk! Al met al super dagen, waarin ik gemerkt heb hoe belangrijk vriendschappen voor mij zijn! Dames en Heren die hier aan mee hebben geholpen, Bedankt!

 

Met jou op een hoogtepunt

18-04-2011

Enkel mooie woorden zouden over jou geschreven moeten worden. Woorden van moed en hoop, woorden die gevoelens en gedachten spiegelen. Ach.. Ik ben geen poëtisch schrijver des vaderlands maar probeer wel wat..

Ik weet nog goed hoe het begon. Ja, het begon als een weekendrelatie. Ik was in Assen en jij was er ook. We leerden elkaar kennen en gelukkig konden we het goed met elkaar vinden. Wanneer ik bij mijn ouders was had ik wel altijd de keus. Voor mij was de keus eigenlijk altijd al gauw gemaakt. Nu zijn we jaren verder en ben je al een aantal jaren ben je in mijn buurt. Dan dichtbij, dan ver weg.

Jij was en bent er altijd. Soms mocht ik je delen, dan was het jij en ik en een ander. Zij gingen weer, maar jij? Jij was er en je bent er inmiddels nog elke dag. Onze weekend relatie werd een hechte echte relatie. Er gaat geen dag voorbij dat ik je niet zie. Elke dag is er wel een moment dat ik hunkerend naar je verlang. Je brengt mij rust, je geeft mij energie, je geeft opnieuw en opnieuw moed en je geeft mij een plek om alles te delen, geluk of verdriet. Ik mag alles met je delen. Je bent mooi, je bent om van te genieten, je bent bekoorlijk. Wat heb ik je lief!

Als we samen zijn mag ik, omdat ik dat het prettigst vind, altijd bovenop. Soms duurt dat lang en soms hoopte ik dat het langer kon. Maar vaak is het genoeg en is het precies goed. Wat we samen hebben zou ik met niemand anders kunnen hebben. Bij jou mag ik mijzelf zijn en voel ik me thuis. Je geeft me warmte wanneer ik het nodig heb en koelt me af als ik heet ben. Je brengt mij in vervoering, je brengt me in verrukking. Je bent een geweldenaar!

Je zeurt niet, je klaag niet, je zegt geen nee, jij hebt geen hoofdpijn en naast jou bed leg ik geen aspirine. Je bent niet koppig en hoeft niets uit te spreken voor het slapen gaan. Jij neemt geen initiatief maar wacht tot ik er klaar voor ben. Ik behandel je soms als een beest en ben dan niet moeders netste. Je krijgt nogal wat troep te verwerken, maar als de dag voorbij is ben ik de enige die de klok slaat.

Woorden kunnen haast niet beschrijven wat ik voel voor jou. Gelukkig ken jij mijn gedachten & gevoelens.

Mijn Bed; Blijf bij mij!
ik zou je niet kunnen missen!

Van de wal in de goot

07-04-2011

Afgelopen zondag keek ik naar ‘de reünie’, een programma van de KRO. Het programma wordt gepresenteerd door Rob Kamphuis en speelt zich af in een studio dat op een klaslokaal lijkt. Het programma is elke zondagavond te zien om 20.20uur. Afgelopen zondag ging ik er bewust goed voor zitten omdat het een verhaal mij bijzonder interesseerde.

Reden waarom ik jullie speciale aandacht vraag voor het programma deze aflevering is ook daarom. In de klas van afgelopen zondag zat een ex-junk (Peter) die na zijn school langzaam van de wal in de sloot viel. Hij vertelde in de klas: “Wat hier wat moeite geeft is dat jullie de laatste mensen zijn geweest.. dat het toch net goed met me ging. En de dag dat ik de school heb verlaten, is de dag geweest dat ik de afgrond ben in gestapt en zestien jaar onder water ben geweest. Dat doet mij heel veel dat ik jullie hier terug zie…”

Voor zijn gebruiksverleden leefde hij al op straat. Hij kwam op straat omdat hij op zestien of zeventien jarige leeftijd met een meisje was weggelopen van huis. Toen hij terug kwam mocht hij zijn ouderlijk huis niet meer in. Zo kwam hij op straat terecht. Hij leefde in kraakpanden en onder bruggen. Dat ging vijf jaar, zonder gebruik ‘goed’, maar omdat hij overal om zich heen gebruik zag, gaf hij na vijf jaren ‘clean zijn’ de moed op. Hij sprak het uit alsof hij geen keus had. Moedeloos probeerde hij een shot. Het gevoel na zijn shot was zo intens leeg, dat hij het geweldig vond. Dit was de manier om even niet te malen, te denken en gevoel van zorgen te hebben. Wat volgde waren jaren van polygebruik (meerdere soorten drugs gebruiken). Samen met Rob Kamphuis ging hij naar Amsterdam: de plek waar het voor hem allemaal gebeurde. Hij vertelde over de manier hoe hij aan geld kwam. Meneer scoorde ruim 600 gulden per dag aan cocaïne dan wel heroïne, of welke soort drugs dan ook. Van zijn openheid in zijn verhaal werd ik misschien wel het meest geraakt. Zonder de focus van hem naar mij te verschuiven, zal ik proberen uit te leggen waarom.

Sinds begin september loop ik stage bij de Verslavingszorg Noord Nederland in Groningen. Dagelijks hoor ik verhalen van alcohol- en drugsgebruikers. In de eerste plaats hoor de verhalen van mijn collega’s wat ze hebben mee gemaakt, hoe ze het ervaren en hoe vervelend en lastig sommige cliënten wel kunnen zijn. In de tweede plaats maak ik het zelf mee. Ik heb een groep cliënten waarmee ik individueel contact heb. Deze cliënten probeer ik te benaderen, het contact te onderhouden en ze te motiveren om te stoppen met hun gebruik. Dit stoppen is altijd op vrijwillige basis en kan zowel binnen een klinische setting (in een kliniek) als een ambulante setting (thuis). Mannen zoals Peter kom ik ook tegen. Door mijn stage stommen mijn gevoelens en gedachten over deze doelgroep af. De eerste weken shockeerde het me heel erg om te zien hoe ze er aan toe waren. Ik trok het me heel erg aan. Nu, na zeven maanden, ben ik het ‘gewend’ en reageer ik er heel anders op. Toch kwam dat gevoel zoals ik dat in de eerste weken van mijn stage had, tijdens het zien van het programma weer naar boven. Het leek wel alsof het verhaal van Peter mij meer raakte dan dat van mijn cliënten.

Peter legde, al wandelend in het interview met Rob, de vinger op de zere plek van misschien wel alle gebruikers. De plaats waarop gebruik het meest voorkomt is toch wel op straat. Drugs zijn zo hardnekkig dat ‘eruit’ komen verschrikkelijk lastig, of misschien zelfs haast ondoenlijk is. Deze man heeft inmiddels iedereen om hen heen verloren door de drugs. Hijzelf kwam uiteindelijk sterk vermagerd in het ziekenhuis te liggen en zag als ware het licht van de dood al naderen. Dat was het moment dat hij voor de zoveelste keer besloot om te stoppen. Dit keer lukte het hem, wat vele anderen niet was gelukt. Inmiddels is hij een aantal jaren clean.

Verwijderd. Naar aanleiding van een email van Peter verwijderd.

Een laatste noodkreet voor een stille dood

28-03-2011

In gedachte liep hij, op een lange donkere weg, alleen naar huis. Zijn fiets was gestolen, het regende en op zijn weg was geen straatlantaarn die brandde. Het maakte hem niet meer uit, tranen spoelden met de regen over zijn wangen. Hij had zojuist afscheid genomen van waar hij jarenlang mee bezig was. Een passie, een levensdoel dat nooit af kon zijn. Waar hij pas afscheid van zou nemen tegen de tijd dat hij, als levensveteraan, een respectabele leeftijd had. Hoewel die leeftijd er nog niet was kwam het afscheid er wel. Hij heeft verloren, een zoveelste onafgemaakt project paste eigenlijk goed bij hem. Door veranderingen in het dagelijks(e) leven leek zijn laatste noodkreet een stille dood niet te kunnen tegenhouden.

Laat ik hopen dat mijn site niet een stille dood sterft. Laat ik er wat aan doen. Wekelijks schrijven over de teloorgang van mijn cliënten is misschien wel leerzaam en goed om te beschrijven, maar mijn site is ingericht voor leuke momenten zoals: Koninginnedag, logeerweekendjes in Enschede, Tentamens of voetbal kijken, voetbalpoging, kan het nog beter?, theedates, de zeurende, politie bellende onderbuurman of een ‘open’ brief aan de Nederlandse Spoorwegen.

Maar hoewel de meeste van deze zaken de revue hebben gepasseerd blijven ze tot op heden onbeschreven. Een verandering van dagbesteding is wellicht de grootste boosdoener. Tweeëndertig uur per week stage lopen bij de Verslavingszorg Noord Nederland (al bijna acht maanden lang) zorgt er voor dat mijn dagbesteding anders wordt. Hoe hard mijn innerlijke-student-zijn er tegen vecht hoe hardnekkiger de maatschappelijke werker in opleiding meer aanstuurt op ritme. ’s Ochtends 7:20 de wekker, 7:30 in de douche, 8:00 ontbijten 8:30 op kantoor. ’s Avonds rond 18:00 eten, daarna huishoudelijke taken of relaxen. En rond 22:00 weer op bed. Dag in dag uit; kortom, ritme. ’s Avonds gebeuren er geen spannende dingen. Blog-momentjes worden zeldzaam waardoor blogs minder worden geschreven. Is mijn site terminaal?

Toen ik begon met schrijven waren reacties en bezoekersaantallen impulsen om meer bezig te zijn met mijn site. Meer schrijven en andere designs bouwen waren daar direct resultaat van. Ik las met regelmaat andere blogs en reageerde daarop, soms omdat het een interessant onderwerp was maar ook omdat ik hoopte dat ik zo meer reacties zou krijgen. Ik merk dat deze impulsen nu een stuk minder werken. Ik schrijf liever kwaliteit dan kwantiteit.

Een laatste noodkreet om mijn site niet een stille dood te sterven. Ik zal proberen wekelijks iets te schrijven. Elke maandag.

Ik ben benieuwd hoe lang het goed gaat, maar ben voorlopig nog niet te stoppen met schrijven.

Nog een keer, nog een keer

03-03-2011

Pvt 2011 is afgelopen. De week na het PVT staat jarenlang in het teken van de kater en de ‘weet je nog toen’ en ‘was het nog maar’. Dit jaar is de eerste week na het PVT anders dan voorgaande jaren. Vorige jaren gunde ik mijzelf nog een dag extra vrij van school. Colleges waren niet belangrijk genoeg om uit bed te stappen. Eigenlijk maakte geen enkele college kans op de eerste maandag na PVT. Jarenlang was dit mijn uitbrakdag. Een dag waarin ik mij volledig kon toegeven aan het gevoel dat veel mensen herkennen wanneer ze net niet genoeg hebben gedronken om een echte kater te hebben. Laat ik het maar het ‘had-ik-gisteren-maar-een-of-twee-extra-gedronken’ gevoel noemen. Kortom: een kater waardoor je net niet de drang hebt om de porseleinen pot te knuffelen.

Zoals gezegd was het dit jaar anders. Dit jaar mocht ik mij gewoonlijk om half negen op het kantoor van de verslavingszorg melden. De zaterdagavond daarvoor zat ik met mijn broeders en zusters in het Mercuriuscentrum.  Daar dronken we onze laatste alcoholische versnaperingen met speelsgemak leeg. Nee, ik zal er geen geheim van maken. Bier drinken en redactiestukjes schrijven gingen tijdens het PVT hand in hand (Feyenoord is er niets bij). In drie dagen heb ik 15 stukjes geschreven van elk ongeveer 600 woorden (doe jij de rekensom?). Woensdag en donderdag samen acht en op vrijdag zeven voor twee NetNieuwsen. Probeer het maar eens! Op een gegeven moment heb je voor je gevoel alles over het PVT wel beschreven.

Zonder twijfel was het dit jaar opnieuw genieten. De twijfel die ik vooraf had om te stoppen is volledig weggeslagen dankzij de sfeer, gezelligheid en een geweldig pleeggezin met pleegbroers –zussen –ouders en –dieren. Daarom ben ik volgend jaar weer hoofdredacteur. Daarna zien we wel weer verder.

Wil je een goed beeld krijgen wat het PVT inhoudt? Bekijk dan de beelden van een werkelijk fantastische film op: http://www.pvt-film.nl/ neem even de tijd en kijk gewoon eens hoe mooi deze film is gemaakt door Hellenthal Studios.

Ik blog

11-02-2011

De laatste tijd heb ik telkens meer het idee dat mijn blogs een boodschap moeten hebben. Mijn vorige blog ging over verslaving en een verstandelijke handicap, een zwaar onderwerp die, mijn inziens, telkens actueler gaat worden. Om in de trend van boodschappen te blijven zou ik vandaag weer kunnen schrijven over stage. Met als titel: ‘Wat heeft het voor zin?’ Ik zou schrijven hoe we cliënten afsluiten omdat ze zich domweg dooddrinken. Bijvoorbeeld nadat een cliënt twee dagen na het beëindigen van een Rechtelijke Machtiging (waardoor de cliënt tegen zijn/haar wil in wordt opgenomen) thuis word gevonden dood op de bank. Wat heeft de inspanning van de hulpverlening dan allemaal nog voor zin? Vandaag niet. Vandaag geen boodschap, of toch?

Zie het een als werkeloze man, thuis op de bank. Eigenlijk komt hij van zijn WW wel rond. Hij solliciteert wel omdat het moet. Maar doet dit vooral op functies waarvan hij zeker weet dat hij niet aangenomen zal worden. Zo kan hij thuis op de bank blijven kijken naar zijn grote flat screen zonder dat hij verplichtingen heeft. Zonder dat hij door de UWV achter zijn broek aan word gezeten omdat hij niet aan zijn sollicitatieplicht voldoet. Hij vind het wel prima om op de bank te zitten in plaats van naar buiten gaan, mensen te ontmoeten en een baan te zoeken. Nee, dit doet hij niet, hij word eenzamer en de drempel onder de voordeur van zijn huis word hoger. Op een gegeven moment word de drempel zo hoog dat hij er helemaal niet meer uit komt.

Zo zou je het met mijn blogs ook kunnen zien. Hoe minder ik blog hoe hoger de drempel word om te bloggen (bah vies woord). Langzaam maar zeker sloopt het erin dat blogs ergens over moesten gaan. Het moest een boodschap hebben en dan niet twee tijgerbruin en een pond gehakt.  Op die zelfde manier groeide intern het geloof dat een blog 600 woorden moest hebben of althans ergens in die buurt, liever iets te veel dan te weinig. Net als bij een feestje.

Toen ik gisteren op mijn site oude blog terug las viel dit weg. Korte blogs waren prima om te lezen. Goede herinneringen kwamen weer op en een lach verscheen weer op mijn gezicht. Net goed! Ik wil niet die werkloze eenzame man zijn op de bank die elke dag kijkt naar zijn flat screen. Ik stap gewoon over de drempel heen begin te schrijven en ik zie wel of ik struikel.

Ik blog dus..?

Elke keer bijzonder

24-01-2011

Afgelopen week werd ik er mee geconfronteerd. Het leven is een grote mix van geluk en verdriet. Soms ver van elkaar vandaan maar soms zo intens dicht bij. Een collega van mij vertelde, voorafgaand aan de vergadering, afgelopen donderdag dat haar oma die avond ervoor overleden was, dat we rekening hielden met het feit dat ze zo nu en dan afwezig kon zijn.

Ik hoorde dit en kreeg een wrang gevoel, een dubbel gevoel. Ik was namelijk gelukkig door het bericht wat ik diezelfde avond mocht krijgen terwijl zij bericht kreeg van het overleden van haar oma. Toen mijn collega vertelde dat ze afscheid had moeten nemen van haar oma dacht ik gelijk naar het moment dat Bennie (mijn broer) mij belde om mij te feliciteren met de geboorte van mijn nichtje. Mijn schoonzus, zijn vrouw, was twee uur daarvoor bevalen van een dochter. Ze hebben haar Romée Anna Janssen genoemd. Even schoot het door me hoofd. de één gaat en de ander komt. Geluk en verdriet zo dicht bij elkaar op een avond.

Romée is mijn negende oomzeggertje, maar het went niet. Het word niet normaal, het word niet saai. Nee, elke keer glunder ik weer als ik zoiets mag mee maken.

Het eerste wat je kreeg nadat je geboren was is een cadeau dat overal, zo lang je leeft, bij jou blijft horen, een eigen klank, een eigen stem. Het eerste wat je kreeg was jou naam: Romée. Na negen maanden strijden, wachten, negen maanden moederswarmte, nu in je vaders armen. Tien teentjes aan spartelende beentjes, tien vingertjes aan tastende handjes, twee ogen die intens kijken. Een groot wonder, zo klein geweven in moeders buik. Prachtig ben je, bemin-baar, zo klein, zacht en teer.

Afgelopen zondag was het zover. Ik mocht Romée nu in het echt zien. Een hand voor de trotse vader drie zoenen voor een rustende moeder. Naast het ouderlijke bed een wandelwagen, met daarin een prachtige baby. Bij het zien verscheen een lach van oor tot oor op mijn gezicht. Het is elke keer bijzonder, elke keer een moment om niet te vergeten. Later mocht ik haar vast houden en lag ze op één arm, met mijn hand onder haar bips lag ze rustig te slapen. Op haar rug met haar hoofdje tegen mijn buik. Ik hoefde niets te doen, een moment voor ons samen. Stilstaan bij wat voor prachtigs ik nu zag. Sensationeel in alle details, ze heeft alles. Nageltjes op haar vingertjes en vingertjes van nog geen vier millimeter in doorsnee.

Romée een dochter van Bennie en Hennie. Een zusje van Stan. Een dochter en zusje om verliefd op te worden!

Hospiteren, maar dan van de andere kant

08-01-2011

Ruim twee en half jaar geleden kreeg ik het bericht van een van mijn mede krakers dat er een rechtelijke uitspraak zou komen met het bericht dat wij wel of niet uit ons kraakpand moesten. Toen had ik net een ruimte overgenomen van een klasgenoot die voor een half jaar naar Engeland was gegaan. Het waren mijn eerste stappen in een wereld van pizza’s, bakjes friet, afhaalmaaltijden en pogingen tot zelf koken. Kortom: het studenten leven puur sang. In de kamer, die behalve de grote van 50m2 van geen enkel gemak was voorzien, probeerde ik te wonen.  Het was erg wennen tussen de doorgewinterde krakers. Zij wisten immers, in tegenstelling tot mij, hier goed mee om te gaan. Ik zelf was nog groen, ik wist nog van niets en ik was niet gewend drie verdiepingen naar beneden te lopen om te kunnen koken. Maar het leven aan de Steenhouwerskade was fantastisch en omdat het kraaknet online was kon ik de wereld via mijn blog op de hoogte houden van mijn eerste stappen.

De rechter was op 9 mei 2008 was de rechter onberispelijk. De krakers hadden het kortgeding verloren en moesten eruit. Ik verhuisde terug naar huis maar ik wilde nu echt op kamers. Henk vertelde mij kort na mijn verhuizen dat zij nog een huisgenoot zochten. Ik mocht hospiteren. Voor het eerst in mijn leven had ik een sollicitatiegesprek om ergens te wonen. Zonder ervaring maar met knikkende knieën probeerde ik zo laconiek mogelijk over te komen. Dat lukte, ik mocht komen en sindsdien wonen we hier nog altijd met ons drieën.

Tenminste tot Tineke op een donderavond vertelde dat ze per 1 februari eruit ging. We moesten opzoek naar een nieuwe huisgenoot. We waren unaniem over het feit dat het een vrouw moest worden. Drie mannen zou niet goed zijn voor de netheid van het huis en onze studiepunten. Het werd hospiteren maar dan van de andere kant.

We maakten grappen dat we ook nadat we een huisgenote hadden gevonden toch door gingen om mooie vrouwen te bestoken met moeilijke vragen als: ‘Waarom moeten we jou kiezen?’ en ‘Wat maakt jou uniek ten opzichte van de anderen?’ om ze vervolgens af te bellen met: ‘helaas je bent het niet geworden’. We dachten het, maar hebben het niet gedaan. Want het bleek voor ons al lastig genoeg te zijn om uit drie kandidaten te kiezen. Afgelopen woensdag hadden we het laatste gesprek waarna Henk en ik om tafel gingen. Van de drie kandidaten waren er twee die ons het meest aanspraken. Deze waren zo aan elkaar gewaagd dat Henk en ik niet konden kiezen. Na vier uur te hebben nagedacht wisten we het nog niet. Uiteindelijke hakten we de knoop door. Het werd Liesbeth.

Toen brak gisteren de stress uit. Gisteren was ik met mijn ouders onderweg naar winkelcentrum Paddepoel in Groningen. We hadden inkopen gedaan voor mijn nieuwe kamer en mijn ouders moesten nog een cadeautje kopen. Op dat moment werd ik gebeld door onze nieuwe huisgenoot. Uitkomst van het telefoontje was dat ze het toch niet rond kon krijgen en zegde de kamer op. Dat terwijl ze die dag ervoor nog akkoord was gegaan. Mijn stresslevel schoot omhoog en belde gelijk Henk. Ook zijn stressleven schoot omhoog. Ik hing op met de woorden dat ik onze andere eerste keus zou bellen of zij wel wilde komen.

Gevuld met schuldgevoel en gedachten dat we toch een foute keus hadden gemaakt belde ik haar in een waas van verstandsverbijstering op. Ik legde het verhaal uit en deed mijn best haar te overtuigen. Ze klonk blij verrast en beloofde me die avond of de volgende dag (vandaag) te bellen. Sindsdien spookte er van alles door mijn hoofd; straks wil ze niet en dan zitten we daar met z’n tweeën de huur voor februari op te hoesten. Het was wachten geblazen.

Tot er vanmiddag gebeld werd is mijn telefoon geen moment van mijn zijde geweken. Ze belde en we kregen een verlossende antwoord. Ze wil bij ons komen wonen! Nu hebben we een nieuwe nieuwe huisgenote. Ik ben vandaag de gelukkigste man van Groningen. Ik vroeg nog of ze zou afbellen, maar ze zei dat ze het met haar ouders had besproken en dat het goed kwam. Ze vroeg nog of ze aanstaande donderdag nog een keer kon kijken met haar ouders. Dat kon en ik beloofde dat het huis schoon zou zijn.

Ik weet niet wat leuker is. Hospiteren of de host zijn van hospiteerders. Gelukkig is het nu: ‘eind goed al goed’. En met ons drieën leefden we vanaf 1 februari nog lang en gelukkig samen. Nienke; mocht je dit lezen. Ik hoop dat je je gauw bij ons thuis gaat voelen!

Het einde in zicht…

27-12-2010

Terwijl de top 2000 van radio 2 achter mij speelt, de meeste uren van de kerst dit jaar zijn geslagen, besef ik me dat het einde van tweeduizendtien ook aanstaande is, we tellen af! Het lijkt wel of de dagen, maanden en jaren naarmate je ouder wordt sneller gaan. Puur gevoelsmatig natuurlijk; ik begrijp ook wel dat de jaren niet echt sneller gaan. Het is net als bij weekendjes weg of verjaardagsfeestjes waar je erg naar uit kijkt. Je kijkt er zo lang naar uit, maar als het er is, is het ook zo voorbij. Op één januari denk je; wat zal het toch lang duren en wat zal ik veel kunnen bereiken dit jaar. Zo ging het mij althans wel af afgelopen januari. Nu aan het einde van het jaar, luister ik weer naar de Top 2000 en denk ik: Waar is de tijd van het afgelopen jaar gebleven? Wat heb ik in de goede vrede allemaal gedaan? Wat ging de tijd snel. Ik besef me meer en meer dat ik moet genieten van alle mooie momenten die ik heb met familie en vrienden. Kerst, verjaardagen, spontane keukenblokwarmingparty’s, vakanties, weekendjes weg, spontane verjaardagen, eigenlijk maakt het niet uit. Ik probeer er elk jaar meer uit te halen.

Zo probeer ik er een traditie van te maken om elk jaar meer te luisteren naar de Top2000. Op de uitnodiging van mijn 25ste verjaardagsfeest heb ik mijzelf een ‘halve fossiel’ genoemd. Ik ben dus nog echt zo oud nog niet. Ik me kan herinneren dat ik vanaf mijn 20ste al luister naar de top2000. Elk jaar luister ik een beetje meer, ‘een beetje maar’. Elk jaar worden de dagen langer en de nachten korter. En ik, ik leer elk jaar meer klassiekers kennen waardoor ik het jaar erop nog langer wil wakker blijven. Vanwege die mooie nummers die gekozen zijn, maar ook door de mooie woorden die geschreven worden en verteld worden. De emoties, de beeldvormende poëtische geschreven woorden. Ik vind het prachtig.

De afgelopen week had ik ‘vakantie’ wat betekende dat ik geen stage had en maar twee avonden hoefde te werken voor Bizztravel. Dat heb ik geweten. Want vanaf de laatste uurtjes zagen mijn feestjes er zo uit:

  • Donderdag: Barman tijdens laatste trainingsavond bij LTC.
  • Vrijdag: Afscheid van een collega die stopt met werken bij de VNN, Naborrelen bij Hooghuis
  • Zaterdag: Keukenblokwarmingparty
  • Zondag: Verrassing party voor Elze, Henk & Judith
  • Maandag: Eetdaten met Jos; Naar Newkids Turbo Met Jos en Anne; naborrelen in de stad
  • Dinsdag: Werken en daarna relaxen thuis.
  • Woensdag: Stappen in Groningen in oa Gezusters en Shoorters; Mieke om halfzeven goedemorgen wensen via de telefoon.
  • Donderdag: Werken en daarna een feestje van Jacqueline in de Time-out
  • Vrijdag: Naar mijn ouders en spontaan naar de verjaardag van Annalien. Daarna nog borrelen met ouders.
  • Zaterdag: eerste kerstdag vieren met familie thuis bij me ouders.

Het was een fantastische week; zo’n week die je eigenlijk niet elke week moet hebben, gewoon omdat dat niet gezond is. Maar misschien ook wel omdat zo’n week niet te betalen is. Als ik het geld had en de vrijetijd om het te doen. Zou een dergelijke levensstijl mij prima staan. Ik mag zeggen dat ik het er wel van genomen heb. De komende week ben ik niet voornemens het heel anders te doen. Wellicht kan het trekken van een verstandskies aanstaande woensdag nog spreekwoordelijke roet in het eten gooien maar ik ga genieten van de laatste dagen van het jaar en toeleven naar het nieuwe jaar die we inluiden met een gezellig feest hier in ons huis. Gezellig feest waar iedereen natuurlijk voor is uitgenodigd die we kennen. Ik heb er zin in!

December

06-12-2010

December is een maand als geen ander in elk jaar. December heeft een sfeer over zich waardoor ik het gevoel heb dat iedereen meer zich gemoedelijker is. Die gemoedelijkheid is overal te merken. In de supermarkt is of in een winkel, in de file, in de rij bij de kassa, bij het postkantoor tot je postzegels kunt kopen of waar dan ook… Het lijkt wel of Iedereen in de maand december net even iets meer hebben dan normaal. Alsof met de intrede van de vrieskou en de eerste sneeuwvlokken iedereen denkt; ach wat maakt het ook allemaal uit? Alsof het een warme deken voor iedereen is met een vrolijk makende stof. Die lach komt maar moeilijk van me gezicht.

De maand december is, voor mij, niet speciaal omdat er cadeaus ingepakt en uitgepakt worden. Zowel Sinterklaas als de Kerstman gaan al jaren mijn huisje voorbij en heus niet omdat ik stout ben geweest. Ik hoor vaak dat de maand december erg duur is. Voor mij niet hoor! Wellicht is dat te wijten aan het feit dat ik rond deze feestdagen bij mijn familie logeer en kerst niet met cadeaus word gevierd maar in de kerk. Natuurlijk ontbreken dit jaar de kerstboom, kerstverlichting, kerststerren, kerststukjes, kerststol, kerstamandelstaaf, de kerstmaaltijden en andere kerstgerelateerde dingen niet. Maar in het gezin waar ik in opgegroeid ben, en nog voor mij, is dat niet het belangrijkste. Dat is de geboorte van Jezus.

Zoals ik al eerder schreef staat de december maand vol van sfeer en gezelligheid. Ik kan de hele maand december genieten van de prachtigste muziek die gekozen zijn door de luisteraars van de Nederlandse radiostations. Ik ga van de ene top naar de andere top. Tussendoor is daar nog Serious Request van 3fm waarin drie dj’s zichzelf opsluiten, als apen, om niet te eten en op die manier geld op te halen voor een goed doel. Afsluitend luister ik de topper van de tops, de top2000 door Radio Twee. Ik kan me nog goed herinneren dat mijn onderbuurman het vorig jaar op 31 december zat was dat ik bij de top2000 bij elk nieuwe (en dus betere nummer) de radio een tikkeltje harder zette en hij daarom zijn tv niet meer kon horen.  Ik kan de hele maand genieten van het mooie weer, winter wonderland zie ik het liefste met besneeuwde natuur en zo hier en daar kinderen die een sneeuwpop bouwen. Elke dag mag het wel zo zijn zoals in films met prachtige schilderachtige winterlandschappen.

Dit jaar word ik door mijn stage geconfronteerd met mensen die de december maand niet zo ervaren zoals ik dat doe. Alleen staand, geen contact met familie geen vrienden, geen onderdak en geen geld om een nacht door te brengen in een slaaphuis. Dan heb ik het nog niet eens over de winterse kou. Voor hen geen kalkoen, wild, gourmet of gezelligheid rond een kerstboom. Voor hen is het vechten om de dagen door te komen en waarschijnlijk gebruiken om maar niet aan die eenzaamheid te denken. Met z’n allen samen in een opvang is nog altijd alleen. Stoppen met gebruik is dan even niet aan de orde. Dat komt in januari misschien wel, eerst de feestdagen doorkomen. Het zal mij niet verbazen als ik tijdens kerst even moet denken aan mijn cliënten die het, soms door eigen schuld, verknald hebben in dit leven en niet meer hebben dan zichzelf, een beestenbende in huis van afval of in het ergste geval geen onderdak, geld en uitkering. Aan de andere kant weet ik dat ik zal denken dat ik mijn kerst en oud en nieuwe er niet moet door verknallen.

Door eerder genoemde Serious Request werd ik per jaar dat ik er actief naar luisterde met beide benen op de grond gezet. Want als student mag ik dan wel veel zeuren over kosten van school en nu mogelijk een komende langstudeerdersboete, hogere huur, energiekosten, zorgverzekering en bevriezing van de studiefinanciering. Maar eigenlijk heb ik het hier in Nederland maar heel erg goed. Het gevoel dat ik het hier goed zal dit jaar worden versterkt door de ellende die ik in mijn stage zie.

“Get reflected or die trying”

22-11-2010

Volgens dokter anders in de ik-verzin-maar-wat-kunde, Gertjan Janssen, vind elke zelf respecterende student(e) reflecteren in welke vorm dan ook een van de vreselijkste dingen die hij of zij moet doen tijdens zijn of haar opleiding. Menig student heeft in de kernkwadranten reflecteren bij allergie staan. Ofman had het leuk bedacht met zijn kernkwadranten methode. Maar met woorden als: “waar je allergisch voor bent bij een ander, is vaak teveel van goed gedrag, waar je zelf behoefte aan hebt.” kom je er naar mij idee niet.

Reflecteren komt volgens dokter anders in de ik-verzin-maar-wat-kunde, Gertjan Janssen, voor in alle opleidingen. Verschil is alleen dat je als student bij de ene opleiding er dood mee word gegooid en dat je bij de andere opleiding alleen tijdens een studieloopbaan uurtje er mee moet knutselen. Noem het toeval of niet, maar ik zit toevallig in een opleiding waarin reflecteren met uitzonderlijke grote hoofdletter is geschreven boven aan het verlanglijstje van elke docent. Met het strijdmotto: “reflecteren of je leven” en “reflecteren tot je er bij neer valt” of voor de internationale studenten “Get reflected or die trying”. En ik denk dat ik on behalf of all the social work students mag spreken als ik zeg. Na een middagje reflecteren ben je meer dood dan levend.

Toen ik koos voor de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening dat reflectie een onderdeel was van de opleiding. Ik kende reflecteren al van het mbo en ik vond dat ik er goed in was. Ik was er ook goed in! Want als dokter anders in de ik-verzin-maar-wat-kunde, verzon ik de reflecties zonder het uit me duim te hoeven zuigen. Het kon kort en hoefde maar een keer per twee maand. Hoe anders is dat nu?

Eigenlijk is het voor mannen, als in oer mannen, onmogelijk om te reflecteren. Wij mannen moesten zorgen dat er te eten was en gingen daarvoor op jacht. Mannen zijn jagers. Vrouwen daarentegen zaten gezamenlijk voor de tent op het kroost te passen dat wij mannen mochten verwekken nadat we een goede jacht hadden gehad. Vrouwen communiceerden daardoor. Mannen bleven stil om het hertje niet te laten op te schrikken en weg te jagen. Jagende mannen die tijdens de jacht praatte waren bij voorbaat kansloos. Vrouwen leerde voor hun tent te praten over hun gevoelens, gedachten en ervaringen. Mannen spraken niet eens. Mannen waren druk om een goede jacht te jagen zodat ze ’s avonds weer kinderen konden verwekken.

Vrouwen zijn dus vanuit de oertijd geschikter om te reflecteren dan mannen. Vraag een timmerman of een bouwvakker, zonder ze te dekwalificeren, waarom ze doen zoals ze doen. Vraag ze dan te denken aan hun gedachten, gevoelens en emoties. Ik denk dat ze zullen zeggen: “ja dat doe ik gewoon”.  Wat in de kern van het verhaal raakt en aangeeft waar ik naar toe wil. Wij mannen kunnen niet reflecteren.

Vandaag moest ik me wagen aan een vorm van reflecteren. Aanstaande woensdag hebben wij onze derde echte supervisie inclusief inbreng. Vandaag was de deadline om een inbreng in te brengen. Deadline staat bij mij gelijk aan ‘doen’ als het gaat om schoolopdrachten. Vandaag moest mijn inbreng geschreven worden, maar waar over dan in de wie-z’n-naam? De dokter anders in de ik-verzin-maar-wat-kunde in mij liet mij in de steek en een inspiratie depressie hing vandaag boven Nederland. Kortom er kwam niets uit mijn vingers. Ik dacht aan wat wil ik anders doen, wat gaat er mis. Maar het enige wat ik dacht was. Ik doe de dingen gewoon zoals en daar heb ik geen problemen mee. Ik doe gewoon mijn ding, ik doe gewoon. Ik voelde me vandaag echt MAN.

Het cadeau om mee te profileren.

11-11-2010

Vol trots presenteerde ik op negen oktober mijn cadeau aan Margreet (zus). Ze was pas één november jarig maar ik had een paar weken daarvoor plotseling zo’n geniaal idee verzonnen (vond ik zelf) dat ik mijn andere zus (Wietske), haar medebewoner, belde om te vragen over het inderdaad wel wat was (of ik bevestiging nodig heb ik een heel ander verhaal). Dus ik haar bellen, zij opnemen. Ik mijn idee vertellen, zij razend enthousiast, ik blij, zij blij.  Nu was het zaak om Margreet te pesten door haar nieuwsgierig te maken.

Om Margreet (mijn zusje) nieuwsgierig te maken liet ik een aantal tweets achter en krabbelde ik haar via Hyves. Nieuwsgierig dat mevrouw was, best zielig omdat ze nog zo lang moest wachten. Wat zal er in haar hoofd zijn omgegaan?. Het weekend na mijn verjaardag brak aan. Ik was een halve fossiel geworden en dat moest gevierd worden. Vrijdag kwamen Wietske, Margreet en Mieke. Met hun vierde ik vrijdag de verjaardag van Wietske en Margreet. Zaterdag vierde wij met vrienden mijn verjaardagsparty. Op zondag vierde wij tenslotte, om het feestweekend compleet te maken, mijn verjaardag voor mijn familie bij mijn ouders thuis. Vrijdag was een geschikt moment om mijn cadeau aan Margreet te geven.

Margreet heeft in haar leven wel een aantal hobby’s gehad. Wie kent bijvoorbeeld Starmaker nog? Plakboeken en videobanden vol lagen in de kast. Na Starmaker kwam natuurlijk K-otic (hoe kan het ook anders) en na K-otic was daar ineens Mcleod’s daughters. Inmiddels waren er DVD’s in plaats van Videobanden maar het resultaat was het zelfde, het liefst hele dagen voor de tv. Om haar te belonen dat ze dit keer een hobby had gevonden waar ik als broer wel trots op kan zijn. En geloof me, trots ben ik op Margreet alsof ze me enige zusje is (stiekem is dat ook zo). Ze bakt graag taarten en ze bakt niet taarten voor haarzelf, maar vooral voor anderen. Zo bakte ze taarten voor mijn neefjes en nichtjes en vrienden en kennissen. Ik dacht: Wat is er leuker dan een site voor haar om A, haar taarten te showen (mama… kijk eens wat ik kan) en B, om via haar website nieuwe opdrachten te krijgen om taarten te maken en er iets mee te verdienen.

Zo geschiede. Die vrijdag zou ze mijn cadeau krijgen. Het idee voor haar site wat al ontstond op vijf oktober werd nog geen week later als cadeau aan haar overhandigd. Ok, het was niet af, maar het eerst concept had ik uitgeprint met daar in het groot onder haar url. Ze was helemaal buitenzinnig en sprong gekke sprongetjes in het rond. Die blik in haar ogen is onbeschrijfelijk. Van blijdschap wilde ze flink aan de wijn, maar omdat ze nog boodschappen met mij moest doen, kon dat niet. Het feestje bleef daarom beperkt tot een vreugde dansje. Zo’n cadeau had ze nooit verwacht.

De site ging zoals beloofd op haar site online in de eerste week van November. Eigenlijk precies op de dag dat zij haar verjaardag vierde. Vier weken en een dag nadat ze het wist. Vol trots belde ik: het staat online hoor! Nu is het bijna een week verder, hoe blij ze is met de site is wel af te lezen op de website. Hoewel ze nu al twee keer beloofde dat ze er mee aan de slag ging, hoewel ze vakantie heeft, hoewel het een fantastisch cadeau is, hoewel… wat dan ook. Er staat nog niets anders op dan wat ik met een beetje hulp van Mieke erop heb gezet.

Kijk daarom vooral NIET direct met z’n allen op www.margreets-taarten.nl geef Margreet nog een paar dagen, weken, maanden of jaren tot ze de site echt gaat gebruiken.

Nee; alle gekheid op een stokje, Margreet plagen mag ik, hoewel we niet meer in huis wonen, nog graag doen. Margreet ik hoop dat je blij bent met de site en ik hoop dat je er veel plezier van gaat hebben. Mocht je vragen hebben over hoe WordPress werkt? Bel mij! Wat betreft andere lezers, als je nu uit nieuwsgierigheid nog niet geklikt hebt. Doe dat dan nu! Laat vooral een berichtje achter op haar site, ze verdient het.

Student versus stagiair

31-10-2010

Aan (bijna) elke HBO studie is een stageperiode verbonden. Soms twee, drie of in mijn geval één. HBO opleidingen zijn mede daardoor praktischer dan Universitaire studies. Door mijn vooropleidingen had ik niet de luxe om te kunnen kiezen tussen een van beide. Ik ging voor het, voor mij, hoogst haalbare, het HBO. Inmiddels loop ik acht weken stage (nog maar 32 te gaan). In mijn stage ben ik al veel tegengekomen, daarover heb ik bladzijden vol geschreven op mijn blog en nog meer in mijn logboek.

Zoals ik al schreef heb ik maar één stage periode. Een periode die het hele derde jaar van mijn studie in beslag neemt. Vanaf 6 september tot en met 30 juni ben ik werkzaam als stagiaire bij de Verslavingszorg Noord Nederland (VNN). Mogelijk is dat ik zelfs tot 31 juli vast zit aan de stage, maar dat is nu nog niet volledig duidelijk. Over mijn stage heb ik al het een en ander geschreven. Waar ik nog niet over geschreven heb is dat mijn stage maakt dat ik mijn agenda anders moet leren gebruiken. Daarom: Student versus Stagiaire.

Van een student die ingeschreven staat bij de Hanze Hogeschool in Groningen wordt verwacht dat hij veertig uur per week zich bezig houdt met zijn studie. “Het is als een fulltime job” (aldus verscheidene docenten). Elke werkdag moet je als student in principe beschikbaar zijn van half negen tot vijf uur. Ja, het HBO is hard werken. Deadlines, verplichte colleges, hoorcolleges, voorbereiden van lessen, boeken lezen, boeken kopen, actief participeren. Druk.. druk.. druk.. In de werkelijkheid betekende dit voor mij dat ik tijdens die veertig uur nog ruim twaalf uur vrij had om te werken en dertien uur vrij had om als vrije tijd in te vullen. Minimaal een college-vrije-dag per week. Van elke verplichte vak was er de mogelijkheid om een college niet bij te wonen zonder nare gevolgen. Wat voor mij resulteerde in een extra week vakantie aan het einde van elk blok. Blokken werden zo ingedeeld dat ik acht weken kon relaxen was en twee weken moest buffelen om alle producten af te krijgen. Natuurlijk hoorde daar ook de (her)tentamens leren bij. Altijd met samenvattingen want in boeken staan veel te veel woorden.

De hoeveelheid vrije tijd, overdag maar ook ’s avonds, werd gevuld met films kijken, gamen, uitslapen, uitslapen, wijnavonden, sociale contacten, stappen, voetbal kijken, skaten, webdesignen, blogs lezen en schrijven, theedaten, kerkdaten, afwasdaten, eetdaten, fietsdaten, vissekom verschonen, shoppen en reisde ik in een tentamenweek helemaal naar Den Bosch voor een kennismaking met Judith. Kortom; in die vrije tijd heb ik allerlei vormen van daten ontdekt dat ik er met gemak een boek over zou kunnen schrijven. Daarbij komt dan af en toe die verplichting om een gezellig dagje met de dames van mijn klas door te brengen. Je leest het al; Veertig uur per week druk.. druk.. druk.. met de studie.

Dat was mijn leven als student, het stelt eigenlijk niets voor, maar toch heb ik het enorm naar mijn zin. Hoeveel anders is dat nu als stagiair. Het uitslapen is iets wat ik in kort tijdsbestek heb verheven tot kunst. Maar nu na acht weken stage ben ik het volledig kwijt. Nergens is het uitslaaptalent wat in mij schuilt te vinden. Ik word zelfs in het weekend om kwart over zeven wakker. 32 uur stage is ook echt 32 uur stage. Daarin zijn geen dertien uur vrije tijd. Ik anders leren plannen. Na mijn stage vind ik het heerlijk om suf op de bank te hangen zonder iemand om mij heen en zonder verplichtingen. Mijn laptop op schoot; tv of muziek aan en dan de hele avond lekker niets doen. Toch merk ik dat ik daardoor mijn vrienden en kennissen een stuk minder zie. Na weer een week zielig alleen op mijn kamer te hebben gezeten, bedacht ik, dat ik op deze manier nog wel eens zou vervreemden van de sociale wereld. Zodra dat gebeurd en de whiskyfles telkens aantrekkelijker word. Zou het wel eens kunnen zijn dat ik over een half jaar niemand meer om mij heen heb en de buren bellen naar de VNN om hun zorgen te uiten over de buurman die elke dag om acht uur naar de Gall en Gall gaat om weer een anderhalf literfles jenever op te halen, met hardop de gedachte erbij dat ze eigenlijk de buurman nog nooit naar de glasbak hebben zien gaan met lege flessen.

Zover wilde ik het niet laten komen voor ik actief timemanagement zou gaan toepassen op mijn agenda. Daarom ga ik de komende weken meer tijd investeren in eetdates en gezellige andere dates. Vrienden; pas op ik ga je enorm bellen.!

Dag 30: Een laatste moment.

13-10-2010

Nadat ik de laatste punt geschreven heb van deze blog is het over, klaar. Dan heb ik in bijna dertig dagen, dertig blogs geschreven. Zoals al eerder gememoreerd waren ze niet allemaal even boeiend of even goed. Maar ik ben er aan begonnen en heb geen steken laten vallen (Goede Gertjan). Door het schrijven van deze blogs heb ik mezelf wel moeten pushen om over onderwerpen te schrijven waarover ik anders niet zo gauw zou schrijven. Onderwerpen als mijn broers en zussen (bij elk een persoonlijk stukje), mijn eerste liefde, eerste zoen, mijn overtuigingen en mijn definitie van liefde zijn geen onderwerpen waarover ik vooraf over zou schrijven. Het heeft mij geholpen zodat ik nu opener ben geworden in het schrijven. Ik denk dat ik meer plezier beleef, met deze openheid van schrijven, wanneer ik mijn blogs over 30/40 jaar teruglees.

Vandaag had ik supervisie, dit is een onderdeel wat bij de stage hoort en vanuit school word geïnitieerd. Mijn mede student vertelde in deze supervisiebijeenkomst dat ze haar profiel van Hyves in verband met haar stage had afgeschermd voor iedereen behalve haar Hyvesvrienden. Dit vond ze prettiger. Want stel dat haar cliënten haar profiel zouden weten wat ze zou doen of bespreekt met vrienden en vriendinnen. Opzicht best fair. Toen ik dit hoorde moest ik gelijk denken aan mijn eigen site. Zouden mijn cliënten kijken op mijn site? Of collega’s? Zou ik mijn schrijven hier op aan moeten passen? Ander voorbeeld is dat een blogger uit de blogscene haar URL veranderde omdat dan haar toekomstige werkgevers haar site mindergauw zouden vinden.

Met deze gedachtenspinsels en handelingen van anderen word ik aan het denken gezet. Toch kies ik er voor om geen stap terug te doen of maatregelingen  te nemen. Mijn blog gaat niet offline en mijn websitenaam zou ik niet nu, of over vijf jaar, tien jaar willen veranderen. Ik blog onder mijn eigen naam, niet anoniem! Ik ben vrij te Googlen, schrijf over wat ik meemaak, want ik vind, voel en denk. Wanneer een werkgever mij om mijn weblog niet wil aannemen, vind ik dat eerder een tekortkoming van deze werkgever dan een fout van mij. Mijn site is een verlengstuk van mij, het is mijn visitekaartje. Zou gebruik ik het ook. Waarom zou een werkgever, cliënt of collega mijn site dan niet mogen zien?

Nog even kort terug naar de supervisie. Vandaag had ik de eerste echte bijeenkomst. Mijn verwachtingen waren niet hoog gespannen omdat ik slechte ervaringen heb met de intervisies van eerdere jaren. Maar de verwachtingen die ik had, zijn ruimschoots voorbijgestreefd. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat we een goede supervisie hebben gehad. Het ging ergens over, het waren diepe gesprekken en ik werd erg aan het denken gezet. Probeer maar eens jou betekenis van ‘Slecht’ te verwoorden zonder te zeggen dat het ‘niet goed’ of ‘minder goed’ is. Ik ben erg benieuwd hoe je dit zou verwoorden, vanmiddag kwam ik er namelijk niet uit. Supervisie was best vermoeiend, maar erg leerzaam!

Dertig dagen achter elkaar schrijven, het valt niet mee moet ik zeggen. Het vergt creativiteit, want hoewel sommige stukken leuk waren om te schrijven, waren er een flink aantal verplichte stukken waarvoor ik haast geen motivatie kon vinden omdat ze me domweg niet interesseerde. Juist om deze stukken, kies ik er voor om niet meer mee te doen aan een dergelijke challenge met vooraf opgelegde onderwerpen. Leuk om een keer geprobeerd te hebben maar zeker niet het herhalen waard. Zeg nooit nooit dus misschien ooit wanneer er alleen maar onderwerpen zijn die mij aanspreken.

Dag 28: Iets wat ik mis.

11-10-2010

Een dertig dagen challenge schrijven in dertig dagen is me niet gelukt. Nee, ik heb de afgelopen twee dagen niet geblogt. Hier was een weekend lang feesten debet aan. Feesten omdat ik vorige week vijfentwintig ben geworden. Dat feest moest een weekendlang gevierd worden. Het begon vrijdag met de komst van Wietske, Margreet en Mieke en dat eindigde zondagavond bij mijn ouders thuis met al mijn broers en zussen. Tussendoor vierde ik mijn verjaardag met mijn beste en leukste vrienden. Tijdens deze feesten werd nogmaals benadrukt dat ik blij en gelukkig mag zijn met zulke vrienden en familie. Wat heb ik toch een goed leven met mijn naasten. Voor elke betrokkene via mijn blog nu ook dank voor jou gezelligheid. Ik ben blij je te kennen en je te hebben als vriend(in) of familie.

Tussen alle bedrijven en tijdens de voorlichtingen door heb ik nagedacht wat ik mis. Want missen is menselijk, ‘iets’ wat je hebt gehad maar niet meer hebt kun je missen. Een opa of oma, een oom of tante, een hond, een goudvis, een computer, huis of iets anders wat je dierbaar is. Levende wezens of dode dingen, het maakt niet uit. Ik kwam er wel achter dat ik een aantal dingen mis. Dit is echter niet te verwarren met het feit dat ik sommige dingen mis in het leven nu. Want het ontbreekt mij op dit moment aan niets. Ik zou het liever willen omschrijven als ‘zaken’ waar ik met melancholisch verlangen aan terug denk. Goede momenten in mijn leven die ik wel zou willen herbeleven.

Ik heb van deze ‘zaken’ er drie uitgepikt om kort te beschrijven. Het eerste is mijn campingleven. Dit campingleven op Bergzicht is elk jaar weer een waar feest en een ontspannen. Zoals ik jaren geleden een weekendje bij Bert als ‘rustoord de windt ‘ heb bestempeld (Wat overigens een heel ander verhaal is, waar ik in de toekomst nog op terug kom), zo is camping Bergzicht al ruim tien jaar een ‘rustoord thuishaven’ van onze vakantie. Ik ken vrijwel iedereen op de camping en ik ben lid van een hechte club en kan het goed vinden met het recreatieteam. Zo was het ook afgelopen jaar weer een groot feest waar ik volop van genoot. Binnenkort hebben we ook een reünie waar ik veel zin in heb. Op deze camping kan ik mijn ei kwijt, heb ik weinig slaap nodig en vind ik mezelf ook altijd grappig, gelukkig vinden anderen dat vaak ook. Waardoor ik niet al te arrogant overkom. 😉

Het tweede wat ik eruit wil pikken is mijn tijd op het, toen nog, Menso Alting College (MAC). Na het Drenthe College waar ik behoorlijk klaar mee was, kwam voor mij een nieuw paradijs op aarde. Met vrijstellingen voor drie verschillende vakken had ik het diploma al zo goed als in mijn broekzak. Ik leerde op deze school dat ik geen arrogante klootzak hoefde te zijn. Ik kwam de tentoongestelde Gertjan tegen die ik gemaakt had toen ik naar het Drenthe College ging. Ik kwam mijzelf tegen omdat dit decor niet op het MAC werkte. Ik leerde het af en leerde goede vrienden kennen die ik nog heb, als groep waren we in de hele school bekend. Het MAC was voor mij een groot feest omdat ik het zowel met de docenten als met mijn klasgenoten kon vinden. Ik kreeg alles gedaan en ik sneed als een warm mes door de boter door de opleiding heen. Na tweeënhalf jaar school kreeg ik mijn diploma praktisch cadeau.

Ik mis nog wel meer dingen uit mijn leven en ik zou graag veel dingen opnieuw willen meemaken (PVT, Liefdes, Bern, Straatsburg, Oud en Nieuw feesten en etc etc), maar ik wil mijn blog ook niet te lang laten worden. Morgen komt er gewoon weer een nieuwe blog, dus geen zorgen voor de dag van morgen.

Dag 26: Mijn angsten

07-10-2010

De bedenker van deze challenge heeft zeker gedacht: ‘het is een leuk idee om het onderwerp fairs/angsten op te nemen als een van de laatste onderwerpen’ . Alsof na elk leuke onderwerp een minst leuk onderwerp moet komen.  Toch zal ik mijn best doen om, onder het motto; niet geschoten is altijd mis, toch een pracht stukje af te leveren. Angsten.

Momenteel heb ik geen heersende angsten. Echter heb ik wel angsten gekend in mijn leven. Een van mijn eerste angst trad op toen ik alleen op mijn gedeelde slaapkamer lag en er ineens een man vanuit het dakraampje van ongeveer 45cm bij 45cm heen klom om vervolgens het licht aan te doen en zijn kleren uit te doen. Ik was doodsbenauwd dat er door het zolderraam een inbreker kwam, dat ik trillend diep onder mijn dekens kroop en hard hoopte dat hij niet mijn platenspeler mee jatte. Toen later bleek dat het mijn broer was die half-zat was toen hij erachter kwam dat hij de huissleutels had vergeten. Toen nog maar een paar biertjes dronk en bedacht dat hij net zo goed een zwarte piet kon zijn. Met die gedachte besloot hij, juist het hoogste raam op ons schuine dak , het raam waaronder ik sliep, te kiezen om naar binnen te sluipen.

Een tweede was de angst om mijn vader te verliezen. Mijn vader is ruim tien jaar geleden gediagnosticeerd met kanker. Als iets in slaat als een bom is dat het wel. Het leven Een ziekte waar ik niets van kende behalve dan op straat als alles word uitgescholden voor kanker.. dit kanker dat. Tot de dag op vandaag kan ik daar heel, heel slecht over. Het gebeurde in de periode februari 2000. Ik weet nog goed dat ik toen een handgeschreven brief schreef naar mijn mentrix. Dat wanneer ik niet goed oplette dat dat kwam omdat mijn vader kanker had.

Mijn vader had last van zijn keel en last van slikken. Hij ging daarom naar de huisarts en kreeg meerdere malen antibiotica voorgeschreven. Toen zijn pijn niet minder werd wilde hij een onderzoek. Na lang klagen en zeuren bij de huisarts mocht dit, na lang zoeken zou mijn vader onderzocht kunnen worden in het martiniziekenhuis in Groningen. De wachttijd was daar met minst lang. Hij kon drie weken later op gesprek komen. Vanaf dat moment ging het snel, een gezwel werd gevonden op zijn stortenklepje en na verder onderzoek bleek het een kwaadaardig kankergezwel te zijn.

Hij moest vrijwel direct naar het UMCG, onderzoeken werden opnieuw gedaan en dezelfde diagnose werd gesteld. Behandeling zou volgen doormiddel van 35 bestralingen waar mijn vader erg ziek van zou worden. Het leven in ons gezin stond helemaal stil. Mijn vader werkte niet meer, lag vaak en lang te slapen, maar kreeg gelukkig geen last van ernstige bijwerkingen van de bestraling. In deze periode overleed een broertje van mijn vader, mijn oom. Dat gaf alles nog een extra lading. Mijn vader vond dat hij had moeten sterven en niet een gezonde man tijdens het skeeleren. Op mij maakte dit ook veel indruk ik was viertien jaar en mijn vader en voorbeeld was ineens ziek. Zou hij überhaupt wel beter worden? Het was een onzekere periode in ons leven. Ik heb veel steun gehad aan de steun die ons als gezin gegeven werd. De kerk en kerkgang was een steun ook al had ik dat toen nog niet goed door. Mijn vader is gezond en leeg van kankercellen verklaard. Hij werd beter en is dat tot op de dag van vandaag.

Dag 24: Iets waarvan ik moet huilen.

05-10-2010

Iets waarvan ik moet huilen is een gevoelig onderwerp voor menig man om over te schrijven. Want een man mag niet huilen, ook al heeft hij verdriet. Nee, een man mag niet huilen als een ander het ziet. Hij moet alles vergeten en zich nooit laten gaan. Nee, een mag niet huilen zelfs geen enkele traan. Een man echte (alfa) man hoort niet te huilen, Zeker niet in het openbaar.

Ik huil dus ik leef?, huilen doe ik. Dus ik leef?… Naja huilen, ik moet wel eens behoorlijk slikken en tranen van mijn wangen halen. Maar de laatste jaren is er geen vloedgolf van tranen meer over mijn hangen gegaan. Menig traan rolt over mijn wangen wanneer ik een film kijk. Dit begon al toen ik voor het eerst naar de Lion King keek, of toen ik nog keek naar Free Willy.

Tranen van verdriet omdat Musafa van de rots af werd gegooid door Scar. Snikkend en ogen droogmakend keek ik de film door en zag ik dat Simba alles goed maakte en het dal niet langer dor en levenloos was, maar opnieuw tot bloei kwam. Of tranen van geluk tijdens Free Willy toen Willy (de Orka) over Jesse heen sprong op weg naar zijn vrijheid. Ik stond net als de mensen om Jesse heen in de kamer te springen toen Willy zijn vrijheid had. Wat een mooie jeugdsentimenten.

Nu jaren later zijn er nog altijd films waarbij ik een traan laat lopen. Het maakt me eigenlijk niet meer zo uit of ik alleen ben of in een bios zit te kijken. Toen ik de film komt een vrouw bij de dokter, ook een traan liet lopen, zag of hoorde niemand dat omdat er om mij heen menig vrouw luidruchtig zat te snotteren.

Films kijken is mijn Passie, noem een film en ik heb hem al gezien. Daarom heb ik het me erg gemakkelijk gemaakt door een goede tv en laptop te komen. Nu is film  kijken een waar genot. Bij films als: We Were Soldiers, Slumdog Millionair, The Shawshank Redemption, Green Mile, The Notebook (jawel), Komt Een Vrouw Bij De Dokter, A Beautiful Mind, Changeling, Crossing Over, Flags of Our Father, Forrest Gump en Miracle at St. Anna en zo kan ik nog wel even door gaan. Tijdens het film kijken kan ik me met speels gemak zo inleven dat de tranen vanzelf komen.

Als je vrouw je heeft verlaten, waar jij zoveel van houdt. En je vrienden je gaan haten om een kleine fout. Dan wil je soms heel even, je eigen laten gaan. Je ogen worden vochtig en je voelt opeens een traan. Maar een man mag niet huilen, ook al heeft hij verdriet. Nee, een man mag niet huilen als een ander het ziet. Hij moet alles vergeten en zich nooit laten gaan. Nee, een mag niet huilen zelfs geen enkele traan.

Dat is dikke onzin natuurlijk!

Dag 22: Iets wat mij boos maakt.

03-10-2010

Als ik me ergens over kan opwinden dan is het het gevoel dat mij onrecht word aangedaan. Daarom komt er af en toe een blog voorbij waarin ik dit van mij af moet schrijven. Toen ik het onderwerp vandaag las dacht ik gelijk terug aan deze blog. Ik wond me helemaal op en het voelde echt alsof alles tegen mij gericht was. Om deze interne frustratie en woede niet teveel te laten teruglezen in een reactie schreef ik eerst een blog. Na het afschrijven van de blog schreef ik een email waarin ik toch mijn ongenoegen iets te veel beschreef. Woorden die niet heel netjes waren passeerde de revue, maar mijn groep wist wel precies waar ze mee te maken zouden krijgen.

Het wrange van deze situatie was dat ik mij vrijwillig had opgegeven om in een mixgroep te zitten. Dat betekende dat uit verschillende klassen leerlingen werden gevraagd samen een groep vormen. Ik, maar ook de andere groepsgenoten wisten dat het moeilijk zou worden om vergaderingen te plannen. Toch moest er een email van een docent aan te pas komen waardoor de stemming en de gezichten op scherp kwamen te staan. Met de sfeer kwam het nooit goed.

Een ander moment waarover ik me erg boos heb gemaakt (en als ik er aan terug denk nog) is mijn inziens onrecht naar mij toe. Natuurlijk ook een schoolmoment. Hier was ik nog bozer dan in de eerder genoemde blog. In deze situatie was er onduidelijkheid over de datum wanneer er een presentie gehouden moest worden, de presentatie hield in dat er een video laten zien werd aan andere klasgenoten. Ik had de video gemonteerd en had daar veel tijd ingestoken. Maar omdat de datum van de presentatie viel op een dag dat ik moest werken kon ik helaas niet komen. Toen ik vrij was en belde naar mijn klasgenoot om te vragen hoe het was geworden vertelde zij mij dat iedereen behalve ik een voldoende had en dat ik een vervangende opdracht moest doen.  Dat schoot mij in het verkeerde keelgat waardoor ik een email schreef naar mijn docent. Een email die bij haar in het verkeerde keelgat schoot.

Ik schreef:

…Het komt bij mij over alsof ik (wij als leerlingen) ten moeten dansen naar de pijpen van de docenten. Wanneer wij iets missen omdat we ziek zijn of om andere reden niet kunnen en er is een 100% aanwezigheidsplicht. Hebben wij onze kans al gemist of we moeten een compensatieopdracht doen. Aan de andere kant wanneer een docent ziek is word alles verplaatst, liefst zo snel mogelijk wanneer de docent kan. Hierbij word naar mijn beleving weinig rekening gehouden met de agenda van de leerlingen.

Het kan zijn dat het bovenstaande Zwart- Wit over komt, dat is wellicht ook het geval, maar het reflecteert wel exact hoe ik me op dit moment benadeeld voel…

Witheet was ik toen ik de email schreef, de docent zei later in het gesprek dat ik met haar had geïntimideerd te zijn en geschrokken te zijn van de tonatie van de email. Ik moest een compensatieopdracht doen voor de presentatie die ik gemist had. Ik heb de opdracht gemaakt en een verslag geschreven. Waarin ik veel tijd heb gestoken in het voorwoord en nawoord. Het werd haar nogmaals duidelijk gemaakt dat ik het helemaal niet eens was met de compensatieopdracht. Onrecht dus, dat moet je me niet aan doen.

Dag 20: Deze maand

01-10-2010

Hoewel de maand oktober pas net begonnen is weet ik zeker dat dit een goede maand wordt. Oktober word een maand vol verjaardagen en partijtjes. Tenminste, als alles gaat zoals geplant. Ik word 25 jaar oud en ga ik dat in drie delen vieren. Ik noem het mijn halve fossielen verjaardag die op zaterdag (9 oktober) en zondag (10 oktober) groots gevierd zal worden. Op de vrijdag ervoor vier ik met mijn zussen Margreet en Wietske hun verjaardag. Ze blijven direct een heel weekend om mijn verjaardag, net als mij, dubbel te vieren! Om de gezelligheid compleet te maken komt Mieke en Jos ook aanschuiven. Kortom het word een goed begin van de Herfst!

Met dat de maand oktober begint eindigt de maand september. September is een maand waarover ik veel meer kan schrijven. In de maand september besloot ik aan deze challenge mee te doen. In dertig dagen, dertig stukken schrijven. Inmiddels ben ik ruim over de helft en heb ik leuke, mooie en grappig, maar ook belachelijk slechte stukken geschreven. Stukken die ik eigenlijk nooit zo posten of überhaupt zou schrijven. Als ik dan toch ergens spijt van moet hebben…

In de maand september heb ik het meeste aantal blogs ooit geschreven in een maand.  Elke dag een nieuwe blog schrijven valt me zwaar. Het is voor mij domweg niet mogelijk om elke dag een leuke blog te schrijven. Het blijkt dat ik niet elke dag genoeg tijd heb om er mee bezig te zijn. Daarom raffel ik het af en dat resulteert in slechte korte blogs. Vandaar dat ik in september ook een email kreeg van een wildvreemde met duidelijke taal: “Je site staat vol spelfouten. Kut, voor zo een mooie site.” Waarop ik wel moest reageren met: “Dank je wel voor het compliment, Ja das zeker kut... Iets met dyslexie.” Maar door het mailtje realiseer ik me dat ik meer tijd moet stoppen in het hardop nalezen van me blog zodat ik de grootste fouten er zelf nog uit kan halen. En er redelijk lopende zinnen van kan maken. Fouten die er dan nog in staan wijt ik aan mijn dyslexie.

In de maand september ben ik met stage begonnen, vooraf beschreef ik de stage als eng en spannend, als een nieuwe stap in het leven. Nu vier weken later (wat gaat de tijd toch snel), heb ik er 128 uur stage op zitten, ben ik een hoop kennis en ervaringen rijker en heb ik al zoveel dingen mee gemaakt dat ik er een triller over kan schrijven. Ik heb dingen gezien en gehoord die ik vooraf in gedachten niet eens had kunnen bedenken. Soms denk ik er nog wel eens aan terug aan deze momenten en dan kan ik het nog niet echt geloven, zo gek.

In de maand september ben ik ook weer begonnen met recreatief voetbal en bardiensten draaien bij LTC. Voetballen heeft een voorname plaats in mijn leven. Voetbal kijken verbroedert, het geeft je onderwerpen om over te spreken, het wekt emoties op en het is een mooie sport om te zien en doen. Bij Vev ’67 (een voetbalvereniging in leek) is er een nieuwe voetbalteam opgestart. Een voetbalteam met veel vrienden die daar in voetballen. Afgelopen zomer tijdens een van de keren dat we lagen te relaxen bij de Hoornseplas werd ik uitgenodigd om een keer mee te doen met de training. Omdat ik al goed werkte aan mijn massa en conditie door te skaten (vaak meer dan 60km per week). Besloot ik ook te gaan trainen. Dat viel vies tegen, kan ik je vertellen! Na het eerste kwartier was mijn conditie op, lichaam leeg en mijn voeten open.

Verder in de maand september heb ik overdag de burgerlijke stagiair gespeeld . ’s avonds transformeerde ik terug in de student die ik eigenlijk altijd al was. Impulsief & gek. Zo kwam het zover dat na maanden van voorbereiding Henk en Judith naar Australië gingen om te backpacken. Dat moest gevierd worden met een etentje, zo at ik daar net als ruim twintig andere genodigden, mijn buik rond. Maar voordat het feestgewoel echt losdruisde gingen we nog even op het terras een biertje drinken.

In september:

Vierde ik de verjaardag van Anne;

Kwam Mieke langs in Assen;

Kocht ik kleren voor de winter;

At ik vaak met Henk en Tineke;

Keek ik ongeveer tien nieuwe films;

Werd ik plotseling ‘fan’ van Jennifer Ewbank;

Heb ik ruzie geschopt met de belastingdienst;

Probeerde ik lenzen en kocht ik een nieuwe bril;

September was een goede maand, het was wennen, gezellig en vrij, ik heb geslapen, genoten en geleerd. Tenslotte… September begint op dezelfde dag van de week als december…

Dag 18: Mijn favoriete verjaardag.

29-09-2010

De mens word elke dag ouder, u word ouder, jij word ouder. Ik word ouder. Verjaardagen zijn er om stil te staan bij een verjaring. Wanneer je nog jong bent is het enorm leuk om jarig te zijn. Als kleine jongen keek ik wel een week uit naar mijn verjaardag. Ik  bekeek de nieuwste Intertoys en Bart Smit gids in de hoop mooie cadeaus te vinden. Later vroeg ik geld op mijn verjaardag omdat ik van gespaard geld en geld voor mijn verjaardag technisch lego kon kopen. Het was fantastisch, met tweehonderd gulden naar de Intertoys om de mooiste, grootste en nieuwste truck kopen. Bij de kassa laten inpakken omdat je dan toch het gevoel had dat je een cadeau had gekregen.

Toen ik nog iets ouder werd gingen we gourmetten of bowlen met mijn verjaardag. Ik mocht een bepaald aantal mensen uitnodigen van mijn ouders. Ik geloof dat het er tien waren. Van iedereen kreeg ik geld en niet zomaar geld handje contantje… Nee, dat was immers veel te gemakkelijk. Ik kreeg geld in speciale, moeilijk te openen, verpakkingen zoals blikken hondenbrokken of kattenvoer. Omdat ik op dierendag geboren werd hadden mijn klasgenoten besloten dat ik daarvoor elk jaar moest boeten. De blikken snoep met hondenbrokken-etiket vond ik het mooist.

Naarmate ik ouder werd veranderde de verjaardagen ook. Wat eerst overdag gevierd werd word ineens ’s avonds gevierd en van chips en cola ga je over op bier en bitterballen. De cadeaus worden ook anders, van geld verstopt in blikken hondenvoer ga je over op speciale flesjes bier of andere alcoholische versnaperingen. Maar nog altijd blijven verjaardagen leuk en staat een jaar ouder worden inherent aan meer aanzien.

Toen werd ik twintig en baalde ik ervan dat ik geen tiener meer was, ik dacht dat ik volwassen moet zijn en doen, maar ondertussen was ik nog steeds een kleine stoere jongen die eigenlijk twintig jaar ook wel erg gaaf vond. Maar nu word ik aanstaande maandag vijfentwintig. In mijn uitnodigingsmail had ik het over mijn halve fossielen verjaardag. Want vijfentwintig is wel een vierde van honderd en de jongere generatie, waar ik al niet meer bij hoor, vind dat mannen en vrouwen  boven de vijftig oud en bejaard zijn. Daarom is mijn vijfentwintigste een halve fossielen verjaardag.

Dat is direct de reden waarom dit mijn favoriete verjaardag wordt. Hoewel vijfentwintig alleen maar een cijfer is en ik me er helemaal niet aan wil storen, wat ik daarom ook niet doe. Ik doe gewoon alsof ik nog een jonge jongen ben die als een veulen door de wei heen dartelt. Een veulen met een enorm slechte conditie weliswaar, maar we houden ons allemaal wel eens voor de gek toch? Mijn favoriete verjaardag moet nog gevierd worden. De leukste mensen die ik ken zijn uitgenodigd en we maken er een dolle gezellig boel van. Door de aanwezigheid van cola en chips neem ik afscheid van mijn vroege jeugd… met bier en bitterballen lach ik de toekomst tegemoet en samen met een delegatie van mijn familie, vrienden en vriendinnen vieren we het begin van het aftakelingsproces van mijn lichaam.  Mooier kan het wat mij betreft niet.

Dag 16: Mijn eerste zoen

27-09-2010

In een stad hier negentig kilometer vandaan werd zo’n 23 jaar geleden een meisje geboren. Dit meisje, groeide als kool en groeide op in een gezin met vier kinderen. Zij was zelf het derde kind. Alle voordelen die ze had als jongste dochter en ene jongste kind werden vriendelijk gebruikt door dit meisje. Dit meisje groeide op in een stad dat in een oorkonde in 1141 werd genoemd en sindsdien haar naam draagt.

In een stad hier dertig kilometer vandaan werd bijna 25 jaar geleden een jongen geboren. Deze jongen groeide als kool en groeide op in een gezin met acht kinderen. Hij was zelf het zevende kind. Alle voordelen die hij had als jongste zoon en ene jongste kind werden vriendelijk gebruikt door deze jongen. Deze jongen groeide op in een stad waar in 1258 een nonenklooster werd gevestigd.

Noch het meisje noch het jongentje wist in de kinderjaren af van het bestaan van de andere.  Noch het meisje noch het jongentje kon niet weten wat er jaren later gebeurde.

In een stad hier dertig kilometer vandaan werd bijna veertien jaar geleden een beslissing gemaakt. De beslissing viel in een moeilijke categorie. Er moest gekozen worden tussen een nieuwe computer of een vakantie met z’n allen. Alle acht kinderen en beide ouders hadden stemrecht en iedereen stemde anoniem.  Er zou een nieuwe computer komen en het jaar erop zouden ze op vakantie gaan.

In een stad hier negentig kilometer vandaan werd bijna veertien jaar geleden een beslissing gemaakt. De beslissing was niet zo moeilijk. Ze zouden op vakantie gaan! Gauw werd camping Bergzicht gevonden en besproken. Een plaatsje op de Markte werd bemachtigd en een heerlijke vakantie was het gevolg.

In een stad hier dertig kilometer vandaan werd bijna negen jaar geleden een beslissing gemaakt. De beslissing was niet zo moeilijk. Ze zouden op vakantie gaan. Dit keer niet met alle kinderen, maar wel met veel gezelligheid. Camping Bergzicht werd voor de vierde keer besproken. Dit keer werd een plekje op de Markte bemachtigd.

Zo gebeurde het dat na ruim zestien jaar totaal vreemden bij elkaar op het veldje kwamen. Niets vermoedend zat de, inmiddels groot geworden, jongen voor zijn tent toen hij een splinternieuwe Renault Laguna  voorbij zag rijden. Een meisje, schitterend om te zien, zat op de achterbank en zat om haar heen te kijken wie er dit jaar ben haar op het veldje zou zitten. Hun ogen ontmoeten elkaar halverwege haar zoektocht naar nieuwe gezichten. Alsof er een donder en bliksem tegelijk vielen, zo was de chemische reactie tussen deze jongen en dit meisje.

Het meisje stom verbaasd over de nieuwe aanwinst van het veldje, toenadering werd al gauw gezocht door de jongen die vakkundig de bal per ongeluk richting de voortent van het meisje schopte. Toen de bal daadwerkelijk in de voortent lag kon er een weifelend “hoi” af.  Zelf tot dit moment wisten beide personen niet van elkaar dat ze nog diezelfde vakantie samen nachtelijke wandelingen zouden houden naar de Regge.

Later die vakantie, toen de link was gelegd, het contact er was en ze onafscheidelijk waren. Werden trots de biertjes naar binnen gegoten om moed in te drinken. Want vanavond was de avond dat de jongen het ging proberen. “ga je mee naar de Regge?” Het meisje zei ja, en samen gingen ze op pad. Hand in hand liepen de nog, zestien jarige jongen en het vijftien jarige meisje naar de Regge. Daar waar hopelijk het bankje vrij was. Het bankje was vrij. Maar het duurde niet lang en het bankje zat vol. Niet alleen de jongen en het meisje maar al gauw was het vervelende broertje van het meisje aangeschoven.

De jongen echter wist dat dit zij kans was. Preuts en onzeker als hij was probeerde hij nog een aantal woorden te zeggen. Volzinnen of poëzie was het zeker niet. Het leek meer op gestamel van internet-sinterklaasgedichten. Maar hoe slecht de woorden ook waren, ze kwamen goed aan. En daar was dan het moment om de ogen te sluiten en de mond van het meisje te zoeken. Het moment leek perfect. Het viel stil, ze keken elkaar diep in de ogen, ze spraken geen woord, maar ze wisten allebei dondergoed wat er ging gebeuren. nog wat onwennig raakten hun lippen elkaar. De volgende stap werd ook gauw gezet en voor ze het door hadden zaten de jongen en het meisje bijna anderhalf uur lang met elkaar te zoenen.

Dag 14: De cultivering van Nederland

25-09-2010

Vandaag een mysterieus onderwerp, het onderwerp dat ik gisteren aangekondigde was onder het mom, dat geeft mij nog tijd om een onderwerp te verzinnen. Toen ik vandaag, na een dag ‘hard’ werken bij Bizztravel, mijn Macbook open deed om te schrijven, had ik nog geen onderwerp. Omdat ik niet iets beters weet, vandaag: De cultivering van Nederland.

Moeten wij, als Nederlanders, ons niet helemaal kapot schamen? Moeten wij niet in een donker hoekje wegkwijnen vol verdriet? Om te beginnen vinden wij, Oh oh Cherso, waarin acht Hagenezen in Chersonissos zich laten gaan, helemaal het einde. Plat, ordinair, vulgair is het. Maar toch wel 1440000 kijkers afgelopen donderdag. Slechte televisie, want laten we eerlijk zijn dat is het, verkoopt blijkbaar zo goed dat het tegenwoordig het meest bekeken programma is van de donderdagavond. De cultivering van Nederland wordt zichtbaar door de hoogte van de kijkcijfers van Oh oh Cherso.

Mocht SBS6 nog een geniaal en origineel idee nodig hebben om een talentenshow te kunnen maken. Dan moeten ze mij bellen! SBS6 kan na ‘move like Michael Jackson’ een nieuwe show maken waarin ze op zoek zijn naar de nieuwe Bonnie st Clair. Oh oh Cherso heeft sowieso kansmakers. Ze zijn wekelijks te zien op RTL5. Dit wat Nederland leuk vind.

Cultiveren is net als evolueren een proces waaraan de mens verbonden is. De afgelopen jaren zijn we ook geëvolueerd en gecultiveerd. Je kunt dus stellen dat het normaal is. We ontwikkelen onszelf, dat is goed goed. Door nieuwe kennis kunnen we ons ontplooien. Toch geloof ik niet dat het allemaal positief is. Het goede cultiveert, maar ook het slechte cultiveert. Wordt het goede beter en het slechte slechter? Ik durf het niet met zekerheid te zeggen. Mijn gevoel zegt dat het een mogelijkheid is.

Enerzijds vind ik het ook wel een ‘mooi’ programma, ik lach me helemaal stuk wanneer ik zie hoe ze met elkaar om gaan. Het is net als een slechte film. Hoe slechter de film is… hoe langer je er naar kijkt. Aan de andere kant is het een enorm slecht programma. Dan te bedenken dat ze waarschijnlijk echte helden zullen worden in Scheveningen en omstreken.

Als ik me vrije geest de loop laat gaan bekruipt al gauw me het gevoel dat mensen met een hoger IQ dan een chimpansee, Bonnie st. Clair, of Barbie. Zich kan afzetten tegen dit ‘soort’. Als deze cultivering doorzet, word het verschil tussen mensen alleen maar groter en wordt het Wij – Zij gevoel telkens groter en belangrijker. De gafscore geeft aan bij welke cultuur of groep je hoort.

Oh oh cherso is niet de start van deze cultivering, het is meer uit uitvloeisel van de cultivering. Kijk bijvoorbeeld naar de politiek. Onze grote geblondeerde Nederland-is-vol-vriend, omgeven door bodyguards, Wilders. Die populair kon worden door het voorwerk van Pim. Zal bij eventuele nieuwe verkiezen onhoudbaar de meeste zetels krijgen. Hopelijk word dit positief wanneer het kabinet binnen no-time uit elkaar valt en Nederland weer verstandig gaat stemmen.

Kijk bijvoorbeeld naar de cultivering in de vorm van de individualiteit. Dichtbij huis is misschien wel het meest aansprekende voorbeeld. Wanneer ik de lift in stap tegenover mijn kamer, is het maar de vraag of ik teruggegroet wordt. Het maakt mij niet uit hoe laat het is, ik groet iedereen in de lift. Wat is de moeite om iemand te groeten die je in de lift. Blijkbaar kan het er niet meer af. Wanneer ik beneden wacht voor de lift en er staan mensen, groet ik ook. Wel zo vriendelijk vind ik. Vaker dan ik gegroet word, word ik suf aangekeken met zo’n hoofd van. Ben je wel goed snik?

Nederland cultiveert. Positief en Negatief. Gelukkig kunnen we de toekomst niet zien. Ik hoop dat we in een tendens zitten dat de positieve cultivering zich meer ontwikkelt dan het negatieve. Ik moet maar zo denken dat er genoeg goede programma’s op tv zijn. Bijvoorbeeld The Voice of Holland met Jennifer Ewbank :p

Dag 12: Wat zit er in mijn tas.

23-09-2010

Dit is zo’n blog onderwerp waarbij menig vrouw naar hartenlust haar verhaal kwijt kan over wat ze allemaal niet mee sleept naar haar werk of haar studie. Een tas die vol ligt met spiegeltjes, moleskine opschrijfboekje, lipstick, water, telefoon, portemonnee, tampons, maandverband (die overigens in de postmoderne tijd nog, maar een dag gebruikt kan worden, ik bedoel: Noem het dan dagverband!), agenda, mascara, haarborstel en nog meer dingen die ik echt niet wil verzinnen.

Mijn tas, wat kan ik vertellen over mijn tas? Waarom wil ik überhaupt vertellen over wat er in mijn tas zit en waarom fascineert de mensen eigenlijk wat er in mijn tas zit?  Volgens een anonieme geïnterviewde is hij (mijn tas is mannelijk) heel duur en zitten er dure dingen in. Nou; dat is nu zeker niet het geval. Het dure ding wat erin zat, heet een Macbook Pro en daarop typ ik deze blog. De tas zelf vind ik zelf niet zo duur. Ze zijn er wel goedkoper, ze zijn er duurder. Je zou dus kunnen zeggen dat ik een middenklasse tas heb gekocht.

De inhoud van mijn tas is naast stof, snoepresten en kassabonnen gevuld met een agenda. Sinds ik stage loop heb ik een agenda waarin ik dingen noteer, opschrijf, afspraken vastleg. Best eng als je al zeker sinds het voortgezet onderwijs geen agenda meer gebruikt. Daarnaast is je tas toch gelijk een stuk zwaarder. De man van de arbodienst zei: “t’ken net”. Tja, hij was een fries. Hij eindigde ons gesprek met: “nice siku” en vertrok. Mijn agenda is niet het enige wat in de tas zit, nee ook de oplader van mijn Macbook en een muis waren onderdeel van de tas, een portemonnee, maar een partij pennen van de VNN geven de tas toch wel de meest kleurrijke tint die de binnenkant van mijn tas nodig heeft.

Wat nu niet meer in de tas zit, maar er vanmorgen nog wel in zat, was mijn ontbijt. Elke ochtend voor ik naar stage ga heb ik standaard een stop bij de Albert Heijn. Als Albert een man zou zijn, dan was ik zijn beste vriend. Ik ben tot wel tien keer per week, in elk geval acht keer per week in de Albert Heijn. ’s Ochtends een ritueel. Vifit, zes bruine bolletjes, Rollade, flesje water, flesje cola light. ’s Middag het eten en drinken van die dag. Al met al zat mijn tas vandaag behoorlijk gevuld. Ik moet daarom ook eerlijk zeggen dat de terugweg altijd wel fijner is dan de heenweg. Dat scheelt toch een aantal kilo’s en dat heeft die Arbo Swahili Fries toch het liefst.

ps: omdat dit niet echt een boeiende blog is raad ik je aan om de blog over mijn broers en zussen te lezen. En dan vooral de mooie reacties van hunzelf.

Morgen –)> Dag 13: Deze Week

Dag 10: Wat draag ik vandaag

21-09-2010

Er gaat geen dag voorbij dat ik geen kleren draag. Alhoewel mij een dagje op het naaktstrand me ook wel spannend lijkt… geshockeerd? Lijkt me trouwens echt niets, maar dat terzijde. Het is daarom niet moeilijk om ’s ochtends te kiezen wat voor kleren ik aan doe. Een typische man zal, volgens alle vrouwen die ik daarover gesproken heb, zeggen dat mannen altijd het bovenste van de stapel pakken. En niets is minder waar het is namelijk wel erg gemakkelijk om te doen. Ik ben echter kritisch als het om kleren gaat. En mijn kast is zo’n zootje dat ik geen eens stapels heb.

Over mijn kleding… Ik heb geen foto, dus ik nodig iedereen uit om een creatief beeld te bedenken van hoe ik eruit zie. Maar ik had een shirt aan met de wervelende tekst erop gedrukt: Dyslexie is Coel en Seksie. Mijn spijkerbroeken in mijn kast zijn allemaal van het merk G-star. Dit is het enige merk waarvan ik spijkerbroeken, omdat ze zo enorm lekker zitten en ze wel gemakkelijk over mijn bovenbenen gaan.  Ik heb mijn schoenen zijn cognac gekleurde nette (lak) schoenen met witte zool (Invito style zeg maar). Ik heb een cognac leren jas waar ik erg blij mee ben en die mij voornamelijk warm houdt. Maar om toch even een leuke draai te geven aan het verhaal nog terug naar mijn t’shirt. Het moet toch ergens over gaan.

Over het shirt en de herkomst van dit shirt kan ik een heel boek schrijven, het zal wat langdradig worden en er zullen flink wat herhalingen in komen. En het boek zal het guinness book of record niet halen als het gaat om de meeste bladzijden, maar een boek is een boek.  Het verhaal begint in het jaar 1999 in dit jaar moest ik van mijn school in Assen naar het Compaz in Groningen. Een onderzoekscentrum waar gekeken zou worden of ik positief slaagde op Dyslexie. Ik had (en heb nog altijd) dyslexie en ik owned dyslexie hard. Want bij 14 fouten was er sprake van Dyslexie. Uit het onderzoek kwam dat ik 26 fouten had. Ik was dus enorm goed erin. Helaas werden er geen bekers gegeven en feesten gegeven om dit te vieren. Maar ik had wel een diagnose. Er was een reden waarom ik altijd slecht las in lezen en schrijven en daardoor standaard onvoldoendes had op Nederlands. Ik had eindelijk iets om me achter te verschuilen. Ik werd beter beoordeeld omdat er rekening werd gehouden met mijn afwijking en ik vloog zo door de scholen heen.

Later in 2004 starte ik met bloggen omdat ik webdesignen mooi vond maar ook om mijn Nederlands te verbeteren. Wanneer ik nu mijn eerste blogs terug lees, merk ik wel dat ik een stuk beter ben gaan schrijven. Er zijn zelfs mensen die zeggen geen dyslexie te vinden in mijn blogs. Maar natuurlijk heb je ook lieve spellingsnazi’s zoals Annalien, die elke fout blijft ontdekken. Om een beetje de gek met mijzelf aan te steken had ik met hulp een shirt verzonnen met de tekst: “Fukc Lisdectie ik dis lexie”. Omdat dit shirt succes garandeerde besloot ik dit jaar voor PVT het nieuwe shirt te maken. Dit keer twee, een zwarte met wit en rode letters en een witte met (en misschien raad je het al) zwarte en rode letters. Dit keer met de al eerder vernoemde wervelende tekst: Dyslexie is coel en seksie. In de toekomst zal er nog wel een nieuwe shirt komen verwacht ik…

Morgen dag 11–)> Mijn broers en zussen

Dag 8: Een moment

19-09-2010

Vandaag mag ik gaan schrijven over een moment. Voordeel van dit onderwerp is dat ik genoeg memorabele momenten heb meegemaakt. In tegenstelling tot de blog van gisteren, die moeilijk te schrijven was, zal deze mij gemakkelijk afgaan. Ik zou over best veel momenten kunnen schrijven. Vandaag zal ik me beperken tot het beschrijven van een moment. Het moment past bij de foto zoals bij de blog geplaatst.

Op het moment dat deze foto is gemaakt sta ik met Dommel, als een van de vroege vogels, op het Bundesplatz in Bern (Zwitserland). Afgelopen zomer, bij het zien van het WK van het Nederlands Elftal en de beelden van fans van het Nederlands elftal, kreeg ik weer de kriebels. Het bracht me meerdere malen terug naar die momenten dat ik op het Bundesplatz stond. In 2007 maakten Dommel en ik plannen om naar het EK te gaan. Niets was nog zeker omdat hij met werk zat en ik nog een studie had waar ik naar toe moest. Maar Zwitserland is goed te bereizen en samen met de tent en de skottelbraai van mijn ouders zouden we het wel volhouden.

Het EK begon toen ik nog bezig was met het derde blok van mijn studie communicatie systemen. Ik had niet veel punten, maar het zou theoretisch en praktisch gezien zou toch haalbaar zijn om 40 punten te halen en daarmee over te mogen. Maar omdat ik toch maar zeventien punten had en de drang naar Zwitserland telkens groter werd, was de keuze gauw gemaakt. Zo stapten we op de bewuste avond rond half twaalf in de auto om de volgende ochtend om half acht weer uit de auto te stappen op een weiland in het plaatsje Neuenegg. Een weiland die omgetoverd was tot een camping. Een camping met faciliteiten om over naar huis te schrijven. Want douchehokjes naast elkaar, zonder douchegordijn, had toch ook wel wat. Vooral omdat we als we gingen douche zeker 14 naakte lichamen konden zien (mits het druk was). Later werden er wel douchegordijnen geplaatst en was het douchen toch privacy aangelegenheid.

Terug naar de foto… een vakantie zoals ik in Neuenegg/Bern heb gehad, vergeet ik me hele leven niet meer. Het is een aparte en bijzondere ervaring geweest. Het weiland, waar we terecht kwamen, stond een paar dagen later stampvol met oranje geklede mensen. Wedstrijden werden gewonnen van Italië, Frankrijk en Roemenië, maar het aller aller mooiste was de sfeer. De plaatselijke politie die met je op de foto wil, de mensen die je aanspreken omdat je een oranje shirt aan hebt. Mensen die met je op de foto willen omdat je klompen aan hebt. Nee, qua kleding was niets te gek. Maar ook het feit dat je op een plein staat, in een land negen uur van Nederland vandaan, vol Hollanders in het oranje. Echt een groot gekkenhuis. Dan de gezichten van de mensen in de trein, die het perron van Neuenegg vol met Nederlanders, binnen reed. Die gezichten, die blikken in hun ogen is echt onbeschrijfelijk. Nu ik er aan terug denk wil ik eigenlijk gewoon ook naar polen. Om daar een weer vergelijkbaar feest te vieren.

Ik kan het iedereen aanraden om naar het EK of WK te gaan. Vooral als je helemaal niets hebt met voetbal. Je zult verliefd worden en elke keer weer heen willen. Fantastisch!

Dag 6: Mijn dag

17-09-2010

Eigenlijk was het eerste wat ik deed vandaag, mijn visite uitzwaaien en gaan slapen. Het was namelijk al ver na twaalven toen mijn hoofd mijn kussen raakte. Maar omdat ik graag geloof dat de dag pas echt begint wanneer je wakker word, slaan we een paar uur over en slaan we voor het gemak mijn droom ook maar over.

Om kwart voor tien werd ik vandaag wakker. Op vrijdag ben ik vrij van stage. Gelukkig had ik vandaag ook geen verplichtingen qua colleges, ik mocht dus  uitslapen. Daarom had ik in tegenstelling tot de afgelopen vier dagen had ik gisteren geen wekker gezet, hoefde ik vandaag niet naar stage en had ik een relatief goede nachtrust.

Maar wat ga je dan doen op zo’n vrije dag? Plan je die vol? Ga je niets doen? Deze vragen kunnen zomaar door je hoofd heen schieten. Bij mij was dat anders… Ik? Ik zou het wel zien. Mits ik om drie uur ’s middags in Assen zou zijn. Het ging als volgt:

Na het wakker worden, pakte ik me laptop en ging ik weblogs bijlezen. Want nu ik 32 uur stage loop heb ik daar minder tijd voor. Stage scheelt in tegenstelling tot school ook veel tijd want ik heb geen school dus ook geen “huiswerk”. Maar omdat ik geen huiswerk maakt slaat deze opmerking helemaal nergens op… Zoals gezegd was het doel om in Assen te komen voor drie uur vanmiddag. Mijn ouders en Mieke hadden, na het spannende vakantiefeestweken, het idee opgevat om ook een vergelijkbaar weekend, maar dan zonder caravan, warm weer, tent en andere primitieve leefomstandigheden, in Assen te vieren. Het zou dan wel gezellig zijn als ik daar bij was.

Maar voor het zover was dat ik naar Assen ging, besloot ik dat er eerst thuis nog wat moest gebeuren. Ik zou eerst thuis nog een aantal zaken regelen, Zo vond ik dat mijn kamer schoon moest en dat ik de belastingdienst moest bellen in een verwoede poging hen te overtuigen dat wij niet hoefden te betalen. We hadden alweer een rekening gekregen met betrekking tot de huurtoeslag. Uitkomst van het gesprek was dat ik helaas heb ik geen geld heb kunnen afdingen. We moeten dus behoorlijk gaan betalen. Geloof mij, daar word ik niet blij van omdat daar het geld, wat ik voor me rijbewijs opzij had gezet, nu naar toe gaat.

Toen het telefoontje gepleegd was, mijn kamer blonk, de vissen voer hadden, de stofzuiger zijn werk had gedaan, de tanden gepoetst waren, mijn haartjes in de plooi zat, mijn weekendtas ingepakt was, mijn oplader als laatste toegevoegd was, was het tijd om naar Assen te gaan. Opvallend was dat de treinreis van Groningen naar Assen beduidend minder lang duurde dan de busreis van mijn huis in Vinkhuizen naar het centraal station in Groningen.

Hoewel de spanningen vooraf hoog gespannen waren, er vragen gesteld waren of het wel net zo gezellig zou worden als op de camping, zou het er vanmiddag toch van komen. Zo zaten we vanaf een uur of drie. We zaten gezellig aan de keukentafel. En geloof me, dat is mooi hoor. Heb je wel eens twee 50+ers gezien die samen proberen in te loggen via internet? Vanmiddag probeerden mijn ouders het op hun netbook. Het was een prachtig gezicht, mijn vader en moeder duelleerden over hoe het moest, wat het wachtwoord was en wat de juiste manier was om in te loggen. Ook Anne ons pleegkind van PVT keek via Skype mee naar dit boeiende schouwspel. Het was nu al erg gezellig!

Wat de avond vanavond gaat brengen? Een hoop gelach, veel plezier, wat drankjes, chips, misschien een film. Wie zal het zeggen? Eén ding weet ik zeker. Gezellig was het al vanaf het moment dat Mieke binnen kwam lopen. En dat zal zo blijven tot we beiden weer weg gaan.

Dag 4: Wat ik vandaag heb gegeten

15-09-2010

Eten is iets wat ieder levende wezen nodig heeft. Zonder eten is niets. Iedereen eet. Zelfs iemand met anorexia eet. Het is dan misschien niet zoveel, maar eten is eten! Ik kan het me niet voorstellen hoe het is om anorexia te hebben. Het lijkt me heel stom om te hebben. Ik heb programma’s gezien over anorexia, er over gelezen en ik ken iemand met anorexia. Hoewel ik graag met die persoon gesprekken voer over de situatie, gedachten en alles wat daar bij hoort. Maar ik kan het me domweg niet voorstellen. Net zoiets, maar minder erg is het feit dat er mensen bestaan die vegetariër zijn. Ik heb er enige respect voor, ik heb respect voor hun keus maar begrijpen doe ik het niet.

Want ik vind eten toch echt fantastisch en eten zonder vlees hoort in mijn beleving niet. Afgelopen zaterdag heb ik ook bij Ni Hao, waar we onbeperkt aten, ook gigantisch zitten bunkeren. Toen iedereen vol zat liep ik nog eens twee keer. Even terug naar de anorexia, ik zou er niet over na willen of moeten denken dat ik anorexia zou hebben of dat ik een vegetariër zou zijn. Ik houd gewoon van eten. Als eten een jongen zou zijn, zou ik zijn beste vriend. Als eten een vrouw zou zijn, zou ik haar trouwen. Eten is voor mij een soort uitje, het begint met koken en eindigt met eten. Ik kook graag en doe dit altijd met liefde. Ik kook eigenlijk altijd, wat het koken betreft maakt het niet uit of ik alleen eet of met vrienden. Ik kook toch, het is gezond, leuk om te doen en heerlijk om op te eten. Eten is eigenlijk elke avond een feestje omdat ik altijd mag kiezen wat ik eet!

Deze week is het wat anders. Deze week eten we in ons huis samen. Het begon op zondag al. Henk vertelde dat hij zin had in Chili Con Carne. Dat luste ik ook wel. Zo gebeurde het dat we maandagavond Chili Con Carne aten. Henk had gekookt dus gingen Tineke en ik afwassen. Nu Tineke sinds weken weer een weekje thuis is. Leek het mij leuk om dit laatste half jaar meer met elkaar op te trekken. Tineke gaat trouwen, ze word burgerlijk en wij kunnen daarom, wanneer ze weg is, op zoek naar een nieuwe bewoner. Daar hebben we nog geen zin in. Maar om te vieren dat ze er nu nog wel is gaan we deze week veel samen eten. Maandag aten we van Henk, Chili Con Carne, wat heerlijk smaakte. Dinsdag ging ik koken, we aten een ovenschotel met gehakt, tomaat en mozzarella. Ook dat was heerlijk, want ik kookte en kookte met liefde. Dit ingrediënt is niet te koop in een toko of een supermarkt, van mijn moeder leerde ik het gebruiken en hoewel het niet te koop is. Het eten smaakt extra lekker.

Waar het allemaal om zou moeten gaan, het eten van vandaag. Want vandaag gingen we ook eten. Toen ik thuis kwam, helemaal nat geregend en verdrietig van het natte pak, stond het eten al in de oven. Tineke had vandaag gekookt en Johan kwam ook langs om te eten. Dus een maaltijd voor vier personen stond in de oven. Overheerlijke rode kool met appeltjes, gehakt en aardappelpuree met pesto er door heen. Ik kan moeilijk omschrijven hoe lekker was, maar ik denk dat het feit dat ik drie keer opgeschept heb, boekdelen spreekt.

Morgen –> Dag 5: Mijn definitie van liefde

Dag 2: Mijn eerste liefde

13-09-2010

Mijn eerste liefde, was een echte vakantieliefde, een vakantieliefde die langer duurde dan de vakantie duurde. Zoals Guus Meeuwis zingt in het liedje, Eerste Lief zingt (“Maar het is waar wat ze zeggen, je eerste lief vergeet je nooit”) zo is het ook precies! Ik ben het nooit vergeten. Een foto van ons samen hangt tot op de dag van vandaag tussen alle andere foto’s op mijn deur.  Mijn eerste lief is Mirjam. Blauwe ogen, bruin stijl haar tot over haar schouders, een lieve gulle lach, och binnen no-time was ik verliefd op haar. We zaten dat jaar samen op de camping en op het zelfde veldje. Als ik alles nog een beetje goed herinner (en ik zal vast een aantal stukken verromantiseren) was ik  zestien jaar oud, zij vijftien. Ze zat bij mij op het zelfde veldje, wij in de ene hoek, zij met haar vader en broertje in de andere hoek. We gingen hele dagen met elkaar om. Zo vaak dat ik mij aan het einde van de vakantie opnieuw moest voorstellen aan Mattijn die dat jaar mee was.

Samen zwemmen, samen voor de caravan op een luchtbed, voor de tent of stiekem in de tent om toch even privacy te hebben. Op een avond trok ik de spreekwoordelijke stoute schoenen aan en vroeg haar aan het einde van een avond barhangen of ze mee wilde naar de Regge (dit is rivier die achter onze camping langs stoomt). Bij de Regge is een bankje waar we gingen zitten. Dit bankje is het bankje waar ik nog elk jaar naar lach als ik het weer zie, goede herinneringen. Want op dit bankje zoende ik voor het eerst met mijn eerste lief. De sfeer was zo niet romantisch als vooraf gehoopt maar dat kwam vooral omdat haar broertje onze privacy kwam verstoren. Hij zat aan de andere kant van haar en riep behoorlijk hard: bleeeh! Toen wij voor het eerst zoenden.

Zoals dat gaat met vakantieliefdes probeer je het eerst nog aan te houden na de camping. Ik reisde naar haar en zij naar mij. Op haar verjaardag gaf ik nog een mooie gebrande cd die met liefdesliedjes. We belden elkaar net zolang als onze ouders dat toelieten. Maar zoals dat met veel eerste liefdes gaat, ging onze ‘relatie’ uit. Op een gegeven moment belde ze me op en vertelde ze me dat ze niet meer verliefd was. Dus de verkering ging uit en ik bleef moederziel alleen achter.

Ik geloof dat het nog geen half jaar later was dat we weer verkering hadden. Ze belde me op, sms’te me, of sprak me aan via msn of ze weer een keer mocht langskomen in Assen. Ik besloot dat ik dat ook wel wilde. Twee weken later had ik weer verkering en och wat was ik toch verliefd. We belden weer zolang onze ouders het toelieten. Maar ook deze keer ging het na verloop van tijd uit. Ik denk dat we in totaal iets van vijf en half maand wat gehad hebben gehad. Toen ik haar belde om het uit te maken, bereide ik me voor op een moeilijk gesprek. In de kamer van mijn ouders lag ik in het donker op het grote bed met de lila paarse telefoon, die we toen nog hadden, in mijn handen. ik belde en vroeg naar haar. Wat bleek? Eigenlijk wilde ze het ook al uitmaken maar dat durfde ze niet omdat ze de vorige keer zo’n spijt had gehad. We maakten het daarom samen uit.

Als ik het goed heb, heeft ze momenteel al een lange tijd een vriend en volgens mij woont ze al samen met hem. Ik ben helemaal gelukkig dat ze haar ware liefde heeft gevonden.

Morgen–> Dag 3: Mijn ouders

Indrukken verwerken

10-09-2010

Mensen mensen, het is vrijdag en ik heb weekend! Mijn eerste week stage zit erop. Nog maar een paar te gaan… nog een stuk of wat en voor ik het weet is het eind juli.  Of mijn stage ook de reden is dat ik sinds gisterenmiddag hoofdpijn heb weet ik niet, maar wat ik wel kan vertellen is dat ik erg veel nieuwe indrukken heb moeten verwerken. Deze stage is toch écht iets anders dan mijn eerste stage zo’n 8 a 9 jaar geleden bij de Bart Smit.

Wat net zo mooi is als het dat ik weekend heb? Is dat ik fiat heb gekregen om vrijuit te schrijven over mijn stage. Het zat me niet helemaal lekker dat ik blog over mijn stage zonder dat ik daar ruggespraak over had met VNN. Daarom trok ik gisteren de stoute schoenen aan en ging ik naar mijn teamleider om dit en andere organisatieachtige zaken te bespreken. Mijn teamleider heeft zelf ook geschreven voor de VNN in een vorm van een weblog. Conclusie van dat gesprek is dat ik mag schrijven en dat we over twee week een gesprek hebben over mijn schrijven. Tot die tijd heb ik alle vrijheid. Hij zei dat hij het wel interessant vond!

Nu ik bij de Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) rond loop, valt direct mij een aantal zaken op. Bijvoorbeeld in het nieuws over verslaving van drug, alcohol, gamen, gokken en ga zo maar door. Zo viel me vanmorgen een bericht op nu.nl.  “Aantal drank- en drugsverslaafden groeit sterk” Het nieuwsbericht beschrijft dat in Nederland het aantal verslaafden aan alcohol gestegen is met 12.000 alcohollisten en dat het aantal cannabis verslaafden (wiet, hasj etc.) verdubbeld is in de afgelopen 10 jaar. Booming business zou je denken. Nou, niets is minder waar want in de afgelopen week heb ik gehoord en gezien dat de medewerkers het erg druk hebben met hun dagelijkse bezigheden en dat wachtlijsten zijn ontstaan. Dat is erg jammer.

Zelf ben stagiair in een team waarin we de mensen op straat opzoeken. We werken outreachend, we proberen de mensen op straat, in overnachtingsverblijven en in zorginstellingen te overtuigen om af te kicken en te kijken of ze de draad in hun leven weer kunnen oppakken. Maar zo gemakkelijk is dat niet. De cliënten die bij  mijn collega’s bekend zijn, zijn soms al meer dan 30 jaar verslaafd. Ze doen alles om te scoren. Zijn 40+, polygebruikers, die telkens van de wal in de sloot valt. Zo’n diepe sloot dat alles geoorloofd is. Zichzelf onveilig prostitueren op de tippelzone hoort daar soms zo maar bij. Niets is te gek aan middelen te komen.

Wat ik geleerd heb is dat veel van deze mensen psychiatrisch ook goed in de war zijn. Velen zijn gediagnostiseerd en hebben verschillende trauma’s in hun jeugd opgelopen. Dit is vaak ook de reden waarom ze zijn gaan gebruiken en ze telkens opnieuw trek krijgen wanneer ze het niet gebruiken. Wanneer ze in behandeling zijn, komt het maar zo voor dat de behandeling zo confronterend is naar de trauma’s dat ze weglopen voor de trauma’s en weer gaan gebruiken. Ik vind het vooral allemaal heel heftig, alles wat ik lees, wat ik tegen zie, wat ik hoor… Als ik er hard over na zou denken en me zou indenken hoe het zou zijn om in zo’n dergelijke situatie zou zitten? Ik zou er een slecht onderbuik gevoel van krijgen waarvan ik goed misselijk zou kunnen worden. Misschien moet ik het maar niet doen.

Via mijn blogs over mijn stage wil voor mij mijn eigen gevoel wegschrijven en jullie wat inzichten geven in de wereld van de verslavingszorg. Ik hoop dat jullie het interessant vinden.

Het begin van hopelijk iets moois

27-08-2010

De vakantie nu bijna echt voorbij. Het is over. De liefde voor de vakantie is nog lang niet voorbij maar de datum van 6 september begint nu wel met rassé schreden dichterbij te komen. Nog maar een paar nachten en ik ben veroordeeld tot 32uur stage en daarnaast nog een aantal uren werk bij Bizztravel per wek. Voor elf maanden sta ik onder contract bij Verslavingszorg Noord Nederland.

Toen ik de opleiding maatschappelijk werk en dienstverlening ging doen wist ik dat een stage onderdeel was. In vorige opleidingen heb ik met plezier stage gelopen en dat zal dan nu anders zijn. Althans zo dacht ik. Wat hopelijk niet anders zal zijn is het plezier dat ik heb in mijn stage. Wat wel anders is? Het gevoel vooraf. Al een paar weken ben ik mij mentaal aan het voorbereiden. Er spoken vragen in me hoofd die associëren met het vooroordeel dat ik van verslaafden heb. Voorbeeld: stinken alcoholisten echt zo erg? Zijn ze vervelend als ze gebruiken en niet gebruiken? Hoe zien ze eruit? Waar wonen ze? leven ze op straat? Maar ook vragen die weldegelijk zin hebben: Hoe zal ik reageren? Hoe is de instelling? Hoe is de begeleiding? Kan ik het überhaupt? Maar tegelijkertijd bedenk ik dan ook: Ach, van alle sollicitanten ben ik wel aangenomen, stagiairs worden aangenomen om fouten te mogen maken en ik heb de tijd om alles te leren. Het duurt toch elf maand.

In twee jaar opleiding heb ik geleerd dat op de Hanze Hogeschool voornamelijk vrouwvriendelijk les word gegeven bij mijn opleiding. Ik heb geleerd dat het ene me een stuk gemakkelijk afgaat dan het anderen, ik heb geleerd dat samen oefenen voor gespreksvoering haast geen overeenkomst heeft met wat je in de praktijk zou tegen komen. Ik heb geleerd dat ik daar (daar= gespreksvoering) flierefluiten door heen kwam. Dat mijn tentamens me een stuk moeilijker afgingen en dat projecten best goed te doen waren. Dat ik wel veel meer moet doen dan ik in mijn hele leven heb gedaan qua schoolwerk, maar in het mentaal voorbereiden of misschien beter gezegd piekeren, blijft de vraag: is het genoeg? Want dit is het moment dat het moet gebeuren. Dit is het moment dat je laat zien dat je kunt veter strikken, zwemdiploma wel verdiend, een apenkooi diploma haalt, je naar het voortgezet onderwijs mag, MBO of HAVO diploma moet halen, Dit is het moment om mijzelf te bewijzen. En Ja ik kan het. Maar oh oh oh wat is het soms eng.

Ja, het is spannend en ja, dat zal het ook blijven. maar om mij optimaal te kunnen voorbereiden heb ik volgende week een week vrij genomen. Zeg maar een week vakantie voor mijzelf. Lekker thuis, niets anders doen dan mijzelf te legen, prikken voor mij stage halen, genieten van goede muziek, lekker te eten, film te kijken, boek lezen en mijn mentaal voorbereiden op stage.

Ja, ik heb er zin in. Zin om mijn kennis in praktijk te brengen. De Maatschappelijk werker in mij los te laten. Ik ben er klaar voor. Het echte werk mag stiekem ook wel beginnen (maar nu nog even  niet). Laat het het begin zijn van iets moois.

Want het duurt niet lang meer en dan is het 6 september, dan is de vakantie afgelopen, echt voorbij. Maar de liefde voor de vakantie zal altijd in mijn hart blijven.

Bergzicht Anno 2010 (2/2)

09-08-2010

In mijn vorige blog over mijn weekje vakantie zijn niet alle aspecten naar voren gekomen. Wat wel naar voren is gekomen dat ik prachtige moment heb mee gemaakt. Alleen niet wat dat dan precies was. In deze tweede blog, die vooraf al aangekondigd was, wil ik het meer hebben over die momenten die ik  leuk vond en wat die precies waren. In willekeur zal ik een aantal momenten beschrijven waarop ik mij uiterst geamuseerd heb. Het eerste moment is eigenlijk al gelijk mijn eerste volle dag op de camping. Zoals eerder genoemd kwam ik op 29 juli aan, dat was een donderdagavond. Vrijdag kwam er veel bezoek. Jurjen en karen, Wietske, Margreet en Mattijn waren allemaal op bezoek. De een voor een dagje, de andere voor een langer verblijf. We gingen barbecueën of beter gezegd buiten vlees braden, want er kwam geen houtskool of briket aan te pas. Desondanks was het mooi. Gezellig was het en het eten was lekker.

’s avonds was een soos avond. Met als thema “Goed fout”. Omdat ik al insiders had op de camping kon ik voordat ik op vakantie ging me al goed voorbereiden. Een pruik mee, bijpassende bril en nog even shoppen voor een te fout trainingsjasje en een te grote nepketting. Voor Mattijn kocht ik nog een hemd en bretels hij ging al de bolle van schone schijn. Toen we de kantine van de mooie camping binnenkwamen zagen we, maar ook de andere massaal toegestroomde publiek dat wij als enige ons best hadden gedaan. Niet geheel ongemakkelijk liepen we naar de bar en bestelde ons biertje. Want, dat paste wel goed bij ons verkleedpartijtje. Later die werd ik als best verkleedde gezien met het mooiste outfit en mocht ik de eerste prijs komen ophalen. Een prijs, waar later tijdens mijn vakantie mijn nichtje van vier ontzettend blij mee was, een prinsessensetje. Later op de avond werden er vragen gesteld over foute liedjes. Wat bleek dat wij de meeste kennis en technische middelen hadden om de meeste antwoorden goed te hebben. Als een goed georganiseerde groep wonnen we deze prijs. Dus hoewel ik nog maar 24uur op de camping was had ik al twee prijzen in de wacht gesleept.

Zaterdag is net als woensdag, wanneer het Ommerbissingh is, tijd om uit te gaan. Maar omdat op de zaterdag Ommen nog minder gezellig is dan Assen gingen we naar Hardenberg.Voor 100 euro bracht de taxichauffeur ons heen en terug. Zo stonden we daar met ons goede gedrag, vier heren en ik. Elk ons eigen identiteit en waarden. Mieke had ik via sms uit haar bed getrommeld, hoewel ze naar eigen zeggen nog niet in bed lag, maar erop zat. Ging ze toch maar naar de zelfde uitgaanstent de Troubadour. Want het recrateam, waar ze vrijwel geen contact mee onderhield overdag, zou ook komen. Voor mij deed ze het dus niet. We hadden ons plekje aan de bar gevonden en ik kwam nog oud bekenden van camping Bergzicht tegen, waaronder Janneke die in een ver verleden nog lid was van het recrateam en Dirk die volgens mij maar twee jaar Bergzicht heeft gestaan. Toen het team van dit jaar er was kon het feestgedruis losbarsten. Dat gebeurde, maar dat gebeurde niet zomaar, nee, dat gebeurde goed. Dat gebeurde zo goed dat een aantal mensen zich zorgen maakte of Mieke wel veilig thuis zou komen. Toen ik buiten was leek er een ruzie te ontstaan en hoe gek het ook klinkt, ik was niet verbaast dat de groep jongens waarmee ik was hierbij betrokken was. Een van de heren, Bas-jan was in het water geduwd en was tot zijn heupen nat. Ter plaatse ging het verhaal  de ronde dat hij vier jaar geleden met iemand gezoend zou hebben en dat daar nu ruzie over was ontstaan. Een paar dagen later ging er een ander verhaal de ronde, maar ik was allang blij dat we de boel konden sussen voordat er echt iets gebeurde. Want ik had geen zin om met de taxi via het ziekenhuis van Hardenberg naar Ommen te gaan. Opzienbarend vind ik het wel dat mensen als de kroeg om twee uur al sluit zo dronken kunnen zijn om ruzie te maken. Complimenten overigens voor diegene die uiterst rustig bleven onder de situatie.

Toen ging het weekend voorbij en viel er een keer op zondag niet de hele dag door regen waardoor de zondag, die over het algemeen vrij dood is op een christelijke camping, best door te komen. Zondag avond maakten we plannen om de volgende dag te gaan mountainbiken. Ik wilde mountainbiken maar kon geen jongen bedenken met wie ik dit zou kunnen doen. Toen Margreet voorstelde om met haar en Mieke te gaan mountainbiken kreeg ik twijfels. Zou ik dit nou wel doen, als maar wachten, rustig aan fietsen, niet competitief. Ik besloot het te doen. Nicoline die we het hele weekend bijna niet hadden gezien laat staan gesproken kwam het haar kersverse vriend, die voor een weekend was langskomen ondanks Nicoline had gezegd dat ze dat nooit meer zou doen, bij ons op de koffie. We werden voorgesteld en het werd een gezellige avond. Nicoline ging mee en zo besloten we maandag af te spreken om half elf. Iedereen stond klaar behalve onze Nicoline, haar vriend die om tien uur zou weggaan was er nog en Nicoline had nog niet de goede kleren aan. Er werd een nieuwe afspraak gemaakt, twintig minuten later en een kop thee verder stonden we weer klaar. Uiteindelijk was mevrouw om vijf over elf zover en we konden weg.

Het beloofde die dag geen mooi weer te worden. Daarom hadden we een korte broek aan en een t-shirt. Want dan werden de lange kleren in elk geval niet nat. We vonden leuke weggetjes we fietsten als een malle en het bleek met mijn vooroordelen erg mee te vallen. Op de weg was Mieke als een stoomlocomotief die ik soms, maar met moeite, kon bijhalen. Ze ging telkens harder. Margreet bleek het bergop lastig te hebben maar had hetzelfde bloed als ik als het ging om afdalen, het maakte haar niet uit hoe gevaarlijk het ook leek, ze zou bij mij in het wiel blijven. Dat lukte meerdere malen en zo gingen we als een gek de gevaarlijke bulten af. Het was echt een te gekke middag waarin we ook nog behoorlijk nat werden. Toen we na een reis van drie uur nog een ATB route vonden van dertien kilometer op de Lemele berg besloten we deze ook nog te doen. Daar leefde we ons helemaal op uit in de stromende regen. Kletsnat maar voldaan kwamen we weer op de camping. Die dag zouden we geen van allen maar vooral Mieke niet meer warm worden.

Om het verhaal nog langer te maken nog kort twee laatste voorvallen. Woensdagavond was er Ommerbissingh wat het exact inhoud heb ik geen weet van maar ik weet wel dat er ’s avonds bandjes optreden en dat we dan altijd naar de Break Away gaan. De plaatste uitgaanstent waar je je helemaal in het zweet kan werken door helemaal niets te doen. Want de Break Away is een kelder dat onder de Blokker is, waar zoveel mensen naar mensen naar binnen worden gedrukt en er onvoldoende afzuiging is dat adem domweg betekend dat je de geur en dampen van de mensen om je heen binnenkrijgt. Om enigszins niet uit te drogen moet je voldoende bier drinken, maar de rij bij de bar is zo groot en het personeel zo onbekwaam dat je minimaal een kwartier staat te wachten en daarom uit nood maar drie biertjes besteld per persoon. Gezellig was het gelukkig wel door de groep waarmee ik was. De terugweg was het meest spannend. Hier bleek ruzie maken uit niets helemaal de boventoon te voeren. We stonden aan de rand van het centrumpje, toen ons oog viel op een jongen die voor het raam stond boven een winkel in de winkelstraat. Ronald zag het ook en maakte wat gebaren tijdens het praten met sommige mensen om zich heen, maar dit bleek deze meneer niet te zinnen. Samen met een vriend was hij al gauw buiten op zoek naar Ronald. Dit escaleerde toen hij knapte en Ronald die gelukkig verder weg. De beide heren renden als een gek achter hem aan, schreeuwend waarom zulke mensen in Ommen komen en geen Nederlands spreken (Ronald komt uit Rotterdam). Gelukkig rende hij de verkeerde kant op en konden wij zelf ook rustig weg fietsen toen de gasten weer thuis vloekend en tierend zaten. Het enige was restte was die avond te genieten van het eten en hoe Nicoline in haar eentje de hele keuken leeg at.

De laatste volledige dag die ik had op de camping, was gezellig, ’s avonds zouden we de bonte avond hebben in de soos. Thema was dit keer, ApreSki, Dit keer niet volledig ingelicht gingen we uit nood opzoek naar kleding, een sjaal of iets dergelijks. Niets gevonden behalve met ons drieën (Mieke, Nicoline en ik) een Bierglas, een Zwitserse koebel en een sjaal. Niet bijzonder dus. Wie verzint zo’n thema dan in de zomer. Dan zou ik eerder: stout in het oerwoud kiezen. Ik werd opgedragen mee te doen aan een spel, waarvan ik het bestaan niet wist. Ik mocht geen nee zeggen dus ik zei “joah das wel goed, denk ik”. Uiteindelijk zat ik voorin een bobslee, met vier heren en vier dames van het recra moesten we op aanwijzingen van Mieke door de bochten heen slingeren. Dat lukte, tot het moment dat we moesten remmen voor het einde. Toen kregen we allemaal heel lief scheerschuim  in ons gezicht en haar. Dat moest de sneeuw voorstellen. Geheel in shock en blij dat ik een bril op had en geen scheerschuim in mijn ogen kreeg mocht ik mijn gezicht wassen. Dit had ik niet verwacht.

Later op de avond was er tijd voor een soort Candlelight. Iedereen kreeg een nummer. Ik kreeg nummer een en zo ging het door de hele kantine. Je kon op een briefje lieve woorden of een gedicht schrijven voor een persoon die je wel zag zitten of staan. Dat deden we met verve. Samen met Nicoline vormde ik een team. We schreven een gedicht voor Robert, Matthias, Mieke, Sanne, Nadine en een voor ons totaal onbekend meisje. Helaas werden onze gedichten niet door iedereen ontvangen, maar liefdevol en mooi waren ze allemaal. Wel zag ik het voor ons totaal onbekende meisje met haar gedichtje de zaal doorzoeken wie haar deze woorden had kunnen schrijven..

Tot zover deze korte tweeluik van mijn belevingen van een weekje Bergzicht. Ik heb er van genoten en ik zie uit naar iets wat op een reünie lijkt.

Put your hands up in the Air

27-07-2010

Het aftellen is begonnen hoor. Stiekem tel ik al af vanaf afgelopen vrijdag. Ik zette bij alle dagen al een streepje, niet op mijn muur, deur of bureau, nee alleen in gedachte. Want nu de mensen, waarmee ik vorig jaar zoveel plezier had, weer op de camping zijn, gaat het bij mij toch wel behoorlijk kriebelen hoor. Ach, vandaag geen melancholie, zo lang is het ook niet meer. Nog twaalf uur werken.

Wanneer je niet denkt aan iets waar je zin in hebt, dan gaat de tijd sneller voorbij, zo gaat dat bij het wachten op het weerzien van een vriend of vriendinnetje, zo gaat het evenzo bij het wachten op de welverdiende vakantie. Daarom gaat deze blog niet helemaal over mijn vakantie (dat komt in de volgende twee blogs wel). Nee, waar ik het met jullie over wil hebben is een gedeelte van mijn afgelopen zondag. In het uur dat mijn blog online kwam zondag zat ik in de kerk. Ja, deze blog gaat over mijn kerkgang. Nu niet gelijk allemaal wegklikken! Probeer door te lezen, want misschien vind je het zelfs wel grappig, ik wel althans. Ik zat niet in zomaar een kerk, nee, ik zat in de -put your hands up, all people put your hands up, put your hands up in the air, put your hand up for the LORD- kerk. Althans zo noemde ik dit via twitter afgelopen zondag.

Van huis uit ben ik als gereformeerd vrijgemaakte opgevoed (Artikel 31 zeg maar). Ik bespaar je de geschiedenis en mijn geloofsovertuigingen op dit moment. Afgelopen zondag ging ik naar de Vrije Baptisten Gemeente in Groningen. De baptisten zijn even een ander slag volk dan de vrijgemaakten. Gechargeerd gezegd is het grote verschil is het zichtbare verschil dat bij de Baptisten alles kan wat bij de vrijgemaakten niet kan. Voorbeelden (want dat maakt alles toch duidelijker): Handjes in de lucht (waarover later meer), vlaggen, rondlopende spelende kinderen, een band, een spreker, enthousiasme, meer jeugd dan bejaarden en oppervlakkige verhalen over hoe geweldig god wel niet is.

Een onderdeel dat ik er vandaag graag uit wil pikken, is iets wat me het meeste opviel. Iets zichtbaars, iets populairs, iets wat totaal niet kan is bij de kerk waarin ik opgegroeid (en nog steeds lid van) ben. Doe je het wel, dan word je er behoorlijk op aangekeken en het zal me niets verbazen dat er brieven worden geschreven om die persoon uit de kerk te verbannen.

Ik heb het hier over het fenomeen om de handen in de lucht te doen. Ik observeerde tijdens het zingen vooral de mensen om mij heen. Het handen in de lucht steken is een populaire bezigheid in de VBG, vandaag vanuit mijn invalshoek een aantal kanttekeningen. Allereerst heerst er bij enkele kerkgangers angst om op het juiste moment te pieken. Wanneer is het geschikte moment om je hand, en welke hand eerst? Links/rechts, lastige keuzes. Wanneer kun je eigenlijk beide handen in de lucht doen? Lastige vragen. Ik zag dat sommige kerkgangers op het verkeerde moment piekten, juist op het moment dat niemand de intentie had om een of meerdere handen omhoog de doen, piekte iemand, hop zo die handen omhoog. Verschrikt keek hij om zich heen: “Shit, te vroeg”  zal hij wel gedacht hebben toen hij zijn handen weer liet zakken. De hele verdere dienst lette hij goed op de mensen uit het –zie-mij-eens-enorm-goed-bezig-zijn- groep. Rechts gezien van de spreker, links vanuit ons zichtbeeld stond een groep als ware aan de rechterkant (de goede kant) het voorbeeld te geven wanneer de handen in de lucht gestoken moesten worden.

Toen ik mij richtte op het feit wanneer de handen in de lucht gingen vielen mij een aantal dingen op. De meest geschikte momenten om je hand of handen in de lucht te steken zijn:

  • Wanneer een regel vaak word herhaald en herhaaldelijk word gezongen,
  • Wanneer de band een korte pauze neemt om daarna versterkt harder te gaan spelen,
  • Wanneer de leadsinger tussen de regels door spreekt,
  • Het refrein is ook zeker een goed moment, deze word vrijwel niet overgeslagen door de meeste kerkgangers,
  • Wanneer er niet gezongen word maar wel gespeeld word is tevens een goed moment om de handen om hoog te steken,

Wanneer je dus succesvol wilt zijn als leider of startende –handen-in-de-lucht-steker- moet je zorgvuldig je plek kiezen. In de VBG in Groningen kun je dus het beste van achteruit de kerk gezien links vooraan zitten. Want zij zetten de wave van handen, waarbij het belangrijk is om je hand omhoog te houden tot, de herhalende woorden/regels, refrein is afgelopen, in gang die vervolgens rechts achterin telkens matter word.

Ik zelf ben niet zo’n enthousiasteling die bij elk wissewasje zijn handen in de lucht steekt. Het is niet allemaal slecht hoor. Ik heb het links en rechts wat overdreven en gechargeerd. Het zingen dat is iets waarvoor ik nog een keer zou gaan. Want de liederen zijn wel mooi en zingen met een band geeft toch meer dynamiek dan met een oud pijporgel. Maar qua preek of voordracht zou ik niet heen gaan. Ik heb inmiddels twee delen mee gemaakt. En voor mij zit er veel te weinig diepgang in.

Heerlijke vrije dinsdag

22-07-2010

Wat het lekkerste is van werken is het loon. Hoe meer je werkt hoe meer loon, hoe meer je uit geeft. Geld is niet het onderwerp van dit schrijven. Hoewel het wel lekker is komt het maar eens per maand op mijn rekening. Loon naar werken is om te leven. Leven doe ik liever dan werken. Afgelopen dinsdag was zo’n dag om te leven. Dinsdag was ik vrij.

Ik verlangde wel een dagje vrij (als student aan de Hanze hogeschool heb je bijna een om de twee dagen), een dagje niets doen, beetje tour kijken en relaxen. Het enige wat op de agenda stond was een eetdate met Jos. Dinsdag genoot ik alsof ik op de camping was. Jos kwam naar hier we keken de tour. Later sloot Arnold aan.

Arnold is mij bekend van Ordina. Bij Ordina werkte ik naast mijn vorige studie. Helaas viel het werk weg, werden Arnold en ik te duur en werd de afdeling gesloten. Eind februari 2009 was het daar het einde. Sindsdien heb ik zo nu en dan contact met hem. We zien elkaar op de gebruikelijke plekken zoals in de stad en in de supermarkt. Tijdens het WK was zo’n moment, ik zag hem in de supermarkt. Je kunt ons contact omschrijven als iets als fietsen, we verleren het niet. Tijdens dit contact spraken we af om na het WK een keer een kop koffie bij elkaar te gaan drinken. Ik dacht die spreek ik in september wel weer, niet omdat ik hem niet mag, vooral omdat ons contact niet anders is.

Niets bleek minder waar maandag vroeg hij via msn of bij Bizztravel ze nog mensen zochten. Diezelfde middag hoorde ik inderdaad leidinggevenden praten over versterking. Ik zou mijn leidinggevende wel bellen dinsdag en van het een kwam het ander. Toen ik dinsdag inderdaad gebeld had, een goed woordje had gedaan, belde ik Arnold. Want maandag hadden we onze contactgegevens weer een keer uitgewisseld.

Arnold dus, hij sloot aan met ons drieën keken we de tour uit en spraken over alles en niets. Het gesprek duurde voort en ging over op het eetgedeelte. Na lang aarzelen tussen eten bestellen en supermarktbezoek + koken, besloten we na voor samenhorigheid en gingen samen eten. Mijn crib werd verlaten en die van Arnold werd gezocht. Ik besloot de koken, het smaakte heerlijk, de Nasi Ramas, bedoeld voor 5 personen, ging met speels gemak onze maag in. Als liefde echt door de maag gaat, heb ik punten gescoord.

Na het heerlijke eten ging alles de vaatwasser in en besloten wij te voetballen. Met volleybal in de hand gingen we naar een trapveldje; wat we deden zou op voetbal moeten lijken, maar we hadden niet eens een voetbal mee, het was echt heel slecht. Na gemiddeld drie trappen konden we de bal weer met ons drieën uit de brandnetels halen. Na veel zweetdruppels van het balzoeken en achter de bal aan rennen omdat die domweg niet in de voeten kon gespeeld worden, vonden we het wel goed.

Als water in een zwembad en slagroom op de taart moest het meest relaxte van de dag nog komen. Want terwijl we terugliepen naar het huis van Arnold stopten we even bij het openstaande raam van de buurvrouwen (ik durf geen meisjes te zeggen want straks lezen ze mee). We bleven hangen en er werd een biertje opgehaald. Toen we net een slok hadden genomen werd ons thee aangeboden. Omdat je een gegeven paard niet in de bek mag kijken en de sfeer was alsof je op een camping staat (iedereen is leuk), konden we geen nee zeggen. Barkrukken werden uit de keuken van Arnold gehaald en de setting voor de rest van de avond was gezet. De sfeer was gezellig en het weer was heerlijk koel. De thee werd verwisselt voor bier, er kwam muziek, de scherpte van opmerkingen nam toe en de sfeer werd beter. Zoals dat vaker gebeurd wanneer het gezellig is, schoot de tijd, met het zelfde gemak als het eten, de twaalf uur voorbij. Toen het een uur was en het laatste pils leeg gedronken was. Werd het tijd voor afscheid, met een suggestieve vraag sloot het buurmeisje de avond af. “Zullen we de volgende keer als we elkaar zien, niet over zwarte lange rokken praten?”

“Tweede, weer tweede”

12-07-2010

Hoe verwoord je dat gevoel dat je overhoud na 64 wedstrijden op een WK dat mijn inziens fantastisch is gehost binnen de mogelijkheden van Zuid-Afrika? Hoe verwoord je de tranen die rolden over de wangen van zoveel spelers en supporters in Nederland? Hoe verwoord ik mijn gevoelens van vandaag en van gisteravond? Hoe verwoord ik mijn beleving van het WK? Ik dat ik, met prachtige volzinnen vol mooie rake woorden, nog niet eens een goede beschrijving geef van hoe ik ons WK heb beleefd. Voor mijn gevoel, voor afsluiting, voor verwerking. Ik proberen het toch.

Het WK was voor mij een volledige daginvulling, Mijn televisie stond wekenlang alleen op Nederland een, geen Studio zomer werd overgeslagen, geen belangrijke wedstrijd miste ik. Ik was idolaat van het WK. Filmpjes op de NOS site werden bekeken. Wedstrijden werden geanalyseerd, quote’s van spelers kende ik feilloos en radioverslagen van Jack van Gelder werden zoveel geluisterd dat ik alleen er voor zou kunnen zorgen dat hij in de top40 kwam.

WK wedstrijden werden veelal bij abhepie gekeken. Vrienden onder elkaar, met de beamer aan en de dolby suround zet op maximaal volume! Ik leerde biertjes hard te ploppen, ik deed mee met de stoere mannen, zette het biertempo eigenhandig telkens een stapje hoger. Als er een shuttle run test was voor bierdrinkers behoorlijk wij, als groep, tot de top van Nederland. Samen sprongen we, we juichte op de overwinning en leefden naar de volgende. We schelden ons helemaal kapot, coachte de spelers in wanhopige momenten en we durfde niet te kijken als het voor ons gevoel te spannend werd.

Hoewel wij als vrienden langzaam uit elkaar groeien door drukte van studie en werk, is tijdens het WK mijn vriendengroep naar elkaar toe gegroeid. We voelden ons samenhorig, we deelde immers het ene doel, de ene missie. Ook wij waren net als Berts Leeuwen gefocust. We waren, net als heel Nederland, gelukkiger. Zelfs de schoolprestaties werden beter!

En nu is dat alles over. Tweede, weer tweede. Alles wat rest is een leeg gevoel. Geen missie meer, geen doel, Klaar. Langzaam werd ik de afgelopen weken verliefd, verliefd op de missie, het doel scherp en gefocust. Wij zouden de wereldbeker winnen. Tweede, weer tweede. Eens in een mensenleven, Tweede, weer tweede. Nu heb ik liefdesverdriet, mijn liefde werd niet positief beantwoord. Tweede, toch weer tweede. Nee, Niet in mijn leven hoor. Wij gaan de Wereld Beker winnen. En als we het dat doen, tegen duitsland, spanje of brasilie of noord-korea, dan denk ik terug aan die momenten die ik mocht delen met vrienden. Want wereldkampioen of niet. Over een paar weeken/maanden/jaren denk ik niet meer terug aan de kans van Robben of de niet gegeven corner en de penalty’s die door ons neus werden geboord. Ik denk terug aan al die vrienden die erbij waren.

Henk K, Judith, Gerben, Ingrid, Frank, Johan, Henk D, Pieter D, Hendrik, Christiaan, Anje, Hilde, Eline, Ronald, Anne, Jos, Albert, Eiko, Elze, Bert, Rebecca Abel, Jacqueline, Pieter J.

Bedankt. Ik vond het en jullie fantastisch, ik hou van jullie allemaal ;).

“Fysieke activiteit en piekeren gaan niet samen”

11-04-2014

Running Therapie; Hulpverlening was nog nooit zo gemakkelijk, men neme een probleem, een intake, een paar keer hardlopen en het probleem is weg. Critici kunnen denken, makkelijk verdiend! Deze week leerde ik dat er meer bij komt kijken dan alleen een stukje hardlopen. Een kleine impressie.

RT

Twee dagen zaten we met z’n elven in de kantine van een loods ergens vlakbij Heerenveen weggestopt. Zonder verwachtingen ging ik heen. Oke, oké, het enige wat ik verwachtte had ik ver weggestopt. Dat ik ergens in die twee dagen moest laten zien dat ik vijf kilometer binnen 38,5 minuut moest kunnen lopen om een certificaat te ontvangen, met enorme spierpijn als gevolg.

Een alcoholverslaafde wordt niet clean van rennen alleen. Running Therapie komt het beste tot zijn recht als toevoeging aan de behandeling die hij/zij krijgt. Daarnaast zijn er de ‘geluk stofjes’ die vrij komen bij het sporten. Denk aan dopamine en endorfine. De eerste stof geeft een kort maar intensief moment van plezier. De tweede zorgt voor een meer stabiel gevoel van rust en ontspanning. Andere voorbeelden zijn de aanmaak van oxytocine en vasopressine, deze worden geassocieerd met kalmte, liefde en bescherming. (Daarnaast zijn er voldoende andere redenen om te sporten, aldus Erik Scherder.)

Cliënten noemen vaak dat ze drinken omdat ze dan minder piekeren. Drinken om te vergeten. Effectief, dat wel, maar niet gezond. Sporten daarentegen dan weer wel.

Uiteindelijk hebben we tijdens de cursus geen vijf kilometer hoeven lopen. Ik had over de vijf kilometer grens heen geveegd moeten worden. Omdat ik net als veel andere fanatieke sporters veel te hard gestart zou zijn. Tijdens de cursus hebben we wel gelopen. Simon van Woerkom gaf ons daarmee een duidelijk beeld van hoe een Running-Therapie-sessie eruit ziet. Hoe? Simpel, een wandeltempo opvoeren.

Je begint met wandelen, gaat dan iets sneller om vervolgens in dat snellere wandeltempo te joggen. Al is het een minuut op dat tempo joggen en een minuut wandelen (en dan zes keer). De snelheid pas je als therapeut aan op de conditie van de cliënt. Aan het einde van de eerste sessie heeft de cliënt zijn eerste succeservaring te pakken. Dat is essentieel voor het opbouwen van het zelfbeeld en zelfvertrouwen van de cliënt. Een Running-Therapie-sessie is in een groep.

Samen met de cliënt beschrijf je een hoofddoel en subdoelen. Het is alsof je een berg beklimt. Het hoofddoel boven op de berg met verschillende subdoelen die je bij langs gaat op het pad om dat hoofddoel te bereiken. De cliënt heeft dankzij de Running Therapie een gedragsalternatief bij trek, waardoor hij/zij zich ook nog eens goed gaat voelen.

Ach, je merkt het al, dankzij Simon van Woerkom, Bram Bakker en Karin Naaijkens ben ik enthousiast geworden over Running Therapie. Daarom hoop ik dat deze toevoeging gauw geïmplementeerd word bij Terwille zodat we met onze cliënten kunnen gaan hardlopen. Om hen zo beter tegen de trek naar hun verslavende middel te wapenen.

Ik heb er zin in!

Onderweg zijn

23-12-2013

Er is één onderwerp waar ik al een paar maanden over wil schrijven, één onderwerp waar ik het moeilijk kort over kan hebben: Onderweg zijn. Jij en ik zijn beide onderweg, onderweg naar 2014, onderweg naar je werk, de supermarkt, je kapper, de toilet of het koffiezetapparaat. Het liefst zijn we onderweg van A naar Beter. Van A naar een beter leven met betere condities. Niets nieuws onder de zon, toch? Zo is het ook met cliënten van Terwille waarmee ik onderweg mag gaan.

709570_29252013

Om te beginnen vind ik mijn werk écht fantastisch, nee écht. Voorafgaand aan mijn studie, dacht ik: “Iets met mensen, dat zie ik mezelf wel doen”. Hoe en wat? Geen idee. In mijn stagejaar maakte ik kennis met de verslaafde medemens. Opeens wist ik het, ik wist mijn ‘Beter’. Geen moment heb ik spijt gehad van die ontdekking. De focus was scherp gesteld en nu mag ik dit week in week uit doen. Ik ben een gezegend mens.

Als mens ben ik sterker, beter en volwassener geworden. Sinds oktober 2012 heb ik veel uitdagingen opgezocht en zo binnen Terwille kunnen ontdekken wat ik leuk vond. Ik heb woonbegeleiding gedaan, heb behandeld, heb trainingen gegeven binnen de Minnesota, intakes, cliënten gezocht en gevonden op de straat, voorlichting gegeven op het Alfa College en outreachende cliënten begeleid. Soms meer dan spannend, maar misschien daarom extra gaaf. De drempel rondom mijn comfortzone daardoor telkens lager geworden, maar de uitdagingen blijven. Zo ben ik daardoor in mijn geloof gegroeid en volwassener geworden. Door te werken vanuit een christelijke missie en visie merk ik pas hoeveel God kan betekenen in verdriet, hoop en herstel. Niet alleen voor mijn cliënten, maar ook voor mij heeft dat enorm geholpen.

Mijn corebusiness is woonbegeleiding. Dat betekent bij cliënten thuis komen (te gast zijn) en samen met hem of haar bij alle levensgebieden (financiën, sociale contacten, praktisch functioneren, verslaving, dagbesteding etc etc) ondersteunen en helpen. Doel voor mij is altijd in contact komen met de cliënt en vanuit dat contact vertrouwen opbouwen en samen een plan maken waar aan we gaan werken. Ik besef dat het klinkt als rozengeur en maneschijn, maar zo is het helaas vaak niet. Hoewel het doel altijd is om clean te worden en te blijven zie ik dat veel van mijn cliënten terugvallen of nog gemotiveerd moeten worden om clean te worden.

Het gebruik van middelen, alcohol of drugs is in sommige gevallen al zo’n gewoonte geworden dat gebruiken noodzakelijk is om te kunnen blijven functioneren. Stoppen willen ze allemaal, geen van mijn cliënten had als doel om verslaafd te worden toen hij of zij voor het eerst gebruikte. Welke roker ken jij die als doel had om verslaafd te raken na zijn eerste sigaret?

Goed, hoe uitdagend het werk ook is, gemakkelijk is het niet altijd. Sinds oktober 2012 heb ik te maken gehad met momenten dat ik het even niet meer wist, met verbale agressiviteit en dat ik mij in situaties bevond waarin ik mij niet veilig voelde. Toch kan ik dagelijks met plezier naar mijn werk. Ik heb tot op heden één dag gehad waarin ik ’s ochtends echt geen zin had. Best bizar.

Het blijft tot op de dag van vandaag zoeken naar woorden die mijn gevoel bij dit werk het beste kunnen beschrijven. Hoe het komt denk ik vooral omdat ik passie heb voor de verslaafde medemens, ik graag mag dienen, geduld en doorzettingsvermogen heb om deze mensen keer op keer een kans te geven, met ze onderweg te zijn ook al zijn we al mijlenver, ik doe graag een extra mijl en laat niet los.

Een verrassend PVT 2013

10-03-2013

Nu ik aanstaande dinsdag als nieuw bestuurslid van Stichting PVT verwacht word op de evaluatievergadering van het PVT vind ik het prettig dat ik eerst voor mijzelf evalueer. Vooraf speelden zich al verschillende scenario’s af in mijn hoofd waarin in sommige versies het faliekant mis ging. PVT 2013 werd in die versies de grootste mislukkeling in de historie van het PVT en dat was vooral te danken aan mij. Want tja, zo leef ik blijkbaar in mijn slaap toe naar een evenement die een belangrijke plaats in mijn leven heeft verworven. De echte versie was in veel opzichten niet zoals ik heb durven dromen. Wat een topjaar!

Laat ik beginnen met het volgende:
Ik ben intens blij dat het gelukt is om een groep mensen te verzamelen die binnen enkele dagen een hecht team, misschien wel het hechtste team in mijn loopbaan als hoofdredacteur, werd. Ik ben ook trots op iedereen afzonderlijk. Iedereen vond zijn of haar plek in de redactie en niemand was belangrijker dan een ander. Van karikatuurtekenaar tot verslaggever van het PVTReport, iedereen was even belangrijk. Dat kwam door dat enne doel namelijk het PVT tot een succes te maken.

Het tweede:
Onze fotograve van vorig jaar PVT kon er niet bij zijn dit jaar omdat zij als au pair werkt in Parijs. Maar samen smeedde we in september/oktober 2012 het plan dat ze toch zou komen, als verassing. We besloten dat niemand van ons plan mocht weten. Dat bleek moeilijker dan gezegd, met dat de dagen naar PVT minder werden, zo werd de spanning om het stil te houden groter en groter. We wilden het zó graag delen en het liegen werd zó moeilijk dat het tegen het einde aan haast niet uit te houden was. De climax was op de woensdag van het PVT. Een redactielid had via Skype, beeldcontact met haar. Zo stonden we oog in oog met elkaar en logen in elkaar gezicht zodat niemand er achter zou komen dat ze de dag erna ineens in Assen zou zijn. Onbetaalbaar waren de gezichtsuitdrukkingen van de mensen die haar de dag erna plotseling zagen. Wat een prachtige momenten.

Het derde:
Van print naar digitaal, ik wilde niet en ik had er tegen gevochten, maar ben uiteindelijk door de druk bezweken van het bestuur die graag digitaal wilde. Kostentechnisch was dat een winst voor de stichting. Dit jaar daarom voor het eerst in 46 jaar geen papieren NetNieuwsen meer, maar digitale artikelen. Geen deadlines meer, maar een constante stroom van nieuwe artikelen op een afgeschermd stuk op pvt-assen.nl.
Een verlies of een aanwinst? Ik ben er nog niet uit, ik miste tijdens het PVT de Netnieuwsen in de zaal op de grond of in de handen van spelers en medewerkers die het lazen als ze even niets te doen hadden. Ik mis ze nu op mijn kamertafel, waar ik ze pak als ik even vrij ben. Het scheelde stress, het scheelde strakke deadlines, het gaf meer rust bij de redactieleden en bij mij, maar we misten het contact met de spelers en speelsters die ze kwamen ophalen. Sommige spelers kwamen toch, zijn er nog NetNieuwsen? Wij verkochten nee, zij klaagden…

Tot slot:
Toen ik maanden geleden vrij vroeg aan mijn leidinggevende zei ik, dit is waarschijnlijk mijn laatste PVT als hoofdredacteur. Ik weet nog dat ik allerlei argumenten gaf om haar, maar vooral mijzelf, te overtuigen van mijn gelijk. Maar ik kan het niet, ik kan en wil vooral geen afscheid nemen van PVT. ‘De verslaving is te hardnekkig’ zei een man uit Zwolle tegen mij toen we het hadden over dat ik er nog altijd bij was. Toen hij dat had zei wist ik het zeker, Ik ben nog niet klaar met PVT. Het is moeilijk uit te leggen, maar de sfeer is een veelgenoemd iets. Een sfeer die moeilijk in woorden is te bevatten. Mooie mensen om mij heen, oude en nu weer nieuwe bekenden, de groep die met mijn verslaafd is word telkens groter en heeft een telkens grotere invloed op mij. Zij houden mijn verslaving in stand. En ik? Ik wil er niet tegen vechten. Want dat gevecht heb ik allang verloren.

Ik heb het nu al met verschillende mensen over PVT2014, zo erg is het al. Nog maar 352 dagen!

Vriendschap

15-01-2013

Zou jij zonder kunnen?

Ons hele leven zijn we afhankelijk van anderen. Narcistisch is het om te denken dat je niet afhankelijk bent van anderen. Voorbeeld: Nog voor je geboorte ben je afhankelijk van je moeder en na je geboorte is dat niet anders. Haar borst en haar liefde is jouw leven. Later, tijdens je pubertijd, denk je dat je het allemaal zelf goed weet en ga je minder luisteren naar je ouders, tenminste dat had ik. Later zal je misschien, door je koppigheid heen, durven toegeven dat je ouders in sommige gevallen toch gelijk hadden. En volgens de wet ben je tot je 21ste afhankelijk van je ouders. Daarna ben je wettelijk gezien onafhankelijk. Nou, ik ben inmiddels een paar jaartjes ouder en heb weet dat ik nog altijd afhankelijk ben van anderen. En jawel, jij ook!

Ik kan veel dingen zelf, kan mijzelf sociaal en praktisch goed redden, maar tot de dag dat ik sterf zal ik afhankelijk zijn. De mate van afhankelijkheid schuift alleen op van het praktische naar het psychische. Ik ben afhankelijk van de kassière in de supermarkt, van mijn cliënten, zoals zij afhankelijk van mij zijn en afhankelijk van de overheid. Maar het meest ben ik afhankelijk van vriendschappen.

Vriendschap, kan jij zonder? Ik weet zeker dat ik niet zonder kan. Ik weet ik dat ik gezegend ben met een aantal bijzondere vriendschappen. Voor wie wel eens op mijn kamer is geweest heeft mijn muur gezien vol foto’s van mensen die in meer en mindere mate dicht bij mij staan. Daar hangen mensen tussen waar ik een bijzondere vriendschap mee heb. Ik weet niet wie ik zou zijn geworden als zij niet deelden in mijn leven. Vrienden zijn er om mee te lachen en te huilen. In voor en tegenspoed. Een vriendschap wil ik dit keer uitlichten.

Deze vriendschap begon tijdens het PVT zo’n drie jaar geleden. Anne, die voor het tweede jaar logeerde bij mijn ouders en toen nog niet echt prominent aanwezig was, Kwam dat jaar binnen stormen en melde dat ze eerst moest plassen en dan iedereen zou zoenen. Dat maakte bij mij indruk. Vervolgens ging het (volley)balletje rollen. Na dat PVT hielden we contact, leerden elkaar langzaam maar zeker kennen. Dat ging eerst via Hyves en MSN (dat bestond toen nog), later werd de sms er aan toegevoegd. Op een gegeven moment werd dat zoveel dat ik een maand na dat PVT een sms kreeg van haar zus: ‘Wil je mijn zusje niet afleiden ;)’.

Inmiddels zijn de inhoudsloze gesprekken ingeruild voor gesprekken met meer inhoud, zijn we overgestapt op Facebook, Skype en WhatsApp. Hoeveel veel veranderd is, is er één ding gebleven, we hebben nog bijna dagelijks contact. Ik zou duizend en één anekdotes kunnen vertellen, maar wat moet je vertellen over de vriendschap met iemand die je zo goed kent? Alles lijkt in het niet te vallen in vergelijking bij het gevoel dat ik heb bij deze vriendschap.

Hoewel, om één herinnering moet ik nog altijd lachen. Terwijl we nog vol in gesprek waren sloeg ze haar laptop plotseling dicht. Vijf minuten later kreeg ik een sms met: ‘sorry, ouders’. En dat gebeurde niet een keer. Veel later beleefde ik mede dankzij haar een onbeschrijfelijke dag en zo deel ik met haar veel PVT herinneringen. Ja, telkens vaker heb ik besefmomentjes waarin denk: Ja, dit is bijzonder.

De vriendschap die ik met haar heb mooier dan ik kan bevatten in woorden. Misschien helpt dit citaat: “Het straalt er echt vanaf dat jullie een gewone vriendschap hebben, maar echt vet cool”. Ja, ik vind het mooi.

Mooier dan dit is dat dit niet de enige vriendschap is waarover ik een dergelijke blog kan schrijven. Vriendschap, ik kan niet zonder, maar ik zal vooral niet zonder willen. Ik ben een gezegend mens!

Tweeduizendtwaalf

31-12-2012

Nu ik bewust stilsta bij het einde van het jaar moet ik gelijk denken aan Frank Sinatra. Hij zong rond het jaar 1961 over zijn kalverliefdes en blikte terug in zijn leven als zeventien, eenentwintig en vijfendertig jarige. In mijn geval dit keer geen kalverliefdes, maar toch kan ik concluderen dat ik een topjaar heb gehad.  Als ik erop terug kijk is er maar één verwaarloosbaar iets is wat me niet gelukt is. Aan het einde van 2011 had ik me nog niet eens bedacht dat het halen van mijn rijbewijs een doel zou worden voor het einde van 2012. Ik prijs mij gelukkig en heb een euforisch gevoel omdat andere doelen wel gehaald zijn.

Mijn laatste geschreven woorden van 2011 waren de volgende: “In 2012 heb ik geen goede voornemens en ga ik mijn bachelor diploma halen. Dan heb ik iets gedaan wat ik zes jaar geleden nooit zou vermoeden. Een HBO diploma voor een jongen die ooit naar het VBO ging. Ik ben best een beetje trots op mijzelf. En als ik dan klaar ben, dan zou ik graag aan de slag willen binnen de verslavingszorg.”

Mijn HBO diploma heb ik gehaald en trots ben ik. Als ik terug kijk, zie ik mezelf als 14/15 jarige door mijn dyslexie van de mavo een stapje omlaag doen naar het VBO. Ik deed daar handel en administratie, had geen leuke tijd en heel veel spijbelde. Ik haalde het en ging door. Jaren later zat ik op het Menso Alting College en vond het plezier in naar school gaan weer terug. Dat plezier hield ik vast tot en met mijn tweede poging op het HBO. Ik haalde dit jaar mijn bachelor en wilde toen ik klaar was graag in de verslavingszorg: “En als ik dan klaar ben, dan zou ik graag aan de slag willen binnen de verslavingszorg.”.

Ik stuurde een open sollicitatie naar Stichting Terwille, werd in eerste instantie afgewezen, maar later toch gebeld om op gesprek te komen, nu werk ik er bijna drie maanden. Het is fantastisch. Het mooie van mijn werk vind ik ook dat ik er nederig en dankbaar van wordt. Doordat ik bijna dagelijks geconfronteerd wordt met de moeiten en tegenslagen van anderen weet ik dat mijn ‘moeiten’ en ‘tegenslagen’ in dat perspectief te zien. Het klinkt misschien crue, maar de erbarmelijke levenssituaties van anderen zorgen ervoor dat ik mij beter voel met alles wat ik heb.
Tegelijk kan ik doordat ik mij beter voel kan ik mijn clientèle beter ondersteunen naar een zelfstandig en verslavingsvrij leven. Zo helpen wij elkaar.

Dit jaar zijn er meer mooie dingen gebeurd; ik laat een paar zien;

2012

Burger..

13-11-2012

Als ex-student durf ik me er nog niet aan toe te geven, maar ik kan wel heel hard mijn vingers in mijn oren duwen om het niet te horen en mijn ogen sluiten om de regels niet te lezen. Hoe hard ik het ook probeer, er glipt altijd wel een regel of een zin langs de beveiliging. Ik wil het niet lezen, ik wil het niet horen en ik wil het al helemaal niet weten. Het liefst zou ik er voor weglopen en me verschuilen in een donker hoekje in een grot. Maar hoe meer, hoe harder ik en hoe sneller ik het probeer voor te blijven: de gedachte achterhaalt mij wel. Ik ben een burger.

Burger, burgerlijk. Enge woorden die ik niet vind passen bij mij. Burger, volgens Van Dale een‘inwoner van een stad en land’. Alleen de gevoelswaarde van het woord of de naam burger is al veel meer dan dat. Burger staat gelijk aan.. ritme, vroeg uit bed moeten, werken, geen ruimte voor impulsiviteit, standaard, geen ruimte voor verassingen, een agenda bijhouden.. verantwoordelijkheid.

Burger.. Wanneer ik het lees, hoor of schrijf ben ik gelijk alert en sta paraat om argumenten te benoemen waarom ik juist geen burger ben. Dat ik, ondanks dat ik misschien een burgerlijk leven leid, nog steeds van binnen die jonge student ben die voor veel dingen in is. Die nog even impulsief‘s avonds om half twaalf ergens naar toe gaat om te borrelen, en die geen enkele moeite heeft met maar drieënhalf uur slaap. Zoals lichaam en geest bij dreigend gevaar in drie standen kan schieten, namelijk (be)vriezen, vluchten of vechten, zo hebben mijn lichaam en geest bij dergelijk ‘gevaar’ geleerd om te vechten. Te vechten tegen het beeld wat ik zelf heb van het burger zijn, en tegen het idee dat anderen mij zouden zien als burger.

Tegelijk vraag ik me af hoe ik het beeld ‘hallo-ik-ben-echt-geen-burger’ in stand moet houden als ik denk aan afgelopen vrijdag. Met mijn hoofd vol gedachten hing ik uitgeteld in mijn kamer (wat dan nog wel studentikoos is). Ik had in vier dagen 35uur gewerkt en veel verhalen en problematieken van cliënten zongen nog krachtig na in mijn gedachten. Zelfs uitslapen lukte niet. Ik was domweg kapot van alle indrukken en de drukke week die ik had gehad.
Hangend in mijn stoel besloot ik mijzelf te begrenzen. Iets waar ik moeite mee heb. Vooral als ik bezig ben met iets wat ik zo rete-interessant vind en wat tegelijk zo leerzaam en energiegevend is, waardoor ik altijd wel door zou willen gaan. De begrenzing was nodig omdat ik dat niet heel lang ga trekken. Om te voorkomen dat ik over twee jaar thuis zit met een burn-out. Plan de campagne: maandag – donderdag aan het werk en maximaal 32 uur.

Burger.. Ik ken mannen die ’s avonds om zes uur weer thuiskomen in hun stationwagon. Die de keuken binnenkomen, waar de pan met eten op tafel klaar staat, en waar vier kinderen in de kamer televisie zitten te kijken die geen aandacht hebben voor hun vader die binnenkomt. Nee, als je het mij vraagt ben ik nog lang niet zo burgerlijk. Ik ben nog midden in mijn puberteit qua burgerschap. Dus als je zegt dat ik burger ben bestaat er een vrij grote kans dat ik er tegenin ga. Dat is dan de schuld van mijn puberteit.

Living in Fast Forward >>

12-10-2012

Gevoelsmatig gingen de afgelopen twee weken een stuk sneller dan de weken daarvoor. Voor mijn gevoel is er tot vandaag geen moment geweest dat ik heb kunnen terugkijken. Verstandsmatig weet ik dat die momenten er wel zijn geweest maar dat ik deze niet heb genomen. Vandaag neem ik daar bewust de tijd voor. Geen afleiding, maar enkel een zwart scherm met een wit vlak waar ik letter voor letter dit verhaal schrijf.

Twee weken geleden had ik mijn bijstand nog niet rond. Dat was mijn eigen fout. Als ik mij beter had ingelezen had ik geweten dat ik, omdat ik nog geen 27 was, een verplichte zoekperiode had van 28 dagen. Ik zocht in die periode nog meer naar werk en minder specifiek. Ik had goede gesprekken en kansen aangenomen te worden. Toen kreeg ik op 1 oktober een telefoontje van Stichting Terwille. De rest is geschiedenis (of te lezen in mijn vorige blog). Waar mijn leven voor oktober nog in de pauze stand stond staat deze nu in fast forward.

Ik heb mijn eerste inwerkweek gehad en heb daarin kennis kunnen maken met collega’s en cliënten. Er vielen mij de afgelopen week een paar dingen op. Ik noem er drie:

Het eerste wat mij opvalt is de christelijke identiteit van Terwille. In elk gesprek dat ik heb bijgewoond komt het geloof aan bod. In meerdere gevallen begint de cliënt daar zelf over. Bijvoorbeeld dat de cliënt zijn vooruitgang aan God, Jezus en de Heilige Geest heeft te danken. Ik vind dat erg mooi om te zien en dat heb ik ook uitgesproken naar deze cliënten. Bidden hoort daar ook bij. Wat me hierin ook opvalt is dat  een gesprek vaak wordt afgesloten door gebed. Ervaring leert dat ik dit niet gemakkelijk vind om te doen, maar door een gesprek met goede vriend Niels heb ik geleerd dat ik de angst mag laten vallen. Er is namelijk geen foute manier van bidden. Dat geeft rust en moed. Dat neemt niet weg dat ik er huiswerk van ga maken zodat ik hierin zekerder word.

Het tweede wat mij is opgevallen is de werksfeer. Misschien is dat wel inherent aan de christelijke identiteit, daar ben ik nog niet over uit. Ik merk veel positivisme binnen de medewerkers die ik heb ontmoet. Dat kan ik goed spiegelen aan mijn eigen positieve instelling.

Het derde en laatste wat ik wil benoemen is het verschil met Verslavingszorg Noord Nederland. Beiden een andere aanpak en andere visie, maar ik merk vooral dat de cliënten die ik nu mag begeleiden verder zijn in het proces van vechten tegen de verslaving.

Waar ik in mijn stage vooral bezig was met het activeren en motiveren van cliënten om in zorg te gaan (het voortraject), zijn de cliënten die binnen de woonbegeleiding worden begeleid een stap verder. Deze hebben in veel gevallen al een detox/afkick gehad en wonen nu in een huis van Terwille of in hun eigen woning met begeleiding van Terwille (nazorg). De behandeling is aan de behandelaar en onze taak is vooral bezig te gaan met de randvoorwaarden die het succes van de behandeling kunnen vergroten. Daarbij kan je denken aan het ondersteunen van schulden, of wat er op dat moment ook maar nodig is.

Al met al ben erg blij met mijn baan, en dat is maar goed ook! Ik merk dat vooral in het enthousiasme dat ik heb. Dat zorgt ervoor dat ik een stapje of twee extra doe voor mijn persoonlijke groei als Maatschappelijk werker in deze functie.

Weg met mijn kiloknallers

21-09-2012

Een paar kilotjes aankomen was nooit het grootste probleem. Niet dat het heel erg hard ging, integendeel. Het ging erg mooi en gestaag, een kilotje hier en een kilo’tje daar. Het was een proces wat bij het ouder worden hoorde, vond ik. Die gedachte troostte mij. Natuurlijk zou iemand met mijn lengte en lichaamsbouw na zijn 22ste geen 80 of 90 kilo meer zijn. Kilo’tjes kwamen en gingen ook wel weer, zo schommelde ik langzaam richting de honderd kilo. Geen enkel probleem was dat, maar ik zei wel tegen mijzelf: Als ik de honderd ben gepasseerd dan ga ik er wat aan doen. Hallo, Ik wil wel fit blijven…

De honderd passeerde ik moeiteloos en gestaag groeide ik door. 105, 110 en sinds kort zelfs 115. Die laatste kilo’s gingen het snelst; door het vele solliciteren (dus thuiszitten) zat ik veel. Behalve naar vrienden en de supermarkt fietsen had ik weinig beweging. Dat in combinatie met veel en lekker eten. De frisdranken en later op de dag de pilsjes gingen er ook wel goed in. Dat maakte dat ik gauw vol gegroeid was. Ik besloot dat het maar eens afgelopen moest zijn. De druppel was vooral dat ik niet meer fatsoenlijk mijn mijn veters kon strikken (ik moest mijn adem en buik inhouden om zittend mijn veters te strikken) en Mijn broeken zaten niet lekker meer.

In mijn familie waren er een aantal tantes en nichten lyrisch over een Dr. Frank dieet. Een ander dieet als anderen, zeiden ze. Eén waarbij je gewoon kon blijven eten, zelfs vlees! Dat klonk als een goed dieet, tenminste tot ik hoorde dat ik geen aardappels, brood en paste mocht eten. Op dat moment nog geen goed idee. Ergens in augustus waren er twee zussen die ineens solidair aan elkaar ook gingen diëten met het Dr. Frank dieet, ongeveer een kilo per week werd er gezegd. Verschillende fases en ongeveer tien weken. Ik was nog altijd niet overgehaald.

Toen zag ik een nicht van mij op familiedag. Wauw, wat zag zij er goed uit! Ze was veel afgevallen en erg tevreden over haar nieuwe zijn. Misschien dan toch proberen?
Nee, aan een Dr. Frank dieet doe ik niet, zal ik ook nooit doen, maar ik houd mij wel aan zijn filosofie. Aanstaande maandag ben ik drie weken aan het diëten en ik moet zeggen, ik ben er best goed in. Het gaat mij goed af en de kiloknallers vliegen eraf. Mijn eetpatroon is drastisch veranderd. Ik at veel pasta’s, dat mag nu niet meer. Ik ben een stuk minder gaan eten, maar omdat ik zelf mijn maaltijden samenstel blijft het elke dag lekker. Aan minder eten heb ik erg moeten wennen, maar ik heb het idee dat mijn maag nu ook niet meer de hoeveelheden op kan zoals ik gewend was.
Geen alcohol zoals dr. Frank voorstelt is waanzin. De afspraak is dat ik, wanneer er een feestje is, twee glazen rode wijn mag. Bij meerdere feestjes in één week blijft het beperkt tot twee glazen in die week. Elke avond mag ik mijzelf verwennen met twee glazen fris, wel light natuurlijk. Voor de rest van de dag drink ik thee en veel water.
Soms heb ik een safdag (schijt aan frank dag ©Margreet Janssen). Sinds het begin is dat twee keer gebeurd. Wanneer ik eetdates buiten de deur heb vraag ik mijn eetdate niet specifiek rekening te houden met mijn dieet. Het moet wel leuk blijven. In die safdagen at ik wraps en pannenkoeken.

Hoe gaat het dan? Dat zal ik vertellen. Ik had met mijn zussen afgesproken dat ik per september zou beginnen. Maar zaterdag 1 september had ik een feest in Gramsbergen vanwege de feestweek en zondag 2 september had ik een verjaardag van mijn broer. Omdat het wel leuk moest blijven begon ik op maandag 3 september. Het gaat niet altijd even gemakkelijk. Wanneer huisgenoten lekkere wraps met veel shoarma en knoflooksaus eten dan is het wel even een uitdaging. Gisteren nog werd ik gebeld of ik de frituur aan wilde doen. Mijn huisgenoot kwam met vrienden thuis en hadden besloten te gaan frituren (patat met broodjes hamburgers en mexicano’s met satésaus). Allemaal lekkere dingen, waarvan het water, nu nog, spontaan in mijn mond loopt. Maar, gelukkig heb ik tijdens mijn stage en minor geleerd om te gaan met trekmomenten. Dus sla mij er keer op keer doorheen. Zo nu en dan pik ik wel één stukje chips of een aardappelschijfje, gewoon puur voor de smaak en omdat het leuk moet blijven.

Resultaat? Ja, dat is er ook. Toen ik begon woog ik 116 kilo. Gisteren, zeventien dagen verder mijn dieet woog ik 106,5 kilo. Het heeft dus wel enige rendement. De eerste onderkin is al weggetrokken, nu de rest nog. Een streefgewicht heb ik niet vooraf bedacht. Het doel is om zolang door te gaan tot ik er gevoelsmatig echt klaar mee ben. Naast dit diëten ben ik ook voornemens meer te gaan sporten. Ik ga voetbaltrainen met huisgenoten wanneer dat vervoer-technisch kan en daarnaast een andere vorm van beweging zoeken waardoor ik naast het kiloknallers kwijt raak ook nog een nodige conditie opbouw.

Stiltecoupés

04-09-2012

Iedereen die wel eens met de trein heeft gereisd kent ze wel, stiltecoupés. Het zijn ruimtes in de trein waarin je ongestoord rustig kunt zitten en genieten van de stilte, waar je kan schrijven aan een nieuwe blog, waar je de fouten gemaakt in je leven kan overdenken, waar je stil naar buiten kan staren en genieten van het landschap om je heen, waar je kan leren voor je komende tentamen, maar waar je ook rustig kunt slapen. Ik mag wel zeggen dat ik pro ben in het treinreizen.

Acht jaar lang heb ik, dankzij het systeem in Nederland, gebruik mogen maken van een studenten-ov. In die acht jaar heb ik met enige regelmaat met de trein gereisd. Eerst dagelijks, toen ik nog reisde van en naar school, later minder omdat ik op kamers ging. Lange en korte afstanden heb ik gereisd. Eens naar Den Bosch voor een kopje thee, of naar mijn ouders in Assen. Ongeacht wanneer en waarheen ik reisde was daar de stiltecoupé.

De stiltecoupé en ik zijn in de afgelopen acht jaar meer dan vrienden geworden, we hebben elkaar als ware omarmt. Die keren dat ik vrijdagmiddag vanuit de drie gezusters via de shoarmatent naar huis ging om te eten met mijn ouders was de stiltecoupé daar zodat ik in alle stilte na kon genieten van wéér een prachtige middag met vrienden & klasgenoten. Of die keren dat ik vanwege mij studie in Leiden een langere reizen maakte van Assen/Groningen naar Leiden en andersom. Dan was de stiltecoupé er omdat ik om vijf uur ‘s ochtends niet echt wakker genoeg was om naar het geschreeuw van stappers te luisteren die net uit de kroeg kwamen kruipen.

Ja, je kunt wel stellen dat ik en de stiltecoupé het goed kunnen vinden. Dat is de reden waarom ik, wanneer ik alleen reis, altijd in de stiltecoupé zit. Ik heb er geen baat bij om verplicht mee te moeten luisteren naar gesprekken van twee vriendinnen die elkaar al echt zo lang niet gezien hebben of jongens die stoer vertellen wie ze deze week ook alweer regelt hebben. Rimpelsauriërs die samen een dagje uit zijn passen daar feilloos bij. Had ik trouwens al iets geschreven over enthousiast bellende mensen?

Ruim acht jaar heb ik ervaring met de Nederlandse Spoorwegen. We kunnen niet altijd met elkaar vinden. Bijvoorbeeld die keer dat ik als sardientje zat opgesloten in een te kleine trein met teveel passagiers of die keer dat ik vanwege, het vooraf aangekondigde, slechte weer drie uur vast zat op station Utrecht in de hoop dat er überhaupt nog een trein richting Groningen ging. Nu kan ik daar na de laatste week nog een irritatiepunt bijvoegen. En het ligt niet eens aan de NS dit keer. Nee, ik begreep dat de NS het zelf ook spuugzat is. Wat is het geval? Misschien voel hem misschien al aankomen: De stiltecoupé is niet meer wat het was.

De afgelopen week heb ik meerdere malen met de trein gereisd. Links van mij zaten, alsof men in een gewone coupé zat, vier vrouwen gezellig met elkaar te kletsen en zoals dat met vrouwen wel eens gebeurd werd het naarmate het gezelliger werd, luidruchtiger. Rechts van mij besloot een jongeman zijn telefoon te pakken en iemand te bellen: “He hoe is het? … Ja, met mij wel goed. Ik zit net in de trein en moet nog ruim twee uur dus ik dacht; ik bel maar even”. Alsof dat niet genoeg was werd een vrouw die iets zei over het feit dat men in een stiltecoupé zaten boos aangekeken, het was welgeteld ongeveer vier minuten stil, maar het gemompel werd al gauw weer een gesprek op luide en gezellige toon (en dit is niet van de laatste weken, maar dit gebeurd al veel langer).

Natuurlijk is ontzettend gezellig als je met vrienden in de trein zit, maar ga dan lekker niet in de stiltecoupé zitten. Zoek lekker een plekje waar niet op de ramen staat: “Silence (S) Stilte”. Misschien komt het niet in je op, maar sommige mensen houden van rust en gaan bewust in de stiltecoupé zitten in de hoop dat zij niet gestoord worden door en van mensen die de plakstickers op de ramen negeren.

Evolueren wij in Nederland zo dat het ons niet uitmaakt in welke coupé wij zitten en wij maar doen wat ons het beste lijkt? Zo ja, kijk dan even naar de mensen om je heen en volg het goede voorbeeld van de mensen die wel in een gewone coupé gaan zitten als ze willen praten, bellen of van mij part gezellig samen party en co willen doen.

Maar val mij er niet mee lastig in de stiltecoupé.

Mister Jingles, hij leeft!

08-08-2012

Mister Jingles, ken jij hem nog? Ik wel en Eduard Delacroix zal hem in elk geval niet meer zijn vergeten tot zijn onoverkomelijke dood. Nee, hij is zelfs de persoon die ons heeft voorgesteld aan Mister Jingles. Eduard is een van de karakters die gespeeld wordt in de film: ‘The Green Mile’. Dankzij deze film weten wij hopelijk allemaal wie Mister Jingles is.

De film vertelt het verhaal volgens het gelijknamige boek van Stephen King. Het gaat over een oude man (Paul Edgecomb) die in een bejaardentehuis terugkijkt op zijn leven als cipier in de dodengang genaamd: ‘The Green Mile’ (vanwege de groene vloer). Paul, die het verhaal vertelt, is op het moment van vertellen (1999) 108 jaar oud. In dit verhaal maken wij niet alleen kennis met John Coffee, maar ook met Mister Jingles, een muis die op de dodengang woont. Wanneer Eduard voorbereid op zijn executie, wordt mister Jingles doodgetrapt door Percy (cipier uit The Green Mile) en weer tot leven gewekt door John Coffee (gedetineerde) zodat Mister Jingles kan gaan wonen in Mousecity.

Misschien vond ik het meest bijzondere moment van de film wel dat Mister Jingles, die maar een kleine rol speelde in de film, net als de verhaalverteller, (inmiddels 108 jaar oud) nog leefde. Dat wordt duidelijk aan het einde van de film. Paul neemt ons mee naar een schuurtje vlakbij het bejaardentehuis. Daar kroop Mister Jingles uit het zelfde sigarendoosje als waarin Eduard hem hield op The Green Mile. Na zoveel jaren leefde hij nog. En nu nog!

Vannacht, toen mijn huisgenoot naar bed ging, schrok ik mij helemaal kapot. Wat er gebeurde? Hij schreeuwde het uit en was er van overtuigd dat hij Mister Jingles had zien lopen. Ik kon het niet geloven. Mijn huisgenoot werkt in de psychiatrische zorg en had een late dienst gehad. Gekscherend zei ik daarom: “Gast, waar je mee om gaat..”. Dat veranderde enkele minuten later. Ik zag met eigen ogen dat Mister Jingles door een gat in de muur van zijn kamer mijn kamer in liep.

Daar liep hij, Mister Jingles, en hij leefde nog. Mijn huisgenoot ontpopte zich als Percy en besloot niet eerder naar bed te gaan voordat Mister Jingles dood was. Wat mijn huisgenoot niet realiseerde was dat Mister Jingles zich in de loop der jaren had ontwikkeld. Ondanks zijn leeftijd (ongeveer 77 jaar) was Mister Jingles nog altijd een stuk sneller dan mijn huisgenoot. Hoe kon het ook anders. Hij was al die jaren ontkomen aan al die mensen die kwaad wilde.

Wij wisten niet van opgeven, in tegendeel, alle registers werden open getrokken. Toen wij luttele minuten later uitgeput met drie man sterk alle banken, tafels, bedden, kasten en dergelijke van de kant hadden getrokken bleek Mister Jingles ons nog te slim af te zijn. Wat wij ook probeerden niets bleek tegen de snelheid en vernuftigheid van Mister Jingles te werken. Ruim en half uur wist Mister Jingles ons bezig te houden. Mijn huisgenoot gaf het als eerste op. Nadat Mister Jingles vanuit de gat in de muur (die zijn en mijn kamer verbinden) achter mijn bank, langs de koelkast richting mijn bureau snelde, hebben wij hem niet weer kunnen signaleren. Mijn kamerdeur was open dus de weg naar de hal en naar alle kamers inclusief de meterkast waren voor hem open.

Mister Jingles wist aan ons te ontkomen. Met een dubbelgevoel ging ik ook maar naar bed. Vlak voor ik in slaap viel Twitterde ik het volgende:  “Weltrusten voor Mister Jingles; Until we meet again en voor jullie allemaal natuurlijk, Weltrusten..”

Wordt vervolgd…

 

Trouwens; Als Mister Jingles nog leeft, Hoe zou het dan zijn met Paul Edgecomb?

En het voelt goed

22-07-2012

Het is 23:24uur op de avond voor mijn last-minute naar camping Bergzicht in Giethmen. Maar voor dat ik een paar dagen ga genieten van (mogelijk) de enige zomerdagen in Nederland wilde ik schrijven. Naast mijn schrijfmachine staat een glas Bushmills ‘on the rocks’. Haast net zo goed als Hank Moody dat kan in de serie Californication drink ik mijn whisky en praktiseer ik over woorden en zinnen. Ze zijn er wel, maar zwerven in mijn hoofd en staan nog niet in de goede volgorde.

Afgelopen vrijdag heb ik het manuscript van mijn leven (tijdelijk) in de kast gelegd. Het manuscript dat in het derde jaar van mijn opleiding definitief vorm kreeg. Nadat ik mijn jaarstage had gehaald, zou ik een minor doen in Leiden en daarna ik direct afstuderen. Vervolgens zou ik solliciteren op een pas vrijgekomen functie bij Verslavingszorg Noord Nederland (later genoemd als VNN) en aangenomen worden. Dat de geschetste situatie utopie was wist ik eigenlijk bij het schrijven van het manuscript al. Vrijdag werd het realiteit toen ik antwoord kreeg op mijn brief. “…Binnen VNN is op dit moment geen vacature voor iemand met uw opleiding en…” (daar is die weer) “…werkervaring.”.

Man over boord?, Mijzelf verwaarlozen om zo alsnog in contact komen met de VNN? Nee, dat niet, maar jammer is het wel. Omdat er al rekening mee had gehouden heb ik via studentenwerk (die mijn vorige blog gepubliceerd hebben op hun eigen website) gesolliciteerd voor een functie als verkoper in een T-Mobile shop. Ik hoop, net als de andere kandidaten, dat ik aangenomen word. Het lijkt me een uitdaging. Word ik aangenomen dan kan ik later kijken naar een baan die beter past bij mijn huidige diploma. Er zijn voldoende instellingen waar ik  mijn kwaliteiten wel kan inzetten.

Momenteel vermaak ik mij prima. En dat voelt goed. Momenteel hoef ik mij nergens druk om te maken. Ik heb voldoende tijd om mijn sociale contacten levendig houden. Ik plan eet-dates, ik skate, heb film- en serie-dates, leer nieuwe mensen (beter) kennen, blijf zonder moeite op de hoogte van het nieuws. Buiten dat heb ik  de eerste uitnodigingen voor mijn ‘Graduation Party’ verstuurd die in de Soos van ATV/GSV word gehouden. Dat word ook een mooi feest halverwege augustus. Ik heb daar nu al zin in. En dat voelt goed.

En daar bovenop kan ik morgen voor het 23923732 jaar na elkaar weer naar camping Bergzicht. Sinds jaar en dag is dat mijn camping. Ook al is maar anderhalf uur reizen met de trein. Maar ik ben helemaal weg en helemaal thuis. In tegenstelling tot mijn ouders kom helemaal tot rust. Mijn ouders komen weer tot rust als ik weer in de trein naar Groningen zit. En ook dat voelt goed.

Ik ben

26-06-2012

Maatschappelijk werker!

Wie twaalf jaar geleden mijn leraren gevraagd had wat mijn toekomst zou zijn, dan zouden ze uiteenlopende dingen kunnen benoemen, maar in geen geval zeggen dat ik een bachelor diploma zou halen. Twaalf jaar geleden werd ik gediagnosticeerd met dyslexie. In het rapport, dat ik nog steeds heb, staat:

“Het herkennen of een woord goed dan wel fout is geschreven ligt beneden het gemiddelde voor mavo en is voldoende voor vbo. Het schrijven blijkt een zwak punt…” “…Met 26 fouten ligt Gertjan ruim boven de grens van achttien. Vanaf achttien fouten komt dyslexie in beeld. De spelling blijft fors achter wat gezien de intelligentie verwacht zou mogen worden. De leerachterstand kan op twee jaar of meer geschat worden.”

In de jaren die volgden geloofde ik dat ik via de makkelijkste weg, het VBO (wat vergelijkbaar is met het huidige ‘kaderberoepsgerichte leerweg’) en het MBO een ICT ‘er kon worden en zo werken kon vanaf mijn twintigste. Als je mijn twaalf jaar geleden gevraagd zou hebben of ik ooit een bachelor diploma zou halen dan had ik je waarschijnlijk uitgelachen. Leren deed ik niet en kon ik niet, en werken daar was ik naar mijn idee beter in.

Nadat ik met de hakken over de sloot mijn VBO diploma haalde schreef ik me in voor Medewerker Beheer ICT. Na twee jaar besloot ik dat dit het niet werd, leuk als hobby, maar niet als opleiding. Met een diploma op zak begon ik een tweede MBO opleiding. Nu ‘Commerciële Medewerker Marketing en Communicatie’ in Groningen. Het maken van toetsen ging iets beter of konden opgehaald worden door het schrijven van opdrachten. Het plezier om naar school te gaan werd wel een stuk groter. Natuurlijk ook door drie vrijstellingen. Ik haalde mijn diploma en was trotst. MBO Niveau vier was binnen en tegelijk een ticket om naar het HBO te mogen.

Ik heb geen idee wat mijn ouders dachten moeten hebben toen ik vertelde dat ik wel het HBO wilde proberen. Misschien bespraken ze het wel ’s avonds aan keukentafel toen alle kinderen op bed waren. Werken zou iets voor later zijn en niet geschoten is altijd mis. Ik schreef mij in op de Hanze Hogeschool na 30 weken erachter te komen dat ik keihard faalde. Ik kwam mijzelf tegen. Ik haalde in een opleiding de eerste drie blokken krap aan zeventien punten in plaats van de maximale 45. Kortom, ik faalde, ik nam afscheid en ging op vakantie.

Dan maar iets met mensen, zei ik gekscherend. Zo gek was die gedachte nog niet. Want in het verleden had ik wel eens nachtelijke telefoongesprekken waarin ik volgens mijn ouders een nachtelijk riagg was. Op andere vlakken merkte ik ook dat anderen hun verhaal aan mij kwijt konden. Na een open dag besloot ik mij in te schrijven voor het MWD (Maatschappelijk Werk en Dienstverlening). Als ook dit niet lukte, dan was het duidelijk. Ik kon het niveau van het HBO niet aan en zou in dat geval stoppen en aan het werk gaan om mijn schuld af te betalen.

Makkelijk ging het het eerste jaar niet. Verschillende tentamens moesten herkanst worden en een tentamen moest ik zelfs voor de derde keer maken. Dit tentamen en andere tentamens werden gehaald. Aan het reflecteren moest ik wennen. Gevoelens, gedachten en handelen moesten beschreven worden. Hoe ik handelde vond ik niet moeilijk, maar dat bleek niet genoeg. De projecten gingen gemakkelijker en werden vaak in een keer gehaald. Het eerste jaar haalde ik met 54 punten. Een tentamen zou in het tweede jaar herkanst moeten worden.

Nu, vier jaar na het begin van mijn opleiding later, ben ik maatschappelijk werker. Iets wat ik, achteraf gezien, altijd al in mij had. Door mijn opleiding, hoe slecht soms ook, heb ik mij methodes, gespreksvaardigheden en kennis eigen gemaakt en ben ik gevormd tot de mens die ik nu ben. Beseffen deed ik het pas toen ik vanavond onder de douche stond. Nu ben intens trots. Ik ben van ver gekomen, heb mijzelf door verschillende opleidingen en niveaus omhoog gewerkte en heb, voor nu, het maximale uit mijzelf gehaald en heb mijn bachelor diploma verdient.

Wie had dat twaalf, tien of acht jaar geleden gedacht? Ik niet.

En toch is dit mijn succesverhaal!

Dit vergeet je niet

01-06-2012

Afgelopen weekend was fantastisch! Het was pinksterweekend en dat is natuurlijk al iets moois op zich, maar het begon eigenlijk donderdag al. Ik gevraagd werd of ik mee ging naar de Hoornse Plas (verder geschreven als: HP), een plas waar heel student Groningen ligt wanneer het warmer is dan twintig graden. Vanwege colleges lukte dat donderdag niet. Maar het missen van de HP werd ’s avonds ruimschoots goedgemaakt. Vriend Niels is momenteel druk bezig met zijn scriptie. Ik weet uit ervaring hoe lekker het is als iemand anders dan voor je kookt. Dus ik had voorgesteld om die dag bij hem te gaan koken en zo gebeurde het. We aten en dronken gezellig en praatte over dit en dat en zus en zo.. zoals dat wel vaker gaat bij ons. Na het eten ging hij verder en ging ik naar Johan, hij had in een folder een televisie gezien en wilde mijn mening daarover. Daar aangekomen praatte we wat over dit en dat en zus en zo, maar ook over de televisie. Nadat we het eens waren geworden dat de televisie een goede koop zou zijn mochten we een biertje drinken, die hadden we immers wel verdiend. Rond half elf kreeg ik een bericht van Niels dat er bij mijn flat op de eerste etage een DJ zou zijn en dat er van zijn muziek genoten kon worden in het gras, of ik ook kwam. Natuurlijk kwam ik en nog geen tien minuten later lag ik in het gras onder genot van kaarslicht en leuke nieuwe mensen te genieten van het gezelschap en de muziek.

Vrijdag
Wat betreft de HP moest het vrijdag gebeuren. Daar lag ik op mijn badlaken genietend van het mooie weer en al het ‘moois’ om mij heen. Als ik niet in mijn boek las keek ik naar de mooie mensen, het water, de stoere jongens die vanuit drie hoeken ons van muziek voorzagen en de mannen die stoer frisbeeden, voetbalden of volleybalden. Thuisgekomen had ik er geen kracht meer voor om wat te gaan doen. Dat zou zaterdag wel gebeuren.

Zaterdag
Want zaterdag kwam Margreet langs. Dag drie van gezelligheid zou op zijn eigen manier uitblinken. Margreet wilde zaterdag met mij shoppen in een stad met leuke terrasjes en goede winkels. Ik dacht gelijk aan Groningen, want dat was wel zo dichtbij. Omdat het mooi weer zou worden, kwam ze al vroeg. Om half twaalf (dat is voor ons studenten nog vroeg) gingen we al met de bus naar het centrum. Nog geen anderhalf uur later hadden we voor haar twee paar schoenen, een paar teenslippers, een broek en een shirtje gekocht en voor mij teenslippers en een shirt gekocht. Precies op tijd want Sunset Dakterras was al elf minuten open. Dat betekende dat er nog plek was. Aangekomen zochten we een plek in de zon en proosten we op het schitterende weer en het heerlijke leven. We praten wat over hoe het leven voor haar in Kampen was, de liefde en op welke manier het nu origineel is om een date te regelen. Omdat huisgenoot Henk, niet te verwarren met huisgenoot Wiebe, zowel donderdag als vrijdag niet naar de HP kon wilde hij dat goed maken, of wij mee gingen.. vooruit wij gingen mee. ’s avonds zou er gegeten worden. We waren er gauw uit dat het iets moest zijn met veel vlees maar dat het ook fris moest zijn. Het werden wraps met veel vlees en een lekkere komkommersalade on the side. Na een meest belabberde wedstrijd van het Nederlands elftal ging ik naar het feestje van Bert en ging Margreet weer naar Assen om bij ouders te logeren.


Zondag
Zondag was een bijzondere dag in mijn leven. Het Pinksterfeest vierde ik in het verleden op zondag in de kerk en op maandag feestend in Leek, maar dit keer was ik meegevraagd door mijn broer Jacob om mee te gaan naar Biddinghuizen. Op het terrein waar Lowlands word gehouden is elk jaar met Pinksteren ook Opwekking. Hoewel ik al jaren hoor dat het fantastisch en tegelijk een unieke ervaring is was ik er nog nooit geweest. Nu was daar de mogelijkheid, het lekkere weer en de tijd om te gaan. Dat betekende wel dat ik er wat voor over moest hebben. Na een korte nacht van vier en half uur stond ik op om de trein van kwart voor acht te halen. ‘Half slapend douchen, de vooraf ingepakte tas op de rug en op de fiets en in de trein maar zorgen dat je wakker wordt’ was de gedachte toen ik op stond. Zo gebeurde het ook. In Assen stapte ik uit om in te stappen in de auto en zo reden we naar Opwekking. Opwekking waar 20 duizend mensen een weekend lang kamperen met het zelfde doel om uit te dragen dat God belangrijk is in hun leven. Met ons waren er ruim 35 duizend daggasten en dat was te merken. Je zou het kunnen vergelijken met de uittocht uit Egypte, maar dan Anno 2012. Hoewel ik Opwekking het niet kende, voelde ik mij er gelijk thuis. Er heerste echt een campingsfeer, het was zo ontzettend gemoedelijk. ’s ochtends ging ik naar een dienst en stond wat om me heen te kijken en daar vond ik al veel mensen zitten. Teruggekomen bij de caravan getuigde ik daarvan, ze vertelden mij dat ik dan maar naar de sing-in moest gaan want dat zou helemaal fantastisch worden. Zo bleek ook. Ongeveer een uur van te voren gingen we naar het veld waar het gehouden werd. Zo konden we een goed plaatsje vinden waardoor de ervaring nog meer waarde zou krijgen. Dat bleek wel. Tegen half drie toen de sing-in begon stonden wij samen met ruim 55 duizend andere christenen te zingen en God te aanbidden. Het was echt fantastisch om te zien. En dan te bedenken dat dit maar een klein gedeelte is van alle christenen in de wereld en dat voor hen allemaal een plekje is gereserveerd in de hemel.

Is het weekend daarmee afgesloten? Nee, ga er nog maar even verzitten, pak een nieuw glas thee of wat anders, want ik wil nog twee dingen vertellen. Na de sing-in gingen we weer richting Assen, de kinderen waren moe en verbrand, ik had mijn nek verbrand en de vermoeidheid was zichtbaar bij de kinderen. Zulke einden wandelen op teenslippers is ook niet weggelegd voor zulke kleine benen. Met de gedachte dat ik volgend jaar wel een weekend zou kunnen blijven op Opwekking nam ik afscheid van het festival-terein en werd ik afgezet in bij mijn ouders.

Maandag
Ik was namelijk eerder al uitgenodigd voor een barbecue en daar zeg ik geen nee tegen. Zo gebeurde het dat we maandag opnieuw in de tuin zaten. Dit keer onder het mom, zo lang het nog kan. Dinsdag zou het weer slecht weer worden en dat zou goed uitkomen omdat ik toch een onvoldoende verwachtte op mijn scriptie (daarover als laatste) en daarom die moest herschrijven. Samen met Margreet gingen ik eerst nog even naar de Zuidlaarder-Pinkstermarkt. Wie weet kwamen we nog rommel tegen dat verkocht zou kunnen worden tijdens de Koninginnedag-rommelmarkt van 2013. Niets was minder waar, maar het was leuk om onze vooroordelen tegen elkaar uit te spreken over de mensen en wat zij allemaal gedaan zouden kunnen hebben met de rommel die zij verkochten. Er was zelfs een terrasje vlakbij. Daar hebben we heerlijk geluncht.
Hierna gingen we weer naar huis om de barbecue voor te bereiden. Rond drie uur begonnen we en inmiddels waren Niels, Jurjen en Karen (broer en schoonzus) ook aangeschoven. Het vlees was goed en in grote mate aanwezig. Het was een mooie afsluiting van een goed weekend.

Die avond borrelde langzaam maar zeer zeker aanwezig de spanning voor de uitslag van het tentamen op. Dinsdag zou de dag zijn waarop we onze feedback zouden terug krijgen en we nog eens twee weken keihard moesten werken om een voldoende te krijgen op onze scriptie. Ik ging vroeg op bed, want ik wist dat ik van de spanning wel vroeg wakker zou zijn.

Dinsdag
Ik werd pas om half tien wakker. Van mijn afstudeermaatje had ik een berichtje gekregen dat een studiegenoot al wel uitslag had gekregen en dat zij geen e-mail had ontvangen. Of ik wel wilde controleren of ik al wel email had gehad. Vol ongeloof dat we zo vroeg al uitslag zouden krijgen opende ik mijn Macbook en typte de url, mijn studentnummer en wachtwoord in. Daar stond het een mailtje van onze afstudeerbegeleider.

“… en ik hebben jullie onderzoeksrapport met veel interesse gelezen. We hebben het geheel met een 7,3 beoordeeld. Van harte gefeliciteerd! In de bijlage kunnen jullie het ingevulde beoordelingsformulier vinden.”

Ik pakte mijn bril, las de tekst nog eens, opende de bijlage las die tekst ook eens goed en schreeuwde het uit van geluk. Pas toen bedacht ik me dat ik nog wel eens huisgenoten kon hebben die nog sliepen. Een scriptie-voldoende-taart werd gekocht en opgegeten. Ik had nooit gedacht dat het in een keer voldoende zou zijn. Twee dyslecten die samen een onderzoek doen en in een keer een voldoende. Het zou een script kunnen zijn voor een melodramatische drama film. Nadat ik een paar uur in mijn bed lag s’ avonds kwam het besefmomentje. ‘Gek, je hebt gewoon een voldoende, nog maar ruime maand en je bent afgestuurd maatschappelijk werker. Lekker‘

Het zwarte gat

17-05-2012

Hier zit ik dan, 108 scriptie-uren in tien dagen verder, op dezelfde plek waar ik de weken hiervoor uren per dag zwoegde. Nu geen doel, geen deadline. De scriptie waar mijn afstudeermaatje en ik aan werkten was afgelopen zondagavond af en werd de dag erna ingeleverd. Eventuele stress werd doorzettingsvermogen en doorzettingsvermogen werd, met het inleveren van de scriptie, beloond. De rollen waren goed verdeeld. Ik schreef concepten van verschillende hoofdstukken en zij verbeterde de teksten, die ik op mijn beurt weer controleerde. Toen het eerste concept af was moesten er nog eens 4148 woorden worden geschrapt om binnen de scriptie-eisen te komen. 4148 woorden waren een kwart van het hele rapport. De ervaren stress leek mee te vallen en soms was er zelfs na een dag van meer dan dertien uur een gevoel van onoverwinnelijkheid.

Hier zit ik dan, na een dag lekker vervelen, in de wetenschap dat ondanks dat de stress niet ervaren werd hij er zowel lichamelijk als geestelijk wel was. Afgelopen dinsdag (de dag na het inleveren van het rapport) werd ik geveild door een after-stress-ziekte. Toen ik om half acht voor het eerst wakker werd merkte ik dat ik enorme hoofdpijn had, stekende migraine achtige hoofdpijn. Nog geen half uur later kwamen daar buikgriep-achtige-krampen bij. Ik was gezegend, de stress die niet aanwezig was had als de man met de hamer toegeslagen. Ik was kapot, ziek. Alleen om de porseleinen pot te knuffelen kwam ik mijn bed uit. De rest van de tijd sliep ik hopende dat het daar beter van werd. Gelukkig werd ik rond het avondeten goed verzorgd door Niels en kon ik later die avond nog even rustig op pad. Gisteren had ik nog een beetje last van naweeën, maar vandaag was ik weer topfit.

En nu zit ik hier nog, zonder doel of deadline. Ja, ik heb mij vandaag verveeld en nee, dat is niet erg. Ik ervaar dit als een zwart gat waar ik van mag genieten, ook al is het vandaag soms best saai. Ik kom tot rust en dat is fijn. 29 mei krijgen we uiterlijk de uitslag van onze scriptie. Gemakshalve gaan we er vanuit dat we daarna mogen zwoegen om het op 11 juni zo in te leveren dat het helemaal voldoende is. Maar voor het zover is ga ik genieten en dat begint komend weekend met een bezoek aan Nijmegen.

Bier, hamburgers en slechte grappen

24-04-2012

Vrijdagavond 22:00. Aan tafel zitten vier mannen die deel uitmaken van een groep die een paar maanden daarvoor besloten hadden om als jagers en krijgers een weekendje weg te gaan. Op tafel staan stef stuntpiloot, vier borrelglazen, vier biertjes, een flesje whisky en een fles Jagermeister. Het is de eerste avond van het weekendje weg en de mannen moeten zich, vanuit hun eergevoel bewijzen aan elkaar. Over de tafel vliegen stef stuntpiloot en de slechte grappen die het recept van die vrijdagavond compleet maken. Daar zat ik dan samen met Anne, Eiko en Henk. En zo zielig als het klinkt was het ook mijn idee dat ik mij moest bewijzen, de vorige keer dat ik Stef stuntpiloot in combinatie probeerde met whisky verloor ik en wist ik de volgende ochtend niet dat we nog twee pizza’s hadden besteld. Dit keer verloor ik niet. Op een gegeven moment gaf ik mijn plaats af aan een andere strijder die op zijn beurt zichzelf wilde bewijzen. Jagers waren we en diegene die wel verloor sliep als eerste met een lach op zijn gezicht op het verkeerde bed.

Afgelopen weekend ben ik weggeweest met de jongens uit Leek. Jongens waarbij ik in de klas zat tijdens mijn tijd op het Menso Alting College (wat nu ‘ROC Menso Alting’ heet). Het idee kwam over de mail ergens in januari, plannen werden gesmeed, een plek werd gevonden en geboekt. Vandaag mag ik terug kijken op een geslaagd weekend. Een weekend weg met vooral bier, hamburgers, goede slechte grappen en een houten penis als meer dan alleen een flessenopener. Na verloop van tijd (en alcohol) hoefden er niet eens meer grappen gemaakt te worden, er werd toch wel gelachen.

Zaterdag gingen we mountainbiken; zoiets waar we ons als (alfa)mannen alweer konden bewijzen. Alhoewel vooraf was het wel duidelijk welke mensen vooraan zouden schitteren en wie zou schitteren in afwezigheid. De helden van de vorige avond zouden strijden om de rode lantaren en de sportieve types met conditie en rankgebouwde lichamen zouden vechten om de eerste plek. We zochten een mountainbikeroute en vonden deze na een bijzonder artistieke val van ondergetekende en een bezoek aan de Hubo om mijn zadelpen weer vast in het frame te krijgen. Met pijn en een paar schrammen kon ik mijn weg vervolgen. Met een zadel op oncomfortabele hoogte wist ik de eerste kilometers mijn plek rond de derde en vierde plek te houden. Pas toen mijn conditie het echt van de wilskracht verloor zakte ik naar achteren en kwam ik op mijn voorbestemde plaats. Het peloton werd aan gort gereden door degene met conditie en in drie willekeurige subgroepen vonden we onze weg over de route en uiteindelijk terug naar de fietsenverhuur. We mochten onszelf opnieuw belonen met alcohol, Stef stuntpiloot, met vanavond nieuwe piloten en films. Een nieuwe held verloor en had permissie om die avond vroeg op bed te gaan. Na verloop van verschillende zitplaatsen, flessen bier en een nieuwe portie hamburgers ging ik als een van de laatsten ook slapen. Die avond alleen omdat de held van vrijdag de weg naar zijn eigen bed had gevonden.

Gelijk mijn laatste avond alleen. Want toen ik zondag middag opgevouwen in bad lag kwam Abel ons verblijden met zijn logeerbezoek. De pokertafel kwam op tafel en ik mocht zelfs een paar goede handen spelen. Nog voor het eten wist ik mijn stack te verspelen en was ik geëxcuseerd. Een laatste avond drinken als krijgers drinken en een vroege wekker maakte niet alleen een eind aan het mooie weekend maar verstoorde ook de morgenstond waardoor ik niet door mijn ochtendhumeur heen kon slapen. We onszelf aan elkaar bewezen en ik weet weer waarom ik zo graag met deze boys omga. Het was een mooie tijd!

Bruiloft, Navigators Zwolle & Absens Carens

10-04-2012

Vandaag was zo’n dag waarin ik niet voor uit te branden was. De stoel bij mijn tv zat te lekker en gaf mij geen enkele aanleiding om ook maar iets productiefs te doen. Na twee films en zes afleveringen van een nieuwe serie die ik volg neem ik tijd om toch nog iets productiefs te doen. Gedachten van me afschrijven, zoals dat heet.

In deze blog neem ik je terug naar afgelopen donderdag, de trouwdag van een gewaardeerde vriendin van mij. We leerden elkaar kennen omdat ze mij een berichtje stuurde via Hyves over het NetNieuws die we maken tijdens het PVT. Zij had terechte op en aanmerkingen over de taalvaardigheid van het redactieteam. Zo leerden we elkaar kennen en kwam ze het jaar erop ons team versterken. Zo zijn we goede vrienden geworden die elkaar helaas te weinig zien. Zo was dat jaren geleden en nu is mevrouw getrouwd met een goede man!

Met Niels sprak ik af op station Zwolle, de stad waar de kerkelijke inzegening en het feest was. Afgekleed in een pak mocht ik, omdat hij zijn trein had gemist, rond dartelen op het station in Zwolle. Nadat we elkaar hadden gevonden (‘van achter een pilaar verscheen..’) gingen we gauw een hapje eten bij Bella Napoli om vervolgens als een van de eersten bij de kerk aan te komen. Het was een mooie dienst waarin veel gebruikte trouwteksten werden voorgelezen en waarbij een persoonlijk woord van het bruidspaar, voorafgaand aan de dienst en tijdens de dienst in de geloften, mij troffen. Ja, het was een goede dienst. Ik weet dat Annalien en Gerben (want zo heten ze) er ook van genoten hebben. Na de dienst was er een receptie waar ik de kans kreeg om bij te praten met andere vrienden en vriendinnen. Het feest daarna was op een andere locatie en daar liepen we met alle feestgangers naar toe. De locatie was één waar ik al eerder eens met Annalien en haar zusje had thee had gedronken. Een prachtig pand met hoge plafons en die avond decor voor een intiem en knus trouwfeest.

Nadat het feest rond twaalven was afgelopen gingen Niels, Jolte (waar we die nacht logeerden) en ik op zoek naar de ‘sociëteit’ van de Navigators Zwolle, we waren quasi uitgenodigd door een kennis van Niels en wilden de nacht niet voorbij laten gaan voordat we ook het nachtleven van Zwolle hadden geproefd. Dit leek even verstoord te worden door een lange rij bij het vliegende paard (dat schijnt niet gek te zijn op een donderdagavond). Maar, met al mijn charme in mijn pak, die ik nog aan had, en lijf liep ik naar de portier toe en vroeg hem of we als bezoekers van de NSZ ook in de rij moesten staan. Hij zei dat dit in verband met de drukte wel het geval was. Na een woordenwisseling waarin ik aangaf dat ik dat jammer vond en hij vertelde dat hij er weinig aan kon doen kwam Eliene als reddende engel naar buiten. “Hee wat doe jij hier?” en een knuffel was genoeg voor de portier om ons voor iedereen langs te laten gaan naar binnen. Even was ik de held.

Na een paar biertjes bij de NSZ, waar we nog huisgenoten van de bruid tegenkwamen, gingen ze al dicht. Het was erg rustig geweest die avond en het was niet rendabel om voor ons open te blijven. Wie we waren dat deerden ze volgens mij niet.
Een betere ervaringen kregen we bij Absens Carens (AC), want die bleken boven in het pand te zitten, dus met onze stoute schoenen nog aan gingen we van de kelder naar de zolder om daar het feest door te zetten. Na enkele minuten bleken we niet genoeg te hebben aan de rode das, die ik net als een aantal andere mannen (die wel lid waren) droeg. Wie we waren en wat we daar kwamen doen was de vraag. We vertelden met ‘knikkende knieën’ wie we kenden van AC en dat we ook stiekem van de PVT redactie waren. Het toernooi waar zij al twee jaar achter elkaar kampioen waren geworden. Dat moesten ze goed rekenen en we mochten blijven. We praten wat, dronken wat, lachten veel, en probeerden zelfs wat danspasjes.

Toen onze euro’s op waren en de bonnetjes ingeleverd was het tijd om huiswaarts te gaan. Buiten aangekomen zagen we de barman van die avond in het rook gedeelte staan en we besloten unaniem nog een serieus gesprek te beginnen. Zoals mannen dat zo goed kunnen na een avond feesten. Het ging over een brand in Zwolle die het weekend daarvoor was geweest waar we van waren geschrokken. We deelden onze gedachten en ervaringen en het was een goede afsluiting van de avond.

Na een wandeling van het centrum naar Jolte’s huis hebben we opnieuw veel gelachen en gepraat om vervolgens goed in slaap te kunnen vallen in een heerlijk logeerbed die klaar stond. Ja, het was een geslaagd logeerfeestje in Zwolle.

Ik heb een goed leven.

Een week verder, een week wijzer

27-03-2012

Een week verder en in theorie, of op papier zo je wilt, voldoende tijd gehad om een blog te schrijven, maar in praktijk meer bezig met zaken die er momenteel echt toe doen. Afstuderen, wat op dit moment betekent, het onderzoeksontwerp schrijven en dat op zo’n manier dat het er voor zorgt dat je er tijd goedmaakt (tijd die we nu achterlopen). Niet afraffelen. Nee, elk woord wegen zodat je haast zeker weet dat het de juiste is. Om ondertussen te hopen en te bidden dat het inderdaad in een keer goedgekeurd wordt zodat je verder kan.
Zo ziet dat er momenteel voor mij uit. Vanaf vorige week woensdag woensdag ben ik elke dag, behalve afgelopen zondag, bezig geweest met het literatuuronderzoek. Om scherp te blijven ben ik, schrijf technisch gezien, maar een paar uur per dag bezig, laten we zeggen zo’n vier uur. Maar in mijn gedachten werkt dat nog een paar uur door en ben ik vooraf bezig met literatuur zoeken en lezen, Engels Nederlands het maakt me op dit moment weinig meer uit. Het vergt inspanning en dat is te merken.

Om de balans Yin en Yang te houden sport ik iets meer dan ik gewend ben. Zondag en maandag heb ik geskate en heb ontspannen mijn rondjes gedaan. Naja ontspannen, het was in die twee dagen ruim 45 km. Vandaag had ik, omwille van mijn onderrug, een rustdag ingepland. Morgen ga ik weer sporten. Of ga skaten, zoals ik al eerder heb gedaan, of ik trek de stoute voetbalschoenen aan en ga met het team van mijn huisgenoot voetbal trainen.

Waar ik meer uithaal zijn sociale activiteiten. Daar ben ik ook beter in. Afgelopen vrijdag de verjaardag van mijn moeder, wat ontzettend gezellig was! (Waar ook de bijgevoegde foto gemaakt is, die het overigens goed doet op de FunkyFish site) zaterdag hebben we met onze vriendengroep geborreld in de Time-Out (Poelestraat, Groningen). Met een mannetje of dertien dronken we wat en spraken we wat. Koetjes kafjes, relaties, de nadelen van het zwanger zijn, zoals oom of tante zijn etc etc. Mijn aanwezigheid op de datingsite kwam ook nog ter sprake. De ‘waarom zit je daarop’ en ‘stiekem vind je het wel leuk’ rolden over de tafel mijn kant op. Gelukkig kreeg ik, hoe ongemakkelijk soms ook, een beetje ruimte om mij verdedigen. Zo goed en kwaad als het ging probeerde ik mij als Brugman eronderuit te lullen, wat deels goed lukte moet ik zeggen. Maar ik moest toegeven er best leuke kanten aan zitten.

De aandacht, de complimenten die ik werken als een beloningsysteem. Meer complimenten en leuke berichten staat gelijk aan meer tijd besteden op de website. (kan mijn ego misschien toch nog groeien?).
Tegelijk vind ik het leerzaam. Niet iedereen op de site is wanhopig op zoek naar een man of vrouw van zijn of haar leven. En natuurlijk meldt je je niet zomaar aan op een dergelijke site, maar de gevoelsmatige lading is anders dan ik had verwacht. Vooroordelen die ik had, zijn deels niet gegrond gebleken. Tegelijk wil ik het op te nemen voor datingsites, iedereen mag zelf weten wat hij of zij er van vind. Ik vind zelf het volgende: Ik het als een uitdaging om nieuwe mensen te leren kennen en wie weet… niet als een doel op zich. Iets in mij zegt nu dat ik er over een maand wel op uitgekeken ben. In dat geval zal ik het laten weten

‘Op bezoek in de redactiehoek’

09-03-2012

Onder deze naam presenteerde Bert donderdagnacht een programma die niet uitgezonden zal worden op de Nederlandse televisie (mogelijk later wel via deze website). Het programma was tekenend voor de sfeer zoals we die vier dagen hebben beleefd tijdens PVT. Doormiddel van deze blog probeer ik, tegen beter weten in, het PVT af te sluiten en mij te richten op het afstuderen en alles wat nog meer te wachten staat.

Zoals haast elk jaar valt het afscheid zwaar. Hoe kan het ook als je zoveel en zo lang met elkaar optrekt. In mijn vorige blog schreef ik dat het moeilijk te omschrijven is hoe het PVT gevoel voelt, wat het inhoud en hoe je het aan niet PVT’ers kan uitleggen. Ik zou het mensen vragen, maar eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik dit niet heb gedaan. Ik weet haast zeker dat men het niet goed kan uitleggen.

Toch wil ik je als lezer niet met lege handen ‘naar huis sturen’. Ik wil uitleggen hoe het gemis voelt, de PVT-kater. Deze kater is goed te onderscheiden van de kater die we vast allemaal kennen van de drank. Ik heb in een gesprek de afgelopen week de PVT-kater omschreven als iets wat het beste valt te vergelijken met liefdesverdriet. Iemand zo intens missen dat het je trek ontneemt, je er hoofdpijn van krijgt, je onderbuik-gevoel stom voelt en dat je elk moment dat je hebt denkt aan die persoon. Zo ervoer ik het de eerste dagen na PVT ook (en soms nog). Ik mis de communicatie, de mensen om mij heen, het elke moment iemand tegenkomen en waarmee je herinneringen deelt en koestert. Ik mis het lawaai uit de redactie en het telkens horen van mijn naam. Ik mis het mensen kunnen helpen. Ik mis de mensen die zo dichtbij waren en nu weer zo ver weg. Rotterdam, Zwolle, Meppel, Nijkerk, iedereen op zijn eigen plaats met zijn eigen PVT-kater. Ik mis het PVT gevoel en het knuffelen nog het meest, want wat is dat toch fijn!.

Ik begin er niet aan om uit te leggen hoe het was en welke momenten nog legendarischer waren dan de grandioze. Het waren onbetaalbare momenten die weer lang in mijn geheugen gegrift zullen staan. Een ding wil ik er toch kort benoemen, een klein ding. Elk jaar bouw ik, op gevoel, een team van mensen die elkaar niet kent of nauwelijks kent. Nog elk jaar is er niets ‘uit de hand geëscaleerd’. Dat vind ik fantastisch. Ach en dat ik zondag, maandag en dinsdag meer last had van de doodsdrift van Freud dan van de tegenovergestelde drift en ik net als voorgaande jaren besloten heb om het het komende jaar écht rustiger aan te doen, weet ik van mijzelf dat ik me het komend jaar opnieuw tweehonderd procent zal geven.

Het was weer een fantastisch gekkenhuis dat niet valt uit te leggen als je er niet bij bent geweest. Voor diegene die er wel waren, jullie weten hopelijk precies wat ik bedoel en daarom alvast tot volgend jaar!

Voor nieuwsgierigen, de PVTFilm (waar ik ook in voor kom)

Een onbeschrijfelijke dag

19-02-2012

In het leven zijn er dagen die je onmogelijk niet kunt beschrijven en onmogelijk kunt omschrijven. Afgelopen vrijdag had ik zo’n dag. Hoewel mijn blog de laatste weken alleen maar over vrijdagen lijkt te gaan was afgelopen vrijdag onverwacht zo’n dag. Vooraf geloof ik dat het niet te omschrijven is, maar het was echt fantastisch en daarom kan ik het, voor mijn gevoel, niet laten om het te beschrijven.

Wat was er dan zo speciaal? Ik zal proberen het zo goed mogelijk uit te leggen. Ik hoop daarom – ook al lijkt dat onhaalbaar – dat je bij het lezen van dit verhaal een net zo’n fijn en goed gevoel krijgt als ik nu, twee dagen later nog heb. Eigenlijk was vrijdag een dag waarin allemaal onmogelijke dingen gebeurden. Onmogelijk, niet in de zin van mission impossible, maar meer in de zin van, dat doe je nooit! Vrijdag was een dag van impulsiviteiten.

Vooraf leek het niet een dag te worden. Ik zou mijn schoolopdrachten afmaken en ik zou ’s avonds eetdaten met Aukje. Zelfs dat leek vooraf nog op losse schroeven te staan omdat mevrouw zo ontzettend verkouden was dat ze bang was dat we elkaar niet meer zouden kunnen zien door de hoeveelheid tissues die ze zou gebruiken. Maar het ging anders dan gepland! Het ging zoveel mooier en zoveel onverwachter.

Anne zou ‘s middags langskomen, als pleegbroer en zus spreken we elkaar regelmatig. We zien elkaar niet zoveel in real life, daarom was het extra leuk dat ze na een open dag van de RUG langskwam. Ze kwam binnen met het bericht dat ze niet zo lang zou blijven omdat ze afgesproken had om in Zwolle bij haar zus (Ellen) te gaan eten. Dat vond ik prima, het was al leuk genoeg dat ze even de tijd nam om überhaupt langs te komen. Ze zou na ongeveer een uur en kwartier weer weg gaan, maar die tijd leek snel te kort. We spraken over dit en dat, maar vooral over #PVT2012 en over geschiedenis die we samen hebben dankzij het PVT. Ze miste haar bus en besloot, zonder eigenlijk keus te hebben, de volgende te nemen. De tijd van half zeven, die ze had afgesproken met Ellen, leek daardoor ook onhaalbaar. Op z’n vroegst zou ze rond half acht ’s aankomen in Zwolle. Ondertussen had ik contact met Niels, de dag daarvoor had ik hem, onder voorbehoud, uitgenodigd voor het eten. Mocht Aukje afzeggen dan was hij welkom. Aukje melde zich niet af, maar Aukje vond het ook niet erg als Niels kwam eten. Aukje en Niels zouden samen komen eten. Daarvoor was Niels ondertussen al aangekomen.

Het was bijna half zes geworden en Anne dacht ook de volgende bus te missen, zo gezellig was het dus. Niels en ik besloten unaniem en zonder overleg dat Anne net zo goed kon mee eten. Aukje zou dat, dachten wij, ook niet erg vinden en wij zouden dat bovendien juist gezellig vinden. Anne wilde niet, want ze had al afgesproken om met haar zus in Zwolle te eten. Er was geen andere keus, ook haar zus moest daarom in Groningen komen eten. Anne belde en zei: ‘Anders kom je ook in Groningen eten’, Ellen reageerde van dit en dat, zus en zo.. Maar de meeste briljante stukjes waren wel de volgende twee interacties. Anne zei op een gegeven moment tegen haar zus: ‘El, je hebt eigenlijk allang besloten om te komen…’ en iets als: ‘El, pak je schoenen, trek ze aan en zorg dat je de trein van 17.46uur haalt’. Onder de voorwaarde dat er rosé koud zou staan besloot Ellen impulsief dat ze wel in Groningen wilde eten. Ik dacht; als mijn zusje zou bellen of ik bij haar (in een totaal andere plaats) zou komen eten omdat ze door het telefoongesprek wat we zouden voeren een bus zou missen (wat bij Anne en Ellen het geval was) dan had ik gezegd; zoek het lekker uit! Bij Ellen was dat anders. Zij wilde wel ruim anderhalf uur reizen voor een bord eten in Groningen. En wat vond ik dat mooi!

Ellen kwam, Aukje was ondertussen aangekomen en Niels had vanwege een voetbalwedstrijd later, al voor gegeten. De maaltijd die we gekozen hadden bleek Ellen de dag ervoor ook al gegeten te hebben, maar mijn dag kon al niet meer stuk. Onder het genot van een wijntje genoten we ontzettend van elkaar gezelschap en lachten we om de mooiste (onbeschrijfelijke) momenten. Tot op de dag van vandaag vind ik het moeilijk te geloven dat Ellen ruim anderhalf uur wil reizen, zonder dat het in de planning stond. En dat voor een bord eten en een glas roze. Alleen maar omdat Anne belde van; Hé, je komt gewoon hier eten.

Maar tot dit moment was het allemaal nog wel te bevatten. Anne zou ondertussen niet meer terug naar Rotterdam. Ze zou in Zwolle blijven logeren, ze konden daarom wat langer blijven. Om kwart voor tien hadden Aukje en ik hun op de trein gezet. Daarna gingen we bij Niels voetbal kijken omdat hij om tien uur een wedstrijd had. Na de wedstrijd gingen we terug naar mijn kamer en gingen we een film kijken. Niels sloot aan en hoewel we allemaal stuk waren keken we de film uit. Niels ‘begaf’ het daarna als eerste en ging naar huis.

Vervolgens was het mijn beurt. Ik vertelde instinctief dat ik het een ongelofelijke dag vond. Ik vertelde wat ik van de dag vond en dat ik het ongelofelijk vond dat Ellen kwam, dat Anne zo lang was gebleven en dat ze haar zus zo gemakkelijk kon overhalen om ook te komen. Ik vertelde dat ik het fantastisch vond. Het was ook echt fantastisch. Aukje vroeg me toen (het was inmiddels rond een uur of twee in de nacht): ‘Wat kan je dag nu nog beter maken?’ Ik moest er even over nadenken, maar ik zei vol overgave dat een warm bad mijn dag echt zou afmaken. Nu was het haar beurt geworden om hard na te denken. Ze vertelde dat het wel mogelijk was maar dat we dan wel direct in de auto moesten stappen naar Muntendam (een plaatsje ruim 20 minuten van Groningen vandaan), waar haar ouders woonde. Haar ouders waren op wintersport en ze hadden een bad waar ik wel in kon liggen. Ze romantiseerde het idee dat ze voor mij het kaaslicht zou ontsteken en mooie muziek zou aanzetten. Zo kon ik mijn dag goed afsluiten. Wat ze niet had verwacht is dat ik ja zei. Toch zei ik impulsief ja. Het kon, maar dan moest ik wel direct mijn tas pakken, Ik pakte mijn tas en samen reden we naar Muntendam. Het waren wegen waarvan ik het bestaan nog niet wist, maar na verloop van kilometers kwamen we aan en zagen we dat haar ouders al aangekomen waren (bummer). Ze waren eerder van wintersport thuis gekomen. Na enig overleg besloten we dat het wel gek zou zijn als ik op dit tijdstip nog in bad zou gaan. Haar ouders zouden er sowieso wakker van worden.

Omdat we haar ouders niet wakker wilden maken gingen we weg. We gingen weer terug naar Groningen. Dan maar even kijken of er nog wat in de stad te doen was. Ze wist nog wel een leuk kroegje waar we gewoon relax konden praten. Daar aangekomen bleek die dicht te zijn, net als de volgende twee overigens. Toen we besloten weer terug te gaan (in dit geval naar de auto om mij naar huis te brengen) vroeg ze nog of ik zin had in een appeltaartje. Door de eerdere voorvallen van de dag geloofde ik alles en zei dat ik wel wat lustte. Ik werd meegesleurd een onbekend café in. Aukje bestelde twee appeltaartjes. Ik dacht dat de barman haar wel zou uitlachen, maar niets was minder waar. Hij zei: ‘natuurlijk, ik zal ze gelijk even klaarmaken’. Ik stond alweer perplex. We kregen twee shotjes die, eerlijk waar, nog meer smaakten naar appeltaart dan de toetjes van Mona.

Terwijl de barman bezig was met deze ‘appeltaartjes’ dachten twee dames dat ze even goed konden zingen als Adele. Toen ik de microfoons zag, wist ik dat het de verkeerde kant op ging. Dat bleek ook. Het was zelf zo slecht dat we na dit appeltaartje besloten weer weg te gaan. De barman probeerde ons nog te laten blijven door te vragen of we nog iets wilden drinken of een liedje wilden zingen. Ik reageerde door te zeggen dat het juist het liedje was waarom we weggingen. Na dit appeltaartje en een afsluitend drankje bij Aukje werd ik door haar thuis gebracht.

Het was met recht een onvergetelijke dag en zo’n goede afsluiten van drie weken leren en schrijven voor mijn minor in Leiden. Ik zal deze vrijdag niet gauw vergeten.

Bedankt daarvoor Anne, Aukje, Ellen en Niels!

Dit was mijn (vrij)dag

05-02-2012

Soms heb je van die dagen dat je ’s avonds in je bed ligt en denkt; wauw! Van die dagen heb ik vaak gehad. Het zijn van die dagen die ik graag over doe. Zo’n dag had ik afgelopen vrijdag niet.  Nee, zo’n dag als ik vrijdag had zou ik graag overslaan.

Mijn dag begon al vroeg. Want hoewel ik weer in Groningen woon heb ik nog wel wat te zoeken in Leiden. Voor mijn minor had ik vier tentamens. Afgelopen vrijdag twee en aanstaande vrijdag mag ik de laatste twee maken. Mijn eerste tentamen had ik om half negen in de ochtend. Voor zelf-respecterende studenten is dat geen tijd. Maar als je net als ik eerst drie uur moet reizen omdat je aan de andere kant van het land woont, moet je ontzettend vroeg het bed uit. Zo ging mijn wekker om tien voor vier. Om vier uur stond ik onder de douche en een uur later zat ik in de trein. Voor ik de trein in mocht moest ik eerst mijn OV laten scannen. Waarschijnlijk had dat te maken met lastige, stappende studenten en scholieren die hun donderdagavond en nacht beter besteedden dan ik. In de hoop dat ik geen last zou hebben van de naar-drank-ruikende, lawaai makende, stinkende stappers liep ik helemaal naar voren en koos mijn plaats in een stilte coupe. Dapper pakte in mijn samenvattingen van het eerste tentamen erbij en begon met leren. Wist ik veel dat jongeren daar tegenwoordig geen rekening meer mee houden. Het duurde nog geen vijf minuten voordat ik de eerste met bier gevulde jongeren voorbij zag zwalken. Even later volgden andere jongens. Ze praatten wel, maar het volume van mijn muziek kon nog altijd iets harder. Lang duurde dit niet. Want twee meisjes, met vuurrode lippenstift, maakte een einde aan mijn rust in de stilte coupe. Het waren niet direct de meisjes zelf, maar meer de laatste beetjes testosteron die door de lijfjes van de jongens gierde. Dit was, voor hen, misschien de laatste kans om een nummer te scoren. Hoewel het volume de muziek maximaal door de koptelefoon heen zond waren de nog bierdrinkende, chips etende jongeren luidruchtiger. Na een half uur besloot ik dat het studeren zo ook wel wat had.

Verder ging de reis verbazingwekkend goed. Om kwart over acht was ik in Leiden. Tijd om het tentamen te maken. Het tentamen had ik goed geleerd dus kon gehaald worden. Om stipt half negen kregen we het tentamen voor ons. Binnen luttele minuten werd er door verschillende klasgenoten ‘Walk the line’ opgelezen. Ik keek ook, keek beter en zag dat we het tentamen van de eerste blok hadden gekregen. Eerlijk als ik ben gaf ik toe dat ik hiervan de antwoorden niet meer wist. Ze zouden kijken wat ze konden doen, even later bleek onze docente niet te bereiken en was er geen ander tentamen. We mochten onze klacht opschrijven, onze handtekening zetten en weer weg. De toepasselijke rake woorden die over de lippen gingen van klasgenoten en mij waren niet mis. Waar ik sarcastisch was en riep dat ik toch pas om vier uur uit bed gegaan was om dit tentamen te maken, waren klasgenoten soms creatief bot. Dat verlichtte onze gedeelde smart.
Was ik dan voor zo’n kloten fout midden in de nacht opgestaan? Nee, uiteindelijk kregen we onze docente te pakken. Ze zat midden in toets gesprekken, maar kwam even later toch als een geblesseerde hazewindhond aangerend. Gestrest als ze was, vroeg ze ons in alle haast hoe dit had kunnen gebeuren, ik reageerde dat wij daar inderdaad ook wel benieuwd naar waren. Zoiets slechts kon natuurlijk alleen maar op de hogeschool gebeuren.
Uiteindelijk kregen we een uur later alsnog de kans om het tentamen te maken. Om half tien konden we het maken, we hadden 120 minuten en om half twaalf hadden we het tweede tentamen. Of we beide tentamens goed zouden kunnen maken was nog maar de vraag, want frustratie vierde hoogtij. Frustratie vanwege het verre reizen en sukkelige manier van fouten maken. Het eerste tentamen ging me goed af, maar ik heb het wel gehaast gemaakt omdat we nog een tentamen hadden waar we, mochten we te laat komen, niet naar binnen zouden mogen. Het uur tussen de tentamens wilde ik gebruiken om nog even de laatste dingen te bekijken. Zodat ik ook daar weer geconcentreerd aan kon beginnen. Ik was pas om 11.20 klaar met het eerste tentamen en had nog maar tien minuten voor het tweede tentamen begon. Ik kon dus fluiten naar voorbereidings- of omschakelingstijd.
Het eerste kwartier van het tweede tentamen zat ik nog bij te komen van het eerste tentamen. Het tweede tentamen heb ik dan ook slecht gemaakt. Als ik om welke reden toch een voldoende haal vier ik feest in Groningen met mijn klasgenoten uit Leiden.

Ik concludeerde dat de dag op deze manier mooi vorderde. Eerste dronken dropjes in de trein, slechte communicatie bij de hogeschool, een verkeerd tentamen en een slecht tentamen. Gelukkig sneeuwde het, dus het enige wat nog zou moeten was het reizen naar huis. Dat dit ruim zeven en half uur zou duren wist ik toen nog niet.

Het sneeuwde en dat maakte de stad Leiden nog pittoresker dan het al was. Samen met klasgenoten liepen we naar het station, het was koud, glad, maar toch genoot ik met de jas open. De frustratie en adrenaline pompten het bloed snel rond, ik had het er warm van gekregen. Het onheil wat ‘Nederlandse Spoorwegen’ heet begon al in de trein van Leiden naar Utrecht. We stopten 700 meter voor Utrecht Centraal. De conducteur riep om dat we moesten wachten tot ze een signaal kregen dat het perron vrij was. Ruim veertig minuten later waren we nog geen meter opgeschoten. Uiteindelijk mochten we binnenrijden, maar dat betekende niet veel goeds. Want zoals je misschien wel op het journaal hebt kunnen zien was het een enorme bende in Utrecht. Wat nog begon met ‘Dames en heren, vanwege de weersomstandigheden is slechts zeer beperkt treinverkeerd mogelijk’ eindigde met: ‘Dames en heren, op dit moment rijden er geen treinen, de treinen die wel gaan rijden worden omgeroepen, let dus op de omroep berichten’. Daar stond ik dan met mijn goede gedrag te wachten. Voordat het volledige reisinformatiebord leeg was had ik al in twee treinen gestaan. In de eerste trein stond ik mijn sta plek af aan een man met twee jonge kinderen. Ik stapte uit met het bericht dat ik toch maar naar Groningen moest en keek boos naar de mensen waarvan ik wist dat ze voor Amersfoort eruit moesten. De tweede trein vertrok domweg niet. De NS was zo vriendelijk dat ze bij de kiosken gratis koffie en thee weggaven. Maar door de emotionele schade die ik had opgelopen vond ik dat ik meer recht had op een drie gangen warme maaltijd. Nadat ik tot op het bot koud was geworden, begon ik maar rondjes lopen en hoopte ik vanuit elke hoek van de stationshal dat de stoptrein richting Zwolle werd omgeroepen. Mijn enige contactmogelijkheid met de buitenwereld, mijn Iphone, was inmiddels leeg dus ik was letterlijk overgeleverd aan de goden. De drukte was inmiddels opgelopen waardoor het leek op de Roldestraat in Assen tijdens de TT nacht. Overal mensen die belden en dingen zeiden als: ‘Ik heb geen idee of ik nog wel thuis kom vandaag’ Ik voelde me nog niet genoodzaakt om te bellen met mensen, maar tegen de tijd dat ik daarover begon te twijfelen, was mijn telefoon leeg. Na twee en half uur wachten kwam er een bevrijdend bericht: ‘De stoptrein naar Zwolle staat op dit moment klaar op perron elf.’ Nog voor het bericht was uitgesproken ontstond er een volksverhuizing van mensen. 30.000 mensen juichten, vloten en renden als een gek naar perron 11 om een plekje te bemachtigen in de trein. Van ‘vrouw en kinderen eerst’ was geen sprake, iedereen voor zichzelf en geen sociale omgangsregels meer. Ik stond vlakbij de lift en wist me de tweede ronde in de lift te wurmen. Op het perron aangekomen rende ik met gevaar voor eigen leven allerlei mensen voorbij en sprong voorin de trein ergens naar binnen. Boven leek de meeste ruimte en daar ging ik staan. Want de zitplekken waren vrijwel overal vergeven. Toen nergens plek was en er nog steeds mensen aan kwamen sprinten, gingen de deuren dicht.

Het enige wat we konden doen was hopen dat de trein inderdaad ging vertrekken en niet te vol was gelopen dat de trein het gewicht niet aan kon. Het wachten duurde lang, het duurde zo lang dat ik alweer warm was geworden, maar de trein vertrok nog niet. Uiteindelijk kregen we een verlossend bericht dat de trein inderdaad zou gaan rijden en dat het wachten was op een signaal. Het signaal kwam, want we gingen inderdaad rijden.
De dienstdoende conducteur maakte ons leven nog een keer zuur door om te roepen dat het de stoptrein naar Amersfoort was. Gelukkig verbeterde hij zichzelf bij de volgende halte. De trein zou toch tot Zwolle gaan. Ik was er van overtuigd dat in Zwolle de dienstregeling wel gewoon zijn ding deed en dat ik dan gauw in Groningen zou aankomen. Dat gebeurde, de trein naar Groningen bleek zelfs op ons gewacht te hebben. Zo konden we gelijk overstappen. Omdat ook deze trein overspoelt werd en ik het inmiddels helemaal zat was zocht ik een plek in de eerste klas. Daar heb ik genoten van de stoel tot we in Groningen aankwamen. Ik was er wel klaar mee. Ik had mijn portie allang aan fikkie gegeven en was het ruimschoots zat.
Uiteindelijk stapte ik om half negen de deur van mijn kamer binnen. Ik had het gered, ik stapte voor één uur uit de hogeschool om bijna acht uur later aan te komen op plaats van bestemming.

Was er dan niets positiefs te noemen? Toch wel, want door alle ellende en geouwehoer van de NS kwam ik tot nog een conclusie. De hele situatie verbroederde. Normaal als ik gebruik maak de van de trein praat ik met niemand en niemand doet dat met mij. Individualistisch als we geworden zijn, laten we elkaar met rust. Ik met mijn koptelefoon op en een boek of laptop en alle andere reizigers op hun manier. Vandaag was dat anders. We spraken met elkaar, we hadden het over onze miserie en waar we die dag het liefste wilden aankomen. Zo sprak ik met een meisje uit Brabant die net als ik naar Groningen moest, omdat haar vriendje daar woonde. In de trein van Utrecht naar Zwolle sprak ik mee in een groepsgesprek, wat ging over waar we heen moesten en wat we vonden van de mensen die inmiddels uit woede sneeuwballen tegen de trein aan gooiden. De jongens die op dat moment wel konden zitten beantwoordden de sneeuwballen met sierlijke bewegingen, ze zwaaiden koninklijks terug. Wij konden daar vervolgens weer om lachen. Zo sprak ik later in de trein met de vrouw naast mij, die net als ik naar Groningen ging, ze ging een weekendje weg met vriendinnen. Ze wilde van mij wel weten waar ze moest gaan stappen en wat er nu echt leuk was in Groningen. Kortom, ik had gesprekken die ik vrijwel nooit voerde. Niemand op Utrecht Centraal of in de trein kreek elkaar ook raar aan als we spontaan tegen elkaar begonnen te praten. We hadden een band gekregen, we hadden het allemaal koud, hadden lang gewacht op een trein en stonden nu tegen elkaar aan warm te worden.

Als ik dan nog iets positiefs uit de dag moet halen was het wel de verbroedering tijdens extreme vertragingen. Nu hopen dat de NS het voor aanstaande vrijdag op orde heeft want dan ga ik weer naar Leiden.

Leiden bedankt!

24-01-2012

Toen mijn vader mij gisteren naar het station in Assen bracht – zodat ik voor mijn laatste week naar Leiden kon reizen – zei hij iets in de trant van: “Volgens mij vind je het helemaal niet zo erg”, waarmee hij doelde op het feit dat ik het niet erg vond om weer terug naar Groningen te verhuizen aanstaande zaterdag. En hoewel hij daar gelijk in heeft kwam het op mij toch anders over. Het kwam over alsof hij dacht dat ik van mening was dat ik een verkeerde keus had gemaakt om naar Leiden te gaan. Dat is niet zo. Leiden heeft mij veel gebracht. Afgelopen vrijdag schreef ik over wat de studie mij bracht, vandaag vertel ik graag de ‘rest’.

Ik heb mooie dingen mee gemaakt; Het eerste wat ik mij direct herinner is die borrelavond bij Navigators Leiden. ‘De belevenissen van de das’, wat een avond was dat. Het gesprek met de twee dames die er pas na een half gesprek achter kwamen dat ik helemaal geen lid was van vereniging. De twee heren die samen mijn das durfden af te doen, de sfeer, de gezelligheid en mijn huisgenoot die haast de hele avond niet heb gezien en eerder dan ik naar huis ging.

Mijn boottochtje, begin oktober, is ook onvergetelijk. Ik weet het daarom nog goed, het was schitterend weer. Ik had een korte broek aan en samen met een klasgenote voeren we – met  een Corona in de hand en chips binnen handbereik – door de wateren van Heemstede richting Haarlem. Ik genoot zichtbaar en keek mijn ogen uit naar de mensen op de kade die op hun beurt jaloers naar ons keken. Na een goed interview met een cliënt van Brijder verslavingszorg was het een schitterende afsluiting van de dag. Zeker de moeite waard om in de lente/zomer nog ene keer te doen.

Dat brengt me gelijk op het volgende, één van de eerste dingen die ik op mijn ‘bucketlist’ zette was een wandeling over het strand. Ik zou mezelf achteraf voor de kop slaan als ik zo dichtbij het had strand gewoond en niet met mijn blote voeten in het koude zeewater had gestaan. In de eerste weken kon ik deze al van het lijstje krassen. Een heerlijke wandeling langs de zee, voetstappen achterlatend in het zand, het geluid van de zee die het hoofd – vol gedachten – leegmaken en de zon die over je schouder in je gezicht schijnt. Heerlijk was het. Katwijk, Noordwijk, Scheveningen en Egmond, alle keren anders, maar even mooi. Ik hoor het geluid van de zee nog als ik er aan terug denk.

Aan het dagje Amsterdam heb ik mooie herinneringen. Ik kreeg de opdracht om op een ochtend om 10.00uur op het station in Heemstede te staan. Wat ik die dag zou doen was een verassing. De hele dag volledig ‘out of control’. We bleken naar Amsterdam te gaan en Ik leerde Amsterdam kennen als niet-toerist. Doormiddel van briefjes kreeg ik opdrachten. Opdrachten om wat te gaan drinken in de bijenkorf, lunchen in een Chinees waar ze geen Nederlands konden, naar Madame Tussauds, BonBons kopen, iets kopen voor iemand die ik erg mocht, een rondvaart tocht, het lekkerste (slagroom)ijs van Nederland proeven en eten halen bij de Italiaan. Een stuk of tien briefjes en geheel kosteloos omdat ik een paar uur had gesleuteld aan het internet. Het was fantastische dag die ik niet gauw zal vergeten.

Een cocktailavond met huisgenoten waardoor ik hen een beetje beter leerde kennen en die avond dat we spontaan een film gingen kijken en we een fles bourbon verorberden. Ik heb toffe huisgenoten, maar het is nooit echt mijn huis geworden. Blame me! Ik denk wanneer ik langer er had gewoond en ik al mijn spulletjes had meegenomen dat het al anders was geweest. Het neemt niet weg dat ik goede huisgenoten had. Die twee avonden waren dan ook het meest legendarische, waar onze Mojito de lekkerste cocktail van de avond was, was de fles Bourbon – de andere avond – net iets te groot waardoor ik dacht mijn zangcarrière die avond nog nieuw leven in te moeten blazen.

Dan hebben we natuurlijk ook nog:

Ach ik zou er een boek over kunnen volschrijven, maar de boodschap is denk ik wel duidelijk. Zo niet; Ik had verschrikkelijke mooie momenten.

Een blauwe maandag

16-01-2012

Het is vandaag ‘blue monday’ en dat heb ik geweten. Vanaf het moment dat ik wakker werd tot nu ben ik er continue mee bestookt. Blue monday, het klinkt als een ziekte, maar dat is het niet. Nee, blue monday is een rekensom. En die rekensom maakt het eigenlijk allemaal heel logisch, want zo gaat dat met wiskunde. Wiskunde is logisch. De som is heel simpel… ‘[W+(D-d)] x Tq / M x Na‘. Hoewel, je moet het net even begrijpen en snappen, maar dan is het echt heel makkelijk.

Britse psycholoog Cliff Arnall heeft bedacht dat de derde maandag van het jaar een mooie dag zou zijn om depressief te worden. Daarnaast bedacht hij, in een waas van verstandsverbijstering, dat dit komt door een aantal redenen. Ik som ze graag even voor je op:

  • De gemaakte voornemens zijn mislukt;
  • De vakantie lijkt ver weg;
  • Het veel en vaak grauw en donker in januari;
  • Het is maandag.

Het is niet zeker of psycholoog Arnall stoned was terwijl hij filosofeerde over zijn theorie maar aannemelijk is het wel. Want laten we eerlijk tegen elkaar blijven. Was meneer Arnall helemaal waus? Wat Arnall bij het verzinnen van deze theorie 2005 niet kon weten is dat het vandaag inderdaad een blauwe dag was. De hemel strak blauw, het vroor vannacht, het gras zag er prachtig wit uit en vandaag hadden we meer zonuren dan een gemiddelde augustusdag in 2011. Dan kunnen we inderdaad spreken van een blue monday.

Wist je trouwens dat blauw een neutrale kleur is? Het werk kalmerend en verzachtend. Het opent de geest voor intuïtie en het is de kleur van sprookjes en fabeltjes. Blauw is een vreedzame kleur, staat voor trouw en eerlijkheid.

Zoals geschreven is het niet duidelijk hoeveel Cliff heeft gebruikt ten tijde van beschrijven van de theorie. Maar een ding durf ik wel hardop te stellen. Echt erover na gedacht heeft hij niet. Ik stel me het zo voor dat hij, nog net voor hij out ging, zijn theorie opschreef en het vervolgens, de volgende dag, verkreukeld terug vond en het zonder na te kijken heeft opgestuurd heeft naar ‘The Guardian’. In het begeleidend schrijven schreef hij: “Zie maar wat je er mee kan, gisteren leek het erg aannemelijk”. De medewerker van The Guardian bedacht dat hij inderdaad een rot dag had en publiceerde het.

Sindsdien moeten we elk jaar op de derde maandag van januari lijden. Niet omdat het zo’n depressieve dag is, Nee, meer omdat de radio en televisie vertellen dat blue monday is, de meest deprimerende dag. Ik denk dat het juist de kunst is van de radiomakers – en zeker van radio Drenthe waar ik vandaag van mocht ‘genieten’ – om ons allemaal depressief te krijgen voor het einde van de dag door het zo veel mogelijk te noemen dat het de meest deprimerende dag van het jaar is.

Radio Drenthe – die niet onder doet voor SBS6 als het gaat om van niets, nieuws te maken – wist vandaag dat ook te doen door de luisteraar in drie verschillende programma’s te vragen naar hun ervaringen van blue monday. ‘Had u vanmorgen ook zo’n moeite om uit bed te komen?’, ‘Voelt u zich vandaag ook depressief?’ en ‘Wat vind u van de blue monday?’. Er waren zelfs mensen die belden naar het radio station om te vertellen hoe belachelijk ze het vonden.

Deze blauwe dag was voor mij een prachtige dag. Zoals ik eerder al schetste was het een prachtige dag om wakker te worden en te genieten van het mooie weer. Vandaag werd ik juist blij. Zulke dagen mogen wat mij betreft de hele winter wel blijven. Windstil, ’s nachts vorst, overdag minder vorst maar voldoende om het niet te laten dooien. Dan kunnen we nog eens hopen op een rondje op de ijsbaan of zelfs een Elfsteden tocht.

Dan ben ik zelfs niet op de korste dag van het jaar depressief te krijgen, want was dat ook al niet de meest deprimerende dag van het jaar?

Online daten

08-01-2012

Verdwijnt met de digitalisering van de mens de taboe op de online daten?
Mijn gevoel zegt van wel.

Ik was van plan om doormiddel van deze blog een lans te breken voor online datingsites. Maar toen ik research deed op het internet kwam ik er des te meer achter dat vrijwel alle lansen voor online datingsites al waren gebroken. Wat restte was het herhalen van al bestaande feiten. Tenminste, dat dacht ik. Want toen ik beter keek bleek dat veel van de resultaten juist van datingsites waren die hard riepen dat de taboe op online daten verdwenen is. Maken ze gebruik van Self fulfilling prophecy? Voor het zover is toch maar een lans breken.

Vroeg je vijf jaar geleden een stel of ze elkaar via internet hadden gevonden dan zouden ze het mondjesmaat toegeven als dat het geval was. Vijf jaar geleden werd je nog wel eens raar aangekeken als je toegaf ingeschreven te staan op een datingsite. Ingeschreven staan op een datingsite was weggelegd voor de sociaal-minder-capabele. Een soort kneuzenkermis waar kneuzen kennis maakten in het reuzenrad of voor meer spanning in het spookhuis.

Door de digitalisering van de mens – ik sta en ga naar bed met internet (op mijn mobiel) – zie ik het gebeuren dat de taboe met betrekking tot datingssites zal verdwijnen. Want vergeleken met vijf jaar geleden wordt internet meer en meer gewaardeerd. Laten we eerlijk zijn: Internet is toch niet meer weg te denken uit de huidige maatschappij? Mediums als Twitter, Facebook, Linked-in, Hyves, Whatsapp en Ping hebben de afgelopen vijf jaar keihard intrede gedaan in het dagelijks bestaan. We hebben de mogelijkheid om overal en altijd op de hoogte te zijn van alles. Hoe lang zal het nog duren voordat we in het echte leven een duim opsteken – Vind ik leuk – als  we iets leuk vinden? Het hoeft geen jaar te duren voordat het volgende gebeurt: Iemand maakt een foto en nog voor dat de foto is geschoten steek je je duim op om kenbaar te maken dat je het leuk vind.

Met dat in het vooruitzicht kan ik het me niet voorstellen dat er nog lang een taboe heerst op het online daten. Want waar is het eigenlijk voor nodig? Naast het feit dat er geen gemakkelijkere manier is om mensen te ontmoeten die het zelfde willen als jij, zijn er toch veel meer positieve argumenten te noemen voor een datingsite? Stel je hebt een baan van veertig uur, een huis, een boom en een beest. Het enige wat het plaatje mist is een partner. Bij de golfclub, voetbalvereniging of andere gemeenschap is niemand je echt positief opgevallen. Tussen je collega’s zit helaas ook geen potentiele partner. Je bent niet de persoon die in de kroeg een potentieel iemand aanspreekt en vervolgens na een prettig gesprek zijn/haar nummer krijgt.
Dan is een datingsite uitermate geschikt. Het is makkelijk, binnen een oogopslag kan je interesses zien en vinden. Het is flexibel 24/7 is het online en kan je je berichten checken en versturen, het is mogelijk om meerdere contacten tegelijk te hebben en de drempel om contact te leggen is niet zo hoog als in de kroeg. Via internet heb je dan ook geen alcohol nodig om een gesprek aan de durven knopen. Wie weet is het over een jaar al mogelijk om alleen maar een duim op te steken waardoor de potentiele partner op de datingsite direct door hebt dat je hem/haar leuk vind *vind ik leuk*. Ze kan reageren door te klikken op: *vind ik ook leuk*.

Eigenlijk is het zo gek nog niet zo’n datingsite. Mensen in mijn omgeving hebben doormiddel van een datingsite hun levenspartner gevonden. Datingsites mogen niet langer meer gezien worden als een laatste strohalm waarin wanhoop en kansloosheid bij elkaar komen. Nee, wat mij betreft mag een datingsite een verlengstuk van jezelf worden. Met een paar jaar is een willekeurige datingsite toegevoegd aan de lijst met Facebook, Twitter, Hyves, Whatsapp en Ping.

Ik ben bang dat de lans nog maar een scheurtje heeft opgelopen. Laat iemand anders hem maar breken. Ik ben eruit, datingsites zijn toelaatbaar.

Buiten mijn comfortzone

31-12-2011

Vandaag is het de laatste dag van het jaar. Jawel, het is alweer 31 december. Op de televisie staat de top2000 aan en we hebben besloten om tussen drie en vier uur vannacht drie minuten te gaan slapen. Waarom? Omdat Nick en Simon dan erop zijn. Dat is reden genoeg om te gaan slapen. Zolang Bruce Springsteen, Queen, De Dijk, Marvin Gaye en Elvis Presley, Blof en vele andere nog te horen zijn heb ik, ook al ben ik slaperig, nog niet de behoefte om te gaan slapen. Om mijn luistertijd goed te besteden leek het mij goed om dit te schrijven. Want de laatste dag van het jaar is gewild of ongewild inherent aan terug kijken- en het evalueren van het jaar.

De top 2000 is eigenlijk net zo iets. Vandaag las ik waarom de top2000 zo populair is als het is. Wat is het geval? De lijst der lijsten staat volledig in het teken van nostalgie. Het horen van de muziek maakt nostalgische gevoelens los bij luisteraars. Zij kunnen, door de muziek, terugblikken op het jaar en het leven. Daar word dit jaar door de vercommercialiseerde top 2000 crew handig ingespeeld op die nostalgische gevoelens. Zij doen dit door bij veel nummers ervaringen, gedachten, smsjes, tweets en dergelijke voor te lezen. Vanmiddag kwam ik er plotseling achter dat bij de top 2000 de vercommercialisering is ingetreden. Op de televisie is de top 2000 te volgen via cultura24. Wanneer je dit doet krijg je elk uur een presentator te zien die de reclame en nieuwsminuten aan elkaar praat met nietszeggende onderwerpen. Daarnaast is er elke dag om 19.30 Top 2000 a gogo te zien op Nederland 3. Allemaal om het commercieel en voor om de top 2000 voor een groot publiek toegankelijk te maken. Toen ik voor het eerst de top 2000 beluisterde was er alleen nog maar de mogelijkheid om via radio2 het programma te volgen, het was intiem en daardoor bijzonder. Nu is het commercieel en daardoor zijn er ook nummers te horen van Bruno Mars. Dat vind ik jammer.

Toch kan ik er niet onderuit om, met de top 2000 nog op de televisie, mijn jaar te evalueren. Dit jaar stond wat mij betreft in het teken van het ‘uit de comfortzone stappen’. Dat begon eigenlijk al in september 2010 toen ik stage ging lopen bij Verslavingszorg Noord Nederland. Deze stage heb ik dit jaar mogen afgesloten met een mooi cijfer. Tegelijkertijd was dit de eerste stap buiten mijn comfortzone. In wat de zomer had moeten zijn ging ik evangelisatie en recreatie werk doen via E&R in Vollenhove. Dat was mijn tweede stap buiten mijn comfortzone. Ik heb mij daar gigantisch vermaakt en wat heb ik daar leuke mensen en een andere kant van mijzelf leren kennen. Tenslotte besloot ik zijdelings in april 2011 dat ik een minor ging volgen in Leiden. Verslavingszorg werd het in een stad waar ik nog nooit was geweest, drie uur reizen vanaf Gronigen. Momenteel woon ik in Leiden en heb ik nog een maand te gaan in diezelfde stad voor ik weer terug verhuis naar Groningen. Dat was mijn derde stap buiten mijn comfortzone.

Ik heb een fantastisch jaar gehad. Heel veel dingen zijn uitgekomen zoals ik hoopte. Ik voel mij gelukkig en voldaan op de laatste dag van het jaar. Tegelijkertijd hoop ik dat veel mensen dat gevoel met mij delen. Er zijn volgens mij te veel mensen die dat niet doen en dat is jammer. Dit jaar heb ik er alles aan gedaan om mijn persoonlijke doelen te realiseren. Het woord voor 2011 is voor mij: ‘comfortzone’. Daar ben ik uit gestapt en dat had ik veel eerder kunnen doen.

In 2012 heb ik geen goede voornemens en ga ik mijn bachelor diploma halen. Dan heb ik iets gedaan wat ik zes jaar geleden nooit zou vermoeden. Een HBO diploma voor een jongen die ooit naar het VBO ging. Ik ben best een beetje trots op mijzelf. En als ik dan klaar ben, dan zou ik graag aan de slag willen binnen de verslavingszorg.

Dus…. mocht je iets weten? Ik houd mij aanbevolen..

Het begin van het einde

21-12-2011

Vandaag is het de kortste dag van het jaar. De zomerdip mag vandaag gratis worden ingeruild voor de winterdepressie (Wees er snel bij want op = op). Omdat ik niet van half werk houd heb ik er een korte nacht voor geplakt. Ik moet zeggen, dat heb ik gemerkt, ik kon vanmorgen niet mijn bed uit komen. Toen ik vanmorgen na pak en beet vijf uur de wekker hoorde dacht ik: ‘Dit is veel te vroeg’. Voor het eerst tijdens mijn minor dacht ik: ‘Ik ga gewoon niet. Ik draai me om en ga verder slapen.’ Een sms met de tekst: ‘ik heb er de kracht niet voor vandaag’ volgde ook. Maar het mocht niet baten want deze innerlijke strijd werd na een gevecht van wel vijftien minuten gewonnen door mijn verstand. Ik stond op en ging alsnog naar mijn colleges. En hoewel dat niet vanzelf ging was het wel erg interessant. Termen als necrofilie,  Seksuele masochist, Fetisjisme en Frotteur vlogen vanmorgen over de spreekwoordelijke toonbank. Vanwege eventuele schadelijke gevolgen zal hier niet dieper op ingaan. Maar voordat ik überhaupt kon meepraten moest eerst mijn traditionele ochtendritueel afgewerkt worden. Een essentieel onderdeel daarvan is douchen. Diegene die mijn ode aan de douchekop (in Groningen) heeft gelezen hoef ik niet uit te leggen dat ik daar ontzettend van hou.

Toen ik vandaag onder de douche stond dacht ik plotseling terug aan mijn eerste tijd ‘op mijzelf’ in Groningen. Ik mocht van een klasgenoot in zijn kamer omdat hij ging stoppen met de opleiding en in Engeland zou gaan reizen. Een kamer van 50 vierkante meter en onderdeel van een kraakpand. Hij staat direct achter de mediamarkt in de westerhaven. Kraaknet (zoals het netwerk heette) ging voor mij halverwege april online. Mijn kamer was volledig gemeubileerd met voornamelijk zesde hands spullen. Er was geen stromend water in mijn kamer, er stond een oude koelkast (Rob Geus zou er van spugen), een matras op de grond, een bank zonder poten, een televisie zonder afstandsbediening maar met knopjes aan de voorkant die gingen tot tien, een stereo met één box met half vermogen. Van de twee wc was een omgebouwd tot een douche. De kantine van het bedrijfspand was de keuken voor iedereen en ik had ruim 50 ‘bedrijfskantoor-genoten’ (lees: huisgenoten). Luxe was het niet, en schoon was het ook niet. Het douchen was geen genot. Vooral omdat de boiler vaak stuk was en er uit de, al provocorische, douche vooral een pisstraaltje koud water kwam.

Vanmorgen stond ik in de douche te denken aan het provocorische douchen in Groningen. Inmiddels ben ik er achter waarom ik terugdacht aan die periode in het kraakpand. Want hoe leuk het kraakpand en de beleving van het wonen in een primitieve woonomgeving ook is. Het is goed dat het tijdelijk is. Dat was het eerste verband wat ik legde (daarover later). Het tweede verband heeft te maken met de douche en wc. Het doucheputje in het kraakpand had meer haar dan ik toen had op mijn hoofd. Traditionele krakers waren aanwezig in het kraakpand wat voor veel lange haren zorgde op de plekken dat je ze liever niet zou zien. Verstopping en andere ongemakkelijke situaties hoorden daar bij. Over de toilet maar niet te spreken.

Nog even naar het eerste verband. Vandaag heb ik mijn laatste huur overgemaakt. Eind januari verhuis ik terug naar Groningen. Mijn vijf maanden Leiden zitten wat betreft het wonen er dan op. Stiekem verlang ik wel weer naar mijn eigen kamer. De maanden zijn fantastisch geweest, begrijp me niet verkeerd. Ik zou het zo overnieuw doen, maar vijf maanden zijn ook genoeg. Mijn kamertje heeft niet de luxe zoals ik die in Groningen heb en eerlijk is eerlijk elke dag op een houten stoeltje verveelt wel. Voor wat betreft januari ga ik nog flink genieten en leuke plekken opzoeken. In februari woon ik weer in Groningen en denk ik onder de douche aan de fijne tijden in Leiden.

Het begin van het einde is begonnen.

Waar is het fatsoen?

12-12-2011

Voordat ik afgelopen vrijdag in de trein stapte naar Groningen twitterde ik dat ik het niet zou uitsluiten dat ik een frustratieblog zou schrijven over mijn perikelen van die dag op de Hogeschool Leiden. In diezelfde tweet verzocht ik of iemand mij wilde tegenhouden. Een persoon heeft mij daadwerkelijk tegengehouden (waarvoor dank). Ik weet van mijzelf dat wanneer ik vol emotie schrijf sommige woorden soms hele stukken heel bot over kunnen komen. Vaak is dit het geval en daarmee kwets ik mensen. Ik weet dat uit ervaring. Een voorbeeld is een strijd die ik verloor met een docente op de Hanze Hogeschool in Groningen. Nadat ik als enige van een projectgroep een onvoldoende had gekregen schreef ik een email naar de betreffende docente. Ik probeerde in de email uit te leggen dat ik vond dat mij onrecht was aangedaan (daar kan ik slecht tegen). Maar uit de reactie die ik kreeg van haar kreeg leerde ik dat het niet verstandig was geweest om de email te verzenden. Ze voelde zich aangevallen en wilde het niet via de email bespreken. We maakten een afspraak en natuurlijk trok ik aan het kortste eind. Wat ik toen leerde is dat docenten altijd gelijk krijgen ongeacht wie gelijk heeft. Met dat in mijn achterhoofd en het ‘tegenhouden’ van die persoon koos ik ervoor om niet te gaan schrijven. Ik verkoos het verstandige boven het brandende gevoel in mij.

Dat brengt me gelijk bij een andere frustratie die te maken heeft met de Hogeschool in Leiden. Want als ik niet ‘mag’ schrijven over het ene dan kan wil ik dat wel compenseren met dit andere. Waar ik mij mateloos aan kan irriteren is het gebrek aan fatsoen op de hogeschool. Ik moet, net als veel andere mensen, wel eens naar de toilet. Ik weet dat er mensen zijn die dit zoveel mogelijk proberen te vermijden en ik weet ook dat er mensen zijn die niet eens kunnen plassen op andere plekken dan thuis (wat me overigens ontzettend vervelend en pijnlijk lijkt). Ik ben iemand die eigenlijk op elk toilet wel mijn behoefte kan doen. Zo is het geen uitzondering op de hogeschool. Als ik naar het toilet moet, dan ga ik. Maar wanneer ik dan ga vind ik het verschrikkelijk vervelend om te constateren dat er mannen bestaan, als je ze al zo mag noemen, die geen fatsoen hebben om de toiletbril omhoog te doen. Ik kan me niet voorstellen dat de nood elke keer zo hoog is dat men bij de wastafels al zo druk zijn met hun broek los te maken dat ze door de druk het niet meer halen om de bril omhoog te doen en er daarom maar lukraak overheen plassen. Ik kan me voorstellen dat er mannen zijn die het lastig vinden om te kunnen plassen met toeschouwers, ik heb dat ook wel eens in de kroeg, en daarom niet gebruik maken van de urinoirs. Maar mannen als ik wil zitten op de toiletbril vind ik het wel prettig dat dit in elk toilethokje kan. Ik vind het namelijk vervelend om eerst verschillende toiletten te moeten controleren op verschillende verdiepingen omdat er mannen zijn die het blijkbaar normaal vinden om met de bril naar beneden staand te plassen. Het feit dat andere bezoekers vervolgens met hun urine onder de schoenen door de school heen lopen vergroot alleen maar hun territorium en dat vinden ze vast prettig.

Ik vind dat niet prettig en daarom heb ik een voorstel. Ik heb het expres niet zo moeilijk gemaakt zodat iedereen het kan begrijpen: Laten we de toiletten schoon houden. Stel je hebt een ontembare drang hebt om je territorium af te bakenen zoek dan een goede plek buiten en laat een vriendelijke agent je een bon geven voor wildplassen. Vind je dat duur? Dat mag, dat vind ik ook, maar vind dan ergens dat fatsoen, dat je hopelijk wel hebt meegekregen van je ouders of andere opvoeders, om de toiletbril wil omhoog te doen. Dat scheelt mij een hoop zoeken en de schoonmakers een hoop schoonmaken. En nog iets: Het is een stuk hygiënischer.

Alvast bedankt!

Heb je het al gehoord?

03-12-2011

Het zal jullie niet ontgaan zijn, maar heb je het al gehoord? De decembermaand is begonnen!. Mijn timeline (op twitter) werd overspoeld met berichten dat het december was geworden. Zelfs mijn agenda gaf aan dat het donderdag toch echt december was geworden. Dus mocht het je ontgaan zijn? December is begonnen hoor. Ik heb geen flauw idee waarom het belangrijk is om dit te melden, maar als twitter en verschillende blogs er over schrijven zal het wel een hot-item zijn. Als kuddedier kan ik het mij natuurlijk niet veroorloven om daar ook niet iets over te schrijven. Dus daarom: Mensen het is echt december. Kijk maar in uw agenda.

Wat mooi is aan de december maand hoef ik, denk ik, niemand meer uit te leggen. December schijnt ook de duurste maand van het jaar te zijn. Maar als ik gemakshalve mijn boeken voor dit blok zou wegdenken dan zou deze maand voor mij wel eens de goedkoopste kunnen zijn sinds jaren. Er komt momenteel geen loon binnen en de vaste lasten gaan er met speels gemak van mijn studiefinanciering af. Ik leer dus zuinig aan te doen. Wat ik naast de gedichten van sinterklaas en het familiegevoel rond de kerst het mooiste vind aan deze tijd van het jaar zijn eigenlijk twee dingen. Ze volgen elkaar op en het zijn beide massale gebeurtenissen. Omdat ik als kuddedier niet kan achterblijven vind ik ze ook mooi. Het zijn zowel het Glazen Huis als de Top 2000.

Waar twee jaar geleden het Glazen huis in Groningen stond en ik voor het eerst echt helemaal niet meer wist hoe ik thuis ben gekomen (En nee, ik ben er niet trots op). Daar is dit jaar voor mij de mogelijkheid om het beter te doen, Want dit jaar staat het Glazen Huis met Serious Request in Leiden. Een simpele rekensom maakt Glazen Huis in Leiden + Gertjan die studeert in Leiden = Mooie dingen. Sommige Vrienden, Kennissen en familieleden zijn voornemens om naar Leiden toe te komen om het Glazen Huis te bezichtigen en mogelijk wel de actie steunen. Dat laatste zou natuurlijk een mooie kers op de slagroomtaart zijn.

Het tweede is waar ik eigenlijk sinds een jaar of acht naar luister. De afgelopen jaren zorgt het voor telkens minder door slaap. Het is de Top 2000. Hoewel mijn persoonlijke voorkeur soms afwijkt van de lijst der lijsten en ik afgelopen donderdag met een dubbel gevoel de lijst bekeek ben ik wel van mening dat over het algemeen gezien een mooier nummer een mooi nummer volgt. De magie zit voor mij vooral de herinneringen en emoties die de luisteraars bij hun keuzes schrijven. Daarnaast is het moment tussen Kerst en Oud en Nieuw ook tactisch gekozen. Dat is het moment dat iedereen toch op zijn of haar manier terugblikt op het jaar. Terwijl ik de lijst bekeek dacht ik: ‘welke emoties of herinneringen heb ik eigenlijk bij welke nummers?’ Eerst dacht ik dat het niet zoveel waren en dat het vooral de verdrietige momenten de overhand hadden. Maar dit bleek allerminst mee te vallen. Ik besloot de nummers er eens bij te zoeken (deze staan onder deze blog). Elke nummer representeert een bepaalde tijd of een moment in mijn leven. Het blijven herinneringen, goed of kwaad. Elke keer als ik een van deze nummers luister zal ik terug denken aan die momenten. Hoe onschuldig soms ook (het is weer voorbij die mooie zomer).

Prince – Purple Rain


Guus Meeuwis – Tranen Gelachen


Ike & Tina Turner – Proud Mary


Gerard Cox – T’is weer voorbij die mooie zomer


The Alan Parsons – Old And Wise


De Dijk – Groot Hart


Ramses Shaffy – Zing, Vecht, Huil, Bid, Lach, Werk en Bewonder


Dire Straits – Brothers in Arms


Marco Borsato – Waarom


Elly & Rikkert – Weet je dat de lente komt

PS: Ik zou het leuk vinden als jullie mijn website leuk vinden; dat kan hier!

Bedankt daarvoor

25-11-2011

Gisteren was het thanksgiving. In Amerika reden genoeg om een kalkoen in stukken te snijden en deze te verorberen. De president, schappelijk als hij is, verleent op thanksgivings day gratie aan een kalkoen. Obama deed dit gisteren doormiddel van een rooms gebaar die hij vooraf aankondigde. Ik beeld me het zo in dat deze kalkoen het helaas moest stellen zonder zijn broer, want die lag op dat zelfde moment namelijk al in de oven te garen.

Terwijl ik gisteren mijn wraps maakte las ik via twitter dat het thanksgiving day was. Ik rende toen niet direct naar de plaatselijke slager voor een kalkoen, maar ik bedacht me wel waar ik dankbaar voor mocht zijn. Ook werd ik nieuwsgierig waar anderen dankbaar voor waren.
Ik trok de stoute schoenen aan en besloot het te vragen. Het eerste antwoord dat ik kreeg was: ‘Dat jezus voor mij gestorven is’. Ik denk persoonlijk dat dit antwoord ook gelijk het beste antwoord was op mijn vraag, toch stelde het me niet voldoende gerust. Het antwoord was te makkelijk. Van iemand anders kreeg ik: ‘ik ben dankbaar dat ik zeker weet dat ik niet alleen ben’. terug. Een groot goed om te weten dat je er niet alleen voor staat en dat je er altijd iemand voor je klaar staat.

Ik dacht na over een eigen antwoord. ‘Waar ben ik nu eigenlijk dankbaar voor?’ ‘Waar word ik blij van?’ . In gedachten ging ik voorbij aan alle de, voor mij, vanzelfsprekende antwoorden als: ‘Ik ben dankbaar voor mijn familie, vrienden’ en dergelijke antwoorden. Toen het mij gevraagd werd antwoorde ik daarom ook het volgende: ‘Ik ben er dankbaar voor dat ik kan genieten van een ouder (bejaard) echtpaar die zichtbaar gelukkig samen in op een bankje zitten in het gras aan de rand van het water, samen zonder een woord met elkaar te wisselen de vogels voeren of zelfs gewoon stil gelukkig voor zich uit staren’. Wanneer ik langs een dergelijke stel kom verschijnt er altijd een grote smile op mijn gezicht. Ik geniet van het feit dat zij op hun oude dag nog zo intens kunnen genieten van de meest simpele dingen in het leven zoals het zitten op zo’n houten bankje. Stiekem dagdroom ik ervan en zie ik mijzelf over een hoop jaar zitten met een lieve vrouw naast me. Oud, maar in gedachten toch vitaal genoeg om samen eens stukje te wandelen om vervolgens bij elk bankje te rusten omdat we het eigenlijk toch niet zo goed meer aankunnen. Prachtige lijkt me die overschatting.

Dankbaar ben ik ook voor de mogelijkheid om naar school te kunnen gaan en nu te kunnen studeren. Het is eigenlijk erg vanzelfsprekend dat we de mogelijkheden in Nederland krijgen om te studeren, maar eigenlijk is het een rijkdom waar we best dankbaar voor mogen zijn. Ik ben er in elk geval dankbaar voor. Vanaf mijn achttiende tot mijn vijfentwintigste heb ik een maandelijkse bijdrage van de IBG/DUO gekregen en nu geniet ik nog wekelijks van het OV waarmee ik gratis kan reizen door Nederland. Nu ik geen recht meer heb op studiefinanciering kan ik geld lenen van de DUO die ik straks een keer moet terugbetalen. De studiefinanciering maakt het leven van een student een stuk gemakkelijker, als ik bedenk hoeveel extra ik zou moeten werken om anders het collegegeld en het leven te kunnen betalen. Dan had ik niet eens tijd om te studeren, dan was ik waarschijnlijk niet eens gaan studeren.

Tenslotte ben ik ontzettend dankbaar voor de technologie en de vooruitgang in bijvoorbeeld de medische wereld. Hoe zou de wereld er uitzien als de ontwikkeling van computers, MRI scanners of bestralingsapparaten er niet waren geweest? Was mijn vader dan jaren geleden ook genezen van kanker? Hadden we, bij een eventueel overlijden, dan überhaupt geweten dat de kanker de doodoorzaak was geweest? Zouden onderzoeken naar kanker of naar ALS (Amyotrofische Laterale Sclerose) dan mogelijk zijn? Ik weet het niet.

Bovenal ben ik er dankbaar voor dat ik dankbaar mag zijn om zoveel dingen. Om welke niet-voor-de-hand-liggende dingen ben jij dankbaar?

Waar het echt om gaat

16-11-2011

Afgelopen weekend kwam ik er plotseling achter. Ik weet nog goed dat ik op dat moment, zondagochtend, alleen in bad lag van ons gehuurde huisje. De rest van het gezelschap was nog in dromeland. Niet zo verwonderd als je bedenkt dat we pas tegen een uur of vier in bed lagen. Ja, ik weet het nog goed. Ik lag in bad en ik dacht na over waarom ik nou een weekendje weg moest boeken in het weekend voorafgaand aan de tentamenweek, maar buiten dat dacht ik aan veel mooiere dingen. Ik lag dankbaar te zijn aan al het mooie wat me is gegeven in het leven. Ik bedacht me dat ik blij mocht zijn met het leven omdat ik gezond ben, omdat ik geen zorgen heb en omdat ik, hoewel het een aantal jaar op zich heeft laten wachten, toch een doel gevonden heb voor de aankomende jaren. En terwijl ik zo lag te dobberen in het warme water bedacht ik me ook dat in een jaar veel duidelijk kan worden. Waar ik vorig jaar vraagtekens bij zette en het gevoel had dat ik door de mist van mijn gedachten heen wandelde is het nu kraakhelder.

Vorig jaar november schreef ik een blog over vriendschappen, wanneer vrienden geen vrienden meer zijn, maar kennissen. Na afgelopen weekend heb ik het antwoord geformuleerd. Hoezo normen en waarden en regels omtrent vriendschappen. Hoezo wanneer is iemand een vriend(in) en wanneer niet meer. Ik ben er uit, het heeft meer dan een jaar gekost, en eerlijk is eerlijk, ik ben er niet dagelijks mee bezig geweest, maar ik heb het antwoord. Toen wilde ik iets schrijven, nu wil ik iets vertellen.

Tijdens mijn weekendjes weg de afgelopen zes weken heb ik me iets gerealiseerd en dat kwam afgelopen zondag samen in bad. In de vriendschap gaat het niet om waarden, normen of regels. Je hoeft elkaar niet wekelijks te zien. Het neemt niet weg dat het mooi zou zijn, maar het lukt domweg niet. Afgelopen weekend zag ik een vriendin weer tijdens een weekendje weg die ik tijdens ons vorige weekendje weg het zelfde weekend vorig jaar voor het laatst zag. Het was gelijk weer net als vorig jaar. Er was veel veranderd, ik woonde niet meer in Groningen, zij had geen vriend meer, ik was nog steeds vrijgezel. Maar ondanks vele veranderingen en elkaar niet gesproken te hebben was het weer goed. Het zelfde geldt voor de andere mensen. Ik spreek ze zeer weinig, maar als we de kans hebben en de tijd nemen om elkaar te zien zoals bij een weekendje weg of een dag op de camping is het gelijk weer als vanouds. Het is gelijk goed.

Afgelopen maandag werd mijn gedachten gang van zondagochtend in een andere samenstelling bevestigd. In Rotterdam had ik een eetdate met twee vriendinnen van E&R. We hadden elkaar weer eens gezien tijdens een weekendje weg een paar weken geleden en deden de stoute schoenen aan. Het zijn geen vriendschappen die ik elke week spreek of zie. Maar als ik ze over een half jaar weer zou ontmoeten zou het gelijk weer goed zijn.

Waar het dus echt om gaat is: Vriendschap gaat niet om tijd, afstand, regels, normen of waarden. Nee, vriendschap gaat om tijdloze wederzijdse verbondenheid. Die verbondenheid heb ik in elk geval bij deze mensen gevonden. Ik zie er naar uit ze volgend jaar weer te zien tijdens een weekendje weg. Gelukkig hebben we voor nu de foto’s en video’s nog.

Talenten benutten

31-10-2011

Ik zou kunnen schrijven dat ik al heel lang niets van me heb laten horen. dat zeven oktober bijna een maand geleden is en dat ik daarom nu mij verplicht voel om woorden in zinnen te schrijven, maar dat voel ik niet zo.
Ik zou kunnen schrijven hoe het is in Leiden en dat ik hier het perfecte leven heb, dat alles mij komt aanwaaien en dat ik de populairste jongen ben van het huis, dat de badkamer, wc en keuken super schoon zijn, maar dan zou ik liegen.
Ik zou kunnen schrijven dat ik mij ontzettend inzet voor mijn studie en dat alle mogelijke en frustraties problemen zijn opgelost, dat twee verliefde dames, drie dames blijken te zijn, maar helaas is de productiviteit qua collegewerk en voorbereidingen ver te zoeken, zijn de dames stiekem niet verliefd en voert SOG hoogtij.

Nee, dat schrijf ik niet. Vandaag vraag ik jouw speciale aandacht voor iets waar ik de laatste tijd bij stil sta. Nee, dit wordt geen verhaal over of Mauro wel of niet moet blijven, of Bleker er wel of niet goed heeft aangedaan om Mauro uit te nodigen voor de wedstrijd tussen Twente en PSV. Nee, dit wordt een verhaal over mijn kwaliteiten die liggen bij weekendjes weg. Daar mag ik graag over pochen.

Het gevoel besloop mij op de vooravond van het eerste weekendje dat ik dit jaar heb gehad. Op dertien oktober besefte ik mij dat ik de zes daaropvolgende weken drie weekendjes weg zou gaan. Inmiddels ben ik terug van mijn tweede weekendje en over elf dagen mag ik alweer een weekendje weg. Ik moet zeggen dat ik daar wel weer naar uit zie. Omdat ik goed ben in weekendjes weg vind ik die weekendjes heel relaxed. Ik zal uitleggen waarom. Wanneer ik een weekendje weg ga is dat vaak in de vorm van een Reünie. Het is dan weer een gezellig weerzien waarin gezamenlijke belevenissen worden opgehaald en de grappen en grollen van die momenten weer uit de sloot worden gevist waarin die oude koeien ook staan. Naast reünie vormen heb ik eens per twee jaar ween weekendje weg met mijn ouders, broers en zussen + aanhang en kinderen. Dit familieweekend was de eerste in de serie van drie en ontzettend gezellig.

Met E&R waarover ik hier en hier schreef ben ik afgelopen weekend weg geweest. We gingen naar Egmond aan Zee. Als ik het mij goed weet te herinneren was ik, tijdens onze draaiweek, één van de personen die het voorstel deed om een reünie te organiseren. Afgelopen weekend (tijdens onze reünie) heb ik ook voorgesteld om volgend jaar sowieso een reünieweekend te houden van het weekend. Gewoon omdat het echt heul heul heul gezellig was!

Het weekend van Sint Maarten (11 nov. is de dag) ga ik met mijn Bergzichtvrienden een weekendje logeren bij Landal, vlakbij Emmen. Afgelopen zomer zijn we elkaar weer tegengekomen op camping Bergzicht. Hoewel het maar een nacht en een dag was vonden we dat reden genoeg om daarvan een reünie te organiseren. Een weekendje weg om te relaxen en te ontsnappen aan de sleur van het leven.
De sleur van het leven. Wel een typisch fenomeen. De sleur van het leven, zo noemen ze dat in de volksmond. ‘Eventjes lekker weg om de sleur te ontvluchten.’ Maar laten we eerlijk tegen elkaar zijn; Is er in het leven van een student enige vorm van sleur te ontdekken? Wat vind jij?

Elke dag op een ander ongezond tijdstip op bed. Cocktailavonden wanneer het eigenlijk niet kan. Een fles whisky kopen om half negen ’s avonds en nog de zelfde avond met huisgenoten leegdrinken terwijl je de volgende ochtend weer om half negen op college moet zijn. Dan heb ik het nog niet gehad over nachtelijke Skypesessies, de studentenfeestjes, verjaardagen en nachtelijke sessies vol lastminute huiswerk. Is dat een sleur?

Aan de andere kant ga ik doorgaans, tijdens weekendjes weg, ook een stuk later op bed en slaap ik een minder goed dan dat ik dat doe in mijn eigen bed. Ik weet niet welke weldoener heeft bedacht dat je tijdens een weekendje weg uit de sleur van het leven komt, maar ik denk, en ik denk dat ik voor veel studenten spreek, dat wij studenten na een weekendje weg wel weer toe zijn aan enige vorm van sleur. Tenminste ik had dat gisteren wel toen ik thuis kwam van het weekendje in Egmond aan Zee. Gisteren had ik, bij thuiskomst, een ontembare behoefte aan iemand die mij mijn bed in sleurde en mij onderstopte en een verhaaltje voorlas. Ik was helemaal gesloopt van het weekendje weg.

Elf november dus een, voorlopig laatste, weekend weg. Een ding is mij in de afgelopen weken in elk geval duidelijk geworden. Ik ben ervaringsdeskundige en ben daar goed in. Ik zal daarom niet verbaast zijn als ik mij, tijdens het komende weekend, weer verschrikkelijk uitstekend ga vermaken. Want in het verleden behaalde resultaten bieden in deze zeker garantie voor de toekomst.

Update: Hieronder een aantal foto’s van de weekendjes weg in willekeurige volgorde:

Meer foto’s op Facebook

Het glazen muiltje

04-10-2011

Vandaag ben ik jarig. Hiep Hiep? Vandaag mocht ik pas 26 worden. Helaas veranderde er niets om 00:00 of 00:01. Ik had gehoopt op een glazen muiltje, maar daarover straks. Het gedeelte van een verjaardag waar vrienden & familie worden uitgenodigd is vanwege mijn tijdelijke verblijven in Leiden uitgesteld. Toch heb ik vandaag een ‘cadeau’ gekregen. Mijn nieuwe lay-out is af en online. Dat vind ik op wereld dierendag wel verjaardagscadeauwaardig. Het koste wat moeite, ik werd zelfs een aantal keren chagrijnig, maar ik ben nu trots want het resultaat mag er zijn. Op 14 januari 2010 schreef ik het stuk ‘Vel over probleem’ waarmee ik ook mijn vorige lay-out online zette. Dit is totaal iets nieuws, vanaf de grond opgebouwd. Helemaal zelf gedaan. En dat vind ik best tof. (Gertjan zelf doen!)

Gisteren hoopte ik op een glazen muiltje, maar zelfs die was er niet… 26 zijn is opzichzelfstaand niet zo’n groot probleem. Tenminste als je gesetteld bent. Ik hoopte op een glazen muiltje. Met een glazen muiltje zou ik op zoek gaan naar mijn prinses die het muiltje paste. Ik zou hard op zoek gaan, want ik hoor mijn moeder nog zeggen: “Het word wel weer eens een keer tijd hé” ik heb geen probleem met mijn vrijgezellen bestaan, in tegendeel. Na drie jaren vrijgezel zijn ben ik het nog niet zat. Dat settelen komt vanzelf. Maar als het aan mijn ouders ligt? Dit weekend werd nog geopperd dat ze wel weer zin hadden in een ‘feestje’. Maar wat is er gisteren wel gebeurd?

Gisteren zou ik ontgroend worden door Nicole en Wieke. Maar voordat het zover was had ik al een dagvullend programma. Eerst had ik, voor het project van de minor die ik volg, een interview in Den Haag. Met Nicole had ik afgesproken om daarna een stukje te varen met hun sloep. Dat leek mij wel wat, en zij vond dat geen enkel probleem. Ze stelde het zelfs zelf voor. Na het eten zouden we dan naar ‘Leidens ontzet’ gaan voor de ontgroening voor.

Tot gisteren was ik nog nooit naar een ander ontzet geweest dan die van Groningen dus daar moest volgens Nicole en Wieke verandering in gebracht worden. Wieke moest helaas vanwege gezondheidsredenen afhaken maar met Nicole had ik tot dat moment de dag prima doorgemaakt, dat zou niet anders worden bij het ontzet.

Nadat we onze mede interviewers hadden afgezet bij de Leidse Hogeschool reden we naar haar woning waar de sloep achter lag te dobberen in het water. Met Corona’s in de hand vertrokken we over het water richting Haarlem. Voor Nicole niet zo speciaal, want bij goed weer vaart zij elke dag, maar voor mij was het de eerste keer in zo’n sloep en daarom puur genieten (en dat was te zien). Ik lag in een korte broek en shirt, languit met een Corona in de hand. Ik genoot van alles om mij heen, de mensen die naar ons keken, de bomen, het water, de bruggen, het lekkere koude biertje. De rolverdeling was goed en wellicht beter voor de veiligheid van de sloep. Nicole vaarde en ik genoot met volle teugen. Niet alleen van de Corona, maar vooral ook van alles wat om me heen bewoog, ik genoot onbetaalbaar en onbeschrijfelijk. Een uurtje varen betekende onthaasten, gedachten legen. Vooral het geluid en de massageachtige trillingen van de motor die het water verplaatst was uberrelax. Ik had het de hele dag gekund, maar het eten wachtte dus we moesten terug.

Na een maaltijd was het tijd geworden om naar Leiden terug te gaan. Dit keer met de trein. In een trein, die het contrast tussen west (de sloep) en oost (de trein) Duitsland (voor de val van de muur) zichtbaar maakte, reisden we naar Leiden toe.

De avond was gezellig. We hebben ons rot gelachen om bijna alle mensen om ons heen. Ingrediënten voor deze avond waren dat het eigenlijk nergens te druk was, er een slechte DJ draaide die het ene genre na het andere genre draaide, een band die ook al deze genres probeerde te beroeren, maar daar niet echt uit kwam en een mannelijke lead singer die, net als Lange Frans,  het bij rappen moet houden. Je zou kunnen denken, maar dat is toch helemaal niet leuk? Maar juist deze dingen en de vrouw die achter ons hartstochtelijk en bewogen stond te bewegen op muziek (dansen kunnen we het helaas niet noemen), maakten de sfeer die bij Leidens ontzet horen. Natuurlijk hadden de goudgele, gretig getapte Heineken ook hun deel in de sfeer en de gezelligheid. Nadat ik Nicole had afgezet op het station (dat had ik immers haar moeder beloofd) ging ik nog naar een Nederlandse coverband. Zij vertolkten onder anderen nummers van Andre Hazes. Aan de bar stond ik te genieten van hoe goed zij wél waren. Rond kwart voor twaalf baande ik me een weg naar huis om via verschillende loempiatentjes thuis aan te komen. Zelfs zonder de afloop met een glazen muiltje was het een mooie avond!

 

Uitwaaien, zoals dat heet

22-09-2011

Een niet te onderschatten waarde van een laptop, dan wel Macbook (pro) (voor de appleaddicts) is het feit dat je hem overal mee naartoe kunt nemen. Je stopt hem in je tas en wanneer je denkt hem nodig te hebben klap je hem open en hij is klaar voor gebruik. Zonder stroom heb ik zo dagelijks vier uur plezier van mijn laptop. Ja, ik vind het een fantastische uitvinding. Daarvoor een miniapplaus voor de uitvinder. Bedankt, vriend!

Dankzij deze epische uitvinding bevind ik mij nu, met mijn laptop op schoot, op een idyllische plek. Ik zal mijn omgeving proberen te schetsen. Momenteel zit in vlakbij de boulevard van Katwijk. De zon schijnt nu op het zuidwesten ten opzichte van mijn gekozen plaats, de wind waait vanaf de Noordzee die ik boven het scherm van mijn laptop zie. Hier zit ik dan, blootvoets. Het zand van het strand kietelt nog tussen mijn tenen. Ik heb net een strandwandeling gemaakt van Noordwijk naar Katwijk. Het water van de Noordzee heeft ervoor gezorgd dat mijn broekspijpen tot boven mijn enkels nat zijn. Hier zit ik dan, te genieten van de zon, de wind, de Noordzee en van de willekeurige voorbijganger die, naar het lijkt, net zo lijkt te genieten van dit moment als ik .

Het is voor mij al een tijd geleden dat ik aan de zee ben geweest. Als klein kind gingen we met school of met het gezin wel eens naar Ameland en Schiermonnikoog, op het voortgezet onderwijs ging ik met de boot naar Borkum. In mijn eerste serieuze relatie ging ik wel eens naar de Eemshaven en een weekend naar de Schoorlse duinen. Maar is al jaren geleden. Toen ik naar Leiden verhuisde om de minor verslavingskunde te doen besloot ik om binnen een maand naar de zee te gaan, uitwaaien zoals dat heet. Maar hoewel ik mij nooit aan zulke loze beloftes aan mijzelf houd bevind ik me nu hier op deze plek. En weet je? Het voelt en het ruikt zelfs lekker!

Hier zit ik dan, getooid met koptelefoon. Luisterend naar Dire Straits en de zee die tegen het strand aanspoelt besef ik nog maar eens hoe mooi het leven kan zijn. Mijn voetstappen in het zand achtervolgden de voetstappen van mannen en vrouwen die hier eerder hebben gelopen. In de verte was Katwijk, niet als doel, maar als middel om het doel; genieten van de schepping en de gedachten op een rij te zetten, ordenen in de herinneringenladenkast van mijn gedachten. Ordenen zoals ik dat in Groningen gewend was om onder de douche te doen.

Momenteel zijn er weinig zorgen die mijn gedachten in de greep houden. Ok, eerlijk is eerlijk, ik moet zorgen dat ik een baan krijg. Maar daar maak ik me nog niet echt zorgen om. Nee ik geniet, familie, vrienden, kennissen. Balkon feestje hier, verjaardagsfeestje daar, hier en daar een barbecue, pyjamafeestje in mijn eigen kamer, geweldige bruiloftsfeesten, een dankweekend. In het vooruitzicht de komende weken / twee maanden, drie keer een weekendje weg, verjaardagsfeesten (waaronder die van mij), cocktailparty, mogelijk nog een weekendje weg met het huis, goede gesprekken en telkens groeiende vriendschappen.

In Leiden, waar ik me meer en meer thuis ga voelen, heb ik leuke huisgenoten, geen verplichtingen, leuke feesten in het vooruitzicht. Een leuke klas met gezellige klasgenoten die me, zo nu en dan, zeggen flauw te vinden. Vlakbij zee en in het vooruitzicht om binnenkort mee te mogen naar een NSL soos. Waar ik mogelijk nog nieuwe mensen leer kennen om actief en ondernemend wat meer sociale contacten op te bouwen. Maar ook daar heb ik geen zorgen over. Wonen in Leiden is tijdelijk, een leerweg, een uitdaging, een eind weg van Groningen, maar wel een verschrikkelijke mooie plaats waar ik nog dagelijks van geniet.

Mijn broek is inmiddels weer helemaal droog, het uitwaaien is gelukt, de zon verdwijnt zo nu en dan achter de wolken, het zand dat zich in mijn schoenen heeft genesteld mag mee terug naar Leiden. Ik denk dat dit het teken is dat ik op zoek mag naar de boulevard om een uitsmijter te scoren, dat heb ik wel verdiend. Het liefst met zand van de Noordzee. Dan kan ik nog eens terug denken aan de middagen bij de plas vlakbij nooitgedacht. Met ons gezin en dat van mijn oom en tante  recreëerden we daar in en rond het, waarschijnlijk volgepiste, water. Wanneer we trek kregen, dan mochten we een broodje met ei. Een broodje ei waar standaard zand tussen zat. Maar dat maakte niet uit, want we genoten met volle teugen, net zoals ik vandaag geniet.

 

  

Heeft iemand je wel eens verteld

08-09-2011

De onderstaande tekst vond ik op de deur van het toilet van ons huis in Leiden:
Uit: Schrijvend tot jezelf komen, Saskia de Bruin

Heeft iemand je wel eens verteld dat je helemaal goed genoeg bent?
Dat je mooi genoeg, lief genoeg, wijs genoeg, sterk en slim genoeg leeft?
Heeft iemand gezien hoe je je best doet te roeien met de riemen die je hebt,
om om te gaan met alles dat het leven je biedt
en dat je met alles dat je nu weet en kunt het best mogelijke doet?
Heeft iemand je al eens gezegd dat je wel even pauze mag nemen;
even rusten, even voldaan zijn omdat je voldoende doet om te voldoen?
Fluistert iemand je steun en bemoediging toe zoals: Goed zo, Toe maar,
Moet je doen, Je mag nee zeggen, Kom op, je kan het, Volhouden,
Je moet niks, Laat maar los. ’t is goed, je durft het wel,
wat je ook doet, ik sta achter je

Strijkt er iemand heel zacht langs je wangen als je slaapt
en blijft diegene een tijdje glimlachend van bewondering
en trots bij je bed naar je kijken?
Zingt iemand slaapliedjes wanneer je niet kunt slapen
en kust iemand je wakker als je akelig droomt?
Is er iemand blij als je thuiskomt,
en die je succes wenst als je weg gaat?
Is er iemand die het gefluister van je dromen hoort
en je aanmoedigt ze achterna te gaan
en je bemoedigt wanneer je onderweg obstakels tegen komt?
Is er iemand om je geluk mee te vieren, onbedaarlijk mee te lachen
en ook het zwartste zwart van je depressie mee tegemoet te treden?

Zegt iemand dat ieder gevoel dat je ervaart er mag zijn en dat alles
ook weer voorbij gaat; dat ’t na iedere winter ook weer lente wordt?
Houdt er iemand van elke centimeter van je lijf; van ieder vetrolletje
en ieder mager plekje, van alles dat heel en stuk en gezond en ziek is?
Is er iemand die vindt dat je mag luieren, soezen, hangen, lanterfanten,
lummelen, rotzooien, flierefluiten en rommelen zonder dat ‘het iets moet worden’?
Is er iemand die je toejuicht en zegt dat je vals mag zingen,
Gekker dan gek mag dansen;  Rare kleren mag dragen;
glitters op mag als het jou uitkomt;  Je eigen stijl en smaak mag volgen;
Niet mee hoeft in het gareel;  Mag gillen en keihard mag lachen;
Af en toe mag spijbelen;  Bonbons mag smikkelen;
Luidruchtig, kleurrijk en ongewoon mag zijn?

Is er iemand die zeker weet dat jouw intuïtie altijd het beste met je voorheeft
en dat dit het kompas is waar je wel op vaart?
Is er iemand die blij is dat je bestaat en je nooit zou willen missen
omdat er niemand is zoals jij?
Weet iemand dat je altijd het beste doet dat je (op dat moment) kunt
en is er iemand die dat goed genoeg vindt, ook al kan het morgen misschien beter?
Is er iemand bij wie je tegelijk thuis bent en op avontuur, iemand
op wie je kunt bouwen zonder gevangen te zijn?

Is er iemand die teder fluistert dat je net zo perfect bent als een musje,
een sneeuwvlok, een regendruppel in de lente, een kusje van een kind?
Is er iemand die echt van je houdt?
Ik wens nu dat jij zelf diegene bent.
Ik wens je de ontdekking:
Je was het zelf op wie je wachtte.

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder

24-08-2011

De afgelopen dagen zit ik te woorden te bedenken die ik kunnen beschrijven hoe ik het E&R project heb beleefd. Woorden zijn er wel, ze zijn er echt wel, ik weet het, ze zitten in me hoofd. Nee, ze zitten niet verstopt, ze passeren de ‘revue’ regelmatig maar een stel woorden bij elkaar maakt nog geen zin. Zinnen die er toe doen ontbreken momenteel.
Als die ontbreken hoe kan ik dan beschrijven dat mijn ‘miniapplaus’, ‘comfortzone’ en een ander ‘vind ik leuk’ tot cult of kunst zijn verheven en dat woorden als gretig, bronzig en wulps erg vaak vielen? Zodat jij bij het lezen dan hetzelfde gevoel ervaart als ik nu, terwijl ik dit schrijf?

Hoe dan ook, ons doel: evangelisatie en recreatie (E&R) verloren we door het ouwehoeren niet uit ons oog.

De vorige keer schreef ik dat een goed begin het halve werk was. Ik had bijna alles vergeten en ik weigerde mijn rol als Tinkerbell. Het was mijn voorbereiding op het ‘echte werk’. Als team leerde we elkaar goed kennen, ik merkte dat vooroordelen, die ik automatisch toch heb, weg vielen en dat ik leerde omgaan met mensen die ook buiten mijn comfortzone (laten we het woord maar blijven gebruiken) lagen. Andere persoonlijkheden maakte niet dat we ons irriteerden. In tegendeel we respecteerden (in je gedrag rekening houden met..) elkaar.
Ik leerde gauw de mensen kennen waar ik het meeste mee had, potentiele nieuwe vrienden. Samen brachten we tijdens het eten, of dit nu ontbijt, middageten of avondeten was luchtigheid en humor. Eigenlijk deed vrijwel iedereen mee. Het meest prettige aan deze momenten vond ik wel dat ik mijzelf kon zijn (toch wel belangrijk), mijn humor paste goed en werkte goed. Als kletsmajoor op de verkeerde momenten wist ik mij ook te onderscheiden. Ik denk bijvoorbeeld dat Annalien nooit meer met mij in de buurt een banaan durft op te eten.

Dagelijks had ik mijn ‘rustmoment’. Als ware het een ritueel hanteerde ik dagelijks, na het ontbijt, de stofzuiger. Ik had mijn: ‘I want to break free’ momentje. Iedereen had er wel vrede mee en ik vond het heerlijk om even wakker te worden met muziek waarvan ik stilletjes kan genieten en muziek waarmee ik hard kon meezingen. In de driekwartier dat mijn momentje duurde kon ik mijn gedachten ordenen en kon ik mij opladen om de hele dag weer opgeslokt te worden door al het leuke, spontane om me heen. De kleine kinderen die je naam na een dag uit hun hoofd wisten, de jongeren waarmee ik ’s avonds de talk had of de moeders aan de koffietafel. Iedereen had zijn eigen charme, maar energie koste het wel. Na de eerste dagen wist ik mijn energie beter te verdelen en nam ik tussendoor iets meer rust en wanneer er gewerkt moest worden stond ik er.

Vooraf vond ik mijzelf niet een ‘evangelist’ (wanneer ben je eigenlijk een evangelist?), dat is, na een week E&R, niet veranderd. Ik herinner me een gesprek dat ik met mijn ouders had voordat ik op voorbereidingsweekend ging. Mijn vader noemde dat ik het wel zou kunnen, zo’n E&R project, maar dat het niets voor mij zou zijn. Ik ben er nog niet uit of ik het kan beamen. Mijn E&R week is goed geweest, leerzaam en erg leuk. Ik zou het zo nog een keer doen. Alleen zit er wel een onverbiddelijke ‘maar’ aan vast. Ik zou het direct weer doen om de sfeer in het team, de gezelligheid, de nieuwe mensen die ik heb mogen leren kennen de campinggasten. Alleen was de doelgroep zoals deze op papier stond in werkelijkheid anders. De jongeren die kwamen waren tussen de twaalf en maximaal vijftien jaar. Ik denk dat jongeren tussen de veertien a vijftien en achttien mij meer aanspreken. Omdat ik daar beter en meer mee in gesprek zou kunnen gaan.

Dit betekend niet dat we niets bereikt hebben en dat ik geen persoonlijk succes voel. Hoewel ik niet bewust op zoek ben geweest naar een succesverhaal, heb ik wel het gevoel dat het succesvol was. Het succes? Ik durfde, ik was actief en ondernemend.

Ik zou met gemak nog veel meer kunnen vertellen, gevoelsmatig zou ik nog vijf kantjes vol kunnen schrijven met voorbeelden, over wat er gebeurde aan de koffietafel waardoor ik mij ongemakkelijk voelde, over het gemak waarmee we sommige teamleden op de kast kregen, over de urkers die de camping overspoelden, over hun dialect/taal en mijn moeite om hen soms te verstaan, over het gevoel dat we nog een reünie moeten organiseren en over het vlees dat over was van de barbecue dat gelijk door mijn moeder en zus werd verpakt om in de diepvries te doen voor het dankweekend. Maar dat doe ik niet.

Een ding wil ik nog wel kwijt. Het is iets wat we allemaal wel weten. Het bestaat en het gebeurd ook in Nederland. We weten dat het gebeurd maar we zien het niet.
De afgelopen week ben ik er opnieuw bij stilgezet dat achter gesloten deuren er kinderen zijn die bijna dagelijks de dupe zijn van de ruzies die ouders hebben, bij bijvoorbeeld een scheiding. Donderdagavond werden Tanja en ik daarbij stilgezet en tot op de dag van vandaag denk ik nog dagelijks aan de personen die hun verhaal durfden te vertellen. De gebedspunten die ze naar aanleiding van onze talk avond opschreven waren soms hartverscheurend. Vanaf deze plaats wil ik daarom ook vragen, mocht je wel eens bidden, denk dan eens aan de kinderen van gescheiden ouders en de moeite die zij daarmee hebben en daarvan ondervinden.

Buiten mijn comfortzone

12-08-2011

Het is vrijdagavond en ik zit momenteel in de trein, op zich niet bijzonder als je bedenkt dat ik geen auto of rijbewijs heb. Maar omdat treinreizen en schrijven samen mij goed afgaan, schrijf ik een nieuwe blog. Het schrijven tijdens het reizen heb ik geleerd tijdens de les: ‘multitasken voor beginners’ (les twee). Twee weken geleden was ik nog onderweg camping Bergzicht. Vandaag ben ik onderweg naar Zwolle met als eindbestemming Vollenhove. Vanwege de duur van de reis is besloten om een overnachting te plannen in Zwolle. Ik ben nu onderweg naar het tussenstation op basis van halfpension, het adres van Jolte.

Wat is het geval? Ik gade komende week mee doen met het ‘evangelisatie en recreatie’ project (in het kort: E&R) in Vollenhove. Voor zover ik begrepen heb betekend dat ik de komende week op trek met jongeren van camping ’t Akkertien. Tijdens ons verblijf hopen we te kunnen spreken over van alles en geloven. Sommige jongeren zullen wel geloven anderen doen dat (nog) niet.

In de komende week hebben we vier keer een Talk avond. Tijdens uren hebben we het met jongeren over specifieke onderwerpen die we, als het even kan, linken met de bijbel. Onderwerpen daarvoor hebben we uitgekozen en voorbereid. Gespreksonderwerpen die we gaan bespreken zijn: Hoe weet je waarom iets wel of niet waar is. Wanneer geloof je dat? ‘Alcohol, drugs en uitgaan’ en ‘talenten en gaven’. Ik heb werkelijk nog geen flauw idee hoe dat gaat, hoe ik dat ervaar of wat ik er van moet verwachten. Tot vanmiddag twee uur had ik eigenlijk ook nog niet zoveel zin. Dat komt omdat ik het lastig vind om uit mijn comfortzone te stappen

Over de toerustingsweekend, voorafgaand en als voorbereiding op deze week, heb ik twee blogs geschreven over mijn gedachten en ervaringen. Kort samengevat heb ik het als geweldig ervaren. Maar tot de dag van vandaag ben ik er niet zeker van of ik een geschikt persoon ben om te evangeliseren. Afgelopen week werd mij ingefluisterd dat dit wel eens een drempelervaring zou kunnen worden. Ik weet dat het een drempelervaring zal worden. Een stap in het diepe, nieuwe dingen ervaren ook wanneer je de precieze kaders nog niet weet of kent. Buiten mijn comfortzone, zeg maar. Dit is stap 1. Stap 2 begint wanneer ik Leiden ga studeren. Hoewel ik het best spannend vind en ik met veel vragen in mijn hoofd rond heb gelopen de afgelopen week ben ik overwegend rustig en denk ik dat het wel los zal lopen.

Ik weet namelijk zeker van mijzelf dat ik goed contact kan maken en vrij makkelijk mijn gevoelens en gedachten kan verwoorden evenals andere mensen om mij heen te trigeren om mee te doen in het gesprek. Daarnaast weet ik dat hulp van boven mag verwachten bij mijn ‘missie’ deze week.

Wanneer internet, tijd en de planning het toelaten zal ik proberen de komende week telkens korte berichten over mijn ervaringen te beschrijven. Door het schrijven kan ik mijn ei kwijt, het geeft me rust in mijn hoofd. Het zou mooi zijn als jij de tijd om het te lezen.

Spannend is het zeker, maar ik ga het allemaal meemaken.

Op vakantie thuiskomen

29-07-2011

  • Ik ga op vakantie en neem mee een regenpak.
  • Ik ga op vakantie en neem mee een regenpak en laarzen.
  • Ik ga op vakantie en neem mee een regenpak, laarzen en een opblaaskano.
  • Ik ga op vakantie en neem mee een regenpak, laarzen, een opblaaskano en een winterjas.
  • Ik ga op vakantie en neem mee een regenpak, laarzen, een opblaaskano, een winterjas en hoosbekkertjes.
  • Ik ga op vakantie en neem mee een regenpak, laarzen, een opblaaskano, een winterjas, hoosbekkertjes en een schep om een geul om de tent te graven.
  • Ik ga op vakantie en neem mee een regenpak, laarzen, een opblaaskano, een winterjas, hoosbekkertjes, een schep en tijgerbalsem om het niet koud te krijgen..

Het mag duidelijk zijn dat ik in Nederland op ‘vakantie ga’. Voor veel mensen is ‘vakantie hebben’ of beter ‘op vakantie gaan’ een reden om een plek in de wereld op te zoeken waar zij nog niet geweest zijn en als de portemonnee het aan kan het liefst buiten Nederland. Een onbekende plek, nieuwe mensen ontmoeten, veel zon, veel cultuur en veel zand en water.
Hoe anders is dat voor mij? Op vakantie gaan is voor mij opnieuw thuis komen. Ik zal, net als voorgaande andere jaren, memoreren aan mijn vakantie naar Camping Bergzicht. Als je mij echt zou kennen zou je weten dat ik sinds mijn twaalfde of dertiende minimaal één week op camping Bergzicht ben. In mijn vijventwintig levensjaren heb ik nog nooit gevlogen, en ben ik nooit op een zonvakantie geweest, tenminste als je de zon in Nederland niet meetelt.

Op dit moment ben ik onderweg naar deze camping, internet in de trein i love it! Tot gisteravond laat zag ik er nog niet zo naar uit, maar toen Roos en Niels weg gingen en ik alleen achterbleef, bekroop dat bekende gevoel me weer. Het verlangen naar de camping, de caravan, de voortent, een stoel onder de luifel, het luisteren naar de regen op het tentdoek. Camping Bergzicht is en blijft voor mij magisch. Het zou me niet verbazen dat ik over een paar jaar nog op de camping kom.

Realistisch is het misschien niet maar dromen mag. Ik wordt ouder, de mensen waar ik mee om ga worden, gek genoeg, ook ouder. Sommigen hebben kinderen, andere trouwplannen. Zeg maar, onderdelen van het leven waarbij ik ten opzichte van de gemiddelde Bergzichtganger afhaak. Als ik vrijuit mijn vooroordelen mocht uitspreken zou ik zeggen dat het van een gemiddelde-rokken-dragende-bergzicht-ganger wordt verwacht dat je rond je 22ste toch al wel getrouwd bent en het liefst al in verwachting bent van je eerste kind. Met deze gedachte in mijn achterhoofd ben ik benieuwd welke hoeveelheid zwangere vrouwen ik dit jaar zal aantreffen.

Een ding weet ik zeker. Ongeacht de hoeveelheid regen, ongeacht de extreemdunne matjes waar ik mijzelf in slaap moet zingen, ongeacht de hoeveelheid kleine kinderen op het veldje van mijn ouders. Ik ga me weer vermaken!
Het weerzien van oude bekenden, de gezelligheid met mijn ouders, de kantine, zijn mexicano’s, zijn barpersoneel, een afwasdate, mountenbiken, saucijzenbroodjes en meer van dat soort momenten maken het voor mij dat ik straks weer thuis mag komen op de camping.

Dat alles maakt dat ik er inmiddels ontzettend zin in heb!

Actief en ondernemend; dat is het idee

16-07-2011

Twee simpele woorden, onschuldig uitgesproken, tot kunst verheven en op een voetstuk geplaatst. Twee simpele woorden, met onschuldige betekenis, tot doel geworden. Iets om voor te vechten, iets om voor te leven? Tot doel tot middel, middel voor nieuwe vriendschappen..

Afgelopen donderdag kwam Niels Norg langs, hij was in Assen geweest en was vanaf het station in Groningen onderweg naar huis. Omdat het al gauw twintig minuten fietsen is was een stop bij mij een goed idee en zo kwam hij langs voor een laatste borrel. Wat je moet weten over Niels en mij is dat we goed zijn in dingen te bespreken. Dat doen we ook graag. Het duurde niet lang voordat we inderdaad dingen bespraken. Onderwerpen in het gesprek switchten sneller dan de mecaniciens banden verwisselen in de Formule 1. Wat je ook moet weten van Niels is dat hij moeite heeft om ergens zijn aandacht bij te houden. Je zou kunnen zeggen dat Niels gauw afgeleid is, AHDH heeft of druk is. Maar nee, Niels niet. Niels is actief. Het idee was dat Niels gisteren zou komen eten. Terwijl ik werkte ging hij eerst zeilen met vrienden. We spraken af om contact te houden over het eventuele eetdaten.

Vrijdag werd ik verrast door het bericht dat Niels niet alleen zou komen. Hij zou ook twee dames meenemen. Dames, waarvan ik de ene eerder op spontane wijze had ontmoet en de andere die ik nog niet kende, Spanning, spannend en adrenaline gierden door mijn lijf. Net toen ik de gigantische berg afwas had weggewerkt en het huis netjes had gemaakt, kwamen de dames binnen. Ik mocht koken en even later zaten we aan de bami met satésaus.

De rosé ontbrak niet en zorgde voor nog meer kleur in mijn ‘woonkamer’. De gezelligheid werd gevierd met een lekker toetje en een nieuw glas wijn. Omdat Niels en ik graag dingen bespreken, werd de dag besproken en werden hele bescheiden vragen gesteld als: Wat voor opleiding doe je? ben je vrijgezel? en waar heb je stage gelopen?. Hoe we precies van deze vragen naar het vraagstuk kwamen, wat voor dier ik was is me niet geheel meer duidelijk, maar mijn gasten waren er op een gegeven moment unaniem over eens. Ik was een olifant of een hagedis geweest. Ik had altijd al gedacht dat ik op een olifant leek, maar nu is het helemaal duidelijk. Ik ben een kuddedier, ik kan niet zonder mensen om mij heen en ben een zorgzaam typ. Wat daarna direct gelinkt werd met het feit waarom ik eigenlijk al zo lang vrijgezel was.

Het gegeven dat ik vrijgezel was en als dier een olifant zou zijn Maakte eigenlijk gelijk dat Rosanne en Niels mij wel een goede match vonden voor Anna, ook vrijgezel. Soms is het leven toch heerlijk simpel. Zo zat ik ineens naast mijn aanstaande, de trouwerij mocht alleen doorgaan als ook Niels en Rosanne ook uitgenodigd waren. Anna wilde haar echter niet zo makkelijk geven. Nee, mannen zijn jagers en ze moeten hun best doen om haar te behagen, ze moesten haar beetje bij beetje winnen. De mannen moesten actief en ondernemend zijn.

Actief en ondernemend zijn, die woorden bleven dankzij vele twitterberichten en een ontbijtdate zaterdagmorgen hangen. Ze werden uit het verband getrokken en ze leken ineens wel een doel. Wanneer ik ondernemend en actief zou zijn of worden zou ik misschien haar beetje bij beetje kunnen winnen. Het was toch immers zo simpel? als Niels en Rosanne voor zijn, wie zijn dan tegen?

In alle bescheidenheid probeerde ik het in een impulsieve bui. Ik nodigde mevrouw uit, ik nodigde haar pro-actief uit en liet haar zien dat ik ondernemend kon zijn. De film ‘Amelie’ en bord op schoot met een eigen gekookte maaltijd. Zonder bijbedoelingen, vriendschappelijk. Zij kende de film niet en ik had hem. Ik zag vraag en aanbod samen komen. Zij uiteindelijk niet, want..

Een dag later ‘wees ze me af’, per sms

Daarom heb ik een vraag. Wanneer ben je (pro-)actief? En wanneer ben je ondernemend? Welke initiatieven moet een man nemen? Op welke manier moet een man de temperatuur van een vrouw langzaam omhoog draaien en haar zo voor hem te winnen? Hoe onderscheidt een jager zich het beste?

Het kon minder

29-06-2011

  • Mijn 9 op mijn stage;
  • Mijn 8,5 op mijn onderzoek;
  • Mijn 8,5 op supervisie;
  • Mijn vrienden van Amstel live;
  • Mijn helden van Amstel live;
  • Het aantal bezoekers op mijn vorige blog;
  • Het kampvuur op de TT camping;
  • De drukte in Assen tijdens de TTNacht;
  • De hoeveelheid verorberde Loempia’s tijdens TT;
  • De hoeveelheden gedronken biertjes tijdens TT;
  • Mijn nachtrust tijdens TT;
  • De dronken ‘voetballers’ die om 13uur aan de bar stonden tijdens mijn bardienst op de camping;
  • Mijn stage;
  • Mijn nieuwe Iphone4;
  • De temperatuur van de afgelopen twee dagen;
  • Het zweten door die temperatuur de afgelopen twee dagen (en nog);
  • 20 weken studeren in leiden;
  • Eetdaten in Zwolle;
  • Een avondje bij het vuur met Anne & Jos en een biertje;
  • Een crisis van een client op mijn laatste middag van mijn stage;
  • Mijn ‘afscheidsbijeenkomst’ (lees:borrel);
  • Mijn wel gelukte leuke grapjes tijdens deze ‘bijeenkomst’;
  • Mijn natgeregende doorzichtige blouse en ingehouden buik onderweg naar huis;
  • Mijn hoop die dacht dat ik dan wel op een adonis zou lijken;
  • De Roos die ik gekregen heb van Renate;
  • Shawshank Redemption kijken met Niels;
  • Mijn familie en vrienden;
  • Vakantie hebben.

Het kon allemaal minder; maar zo was het precies goed!

De haven in zicht

07-06-2011

Aan de ‘vooravond’ van de laatste weken van mijn stage weet ik nog hoe ik met knikkende knieën op maandag 6 september mijn bed uit klom. Om op diezelfde manier naar mijn eerste stagedag in te gaan. In de weken voorafgaand aan die dag spookten er vragen en vooroordelen als: stinken alcoholisten echt zo erg? Zijn ze vervelend als ze gebruiken en wat als ze niet gebruiken? Hoe zien ze eruit? Waar wonen ze? Wonen ze überhaupt ergens of op straat? door mijn hoofd. Maar ook vragen die weldegelijk zin hebben: Hoe zal ik reageren? Hoe is de instelling? Hoe is de begeleiding? Kan ik het überhaupt?

Inmiddels is het geen 6 september meer maar 7 juni. De afgelopen negen maanden vlogen voorbij en nu hoef ik nog maar twaalf dagen. Hoewel ik dat te snel vind gaan staat er een ding als een paal boven water. In de afgelopen maanden, heb ik gemerkt dat de tien maanden die voor mijn stage staan eigenlijk te kort zijn. Waar dat aan ligt? Ik ben bang dat ik dat niet goed kan uitleggen.

Met de mensen waarmee ik regelmatig contact heb, heb ik mijn ervaringen gedeeld, dit als een uitlaatklep maar waar nodig serieus en diepgaand. Daarnaast schreef ik op mijn website, de afgelopen maanden, mijn gevoelens en gedachten dikwijls weg. Mijn stage was een unieke ervaring en een kans die ik met beide handen stevig heb aangepakt. Ik heb die kans niet laten liggen en ik ben blij dat de Verslavingszorg Noord Nederland mij als stagiair heeft gekozen.

Ik heb verschillende unieke momenten ervaren. Het begon allemaal met het lezen van dossiers waar ik van de ene verbazing in de andere viel, Ik leerde tijdens mijn eerste uitstapjes wat een verslaving inhoudt en hoe verslaafden zijn, Ik maakte me boos over slechte opvangmogelijkheden voor verslaafden met een verstandelijke beperking en ik schreef over hoe ik leerde omgaan met teleurstellingen en hoe ik dat deed in mijn stage. Je kan bijvoorbeeld met teleurstellingen omgaan zoals een boeddhist dat doet. Want, in de boeddhisme is een van de belangrijke grondbeginselen: ‘niet wensen’. Wanneer je niets wenst heb je geen teleurstellingen. Als je niets wenst, als je nog niet eens wenst te behouden wat je hebt, dan ken je geen enkele teleurstelling.

De afgelopen maanden heb ik een band opgebouwd met verschillende cliënten. Het is heel wrang om deze banden op korte termijn te moeten door snijden omdat mijn stage ten einde loopt. De komende weken zal ik cliënten moeten afsluiten of overdragen naar collega’s. Dat vind ik moeilijk. Het liefste had ik ze bijgestaan en was ik nog een periode met hun meegelopen en hen ondersteund wanneer zij dat nodig hebben en wij dat nodig achten.

Onderwerp van gesprek met enkele cliënten is nu al het feit dat ik straks klaar ben. Ik bereid hen langzaam voor op het naderende afscheid. De feedback die ik, tijdens de zo’n gesprek, krijg raakt mij diep. Wanneer een cliënt dan tegen mij zegt: “Ik vind het helemaal niet leuk dat je weg gaat. Hoe moet dat straks dan als jij er niet meer bent?” dan ben ik ontroerd en trots tegelijk. Ik weet dat ik, wanneer ik echt afscheid moet nemen van een client, dat ik met een brok in mijn keel weer op de fiets zal stappen. Bewust maar ook onbewust heb ik met een aantal van een band opgebouwd. Met een aantal cliënten die ik intensief heb begeleid gaat het zo goed. Ik ben echt trots op hen en ik hoop dat het hen zo goed mag blijven gaan en beter. Ik geloof dat ze dat kunnen. Dat zal ik ze ook vertellen wanneer ik ze voor het laatst zie.

Enkele voorbeelden van wat ik gedaan heb of mee heb gemaakt in zijn stage zijn de volgende:
We hebben een zorgwekkende zorgmijder, na jaren van ambulante bemoeienis, uit zijn woning (weliswaar door aanstaande ontruiming), in onze afkickkliniek gekregen met ondersteuning van een Rechtelijke Machtiging. Met als doel om hem te plaatsen in het centrum voor neuropsychiatrie met vermoedens van alcoholdementie (korsakoff). Dat is gelukt en tot op heden zit hij daar nog altijd.

We hebben een cliënt met een laag intelligentie niveau en met PTSS  uit een sterk vervuilde boerderij in een dorp vijftien kilometer buiten Groningen met een PGB in een zorgboerderij kunnen plaatsen. Hij zit daar nu een week en ik hoop dat hij daar nog vijftien jaar blijft wonen.

We hebben een oudere eenzame drinkbroeder die in een zeer vervuilde woning woonde en ruim een halve liter jenever per dag dronk door de administratieve molen gehaald. Op een dag liep hij twee kilometer, met kapotte schoenen en blote voeten, door vrieskou en de sneeuw naar ons spreekuur. Gelukkig hebben we hem kunnen opnemen in onze afkickkliniek waar hij ruim twee maanden is gebleven tot zijn reguliere ontslag. Tijdens zijn verblijf in de kliniek hebben wij een schoonmaakbedrijf ingeschakeld om de woning schoon te maken. Na zijn opname is hij teruggekeerd naar huis en hebben wij een CIZindicatie gevraagd voor ondersteuning in de algemene dagelijkse levensverrichtingen zoals opruimen, boodschappen doen, wassen plassen, tandenpoetsen en dergelijke. Momenteel heeft hij ondersteuning van thuiszorg, bezoeken wij hem nog wekelijks en gaat het gezien de omstandigheden erg goed met hem.

Helaas zijn er niet alleen maar positieve herinneringen, tijdens mijn stage zijn er vijf cliënten, waaronder één die ik heb begeleid, overleden aan de gevolgen van hun alcohol of middelengebruik. Cliënten zijn uitgegleden en nog een keer en teruggevallen na een periode van abstinentie, cliënten zijn tegen advies in gestopt met de behandeling, cliënten zijn weggelopen van de kliniek, hebben geld gestolen van de kliniek, hebben urinemonsters vervalst waardoor het leek alsof ze niet gebruikt hadden.  Sommige cliënten willen wel veranderen maar kunnen de cirkel van gebruik niet zelfstandig doorbreken maar willen daarbij ook een hulp en sommige cliënten willen gewoon domweg niet stoppen. Hoe triest het ook mag zijn, zullen zij uiteindelijk ook overlijden aan de gevolgen van hun alcohol- of middelengebruik.

Zo maar een greep uit de vele herinneringen waar ik veel waarde aan hecht. Wanneer ik daar aan terug denk dan denk ik: Ik heb mij nuttig gemaakt, mijn stage heeft zin gehad, ik heb iets kunnen toevoegen aan het leven van cliënten die soms geen uitzicht meer zagen. Mooie dingen. Daarom zeg ik tegen mijzelf: Zie je wel, je kon het wel!

Tenslotte wil ik afsluiten met een gedicht die op de omslag staat van het blad ‘omslag’ een magazine van de Verslavingszorg Noord Nederland. Geschreven voor Alex:

 

Snuiven, spuiten, slikken & Slijpen

Verlang je naar een pijp of chilum,
of heb je zin in alcohol….
Lust je wel een plakkie spacecake,
Of spuit je graag je aderen vol.

Spanning, sensatie, ketamine
Vluchten, zweven, dopamine
Smacht je naar een snuif, een lijntje
Of koop je veel te graag een lot.
Kick je met een pil of trippie,
Of shake je bij een pokerpot.

Zweven, floaten, xtc
Hallucinatie, fantasie,
Moet je schuiven, wil je hijsen,
De pillenpot die staart je aan.
Een omeletje verse paddo’s
Wie wil de schil van mijn banaan.

Basen, chinezen, ga maar trippen
Roulette, bingo, ga toch flippen
Je doet een moord om weer te scoren
Je grist een reefer uit een hand.
Je liegt, je steelt, bedriegt en sjoemelt
En strooit in alle ogen zand.

Dealen, pushen, fuck you all
Verlies jezelf, out of control

En dan…..
Plots staat Heintje om de hok,
Jouw naam geschreven in zijn boek,
De zeis geslepen, hoog geheven
Toe, nog één slok, één shot, één gok, nog even,
En hij komt bij je op bezoek?!

 

Concert 3Dimensies

16-05-2011

Afgelopen woensdag had ik de privilege om met drie dames (Wietske, Margreet en Mieke) naar Arnhem te gaan. Dit vanwege het concert 3Dimensies (Dromen Durven Delen) van Marco Borsato. Geheel eigentijds hadden we dit idee, vorig jaar op een koude avond via Twitter, bedacht. De ideeën werden al gauw omgezet in concrete plannen en nog voor ik het door had hadden we kaarten besteld voor dertien mei. Nog net voordat de kaarten bevestigd waren herinnerde ik mij dat die dag een bruiloft van Geert en Tineke (mijn ex-huisgenoot) zou hebben. De dertiende werd gecanceld en dertien mei werd elf mei. In het verleden  heb ik Wit Licht en Symphonica in Rosso al gezien, voor mij was daarom het concert niet nieuw meer. Voor Margreet was dit anders, zij kon in het verleden alleen maar jaloers zijn op het feit dat ik wel naar de concerten ging en zij niet. Dit keer gingen we samen en dat vond ze volgens mij maar wat mooi!

Ik stond op het station in Zwolle rustig te wachten met een lekkere Swirls (die moet je een keer proberen!) toen Wietske en Margreet kwamen aanrijden. Op dat moment merkte ik al hoe druk ze was, dat beloofde wat. Bevend zaten we in de auto die ons van Zwolle naar Arnhem, niet omdat we het ontzettend spannend vonden, niet omdat we onmeunig moesten plassen, niet omdat we doodsbenauwd waren dat er het niet zouden redden. Nee, we zaten bevend in de auto omdat de banden nodig uitgelijnd moesten worden. Op de terugweg kwamen we, vanwege de haast, erachter dat het beven bij 150 aanzienlijk minder werd. Bijwerking daarvan was echter wel dat Margreet kotsmisselijk werd.

De reis binnen Arnhem duurde dankzij de drukte langer dan de route van Zwolle naar plaats van bestemming. Gelukkig stonden we niet alleen in de file en daarom wist ik zeker dat wij niet de enigen zouden zijn die niet blij waren met dit oponthoud. We redde het om om zes uur bij de Gelredome te zijn

In het stadion aangekomen hadden we een mooie plek bemachtigd, het was nog maar twee uurtjes wachten voordat de hoofdact begon. Na lang wachten en zwaaien naar bekenden en onbekenden waren we inmiddels ingesloten in een bont gezelschap van huisvrouwen die willekeurig elk liedje uitgebreid hadden bestudeerd tot ze elke noot kende. In de verte zag ik gelukkig nog wat jong volwassen die hun moeder hadden thuisgelaten.

Het podium was nog onzichtbaar door een groot wit doek die op het moment van starten naar beneden viel. Een schitterende setting als ware een huiskamerconcert kwam naar voren. Deze setting veranderde na een paar nummers en het podium werd telkens groter. Erg mooi gedaan. Eigenlijk was de avond al succesvol door de fantastische muziek, de band en het geluid van de bass die op sommige momenten intens voelbaar waren.

Gelukkig werden er niet veel nummers gedraaid van zijn nieuwste album. Deze kende ik namelijk, in tegenstelling tot de eerder voorgestelde huisvrouwen, niet goed. Nee, de avond was een mix van allerlei nummers van verschillende albums. Het nummer de Wens vond ik wel een van de mooiste nummers van het concert. Tekstueel vind ik het lied briljant maar met de muziek, de ambiance van zo’n vol stadion vind ik het helemaal bijzonder.

Na het eerste afscheid kwam er nog een ‘verrassende’ toegift. Ik snap niet waarom elke artiest dat in Nederland steenvast blijft doen. Het is toch geen verrassing meer of je terug komt of niet. Het zou eerder een verrassing zijn als je als artiest gewoon wegbleef. Tijdens de slotnoten van het nummer Lentesneeuw viel er een regen van witte confetti als lentesneeuw naar beneden. Een prachtig slot van een geweldige avond in Arnhem.

De terugreis was al even bevend als de heenreis, maar zoals ik al eerder schreef was dit euvel minder werd eenmaal toen we de 150kmpu haalden. Dit was ook nodig want dankzij een ongeluk werd het nog spannend of ik de laatste trein wel zou halen. Na een raceavontuur met Wietske achter het stuur, een lege batterij op mijn telefoon en een trein die om 00.56 zou gaan. Zou het pompen of verzuipen zijn. Het is dat de verkeerslichten in Zwolle onze haast begrepen, de conducteur zelf ook rustig had gereden en daardoor vijf minuten vertraging had en ik als een gek gesprint heb om de trein te halen dat ik om drie uur in Groningen in bed lag.

Het was het allemaal waard want ik had een fantastische avond gehad met de drie dames. Gezelligheid ten top en wat mij betreft voor herhaling vatbaar! Ik kan niet wachten op de dvd.

 

Een bijzondere week! (Mooie dingen 1 van 2)

10-05-2011

Ik kan zeggen dat ik een bijzondere week heb gehad. Eigenlijk begon het woensdagavond al. Vorige week woensdag was het 4 mei. Dodenherdenking. Een moment dat alle Nederlanders twee minuten stil staan en stil zijn voor diegene die nooit meer kunnen spreken. Dit omdat ze oorlogsslachtoffer zijn of op een andere manier om het leven zijn gekomen. Elke Nederlander herdenkt zijn eigen naasten, bekenden en onbekenden. Zo herdacht ik de oorlogsslachtoffers en daarnaast mijn overleden opa & oma (leeftijd) en twee ooms die helaas beiden te vroeg zijn overleden. Wrang is het dubbele gevoel dat we, als gezin, op vier mei beleven. Want op 4 mei is mijn oudste zus (Jellien) jarig, zij mocht dit jaar 36 worden, maar daarnaast is het verdriet voelbaar van het overlijden van mijn oom, Jaap Janssen, op dezelfde datum. Ik kan mij nog goed herinneren hoe dat ging die bewuste avond. We kwamen ’s avonds laat terug van de verjaardag van Jellien toen er gebeld werd: De sfeer van: ‘welke-gek-belt-er-nou-op-dit-tijdsstip’ sloeg om na het zien van mijn vaders gezicht. Al gauw veranderde de sfeer in een drukkende stilte. Het was erg aangrijpend en verdrietig, misschien juist wel omdat mijn vader op dat moment bezig was met vechten tegen zijn ziekte, kanker.

Na 4 mei komt 5 mei. Na dodenherdenking komt bevrijdingdag. Voor mij, dit jaar, geen bevrijdingsfeest. Ik had andere plannen. Dennis en Rick (oomzeggertjes) kwamen donderdag op vrijdag een nachtje logeren. Dennis had dat al eens eerder gedaan en omdat ik nu een grotere kamer heb, konden ze allebei komen. Rond half elf kwam het gezin ten Brink aan. Na ongeveer tien minuten werd door Mirjam de eerste zak chips gevonden. Deze was al aangebroken en moest toen leeg, aldus Mirjam.

Toen het bezoek weg ging werd het tijd voor een bezoek aan de supermarkt. Twee simpele vragen zoals: ‘Wat willen jullie eten?’ en ‘Wat willen jullie drinken?’ zorgde voor een twee gretige grijpgrage jongens die alles pakten wat ze lekker vonden. Chocolademelk, Yogi, Brood, Vlokken, Sissi, Chips, Patat en Frikadellen. Uiteindelijk thuisgekomen kon het feest beginnen. Er werd film gekeken, er werd gevoetbald, er werd nogmaals een film gekeken en gegeten en gekeken naar een film over Dennis Bergkamp. Twee nieuwe ‘Dennis Bergkampen’ stonden op en wilden dat we nog een keer gingen voetballen. Zodoende stonden we even later weer op het veld. Na een skypedate met Opa en Oma, een Uefa league wedstrijd was het om elf uur tijd geworden voor de drie musketiers (Dennis, Rick en ik) om te gaan slapen. Rick, de drukste van de twee, vond echter, al liggend op bed, nodig om nog minimaal een kwartier door te praten. Dennis, de rustige van de twee, vond het nodig om driekwart van mijn twee persoonsbed zich toe te eigenen. Ik heb amper geslapen, maar leuk was het wel!

Vrijdagochtend waren we na een snel ontbijt als eerste in het stripmuseum. Ze vonden het fantastisch. Voor hen allemaal nieuwe strips die ze nog niet kennen en voor mij herinneringen genoeg van de tijd dat ik nog wel eens in de bibliotheek kwam. Als afsluiter was een ronddraaiend theater over het stripmuseum verteld door Jan Jans en de kinderen. Echter was de beste afsluiter was voor de beide musketiers natuurlijk de Mc Donalds. Ik vond het jammer dat ze zowel de frietjes als de kipnuggets van de Happy Meal niet op aten. Ze waren waarschijnlijk nog te vol!

Volgende bijzondere agendapunt en een waar ik wel het meest tegenop en tegelijkertijd naar uit keek was het toerustingweekend dan wel kennismakingsweekend van de E&R. Het begon eigenlijk allemaal met een eetdate met Annalien. Vorig jaar had ze met iets verteld over een E&R (evangelisatie en recreatie) project in Vollenhove waar ze zich al jaren voor inzette. Ze vond mij een geschikte persoon om haar in haar week te ondersteunen en op te trekken met campingjeugd van 12-17 jaar. Dit jaar deed ze dat tijdens onze eetdate weer. Ik was nog altijd geschikt en ze was van mening dat ik het goed zou kunnen. Ze vertelde over het toerustingsweekend op 6-7mei. Ik beloofde haar, op mijn beurt, het weekend 6-7 mei mee te doen. Beloofd was beloofd. Ik ging heen. Echter het enige wat ik wist was dat ik om kwart over zeven op het station in Zwolle moest zijn en dat ik een Bijbel, papier en pen moest meenemen.

To Be Continued.. (Over twee dagen deel 2 van deze blog)

Fragmenten uit een byzonder paasweekend

26-04-2011

Het weer beloofde het weekend dat het goed zou worden. Toen ik eerder dit jaar twitteraars vroeg voor een skateroute werd ik door enkele assenaren uitgedaagd om een keer van mijn kamer naar het huis van mijn ouders te skaten Groningen – Assen dus. Ik dacht: ‘dat kan ik best’ en zo stond ik vrijdagochtend om tien uur in op mijn skates voor de lift te wachten. Ik zou dat varkentje wel even wassen. Groningen – Assen was minder ver dan mijn langste afstand van vorig jaar. Met ongeveer dertig kilometer voor de boeg stond ik fris en fruitig met een ontbijt van wel twee tosti’s aan het begin van mijn reis. Twee-en-half-uur later strompelde ik de keuken van mijn ouders in. Als ik mijn moeder mag geloven (en dat mag ik) zag ik er gebroken uit. Ik had het gehaald, maar niet voordat ik over een schelpenpad, een grindpad en heel slecht asfalt moest kleunen. De wandelroute die ik gekozen had via Maps.google was dit keer niet zo goed bevallen. Gevoelsmatig was de wind niet uit het oosten, zoals het internet aangaf,  maar gewoon vol in de richting waar ik juist niet heen moest. Het was een zwaarbevochten maar overwonnen skateavontuur. Ik ben zeker van plan om dit vaker te doen. De natuur is onderweg prachtig en zeker de moeite waard om zelfs tegen de wind in te ploegen. Een ding is zeker, dan neem ik niet weer het schelpenpad langs de landingsbaan van Airport Eelde.

Zaterdagavond had ik in Groningen een afstudeerfeest van Johan en een klasgenote. Ze hadden een café aan de Noorderstationstraat gehuurd en daar kwam ik met Anne en Jos op tijd aan. De eerste biertjes waren gratis en de laatsten mochten betaald worden. Het meest opmerkelijke van de avond waren niet de serieuze gespreken over verschillende kerken, de verschillen en het shopgedrag van enkele aanwezigen (inclusief ondergetekende), maar het feit dat juist ik, in bezit van de meest gesloopte fiets, naar voren werd geschoven om samen met Jos twee dames (Imgriet & Rianne) naar het station te brengen. Mijn fiets, zonder remmen, zonder vaste spatborden, zonder werkend schakelsysteem, losse kabels en losse en kapotte spaken. Eerlijk als ik ben vertelde ik alle gebreken aan mijn lifter, maar dit deerde haar niets. Gek genoeg gebeurde er, buiten twee grepen van schrik in mijn zij, vrijwel niets spannends. Imgriet & Rianne haalden de bus en Jos en ik mochten weer op huis aan. Toch wel een spannende expeditie.

Wat zal mijn vader maandagochtend gedacht hebben toen hij mij rond kwart voor tien ’s ochtends achterin de achtertuin in mijn ontbloot bovenlichaam zag zoeken in de struiken? Misschien zal ik er achter komen, maar ik zocht mijn bril die ik de nacht daarvoor op miraculeuze manier was kwijt geraakt. Ik probeerde diezelfde nacht met een verwoede poging om met een zaklantaarn mijn bril te zoeken. Maar, bril-loos zoeken gaat me in het donker niet vrij goed af. Laat staan met een paar sapjes op. Ik besloot het toen, verstandig als ik was, op te geven en de volgende ochtend een gokje te wagen. De kans dat in die uren iemand daar zocht naar mijn bril vond ik, in de staat van dienst zoals ik toen was, enigszins onverklaarbaar vreemd. Misschien wel even vreemd als de reden dat mijn bril daar überhaupt kwam te liggen. Na een glaasje water en het beantwoorden van enkele vragen in de trend van: ‘Wat doe jij op je blote voeten in je blote buik in mijn achtertuin te zoeken?’, vond ik mijn bril terug. Na een kleine poetsbeurt kon hij weer op mijn neus en kon ik de dag beginnen.  Paasmaandag begon ik dus uit te leggen hoe mijn bril daar kwam. En omdat ik eigenlijk ook niet heel goed kon herinneren hoe het exact gebeurde liet ik de ware toedracht maar in het midden en vrij voor elke manier van speculatie. Maandagmiddag mocht ik het verhaal op de verjaardag van Jacob (broer) dunnetjes overdoen om het ’s avonds bij de barbecue ook nog een keer te vertellen. Zulke dingen beleef ik hopelijk maar een keer!

Bijzondere mailwisseling

11-04-2011

De een na laatste aflevering van de Reünie zorgde ervoor dat ik, vorige week, met ‘mixed feelings’ een blog schreef in de trein naar Zwolle. Als in een flow beschreef ik mijn gedachten en ideeën over ex-junk Peter. Tijdens de eetdate met Annalien spraken we nog na over het programma, mijn blog en het feit dat het verhaal van Peter meer met mij deed dan menig verhalen van mijn cliënten bij de VNN. Samen kwamen we min of meer tot een conclusie. Ik liet het verhaal van Peter, hoewel het verder van me vandaan is (of misschien, juist wel daarom), dichterbij komen dan de verhalen die ik van mijn cliënten hoor. Een verschil denk die te typeren valt als wel professioneel tegenover niet professioneel. Het verhaal van Peter had me misschien wel een stuk minder gedaan als ik het op mijn stage hoorde.

Mijn blog was af. Tevreden stuurde ik naar website: Blogaholics (daar schrijf ik ook voor). Enkele dagen later plaatste ik het ook op mijn site. Prachtig trouwens, om jullie reacties te lezen. In de reacties die ik heb gelezen las ik dat ook jullie geraakt werden door dit verhaal (en ja, Linda, ik kom helaas in mijn stage ook schrijnende verhalen tegen). Waar ik het meeste van op keek was het volgende. Toen ik afgelopen vrijdag rond acht uur achter mijn laptop verscholen was kreeg ik een email van Peter zelf. De meest gekke gedachten gingen door me heen. Was dit hem inderdaad zelf? Waarom zou hij mij mailen? Hoe komt hij op mijn site en er überhaupt bij om mij een email te sturen!? Al lezende werd het me gauw duidelijk waarom hij gemaild had. Peter was van mening dat mijn afsluitende zin, hoewel deze goed bedoeld was, niet ok was. Hij vroeg ik het wilde schrappen. Vanwege zijn argumentatie; waarin hij uitlegt dat hij al twintig jaar clean is. En dat juist dit soort negatieve wijsheden van enkel theoretisch enigszins onderlegde professionals al jaren verslaafden de moed ontneemt om ook maar een poging te wagen tot clean worden.

Ik stond perplex van zijn mail, las de laatste regel van mijn blog nog eens en besloot hem eruit te halen. Het leek me wel zo netjes. In een reply die ik hem stuurde schreef ik hoe bewonderenswaardig ik het vond dat hij al twintig jaar clean was. Ik legde hem uit dat dit niet kwam omdat ik dit niet had verwacht, maar omdat ik daarvoor diep respect heb. Ik voegde daar aan toe dat ik mijzelf nog niet zag als een professional die enkel met theoretische negatieve wijsheden smijt. Maar dat enkele van mijn collega’s waarmee ik mag werken in mijn stage misschien wel zo zijn geworden. Ik suggereerde daarbij ook dat ik misschien ook wel zo’n lul wordt omdat ik domweg geen beter voorbeeld heb. Ik hoop het niet! Ik nam de vrijheid om hem nog twee vragen te stellen. Hoe kwam je op mijn site & Wat moet er veranderd worden in huidige verslavingszorg om beter aan te sluiten bij verslaafden? Binnen een uur had ik antwoord.

Hij vertelde van zijn eigen website en zijn boek, dat hij, omdat hij zijn eigen naam bewaakt mijn site en commentaar had gelezen. Wat ik erg mooi vond om te lezen was wat daarop volgde: “..Overigens vind ik het prijzenswaardig aan je dat je kritiek niet klakkeloos terzijde schuift. Drugshulpverlening vereist een grote mate van betrokkenheid. De oude garde, uitzonderingen daargelaten, moeten het veld ruimen voor mensen die hoop bieden. Een goede drugshulpverlener is maximaal 10 jaar houdbaar en moet zich blijven afvragen of hij “het” nog doet om oprecht mensen te motiveren danwel enkel nog omdat het nu eenmaal zijn broodwinning is. Ik wens je een goede carrière toe alsook motivatie, geloof en betrokkenheid. Geloof me junks zijn net mensen…”

Een prachtig compliment naar mij toe en ik denk dat hij met deze woorden de spijker op zijn kop slaat. Een timmerman zorgt ervoor dat zijn zaag en hamer goed blijven. Zijn werktuig moet in goede staat zijn als hij zijn werk goed wil doen. Voor hulpverleners geldt eigenlijk hetzelfde. Als hulpverlener ben je zelf het gereedschap. Door telkens stil te staan bij wat je doet en waarom je dat doet kan je met ondersteuning van anderen, datgene wat je minder goed doet verbeteren. Ik doe dit en wil dit ook blijven doen. Zodat zowel mijn cliënten als ik niet de dupe worden van mijn werk.

Van grappendag naar bloedserieuze business.

04-04-2011

Daar stond ik dan. Naast een oud-klasgenoot van de basisschool met wie ik voor het laatst had gesproken sinds die basisschool. Aan de andere kant van mij stond een andere jongen, ik wist niet wie hij was en we hadden allebei niet de intentie om onszelf aan de andere voor te stellen. Buiten was het weer zo goed dat we geen jas nodig hadden. Binnen was het zo warm dat het zweet al gauw uit mijn poriën liep. Enigszins ongemakkelijk probeer ik zo relaxed mogelijk over te komen. In mijn ooghoeken zag ik, links van mij, een oude bekende staan: meneer en mevrouw Delhaas waren ook gekomen. Misschien zweette ik ook wel van de spanning die door mijn lichaam heen gierde, ik weet het niet.

Enkele weken geleden kreeg ik plotsklaps een kaart met een uitnodiging voor de  bruiloft van Christiaan. Een beste vriend waarmee ik periodiek bijna dagelijks optrok. Samen voetballen op het sportveld achter mijn ouderlijke woning, vuurtjes stoken, nog meer voetballen, op zijn slaapkamer met zijn verzameling tractoren boerderij spelen. Op de fiets naar Zeijerveld om daar in de schuur van eerdergenoemde buurman te spelen, in de hooischuur. Ik was stomverbaasd en tegelijk ontzettend verrast dat ik zelfs uitgenodigd was op het feest van zijn bruiloft. Vanaf het moment dat hij slimmer bleek dan ik was, wij daardoor niet weer in dezelfde klas kwamen verwaterde het contact langzaam. De laatste vijf jaren hebben we zelden contact. Dat zette me aan het twijfelen. Waarom was ik uitgenodigd en waarom zou ik gaan? Ik ken ‘niemand’, heb hem al zeker een half jaar niet gezien. Voor 1 maart moest ik laten weten of ik mee wilde reizen met de bus. Het bruidspaar had een touringcar geregeld mits er voldoende animo voor was. Vervoer heen en terug voor een kleine prijs. Ik koos niets en liet niets van me horen. Nog geen week later werd ik gebeld door de bruidegom zelf. Ga je nog mee? Terwijl we het telefoongesprek aan het voeren waren realiseerde ik mij ineens iets. Ik ga niet voor mijzelf heen. Hij wil graag dat ik kom, het wordt hun dag. Daarom ga ik er heen!

Later stond ik dan in de kerk, tussen een oud-klasgenoot van de basisschool en een vreemde. Alleen naar een bruiloft van een jeugdvriend die je al een poos niet meer hebt gesproken. Ik had het niet gedacht. De dienst werd geleid door vrienden van Christiaan en Marise. Drums, gitaar, piano, basgitaar en zanger en zangeres. Niets ontbrak er. Nadat Marise de kerk in was gebracht door haar vader (Christiaan glunderde intens) pakte Christiaan de microfoon om nog een woord te zeggen. Hij vertelde over dat de statistieken hun bruiloft en hun gelofte tegenspraken, maar dat hij blij was dat zij hem trouwde. Op dat moment dacht ik: dit is precies waar het liefde om te doen is. Een man of vrouw vinden die je aanvult op je zwakheden, iemand die zich helemaal wil geven. De dominee/spreker sprak daar later ook nog over. Na de woorden van de dominee was het de beurt aan de vaders van de bruid en de bruidegom. Elk spraken ze woorden over liefde, geloof en het huwelijk. Toen was het moment waar ik misschien wel het meest door geraakt werd; Christiaan en Marise spraken de trouwbelofte uit “ik wil je man zijn en ik beloof je trouw te blijven in goede en kwade dagen, in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid. Ik wil je liefhebben en waarderen al de dagen van ons leven.” Dat moment, met die stralende lach, die zal voor altijd bij mij blijven.

Na de dienst, gingen we naar de feestlocatie. Een locatie waar er gedanst en gedronken kon worden. Daar maakte ik nader kennis met enkele mede busreizigers. Zo bleek dat ik aan dezelfde tafel stond als mijn oude schuinbovenbuurman, Jeroen. Met mijn oud-klasgenoot, Christian en momenteel succesvol boer, heb ik ook kunnen bijpraten. Al pratende verliep de avond onder het genot van een biertje of een wijntje naar het einde. We sloten de avond af door een erehaag te maken voor het bruidspaar.

Op de terugreis maakten Jeroen en ik nog vrienden omdat we elk een enorme snoepzak hadden gemaakt. De terugreis was op die manier gevuld met snoep, slechte grappen en goede muziek. Op het station in Groningen aangekomen, besloot ik, dat ik een goede keus had gemaakt door er toch heen te gaan.

Wat zou je doen?

13-03-2011

De afgelopen week werd mijn aandacht gevestigd op een oude aflevering van het programma Jong. De aflevering was op 25 april 2010 te zien op de televisie. Je zou Jong kunnen zien als een EO-versie van het programma Je zal het maar hebben. In deze aflevering van Jong gaat presentator Manuel Venderbos op stap met Debralee. Toen het programma werd opgenomen was zij een jonge vrouw die net 29 was geworden. Bij Debralee is eierstokkanker geconstateerd en zij is al in de laatste fase van de ziekte. Debralee is terminaal en had eigenlijk dood moeten zijn.

In de aflevering van Jong is te zien dat Debralee haar eigen begrafenis regisseert. Hoe ze een kamer, waarin ze opgebaard wil worden, verft in de kleuren die ze mooi vindt. Op een gegeven moment zit ze in de zaal waarin de plechtigheid rond haar begrafenis zal worden gehouden en de muziek die ze uitgekozen heeft om te laten spelen tijdens deze plechtigheid schalt door de boxen heen. Toen ik gisteren op aanraden van een vriendin deze aflevering weer een keer zag, schoot het door mijn hoofd heen. Ze is op dit moment op haar eigen begrafenis. Ze zit nu te kijken naar haar eigen afscheid. Ze beleeft als het ware haar eigen begrafenis. Op dat moment zijzelf en later al haar geliefden om haar heen. Toen ik er met die vriendin over sprak vroeg ik haar: “wat zou je doen?” Wat zou ik eigenlijk doen? Wat zou jij doen als je weet dat je leven binnen nu en zes maanden zomaar afgelopen zou zijn? Probeer je dat eens voor te stellen…

Ik weet niet hoe het jou als lezer afgaat, maar ik vind het ontzettend lastig om mij voor te stellen hoe ik zou handelen als ik in de schoenen van Debralee zou staan. Ik zal het toch proberen te vertellen. Ik denk dat ik in eerste instantie helemaal gek zou worden! Alles wat belangrijk leek is niet meer belangrijk. Studie, stage, werk, het zou me allemaal een worst wezen. Het zou niet meer meetellen.

Zou ik leuke dingen doen? Naar New York, bungeejumpen op Bonaire of naar het Anne Frank Museum? Nee, ik denk het niet. Ik zou een boek schrijven. Een boek waarin ik alles vertel dat ik heb meegemaakt, een boek waarin ik al mijn geheimen zou verklappen, mijn gevoelens en mijn fouten zou toegeven. Ik zou dingen durven vertellen die ik nu niet durf te vertellen omdat ik bang ben voor de reactie. Dan zou dat niet meer belangrijk zijn. Ik zou het boek aan twintig personen willen geven die mij dierbaar zijn. Dat de mensen die mijn boek hebben gelezen kunnen zeggen: dit was Gertjan echt. Zodat ik in de herinnering ben van de mensen, dat ik toch tastbaar ben in de vorm van een boek.

Debralee is op 22 april 2010, drie dagen voor de uitzending, overleden in de armen van haar vriend. Wat zou jij doen?

Wil je het programma terugzien? Klik dan hier!

#PVT2011

21-02-2011

De afgelopen twee dagen gaat  het al nergens anders meer over. PVT staat voor de deur. Woensdag wordt het toernooi rond 10.00 voor officieel geopend door de voorzitter. Spelers, coaches, vaders, moeders, pleegouders, medewerkers en andere belangstellenden zitten op dat moment nog vol ingehouden spanning als makke schapen te wachten. Het wachten duurt gevoelsmatig altijd te lang maar zonder begin geen einde.

Ik schreef al dat het de afgelopen twee dagen nergens anders over ging. Dat is waar want waar eerst nog een belangrijke tussenevaluatie en de bijbehorende verslaglegging hoogtij vierde in de gedachte van deze ‘jonge’ student, is dat sinds de laatste uren van mijn stage, helemaal verdwenen. #PVT2011 (zoals het via Twitter te volgen is) is nu wat de klok slaat. Gelukkig kan ik dankzij mijn goede cijfer (7), die stiekem wel wat hoger had gemogen en gekund door een taalvaardig slecht verslag, mij goed voorbereiden op het PVT. Dat begon afgelopen vrijdag. Ik keek de hele dag cursusvideo’s van Indesign CS5 om goed te kunnen knutselen aan het nieuwe ontwerp van het NetNieuws. Zaterdagavond kwam Bert helpen met het NetNieuws. Daarnaast bedachten we nicknames voor de nieuwe schrijvers. Allemaal goede dingen!

Morgen begint gevoelsmatig het toernooi voor mij al. Ik reis naar Assen, ben nog druk bezig met de potentiele sponsor PCX, morgenavond leggen we het netwerk aan om de computers met elkaar en het internet te verbinden en morgen of overmorgen ga ik de proefdrukken van het NetNieuws bekijken.

Sinds ik de eerste voorbereidingen in begin december trof voor het PVT dacht ik terloops wel eens: ‘Wil ik dit na dit jaar nog een keer doen? Of zal ik net als Edwin van de Sar per seizoen bekijken of ik het nog leuk?’ Gewetensvragen als: ‘ben ik er niet te oud voor?’ en ‘Doe ik het al niet te lang?’. Spelen daarbij een grote rol. Want het toernooi dat draait om volleybal, een sport waarmee ik buiten de vakanties om, niets mee heb. Heeft spelers waarvan het gros een stuk jonger is dan ik . Kortom is het niet tijd om afscheid te nemen?. Maar nu het PVT weer voor de deur staat, vind ik het opnieuw weer spannend. Ik denk aan niets anders en voel ik me net een puberende jongen van zeventien die voor het eerst mee doet aan het toernooi of een kleine jongen van zes, die de avond voor zijn verjaardag extra vroeg op bed gaat omdat hij dan sneller jarig is.  Eigenlijk ben ik nog altijd die jongen van zes en wil ik niet afscheid nemen van het PVT.

Morgen gaat het weer beginnen, de eerste stappen in de timp zullen magisch zijn en de laatste stappen aankomende zaterdag zullen lastig zijn. Waarom? Omdat we als team zoveel hebben gelachen met elkaar, we daarnaast doodop zijn en ik toch weer, laat ik het vandaag vooral positief afsluiten, een voldaan gevoel zal hebben omdat het toernooi een succes was en onze NetNieuwsen goed gelezen werden. Waardoor onze inspanningen niet voor niets lijken.

Verslaving en een licht verstandelijke handicap

03-02-2011

Met uitzicht op een blauwe lucht; met hoofdpijn en de wetenschap dat ik vanavond nog tot negen uur aan het werk ben, besluit ik maar wat woorden op het digitale papier te zetten. Het is bijna half vijf en het werk op stage is in principe gedaan. De personen die ik vandaag wil bellen nemen niet op. Vandaar een momentje voor me zelf. Een blog die ik schrijf op stage moet dan ook over stage gaan vind ik.

Inmiddels ben ik bezig in de zesde maand van mijn stage. Ik ben over de helft. Elke maandag begin ik met frisse moed en met veel plezier weer aan een week vol vergaderingen, cliënten die komen en niet komen opdagen, nuttige en onnuttige fietstochten. Elke dag ben ik onbevangen en leergierig. Mijn stage is een leerzaam feest. Onder het mom: ‘van fouten leer je’ durf ik dingen te doen die ik voor mijn stage niet voor mogelijk had gehouden.

In mijn stage kom ik veel tegen. Dat moge duidelijk zijn. Maar deze week werd ik geconfronteerd met iets wat mijn bijzondere aandacht trekt, zelfs tot op dit moment. Wat? Zal je je misschien afvragen. Nou, we komen het vaak tegen dat er mensen zijn met een lichte verstandelijke beperking die buiten de boot vallen. Cliënten met een IQ tussen de 60 en 70 passen niet goed binnen de reguliere zorg in een ambulante of klinische vorm. Dit kunnen zij, vanwege hun IQ, domweg niet behappen. Omdat de VNN op dit moment weinig aanbod heeft voor deze doelgroep vallen zij in het huidige aanbod buiten de boot. Instellingen die gespecialiseerd zijn in mensen met een verstandelijke handicap willen deze cliënten vaak ook niet hebben omdat zij een verslaving hebben. Dit is voor hen een contra-indicatie. Zij raken op dit ogenblik hierin kant nog wal. Kortom zij vallen ‘tussen wal en schip’.  Jammer maar helaas?

Voorbeelden maken het vaak duidelijk. Stel je voor:  Een vrouw, leeftijd tussen de 35 en 45 jaar. Ze is een laagbegaafde vrouw. Ze is een periodieke gebruiker. Eens in de zoveel tijd valt ze terug in gebruik voor een periode van één tot veertien dagen. In deze korte periode is ze volop in het gebruik van cocaïne. Het terugvallen in het gebruik is inherent aan het stoppen met haar medicatie voor bijvoorbeeld suikerziekte. In deze periode van gebruik bekostigd ze haar gebruik door zichzelf illegaal te prostitueren. Ze is dakloos en zit ze woont tijdelijk in een opvang waar ze kan verblijven mits ze zich aan de afspraken houd. Ik zou meer kunnen schrijven over haar situatie maar het is denk ik wel stockerend genoeg. Probeer je haar situatie eens twee minuten voor te stellen… Denk daarbij het weer, de continue trek naar meer cocaïne, het geen geld hebben en onzekerheid bij… …En?

Voor deze vrouw is geen plek. Geen LVG, zorgboerderij of welke andere instelling wil het met haar proberen omdat ze het te groot risico vinden. Daarnaast wil een grote speler in de markt, die gespecialiseerd is in de verslaving (VNN),  er niet aan om een kliniek te starten. Ze zien geen mogelijkheden om een kliniek te openen voor deze mensen. Het enige wat er nu bestaat is een basiscursus met als titel: ‘middelen en beperking’ . Of een traject voor professionals die werken in een instellingen waar men deze clientèle, die meer en meer naar voren komen, tegenhouden. Nee, dat doen we niet!.

Ik weet niet of ik een gat in de markt zie, maar ik ga in elk geval onderzoeken hoe het zit met LVG en de mogelijkheden voor zorg op maat voor deze mensen. Een woonplek met ruimte voor verslaving met behandeling dan wel stabilisatie ervan. Misschien moet ik zelf een ondernemingsplan schrijven. Ik denk dat ik de eerste vijftien cliënten wel kan meenemen.

Teleurstellingen

13-01-2011

Je kan niet zeggen dat er niets leuker is dan een teleurstelling. Laat staan dat je keer op keer een teleurstelling moet verwerken en je te maken hebt met teleurstellingen. Denk maar aan die reclame die gaat over Niemand. ‘Niemand geniet van een koude douche’. Nuon zou een maatschappelijke reclame moeten maken. ‘Niemand houd van teleurstellingen’. Maar helaas, hoewel niemand er van houdt hebben we er allemaal wel mee te maken. Hoe teleurgesteld was jij toen jij in je ouders, juf en andere volwassenen toen je hoorde dat sinterklaas niet bestond?

Op mijn stage heb ik veel te maken met teleurstellingen. De doelgroep waarmee ik werk is niet te omschrijven als een ‘appeltje eitje’. Nee, de chronisch verslaafde cliënten waarmee ik te maken heb, bij Verslavingszorg Noord Nederland (VNN), zijn zorgwekkende zorgmijders. Enerzijds zijn er in hun omgeving zorgen, maar het kan ook zijn dat er een melding word gedaan van overlast. In beide gevallen word de VNN ingeschakeld, tenminste als er vermoedens zijn van gebruik. Onze taak is om na een melding op de bonnefooi naar het adres te gaan om te kijken hoe de situatie is. De meeste mensen die we tegenkomen zitten al jaren in het gebruik. Ze verzorgen zichzelf dan vaak slecht en hebben de zorg hard nodig. Kortom ze zijn zorgwekkend. Even vaak komt het voor dat ze de zorg niet willen. In mijn prille loopbaan als stagiair (vier maanden) is het regelmatig voorgekomen dat we niet verder kwamen dan de voordeur. In dat geval zijn ze, volgens eigen zeggen, niet verslaafd en hebben geen hulp nodig. Zij zijn zorgmijders.

In mijn vrije tijd komt mijn stage wel eens naar voren als gespreksonderwerp. Wat doe je op je stage? Hoe vind je het ? Ik vertel dan bijvoorbeeld over Paula. Haar huis is echt onbewoonbaar. Laatst was ik nog bij haar op bezoek en liep ik naar achteren en zag ik pas in haar slaapkamer, nadat ik gewend was aan de penetrante ammoniak geur die uit haar slaapkamer kwam, dat in haar woonkamer laminaat lag. De laminaat was door een tapijt van flessen, afval, dozen, vuilniszakken, niet meer te zien. Apenkooi, zoals we dat kenen van gymles, is een piece of cake  vergeleken met deze woning.

Word je dan niet vaak teleurgesteld door je cliënten? Ja, we worden erg vaak teleurgesteld. Zo is het nakomen van afspraken voor onze doelgroep erg lastig. Het gebeurde dat ik ruim een half uur fietste naar een cliënt, maar dat het  voor niets was. De cliënt was er niet. Ik belde het huisnummer maar er werd niet opgenomen, de cliënt heeft geen mobiel, dus zou de cliënt onderweg zijn? Ik heb ongeveer anderhalf uur gezocht; twee keer bij het huis aangebeld, maar geen reactie. Toen besloot ik na anderhalf uur in de regen, zonder resultaat gezocht te hebben, terug te fietsen naar kantoor. Toch word ik niet moedeloos. Toen ik kletsnat terug fietste naar kantoor dacht ik wel verdorie waarom moet dat nou zo. Niets is ons menselijker, maar na vijf minuten was dat gevoel weer weg verdwenen.

In de boeddhisme is een van de belangrijke grondbeginselen niet wensen. Wanneer je niets wenst heb je geen teleurstellingen. Als je niets wenst, als je nog niet eens wenst te behouden wat je hebt, dan ken je geen enkele teleurstelling. Hierin vind ik, als het gaat om de omgang met mijn cliënten, mijn rust. Ik wens niets, ik heb geen verwachtingen. Ik zie wel hoe het gaat en wat we op ons pad tegenkomen. Dan is het weglopen van de kliniek of  het niet nakomen van een afspraak geen teleurstelling. Nee, het is verslavingsgedrag en iets wat niet zomaar weg gaat. Een trap heeft ook meer dan een tree.

Wanneer dan een cliënt zonder dat je het verwacht een stap doet en op een hogere traptree komt? Dan is het reden voor een alcohol-loos feestje! Ik heb geleerd blij te zijn met kleine stappen. Het laten weten dat je er bent is al winst!

Voornemens

05-01-2011

Je houdt er van en je weet elk jaar goede voornemens te verzinnen of je houdt er niet van en wilt wel tegen elke willekeurige voorbijganger, waaruit je de woorden: ‘mijn goede voornemens…’ hoort, schreeuwen: JE HOUDT ZE TOCH NIET!!!

Welke persoon ben jij? Heb jij goede voornemens voor dit nieuwe jaar? Of laat jij het liefst elke voorbijganger weten dat goede voornemens echt geen zin hebben.

Ik zelf hoor bij het tweede kamp. Ik ben heb geen goede voornemens. Loesje; bekend van: ‘sla niet, prei wel’ en ‘Liever eigenwijs dan helemaal geen zelfvertrouwen’ fluisterde mij, via de ‘Loesje Iphoneapp’, het volgende in: ‘Goede voornemens, heerlijk om te doen, fantastisch om te laten’. Ik kan het niet meer eens zijn met Loesje, dacht ik toen ik het las.

Sommige collega’s van mijn stage hebben elk op hun beurt wel een goed voornemens uitgesproken. Rokers willen stoppen. De zogenaamde overwichtige collega’s willen afvallen,  niet sporters willen sporten en ga zo maar door. Mijn cliënten willen dit jaar stoppen met drinken, blowen, basen, chinezen, maar vooral afkicken. Allemaal natuurlijk goede goede voornemens, maar ik geen onderzoek zou mij tegenspreken als ik zou zeggen dat nog geen 50% van deze goede voornemens het nieuwe jaar halen.

Een vrouwelijke collega van mijn stage zei dat ze niet aan goede voornemens deed. Nee, ze zei: ik ga de lijn die ik vorig jaar heb ingezet doorzetten en volhouden. Ze zei dat ze meer uit het leven ging halen, meer genieten, meer dingen doen, meer tijd met haar vriendin en met haar dochter. Meer van het goede. Minder van het mindere.

Mijn collega heeft gelijk, ik durf toe te geven dat ik het niet gelijk door had. Maar toen ik later op de fiets zat besefte ik het. Dit is het. Ze heeft gelijk, dit ga ik doen. 2011 wordt mijn jaar! Ik ga meer genieten. Ik ga innoveren, ik ga creëren, ik ga motiveren, ik ga genieten, ik ga ontdekken, ik ga uitvinden, ik ga genieten van de bruiloften die ik hoop te mogen bezoeken, ik ga genieten van de kleine stapjes vooruit die mijn cliënten maken, ik ga genieten van mijn familie, van mijn kleine zusje tot aan mijn kleine grootste zus, van mijn oudste neef tot aan mijn nog ongeboren neefje/nichtje, ik ga mijn stage halen, ik ga genieten van het goede, maar ook van het slechte weer, ik ga genieten van onze nieuw gekozen huisgenote. Ik ga meer tijd steken in vriendschappen, ik ga meer openstaan voor diegene die ik nog niet ken. Ik ga mijzelf meer zijn, in welke situatie dan ook. Ik ga elke dag meer dankbaar zijn voor al het goeds wat ik gekregen heb. Kortom: ik ga genieten van mijn leven, de keuzes die ik maak, de mensen die ik tegen mag komen.

En als 2011 klaar is en 2012 begint? Dan ben ik even gelukkig als dat ik nu ben. Want ook nu ben ik ontzettend dankbaar. Want eigenlijk heb ik het maar goed. En dat weet ik dondersgoed en daar kan ik maar ÉÉN iemand echt voor danken.

Mijn bezoek aan de stad waar men om de kerk heen schaatst…

14-12-2010

Wat begon met een simpele tweet eindigde afgelopen zondag toen ik in Enschede weer in de trein stapte. Eind november zag ik een tweet van Jacqueline. Ze schreef dat ze van haar studenten twee flessen wijn zou krijgen. Ik reageerde en voor ik het door had was ik een uitnodiging voor afgelopen weekend rijker. Een weekendje met twee dames in de stad waar de laatste landskampioen van de eredivisie schittert op de glorievelden van het voetbal. Hoewel ik wel wilde moest ik nog even het een en ander regelen. Zodat het ook agenda technisch mogelijk was. Het bleek mogelijk te zijn en daarom ging ik afgelopen vrijdag met mijn goede humor en gedrag naar de trein.

Ik had het helemaal uitgezocht. Van Groningen naar Zwolle met Martine. Overstappen naar Deventer en verder reizen met Jacqueline om in Deventer in de trein naar Enschede te stappen waar Mieke ook in zat. Dan waren we compleet en kon het weekend beginnen. Het begin ging goed, de treinreis met Martine was gezellig en vloog als een trein voorbij. Op het moment dat ik me klaarmaakte om uit te stappen en een verwoede, haast onmogelijke, poging wilde doen om de overstap te halen hoorde ik door de boxen: “Voor de reizigers richting Roosendaal, u trein rijdt net weg. Doet u dus maar rustig aan uw volgende trein gaat over een half uur.” de grappenmaker. Aansluiting gemist en een half uur wachten was tot besluit. Toen ik uiteindelijk in Enschede onderuitgezakt in een stoel hing besefte ik me dat ik ruim vier uur onderweg was geweest.

Gelukkig maakte een gezellig weekend mijn, toch al niet bedroefde, gemoedstoestand helemaal goed. Vrijdagavond hebben we lekker voor de buis gehangen en heerlijk relax niets gedaan. Dit niets doen hielden we met gemak tot halverwege de nacht vol. We hadden onszelf aan elkaar bewezen en besloten op bed te gaan. Wat betekende dat Jacqueline een bed had, Mieke de bank gebruikte en ik op een luchtbed mocht. Ervaren logeerder als ik ben vergat voor de zoveelste keer mijn tandenborstel waardoor ik ook een doel had om zaterdag naar te streven. Zaterdag begonnen we met Bambi. Mieke had deze kinderfilm nog nooit gezien en daarom moest deze gekeken worden. Het blijft een prachtige film. Elke keer als ik bedenk dat elke shot, elke scene met de hand is getekend is vind ik het een echt waar kunstwerk! ’s Middags kreeg ik Enschede ook bij daglicht te zien. Eerst drie rondjes gelopen om het centrum van Enschede heen, vervolgens een lunch in Brassarie Willemientje waar het stokbroodje warm vlees met satésaus van harte is aan te bevelen. Om tenslotte na weer drie rondjes, maar nu kriskras door het centrum, te gaan poolen. Wist je trouwens dat je in Enschede met gemak, ook wanneer het niet vriest, om de kerk heen kunt schaatsen.

We gingen na deze enerverende middag, richting huis waar ik zou gaan koken. Ik wilde eerst hutspot, toen lasagne maar het werd Beef Shanghai omdat Mieke eerstgenoemden niet lustte. De Beef Shanghai smaakte heerlijk en de bodem voor een goede nacht was gelegd. Het enige wat moest volgen was de goede nacht zelf. Na een aantal films keken we naar ‘ik hou van Holland’ waar Jeroen van Koningsbrugge op miraculeuze manier won.

Rond elfen was het tijd om de stad in te gaan. We gingen in de hoop dat we de volgende dag niet alleen een lege portemonnee hadden, maar ook nog wisten wat we hadden gedaan. Zondag bleek dat ik het meest fit, of eigenlijk helemaal fit, was en dat ik het meeste nog wist. Het belangrijkste wist ik echter niet meer. In de shoarmazaak, aan het eind van de avond, deed zich een voorval voor waarvan Jacqueline daarna zei: “Dit moet je niet onthouden hoor ik schaam me helemaal kapot.” Helaas, en gelukkig voor haar, kan ik me alleen die tekst herinneren maar niet het voorval.

Zondagmiddag kreeg ik totaal onverwacht een mail van Radio DJ Bas van Galen van Kinkfm, zijn naam en het station zei mij niets. Hij vroeg in de email of het mogelijk was of ik mee werkte aan een interviewtje. Hij vertelde dat hij mijn blog (deze blog) gelezen. Dat ik heb vastgezeten in de lift. Of ik daar diezelfde middag wel met hem over wilde praten in zijn uitzending. Ik twijfelde maar besloot het toch te doen. ’s middags in de trein terug naar Groningen werd ik rond afgesproken tijd gebeld. Hij vroeg en ik vertelde.

Mocht je het interessant vinden om het fragment te luisteren? Dat kan.

KinkFM belt Gertjan

Ik wilde iets schrijven…

30-11-2010

Ik wilde iets schrijven. Ik wilde iets vertellen… Maar nu zit ik al ruim een half uur te staren naar een leeg wit digitaal papiertje. Ik wilde iets schrijven, iets met mooie woorden, woorden die mensen aan het denken zetten. Zodat lezers ’s avonds tegen hun partner zeggen: “Ik moet het toch nog even hebben over die blog van Gertjan”. Maar ik heb geen idee hoe ik het op papier krijg.

Ik wilde iets schrijven over vrienden en vriendschappen. Iets over vriendschappen en wanneer je het geen vriendschappen of vrienden meer kan noemen. Ik wilde iets schrijven over verloren vriendschappen in woorden die alles behalve geen kant nog wal raken.  Ik wilde wel maar het lukte steeds niet. Wat ik al die tijd afvroeg is: Wanneer is een vriend geen vriend meer en een kennis geen kennis. Welke criteriaeisen zijn er voor vrienden? Wat zijn de normen en waarden binnen een vriendschappelijke relatie?

Wanneer ik terug kijk op mijn leven. Nee, ik maak nu niet een testament  op van mijn jeugd zoals Boudewijn de Groot  dat zong,  ik geef alleen een korte weergave: Op de kleuterschool was het makkelijk. Al mijn klasgenoten waren mijn vrienden, zonder uitzondering. Op het voortgezet onderwijs, had ik de allerleukste klas en waren de meesten van mijn klas, mijn vriend en vriendin. Klassenfeesten waren meer regel dan uitzondering en een schuur in Zeijerveld (een dorp nabij Assen) werd daarbij, elke keer, vakkundig omgebouwd tot disco. Mooie tijden! Andere tijden braken aan toen ik inmiddels de achttien was gepasseerd en ik bezig was met mijn tweede MBO opleiding. Mijn vrienden van toen, weer klasgenoten, waren mij levensvrienden. Ik was er van overtuigt! Vrijdagmiddag met z’n allen de drie gezusters in en gezellig een biertje of twee, drie, vier te nemen. Ik vond mijn leven fantastisch, vriendschappen waren makkelijk te onderhouden omdat ik ze dagelijks zag, sprak en er bijna elk weekend een feestje gevierd moest worden. Feest of niet, het moest gevierd.

Nu ben ik inmiddels iets ouder geworden en heb, na mijn MBO opleiding, er vier jaar HBO op zitten wat betekend met nog en jaar te gaan dat ik volgend jaar 3000 euro extra betalen moet omdat ik dan een langstudeerder ben. Maar dat terzijde. Een paar weken geleden schoot de gedachte waarmee ik deze blog begon ineens door mijn hoofd. Het schoot door mijn hoofd en bleef kleven. Ik dacht: Hier moet ik iets mee… Misschien is het iets wat past bij een vijfentwintig jarige, wie zal het zeggen? Misschien past het in het rijtje onbeantwoordbare levensvragen: Waarom bestaan we, wat is het nut van het bestaan? Etc.

Vrienden van mijn MBO en andere opgedane vrienden in de afgelopen jaren spreek en zie ik tegenwoordig stuk minder, ik zou graag wekelijks tijd willen maken en ze allemaal elke week willen zien, maar hoe graag ik dat zou willen het is geen realistisch doel. Ik denk dat ik niet mag klagen als het gaat om mijn sociale netwerk. Ik ken veel mensen (en zij mij) en maak gemakkelijk contact als het gaat om nieuwe mensen ontmoeten. Maar omdat ik minder tijd heb en oud klasgenoten, toen nog broeders voor het leven, inmiddels eigen leven hebben is het moeilijker te combineren. Veranderd dit soort gegevens de regels van het ‘spel’?

Een ding weet ik zeker, inmiddels heb ik twee mensen gevraagd wat zij vinden van dit onderwerp. Ook zij wisten niet goed een antwoord te geven. Wat vind jij? Wat zijn normen, waarden, wat zijn de regels van vriendschap en kennissen? Wanneer is iemand een vriend(in) en wanneer niet meer? Wanneer is een vriend een kennis geworden of een kennis een vriend?

één weekend, zes dames, twee heren.

18-11-2010

Iedereen die wel een beetje mijn blog bij houdt weet dat ik al jarenlang campinggast ben op camping Bergzicht. Ik kom al sowieso twaalf jaar elke zomer, weer of geen weer, op de camping. Als kleine jongen was ik er, met mijn ouders, twee weken te vinden. Die twee weken waren voor mijn gevoel veel te kort! Ik kon wel zes weken blijven, zo fantastisch was het!

Ik werd groter (mede dankzij de Bambix) en ouder, waardoor mijn beleving van de vakantie anders werd. Ik was niet langer de kleine jongen die speelde maar de ik was stoere puber. Nadat ik dit stadium overleefde hield ik een chronische beleving over. Dit is de manier waarop ik nu elk jaar mijn vakantiedagen op bergzicht beleef. Ik ben chronisch verslaafd. Deze week werd bekend wanneer me ouders weer naar de camping gaan. 22 juli 2011 tot 12 augustus 2011. Op één van de laatste dagen, van mijn verblijf dit jaar, bedacht ik dat een reünie in de vorm van een weekendje weg leuker zou zijn dan een etentje zoals we vorig jaar deden. Voor dit idee was voldoende draagvlak. Mieke en ik benoemde, geheel in eigen stijl met een glas alcohol, onszelf tot organisatoren. Zo gebeurde het dat ik afgelopen vrijdag naar Putten ging voor een weekendje weg. Bezetting was zes dames en twee heren. Bezakt met kleren en apparatuur om ons weekend zo relax mogelijk te maken vertrok ik. Beladen met een positieve aura, een hoofd vol met adremme grappen en een mix van angst en nieuwsgierigheid naar Sanne. Zij kon mijn grappen wel eens pareren met haar eigen babbels.

Hoewel ik met zes dames op stap ging had ik goede hoop dat ik het weekend wel zou overleven en dat ik het prima zou kunnen reden met de zes vrouwen. Ik dacht nog; “ik heb altijd Mieke nog, die lacht al om mijn grappen op het moment dat ik ze bedenk. Misschien lacht de rest dan mee.”

Ik heb het overleefd en het was geweldig! Mijn angst voor Sanne was overdreven en bleek achteraf ongegrond. Ze is dan wel misschien ad rem en directief maar op mijn grappen reageerde ze minder goed dan Mieke vooraf deed vermoeden. Wel kan ze goede trappen uitdelen, zo straalt nog een mooie welverdiende blauwe plek op mijn been. De gezellig zoals ik dat kende van de camping was binnen no time in ons huisje terug te vinden. Ik leerde een pracht mens kennen. Ik heb genoten van haar om haar zachtaardigheid, lieve uitstraling en ontzettend grappig uitspraak. Ze heet Mayna en is Braziliaanse, ze woont inmiddels een paar jaar in Nederland maar ze spreekt nog niet vloeiend, ze gebruikt daarom een mix van Nederlandse en Engelse woorden in een zin. Ik vind het knap, zo schattig hoe ze met speels gemak met woorden speelt uit twee totaal andere talen. Daarbij kan ze ook nog goed gitaarspelen!

We hebben heel veel gelachen! Ik ben moe geworden van het weinig slapen en het maken van grappen. Mieke heeft de meeste buikspieren ontwikkeld en had dan ook nog twee dagen last van buikspierpijn. Matthias en Anne mochten als enige stelletje komen waardoor er altijd wel een plekje vrij was op de bank. Jaqueline heeft zich goed gehouden en heeft behalve tijdens het afscheid niet zoveel gehuild om alle mooie dingen die er gebeurden. Lieke besloot op de laatste avond toch maar bij ons te blijven, vanwege college verplichten en enige stress wilde ze eerder naar huis gaan; maar omdat we zo gezellig waren besloot ze op het laatste moment te blijven.

Samen hebben we plezier gehad van het spel Weerwolven. Wat dit spel een extra dimensie gaf was de goede muziek van de film Pearl Harbor en Gladiator op de achtergrond. Toen de leider vertelde dat de weerwolf de ogen mag open en mag aanwijzen wie die nacht op brute wijze word verslonden en je op de achtergrond het vuur hoort knisperen en de muziek van de film hoort spelen, dan geeft dat echt een extra spanning.

Aan het einde van het weekend is het afscheid. Het is nooit leuk afscheid te nemen van mensen waarmee je in zo’n korte tijd zoveel hebt gelachen en ze enigszins hebt leren kennen. Dankzij mijn biologische klok werd ik maandag voor de derde keer weer vroeg wakker en besloot een douche te nemen en te beginnen met schoonmaken. Ik wist dat de dames moeite zouden hebben met uit bed komen (de drank moest namelijk op) en dat er een hoop stress zou komen als we dan nog moesten schoonmaken. Het leek me een goed idee om het huis daarvoor al spik en span te maken. Zodat de dames nog rustig wakker konden worden in hun bed.

De waardering voor mijn bijdrage tijdens het weekend werd op het station van Harderwijk bekroond. Ik werd tijdens een plechtige ceremonie gekroond met een papieren koffie bekertje. Ik werd gekroond, niet tot koning. Het woord dat vaak gebruikt werd het weekend wanneer we ergens van onder de indruk waren. Dat kon een grap zijn of iets waarvoor we waardering hadden.

Nee, ik werd gekroond tot Hofnar.

…Vaarwel

02-11-2010

Afgelopen weekend was ik een nachtje bij me ouders, veel te kort volgens moeder, dus ik mag binnenkort gewoon weer een keer heen, maar blijf dan vooral langer, hoor ik me moeder zeggen. Terwijl ik daar was mocht ik een ‘to do’ lijstje afwerken met punten die niet helemaal soepel liepen. Zo was de televisie in de keuken in de war, moest ik het een en ander doen op de computer en mocht ik met Dennis nog even Fifa 2011 spelen, wat ook al niet voorspoedig startte. Die avond was de enige spanning of Jennifer Ewbank wel door ging bij ‘the voice of Holland’ (wat natuurlijk erg belangrijk was) tenslotte smaakten de bitterballen heerlijk en mocht ik daarna slapen. Zaterdag had ik uitslaapochtend. Toen ik wakker werd moest ik voor LTC (voetbalvereniging) nog een PowerPointpresentatie omzetten en op dvd zetten, zodat deze op de tv afgespeeld kon worden. Maar over deze onderwerpen gaat deze blog niet.

Terwijl ik vrijdag rustig bij mijn ouders aan tafel een drankje aan het nuttigen was hoorde ik van mijn ouders dat de auto vervangen wordt. Dit bericht ontving ik rustig, maar met een shock tot gevolg. Ik twitterde erover en als een tsunami schrokken betrokkenen. De reacties van assenaren waren niet van de lucht en zus(je) Margreet wist in alle haast het telefoonnummer van mijn ouders niet meer. Nu zal je misschien denken: “een nieuwe auto, dat is toch niet zo drastisch?” Nee, voor een gemiddelde Nederlander is een nieuwe auto is niet drastisch. Echter bij de familie Janssen ligt dat nét even anders. Want de familie Janssen of laat ik de dingen maar bij de naam noemen, vader Janssen, die te omschrijven is als: koppig, eigenwijs, hardleers, stijfkoppig en beter wetend, rijdt al bijna twintig jaar in deze auto. Ja, je leest het goed, TWINTIG jaar! Dat betekend dat iedereen in de omgeving van Assen al jarenlang geconditioneerd is. Elke keer als een bekende de lelijke poepbruine Volvo 245GL ziet rijden denkt hij: He Janssen! Het maakt dan helemaal niet uit wie er in rijdt of waar diegene rijdt. Daarnaast kan ik me geen andere auto dan deze auto herinneren naast ons huis. Hij hoort er gewoon bij.

Toen vader de auto kocht ging hij van huis met het idee om een kleinere auto te kopen. Want de vorige auto was groot, onhandig en duur in onderhoud. Toen kwam vader met deze tank het erf op rijden, een foeilelijke poepbruine Volvo. Een week later werden we als gezin al aangehouden door de politie. Of hij de auto ook foeilelijk vond is tot de dag van vandaag een vraag. Maar de auto was te vol geladen met kinderen. De agent in kwestie zei dat tien personen toch wat veel was in zo’n auto. Vijf kinderen in de laadruimte kon toch eigenlijk niet. Een week na de auto gekocht te hebben gaf de aardige agent mijn vader de tip om maar een busje te kopen, dat was stukken veiliger.

Met schoolzwemmen reed mijn moeder regelmatig. We werden als klas opgehaald met auto’s door moeders of vaders die volgens rooster waren ingeroosterd. Als mijn moeder reed was onze auto als een ware attractie. Iedereen die wilde kon in de auto. Achterin vier kinderen, ik voorin en vijf kinderen in de kattenbak/laadruimte. Als Wilders toen al in de politiek zat had hij gezegd dat de auto nu echt vol was, vol=vol. De Volvo was een formule met gegarandeerd succes. Met voetbal was dit niet anders. De auto vol gestamd met voetballers en voetbaltassen om door Drenthe te rijden voor uitwedstrijden. Tijdens PVT zorgt hij voor de verhuizing van vele computers naar de timp en terug, bij verhuizingen word hij omgedoopt tot verhuiswagen, bij bezoekjes aan de ikea passen de meeste kasten in de Volvo. Maar het blijft een foeilijke tank met veel te veel lawaai, op de snelweg valt geen fatsoenlijk gesprek te houden omdat hij zoveel herrie maakt.

Zoals beschreven heeft de auto veel dingen meegemaakt, hij liet vader & moeder ook regelmatig staan, dan bij de gamma dan de praxis, maar koppig als vader is luisterde hij nooit naar onze klaagliederen, die al zeker tien jaar heviger worden, om een nieuwe auto te kopen. “Vader, doe die tank een keer weg”. “De ijzerwaarde is nu zo goed dat u er nog wat geld voor terug kunt krijgen”. Keer op keer kon de auto door de APK omdat er weer wat gemaakt werd. Dan werd er iets aan gelast, vast gelast of werd er een nieuwe fundering in gestort. In Ter Aard woont een hobbyklusser die onze oldtimer Volvo had als studieobject, elke keer was er wel wat nieuws stuk. Dit jaar heb ik me op de camping nog kapot gelachen op de camping omdat de auto het twee keer begaf.  Vader vertelde, bij nieuwe bezoek keer op keer, vol trots hoe de hele auto er mee stopte door een klein scheurtje in een leiding. Hij bewaarde de leiding als souvenir, zodat hij het verhaal zo vaak kon vertellen dat ik geheel mijn eigen versie binnen twee minuten wist op te zeggen als hij al naar de voortent liep om zijn souvenir te pakken.

Maar nu is het echt aanstaande. Mijn ouders overwegen serieus om de auto weg te doen. Een auto met een hoge instap, genoeg vermogen om de caravan te trekken en voldoende luxe zodat hij op elke manier de Volvo voorbijstreeft maar toch de betrouwbaarheid van de Volvo blijft houden, moet hem vervangen. Tja, dan komt er toch een moment van, shit, de auto gaat echt weg! Nu een paar dagen na het horen van het bericht begint het langzaam tot me door te dringen. Het word langzaam tijd om afscheid te nemen van de Volvo. Daarom zal ik als slot nog enkele woorden als memoriam schrijven. Bemoedigende woorden die elke gevoelige snaar hopelijk zullen raken van iedereen die ooit gebruik heeft gemaakt van de Tank.

Vaarwel.

Daar stond je dan ineens,

Groot, bruin en lelijk eveneens.

Er zou een kleinere auto komen,

Maar jij zette een dikke streep door al onze autodromen.

Een lompe bruine Volvo 245 GL die reed op euro 95 met loodvervanger,

Ja met jou afmetingen was je gelijk de blikvanger.

Iedereen kende je, iedereen toeterde,

Als je langs bulderde.

Elke keer een feest,

Vol kinderen kwam je dikwijls aangesjeest.

Een feestje, met voetbal of schoolzwemmen, het maakte je niet uit,

Zelfs kratten met rabarber, boontjes en sla al was het onkruid.

Daar stond je dan ineens,

Groot, bruin en lelijk eveneens.

Daar sta je nu nog altijd,

In al je afschuwelijkheid.

Twintig jaren houd je het al vol,

Maar de laatste jaren betaal je je tol.

Het einde is nabij,

Afscheid nemen komt nu met rassé schreden dichterbij.

Afscheid nemen bestaat niet,

Daarom schrijf ik dit vol eerbied.

Je bent groot lelijk en bruin,

misschien koste je daarom zelfs geen fortuin.

Maar niemand kan op,

Zelfs niet die stijfkop.

Wat wij als gezin met jou hebben meegemaakt,

Bedankt voor alles en ik hoop dat ik met deze blog al mijn nare woorden heb goedgemaakt.

Vaarwel.

post-30dayschallenge post

24-10-2010

Dertig dagen elke dag een blog schrijven… het is niet niets. Nee, het is niet makkelijk. Toch lukte het me… Naja bijna. Het gevoel dat ik kreeg nadat ik de dertig dagen challenge had gehaald is vergelijkbaar met het gevoel dat Rintje Ritsma, Koos Moerenhoud, Erben Wennemars, Winston Bogarde en alle andere topsporters hadden die stopten. Het is een gevoel van: Nu is het klaar, nu hoeft niets meer. Net als eerder genoemde topsporters was ik ook bang om, net als hen, in een zwart gat te vallen. Elke dag een bezigheid, elke dag geconcentreerd blog schrijven. Maar nu? Nu is het klaar… Maar wat nu?

Dertig dagen heb ik niet hoeven nadenken over het onderwerp van mijn blog, dertig dagen doen waarom gevraagd word. Creativiteit werd beperkt en in hokjes geplaatst in de vorm van vastgestelde onderwerpen. Na deze blogs volgende het zwarte gat. Ik zelf moest out of the box denken. Mijn zwarte gat resulteerde in elf dagen geen blog. Dit zorgde voor een keldering van bezoekersaantallen op mijn site. Sommige bezoekers hadden zelfs geen blog-lezen-voor-het-slapen-gaan moment meer.  Ze konden niet meer in slaap komen. Het ‘voorlees’ moment was weggevallen.

Maar elf dagen niet schrijven staat gelukkig niet gelijk aan elf dagen niets doen. In tegendeel, de afgelopen elf dagen waren druk zat en vol momenten om over te schrijven:

Opzienbarende schrikmomenten op stage (zoiets heb ik nog nooit gezien); Eetdates (twee) die de weg naar mijn huis niet konden vinden (hoe moeilijk kan het zijn?);

Lastige klanten bij Bizztravel (zoek je eigen wintersport lekker uit);

Gezellige wijnavond (Johan, Beter laat de wijn in het vervolg in het glas);

Eerste gedachten over PVT 2011 (ik begin langzamerhand aan de voorbereidingen);

Voorbereidingen voor een gezellig weekendje weg (de reünie van de camping);

Eerste supervisie van mijn stage (dat was pittig);

De belastingdienst (leuker kunnen ze het zeker niet maken, duurder wel);

De eerste college van dit jaar (waarom ben ik überhaupt heen gegaan?);

Het zijn allemaal onderwerpen waarover ik met gemak zeshonderd tot duizend woorden vuil aan kan maken. Een geruststellende gedachte is alleen dat niemand het toch zou uitlezen. Dus, wat is het nut dan? Dit is de reden waarom ik deze blog beperk tot een onderwerp. Het onderwerp in deze blog is mijn stage.

Op mijn stage maak ik elke week wel iets mee waar ik nu, na ongeveer zes weken, nog van opkijk. Na een aantal keren contact gehad te hebben met een cliënt (laat ik haar, in verband met privacy, vandaag Paula noemen) mochten we bij haar bezoek komen. Ze vertelde dat zij zich wel schaamde voor haar huis en dan vooral de netheid van haar huis. Maar we vertelden dat we bij de Verslavingszorg Noord Nederland wel wat gewend waren en mochten daarom wel bij haar langskomen. Ondertussen dacht ik dat ik inderdaad wel wat gewend was. Maar niets was minder waar. Hoewel ik tijdens de eerste weken van mijn stage wel op bezoek bij cliënten ben geweest, heb ik nog nooit iets gezien waarvan mijn mond zó open viel.

Dit keer was het anders. Het was zelfs zo dat we geen van de deuren waar we door heen wilden helemaal konden openen. In huis was er geen andere plek om te zitten, dan daar waar Paula zat. Toen ik in de woonkamer stond, stond ik op een halve meter afval van kant en klare maaltijden en lege flessen. In de woonkamer heb ik geen vloer gezien. Ik schrok me zo erg. Zoiets had ik in mijn leven nog nooit gezien. Paula was het met ons eens dat ze dit zelf niet meer kon opruimen. Ze wilde het nog wel proberen zei ze, maar ze was het wel met ons eens dat het onbegonnen werk was. Ik was erg blij dat mijn stagebegeleider mee was. Sinds het moment dat ik de keuken inklom en ik de woonkamer zag, vol raggen van minimaal drie jaar oud,  was ik verstomt. Uit mijn mond kwam niet meer dan een schamel: ‘dat begrijp ik’. Hoe goed ik het nu probeer uit te leggen, je zou je er geen voorstelling van kunnen maken.

Dag 29 Mijn aspiraties.

12-10-2010

Aspiraties, het klinkt als ambities, het is streven naar. Ambitie is voor mij belangrijk, zonder ambitie was ik niet van de bank af gekomen! Gelukkig zit er in mijn genen nog iets zit wat op ambitie lijkt. Ik heb ambitie. Ik had (en heb) nog altijd de drang om telkens meer te vragen van mijzelf. Elke keer moet het beter. Eerst alleen op het gebied van websites. Toen ik nog op het MBO zat, of daarvoor op het VBO, toen was ik vooral bezig met het ontwerpen van nieuwe websites. Toen ik begon was het simpel, maar dan bedoel ik ook echt heel simpel, maar als ik nieuwe uitdagingen overwon was ik niet langer tevreden. Nee, ik wilde meer. Moeilijk, mooier, beter.…Zo werd dat een visuele cirkel tot de dag van vandaag.

Qua schoolprestaties bleef het in die periode nog erg achter. De ambities die ik op het gebied van webdesign had, had ik qua school al helemaal niet. Hoe makkelijker hoe beter was mijn motto. Ik koos daarom voor de VBO in plaats van de Mavo. Maar naarmate mijn school vorderde en ik ook echt moest kiezen voor een beroep en daarna nog een ander beroep omdat het eerst beroep die ik koos niet zo’n goed beroep bleek te zijn, ik een MBO diploma haalde en daarna nog een haalde omdat ik met de eerste niet tevreden was. Toen was ik nog niet tevreden. Ik wilde meer, beter en hoger. Ik besloot HBO te proberen. Niet geschoten is sowieso mis. Ik koos, maar koos verkeerd. Ik stopte en koos daarna goed. Daar is waar ik nu nog ben. Nu weet ik waar mijn ambities liggen, waar ik naar wil streven. Het heeft me een aantal studiejaren gekost, maar ik heb veel plezier gehad.. Zoals ik het in mijn vorige blog beschreef, ik zou het MAC zo over willen doen.

Zoals ik al beschreef heb ik ambities en aspiraties. Ik heb altijd een de wens naar meer. Ik wil elke keer het beste, vorig jaar de beste laptop en nu heb ik alweer een betere en mooiere model gezien. Ik wil meer! De wens, waarover Marco Borsato zingt. Sluit daar goed bij aan. Wanneer ik iets heb, het mooiste en nieuwste, dan komt er altijd wel iets nieuwer, beters en mooiers. “Waarom nooit eens een keer iets je minder dan meer, wanneer laat dat verlangen me vrij” Mijn voornaamste ambitie is dat ik meer kennis wil verwerven. Sinds ik deze opleiding doe, wil ik alleen maar meer en breder informatie consumeren. In mijn stage kom ik mensen tegen met jarenlange ervaring, met erg veel kennis. Kennis over verschillende methoden, ervaringen en mooie verhalen. Tijdens de verschillende trainingen die ik heb gehad heb ik daar naar geluisterd en heb ik deze informatie geconsumeerd als ware ik de boze geest was in my little pony en de informatie de schaduwen waren van de paarden die de boze geest opat.

Wanneer ik voldoende informatie heb geconsumeerd en ik voldoende kennis heb vergaard zou ik het fantastisch vinden om als parttime docent door het leven te gaan. Deels docent, deels maatschappelijk werker. Ik wilde les geven aan pubers toen ik ook zelf nog in de pubertijd zat, maar nu ik ouder en een halve fossiel ben geworden lijkt het me het meest gaaf om op een HBO instelling te gaan doceren vanuit mijn eigen (werk)ervaringen en kennis. Ik zou graag docent willen worden omdat ik dan mijn kennis en mijn gevoel kan overdragen aan nieuwe ambitievolle studenten die graag het vak van maatschappelijke werker ambiëren.

Een ander streven van mij is meer op kort termijn. Graag zou ik mijn stage willen halen met een voldoende en wel zo dat ook het stage bedrijf, de VNN,  iets heeft gehad aan mijn werkzaamheden. Mijn streven is om mijzelf nog beter hierin te leren kennen. Het spreekwoord zegt dat je nooit te oud bent om te leren. Hiermee word niet alleen het leren van kennis vanuit boeken bedoeld, maar ik geloof ook dat je nooit te oud bent om te leren over mijzelf. In elke ervaring kan ik mijzelf tegenkomen en zo leren hoe ik ben en handel in bepaalde situaties. Oude of nieuwe ervaringen, ze werken allemaal mee.

Dag 27: Mijn favoriete plek

08-10-2010

Sommige dingen in het leven moet je niet moeilijker maken dan ze zijn. ‘Waarom moeilijk doen als het gemakkelijk kan’ is niet voor niets een gevleugelde uitspraak. Mijn favoriete plaats in het leven heeft echter de laatste tijd het moeten doen met minder aandacht. Het is eigenlijk heel treurig omdat ik haar veel meer gun. Nu ik een ‘regelmatig’ leven heb, moet mijn wekker ook eerder gaan. Er word van mij verwacht dat ik om half negen op stage ben elke maandag – donderdag. Wanneer mijn wekker gaat, is het afscheid van mijn favoriete plek nabij. Want mensen, het is natuurlijk helemaal geen moeilijke opgave om voor te stellen wat mijn favoriete plek is… Mijn bed is mijn favoriete plek.

Wat zou ik moeten als ik geen bed had met matras en kussen? Wat heerlijk is het om deze luxe te mogen hebben. Ik ben niet eenkennig. Nee, ik slaap ook best goed in andere bedden en zelfs banken. Wanneer ik iets meer drink dan twee flessen whisky maakt het eigenlijk niet uit waar ik lig, bed, bank., grond of ziekenhuisbed. Ik geloof niet dat ik het ooit ga proberen. Het liefst lig ik in mijn eigen bed. Het liefst lig ik alleen in mijn eigen bed. Helaas kan ik niet hele dagen in bed liggen. Dit keer heeft dat niets met mijn stage te maken. Want op een gegeven moment moet een mens ook naar het toilet… en geloof me, dat ruikt en ziet er niet zo lekker uit hoor, als je niet gaat en het laat lopen, ik heb het zelf op stage mogen zien.

Daarom heb ik een tweede plek waar ik graag ben als ik uit bed ben. En omdat mijn kamer niet zo groot is, kan ik van beide plekken ook de andere plek zien. Mijn tweede favoriete plek is… Mijn bank! Ik kan wel ontzettend lang op mijn bank zitten. Het liefst met mijn tafel er vlak voor, waar ik dan mijn benen heerlijk op te rusten leg. Het is dan wel erg moeilijk om dan de wc op tijd te halen. Het ligt zo lekker, Stel je voor dat ik op me bank onderuit gezakt lig, mijn benen op de tafel voor mij, mijn Macbook, zaaddodend, op schoot of naast mij, mijn telefoon naast me, de televisie aan, korte broek aan, een fles drinken bij me. Kortom, alles zo dicht bij me dat ik, als het niet om toiletteren gaat, helemaal mijn bank niet af hoef. Mijn trouwe volgers, die uiterst onzinnige berichten lezen op twitter, is het niet nieuw dat ik ook berichten achter gelaten heb dat ik bankhangen les 1,2,3 voor gevorderden deed.

Ik kan je vertellen dat de zondag de meest geschikte dag is om de les bankhangen voor gevorderden te doen. Vrijwel de hele dag is er sport op, er zijn geen afspraken (behalve kerk) dus je kunt ordinair uitkeringstrekker spelen. Ik wil daarom als, inmiddels professional en aanhanger van de les, het iedereen van harte aan bevelen om dit te gaan doen! Ik geloof dat ook jij dit kan, Too the max!

Dag 25: Een eerste keer (PVT)

06-10-2010

Vandaag werd ik door mijn ‘pleegzusje’ Anne er aan herinnert, Het PVT (Paas Volleybal Toernooi). Voor iedereen die aan het PVT heeft meegedaan, meegewerkt of heeft gekeken was er een eerste keer. Voor mij was dat niet anders. Mijn eerste keer als kijker was al als kleine jongen van net twee traptreden hoog, mijn eerste als medewerker was jaren daarna. Ik weet nog goed dat Bennie (broer) net geopereerd was aan zijn knie. Toen mijn moeder met de telefoon naar mij toe kwam. “Het is Erik voor jou”, toen was er nog maar een Erik die ik kende, mijn neef. Je kunt het misschien al raden, het was gek genoeg mijn neef. Hij belde mij op met de vraag of ik wel wilde meeschrijven aan het NetNieuws. Hij legde mij uit dat het NetNieuws dagelijks in een opgave van ongeveer 350 exemplaren uit kwam, dat het vier keer per PVT geschreven werd (elke dag een) en dat hij opzoek was naar mensen die wel redacteur of columnist wilde worden. Ik kende het blad niet omdat ik vanaf mijn geboorte elk jaar vanaf de tribune naar de wedstrijden keek, daar werden ze niet uitgedeeld. Hij overtuigde me met de woorden dat hij al een tijdje mijn af en toe mijn weblog las en vond dat ik een leuke schrijfstijl had. Hij overtuigde me goed dus ik besloot ja te zeggen en dat deed ik. Ja, ik wil!

Het werd voorjaarsvakantie, PVT begon, met een computer onder de arm liep ik de Timp, het walhalla, het mekka van het PVT binnen. Spannend was de eerste keer wel, elke dag minimaal drie stukken schrijven voor in het blad, het hoge dyslexie gehalte zorgde ervoor dat ik een speciale nickname kreeg, Dik Lexi. Een nickname die er voor zorgde dat ik drie dagen anoniem bleef. Dag vier wist inmiddels 60% wie de slechtste schrijver was qua Nederlandse taal, ik moest het hebben van mijn creativiteit. Na het eerste jaar vond ik het spannend of ik voor een tweede keer werd gevraagd. De spanning begon eind december mij te bekruipen, ik hoopte een uitnodiging te krijgen om weer te schrijven, want je weet wat je mist als je het al eens gedaan hebt. Ik werd gelukkig uiteindelijk uitgenodigd om opnieuw te schrijven voor het PVT, voor mijn gevoel veel te laat.

Er waren nachten bij naar het PVT toe dat ik droomde dat ik in een voorjaarsslaap was gevallen en daarna drie dagen had gemist. Of dat ik zo druk met andere dingen bezig was dat er niet eens een NetNieuws uit kwam. Ik had, zeg maar, nachtmerries en daghengsten, gelukkig ben ik tot nu toe elk jaar op de start dag woensdag extreem vroeg wakker geworden, net als een kleine jongen die de dag voor zijn verjaardag vroeg naar bed gaat omdat het dan sneller zijn verjaardag is. “Mama, ik ga slapen want dan is het sneller morgen”. De dag van zijn verjaardag staat de kleine jongen niet om zeven uur naar zijn bed maar al om zes uur, want wat voor cadeaus zou hij krijgen?
Zo ging het de afgelopen jaren ook bij mij. Maar na een jaar PVT, kwam jaar twee, drie, vier, vijf tot ik de tel kwijt raakte. Ik begon als schrijver, werd eindredacteur, hoofd- & eindredacteur en toen leerde ik delegeren. PVT heeft me nog geen moment verveeld, maar het kost elk jaar wel veel tijd om me goed voor te bereiden. Tijd die ik er overigens graag insteek. Je krijgt er zoveel voor terug.

Daarom ga ik dit jaar weer gewoon opzoek naar enthousiaste schrijvers en fotograven. Doe je mee?

Dag 23: iets waardoor ik me beter voel.

04-10-2010

Iets waardoor ik me goed voel is jarig zijn en dit te vieren met veel familie, vrienden en vriendinnen. Vandaag ben ik jarig (hiep hoi), maar omdat ik een keurige stagiair ben, ben ik gewoon vanmorgen vroeg opgestaan om naar stage te gaan. Toen het vijf uur was ging ik naar huis waar ik hoopte wachtende huisgenoten aan te treffen, beladen met cadeaus die ze ieder moment aan mij konden geven, een huis vol slingers en ballonnen en een surpriseparty waarbij iedereen die ik lief heb aanwezig is. Maar… ik kom thuis… Geen surpriseparty, geen slingers, geen cadeaus en geen huisgenoten.

Het enige wat, tot nu, mij vandaag deed voelen alsof ik een jaar ouder was de taart waarop ik trakteerde op mijn stage en het geschenk van veel felicitaties via krabbels, tweets, mails, sms’jes en telefoontjes, of felicitaties , ouderwets met de hand. Wat ben ik rijk, rijk aan vrienden en familie die aan mij denken en om mijn geven. Dit is het allermooist waardoor ik mij beter door voel.

Waardoor ik me ook beter voel is muziek. Ik kan dagenlang luisteren naar muziek en doe dit dan ook graag de hele dag. Dat ik op stage niet naar muziek luister heeft invloed op mijn muziek die ik ’s avonds luister. Niet zozeer de muziek is anders, maar ik geniet meer van de muziek en ik zoek de leukste nummers eruit. Ik luister allerlei soorten muziek uit verschillende genres. Ik luister van Andre Hazes, 3js tot Muse van Paul Potts tot Tiesto. Ook heb ik veel oudere nummers die voornamelijk op radio Veronica worden gedraaid. Denk dat vooral aan Dire Straits, Phil Collins, Pink Floyd en dergelijke. Eigenlijk kan zo gek niet bedenken en ik luister het, ok geen truckersmuziek. Mijn Itunes bibliotheek telt nu 9914 nummers en word dan ook veelvuldig gebruikt. Heerlijk is muziek en ik kan mij in allerlei stemmingen voorzien van toepasselijke muziek. Wanneer ik down ben luister ik graag opwekking, wanneer ik vrolijk ben of ik moet werk gedaan worden, dan draai ik dance. Op feesten en partijen draai ik van alles en laat ik vaak mijn feestgangers zelf de muziek regelen.

Waar ik nog meer blij van word is alcohol. Eerst stond ik er nog niet echt bij stil, maar nu ik bij de verslavingszorg werk en ook de theorie achter ‘een biertje drinken’ leer, leer ik dus dat alcohol veelgebruikt word bij veel verslaafden als vluchtgedrag. Ze vluchten als ware weg van hun problemen door te drinken. Wanneer er gestopt word met drinken, komende de problemen terug, dus drinken ze weer een biertje of dertig halve liters. Nu weet ik precies wat ik kan doen wanneer ik in een dipje zit. Vrolijke muziek draaien en bier drinken. Binnen no-time ben ik weer vrolijk en heb ik de volgende dag een kater.

Ik word ook blij van de kleine dingen in het leven. Het voorbeeld heb ik al eens vaker genoemd, maar het zien van een ouder stel op een bankje, de een met een rollator de andere met een stok, samen een brood mee die ze aan de vogels en vissen voeren. Het bankje waarop ze zitten staat namelijk vlakbij het water. Als ik toevallig hier langs fiets dan word ik erg blij. Een briefje van een vriend of vriendin daar word ik ook blij van. Ik kan me herinneren dat een paar maanden geleden een vriendin van mij op de koffie was geweest, alleen ik moest iets eerder weg dan haar. Haar bus naar het station ging namelijk nog niet. Toen ik weer thuis kwam, had ze een briefje geschreven met hoe gezellig ze het vond. Ik vind het fantastisch om zulke dingen te lezen.

Naast deze dingen, zijn er meer dingen waar ik blij van word. Maar omdat ik jarig ben en de blog niet te lang wil maken. Houd ik het vandaag hierbij.

Dag 21: Een ander moment

02-10-2010

Een moment waarover ik vandaag wil schrijven heeft te maken met mijn broer, Bennie. Want zo talentvol als hij is heeft hij op dit momenteel helaas voor de zoveelste keer een blessure. Sinds Mattijn in plaats van barman leider is geworden van het eerste elftal, is plaats van eerste elftalspeler barman geworden. Hij heeft Mattijn over genomen en is daarom in plaats van eerste elftal speler, dankzij mij, barman geworden. Toen ik vandaag met hem bardienst had deed me vandaag terug denken aan het moment dat hij mij de eerste biertjes intapte bij de voetbalclub… Daarom leek het me een leuk idee om even in de geschiedenis te kijken.

Wat is namelijk het geval? Toen ik nog in de B’s zat leerde ik net bier drinken. Ik zat in het b2 elftal van LTC, dit team was er niet voor prestatie maar voornamelijk voor de gezelligheid. Dit resulteerde in slechte uitslagen, weinig winsten, maar wel goed georganiseerde derde helften. Maar zoals ik hierboven al even noemde was Bennie toen ook geblesseerd en stond hij achter de bar. Ik leerde toen nog bier drinken en hij had net bardienst. Kortom… een en een is twee. Hij verzorgde mijn alcoholische versnaperingen.

Mijn kwaliteiten werden, met hulp van Bennie, verder ontwikkelt als het ging om de derde helft. Echter mijn voetbalkwaliteiten lieten de wensen over.. Maar mijn herinneringen zijn er niet minder om, toen ik vanmiddag met Bennie achter de bar stond kon ik nog twee momenten goed herinneringen waarbij hij aanwezig was. Zo werd ik door hem ongeveer acht jaar geleden uitgenodigd om met hem naar een kroeg in Assen te gaan. Als ik me het goed herinner was het met oud en nieuw. Hij ging met vrienden heen en hij dacht waarschijnlijk: ‘misschien is het leuk als ik mijn broertje eens mee neem’. Zo gebeurde het en ik mocht binnen mee naar de kroeg, dit was het begin van een relatie van samen stappen. Ik keek mijn ogen uit hoe hij dronk. Elke keer dat ik een biertje dronk, dronk hij er twee. Ik stond verschrikkelijk te kijken dat hij zoveel kon drinken. Echter wij werden ouders.. ik werd ouder, hij werd ouder, maar hij is al vier jaar ouder dan ik oud ben. Dus, met elk jaar dat ik ouder werd, werd hij voor mijn gevoel nog ouder. Dit resulteerde in het feit dat op een gegeven moment wij allebei met twee drankjes stonden en dat ik mijn drankje iets eerder, dan hem, leeg had.

Een later moment dat ik me kan herinneren is dat hij voor het eerst sinds tijden met mij op stap ging. Op een foto die ik me kan herinneren stond Bennie met drie drankjes in zijn handen, drie drankjes omdat hij mijn tempo niet meer kon bijhouden. Bennie, die broer die ooit twee drankjes dronk , terwijl ik een drankje dronk (dus twee keer zoveel), kon toen het dranktempo van mij niet meer bijhouden. Hij, de ooit stoere jongen, kon niet meer meekomen.

Nu ben ik zelf iets ouder, en nu weet ik dat het eigenlijk niet zo erg meer is om niet meer mee te komen met de jeugd. Ik ben dan wel student, maar in vergelijking met mijn jongere jaren (ik mag dan wat oud klinken), maar ik heb nu meer tijd nodig om van mijn drank bij te komen. Ik word ouder, net als Bennie toen ouder werd. Ik had toen alleen het geluk dat ik wat jonger was dan hem. Maar ondertussen zitten we nu in het zelfde traject.

Toch blijft Bennie mijn grote Broer.

Dag 19: Waar heb ik spijt van.

30-09-2010

Sorry zeggen, ik doe het erg veel, maar spijt heb ik dan eigenlijk niet. Dat klinkt misschien raar, maar net als mij zullen er een flink aantal personen zijn die sorry zeggen uit een schrik reactie of als automatisme. Mij werd en word nog wel eens verweten dat ik te gauw sorry en teveel sorry zeg. Ik zeg bijvoorbeeld sorry wanneer ik mensen niet wil kwetsen, geen pijn wil doen of kwaad wil maken. Sorry is maar een klein woord, met relatief weinig betekenis tegenwoordig. Het word door mij maar misschien ook wel door jou, zo nu en dan misbruikt.

Sorry is eigenlijk spijt betuigen. Spijt betuigen doe je vaak wanneer je ergens spijt van hebt. Laat dat nou net het onderwerp van vandaag zijn. Ergens spijt van hebben, de opdracht van vandaag in mijn 30 days challenge is dat ik ging vertellen van dat ene moment waar ik spijt van heb. Ik stond onder de douche vanmorgen en dacht me suf, tijdens mijn drukke werkzaamheden op stage dacht ik hard na en tijdens het eten kopen dacht ik er over na. Ik heb zelfs gevraagd aan vrienden en vriendinnen waarvan zij spijt hadden, ik dacht misschien geeft het inspiratie. Niets, helemaal niets, hielp. Ik heb in mijn leven niets gehad waarvan ik spijt heb.

Ik dacht even aan me eerste echte relatie… of ik het eerder had moeten uitmaken, moest ik dat enkele maanden eerder doen toen ik bedrogen werd? Nee, de tijd daarna was de tijd waardevol dat ik het niet heb willen missen. Spijt over mijn studieloopbaan? De verschillende opleidingen, allerlei richtingen van ict naar economie, naar communicatie en dan toch uit komen op MWD? Was het misschien beter geweest dat ik direct MWD ging doen, of eerst SPW en dan MWD? Nee, ik vind van niet.

In mijn leven heb ik een hoop keuzes mogen maken. Ik ben niet iemand die achteraf spijt heeft van die keuzes. Misschien zijn er dingen geweest in mijn leven die achteraf misschien anders hadden gekunt. Maar ik ben van mening met de kennis en gedachten van toen heb ik mijn keuze gemaakt. Op dat moment was dat een goede keuze, misschien wist ik wel niet beter. Toen was het een goede keus. Waarom zou ik dan nu achteraf spijt hebben?

Dag 17: Mijn favoriete Herinnering

28-09-2010

Vandaag mag ik schrijven over mijn favoriete herinnering. Na veel overwegingen en beslismomenten die uitgesteld werden heb ik besloten dat ik geen favoriete herinnering heb. Ik heb wel veel goede herinneringen die in verschillende categorieën vallen dat ik besloten heb een herinnering te kiezen waarover ik graag nog het een en ander  wil vereeuwigen.

Het is ruim vier jaar geleden dat het gebeurde, maar wanneer ik er over nadenk komt het toch weer naar boven als de dag van gisteren. Een vriendengroep waar ik onderdeel van uit maakte ging, weliswaar zonder mij, een weekendje weg. Op de eerste (vrijdag) avond een aantal uren na aankomst gebeurde, wat er gebeurde waardoor zijn leven voorgoed veranderde:

“Ook zien we in onze ooghoeken een luxe zwembad en besluiten het er op te wagen. Snel terug naar het huisje om de zwemkleren op te halen en nog geen kwartier later liggen we in een heerlijk bubbelbad te genieten van, het nog steeds, zorgeloos weekendje.Één van ons duikt het gewone zwembad in en, zoals het een hecht groepje betaamt, duikt de rest er achteraan. Ik was de laatste en ging op het randje die het bubbelbad en het gewone zwembad van elkaar scheidt staan om met een flinke sprong me weer bij de rest te voegen. Eenmaal in het water gedoken leek er niks aan de hand tot op het moment dat ik met een gigantische klap met mijn hoofd de bodem raakte! Op het moment dat ik op de bodem lag realiseerde ik dat er iets mis was.”

Ik lag die zaterdag niets vermoedend in bed. Tot ik rond een uur of tien al wakker werd gemaakt door mijn moeder. “Gertjan, je moet Johan even bellen”. Toen gingen bij mij eigenlijk al gelijk de alarm belletjes rinkelen. Hij was immers een van de personen die een weekend weg was. Half slapend pakte ik, nog liggend in bed, me mobiel en belde Johan op. Hij vertelde wat er gebeurd was, hij vertelde nogmaals wat er gebeurd was, maar omdat ik hem nog niet kon geloven vertelde hij nog een keer wat er gebeurd was en dat onze vriend in het ziekenhuis lag in Groningen en dat het echt waar was en ernstig, hij voelde niets in zijn benen en kon zelf niet meer bewegen. Dit was mis.

Zo gauw als ik kon ging ik naar beneden en deed mijn verhaal. Alleen bij mijn ouders kon ik het wel kwijt maar kon ik er verder niets mee. Ik belde Johan nog een keer en ik mocht naar Leek toe komen. In Leek aangekomen stond de hele woning vol met mensen, een soort crisisteam was gemaakt en we konden bij elkaar troost vinden en praten over er wat er gebeurd was. Ik wilde alles weten vanaf moment een tot het laatste moment. Na de duik in het zwembad en het verlies van gevoel en controle kwam hij vanzelf naar boven drijven waar hij riep om vrienden, deze lachten hem vriendelijk uit omdat ze dachten dat hij een grap maakte.

“Anne keek om en begon te lachen en dacht dat ik aan het ouwehoeren was. Toch besloot hij het zekere voor het onzekere te nemen en hulp te vragen aan Johan en Henk. Met 3 man hebben ze me op de rand van het zwembad gelegd. Ook toen dachten ze dat het nog steeds een grap was en besluiten het water weer in te duiken. Anne kijkt nog een keer om en ziet mij nog steeds op de rand van het zwembad liggen. Hij zwemt terug en ziet bloed op mijn hoofd. Hij roept Johan en Henk om hun te vertellen dat er toch iets aan de hand is.”

Diezelfde zaterdag avond gingen we met ons allen naar het ziekenhuis. Hij lag op de IC. Als vriendengroep mochten we per hoge uitzondering per twee tal allemaal even kijken hoe het met hem ging. Toen ik bij hem was samen, vroeg hij of we een foto wilden maken zodat iedereen kon zien hoe hij erbij lag. Later gingen we naar de Soos van de kerk in Leek, de hele gemeente had al gehoord van het ongeluk en wij waren aanspreekpunten voor iedereen.

Zondagochtend hadden we een goede kerkdienst. Een kerkdienst waar deze favoriete herinnering eigenlijk over gaat. Het was zo een bijzondere kerkdienst. De dominee had de preek zo aangepast of geschreven dat het perfect aansloot bij ons gevoel en emoties van dat moment. Door die duik in dat zwembad, veranderde zijn leven radicaal. Geen moment meer op eigen benen staan, vanaf zijn tepellijn naar beneden verlamt. Niet tijdelijk, maar voor altijd gebonden aan een rolstoel. Toen we na de preek het lied, “ik bouw op u” zongen en ik tranen in me ogen kreeg en een brok in mijn keel had van emotie, ik geen woord meer kon uitbrengen, keek ik opzij. In de rij waarin ik zat en de rij achter ons ook gevuld met zijn vrienden zat iedereen te snotteren. Op dat moment besefte ik dat dit een vriendengroep van hem, maar ook van mij was waar echt hechte en onvoorwaardelijke vriendschap was. In dat kloten moment voelde die gedachte als een warme deken om mijn schouders.

Hij had niet alleen toen dat weekend de steun van zijn vrienden, Nee, we maakten een website, waarop we op topdagen meer dan 500 unieke bezoekers hadden. Er stond een agenda online waar mensen zich konden inschrijven om hem te bezoeken in het ziekenhuis en het revalidatiecentrum, zijn gastenboek overspoelde. En ik? Ik leerde hoe echte vriendschap eruit zag. Ik zag dat dit goed zat. Dat merk ik nu vier jaar later nog. De vrienden van toen zijn nu nog altijd mijn vrienden en ik zou ze voor geen goud willen missen.

Dag 15: Mijn dromen

26-09-2010

“Droom wat je wilt dromen.
Ga daarheen waar je naar toe wil gaan.
Probeer te zijn wie je wil zijn.
Omdat het leven uniek is en er slechts een mogelijkheid
bestaat om de dingen te doen, die we willen doen.” (gertjanjanssen.nl)

Ik droom ervan om, hoe cliché matig het ook moge zijn, een gelukkig en stabiel leven te hebben tot de dood mij roept. Ik droom ervan een goede maatschappelijk werker te worden, die zijn werk, met plezier, goed kan doen. Ik droom ervan om zoveel kennis en wijsheid te mogen krijgen dat ik anderen kan onderwijzen. Ik droom ervan dat ik een lieve vrouw mag tegenkomen die mij kent en mij de les leest als ik iets fout doe. Ik droom ervan met haar samen oud te worden, in voor en vooral in tegenspoed. Ik droom ervan om met haar kinderen te mogen krijgen. Ik droom ervan om een huis met tuin te kopen om daar in te wonen. Ik droom ervan dat het mijn familie goed mag gaan, dat mijn ouders samen oud worden, dat mijn neefjes en nichtjes op mogen groeien in een stabiele samenleving, dat zij allemaal hun kansen mogen krijgen en hun talenten mogen benutten. Ik droom dat de droom van Jurjen en Karen uit mag komt. Ik droom dat het ongeboren kind van Bennie en Hennie gezond op de wereld komt. Ik droom ervan om mijn hele leven te genieten van de kleine mooie dingen in het leven. Van een ouder echtpaar die samen, met elk een stok of rollator, op een bankje zitten bij het water te genieten van de natuur en de jarenlange aanwezigheid van elkaar. Van het eerste groen dat na een koude winter weer in de lente aan de bomen groeit. Van zingende vogels als ik uit de stad, veel te laat, weer naar huis fiets. Van een kind dat nog zonder toezicht kan spelen in de speeltuin vlakbij zijn huis. Ik droom ervan om later zelf die oude vervelende en zeurende bejaarde te zijn op dat bankje, die zijn hele leven elke dag genoot en nog geniet. Ik droom er van dat ik de rest van mijn leven nog steeds mag dromen.Ik droom…

Martin Luther King had een droom. (“I have a Dream”). Hij droomde dat zijn vier zonen zouden leven in een land waar zij niet beoordeeld zouden worden op hun huidskleur, maar naar de inhoud van hun karakter.  Hij droomde dat op een dag kleine zwarte jongens en zwarte meisjes hand in hand kunnen gaan met kleine blanke jongens en blanke meisjes en samen kunnen lopen als broeders en zusters. Martin Luther King had een droom, een droom waar hij voor heeft gevochten, een droom waar in hij geloofde. Een droom waarom hij doodschoten is. Martin Luther King had een droom. Hij heeft het zelf niet meer zien gebeuren, maar vandaag is Barack Obama de eerste gekleurde president van Amerika. Martin Luther King had een droomde dat negroïde mensen vrij mochten zijn. Zijn droom was groot, zijn droom leek ondoenlijk. Zijn droom kwam uit! Waarom zou dan jouw of mijn droom niet uitkomen?

Dromen worden werkelijkheid,  als je er in gelooft komen dromen uit. Droom daarom wat je wilt dromen en leef daarvoor! Leef je droom!!

Dag 13: Mijn week

24-09-2010

Bijna is de blogchallenge door midden. Nu mag ik jullie gaan vertellen hoe mijn afgelopen week eruit zag. Een onderwerp waar ik eindelijk mijn ziel en zaligheid weer in kwijt kan. Beter dan, wat zit er in mijn tas of wat heb ik voor kleren aan, zal deze blog dan hopelijk worden. Morgen moet ik eigenlijk ook vertellen wat ik voor kleren ik aan heb. Maar dat doe ik niet! Want het boeit me namelijk geen ene fuck. Morgen daarom een mystery blog. Voor vandaag, mijn afgelopen week.

Afgelopen week heb ik stage gelopen, ik heb voor stagiair gespeelt. Inmiddels heb ik er drie weken op zitten bij de VNN. Geloof me als ik zeg. Het verveelt geen moment. Hoewel ik geen andere ervaringen heb op het gebied van MWD stages, kan ik zeggen dat de VNN toch wel een gekke en speciale plek om stage te lopen. Sommige dagen vergen mij zoveel energie dat ik ’s avonds echt niet van mijn bank af kom (en wil).  Op woensdagen kan ik meetrainen met VEV67, voor de gezelligheid en om zo toch een beetje beweging hebben. Maar, afgelopen woensdag, na een lange dag cursus had ik de kracht niet meer om wat te doen. Ik had een rare hoofdpijn waardoor ik ervoor koos om eten te bestellen en rustig op de bank bij te komen. Ja, mijn stage vergt energie, maar het mag van mij nog veel meer energie vergen want ik vind het fantastisch. Ik leg straks uit waarom.

Het is fantastisch maar tegelijkertijd is het ook spannend. Ik heb de afgelopen weken heb ik voornamelijk mee gelopen met collega’s. Maar in het gesprek met mijn begeleider, afgelopen week, heb ik het gehad over mijn toekomst bij de VNN. Hoe gaat het, zijn er vragen, waar loop je tegen aan en hoe ziet je toekomst eruit? Allerlei vragen gesteld en beantwoord, Maar wat daar voornamelijk uit kwam is dat ik zo rond de kerst een eigen caseload heb met daarin ongeveer twaalf cliënten. Mijn eerste reactie was vrij kalm, maar nu ik er zo over na denk, denk ik, twaalf cliënten?! Daarom zeg ik tegen mijzelf: “Gertjan, dat is best spannend. Maar dat ga je best goed doen”. De start is gemaakt want op dit moment heb ik drie cliënten waar ik actief mee bezig kan.

Een voorbeeld waarom ik het zo fantastisch vind. Afgelopen week ging ik met een collega van mij een aantal cliënten bezoeken. Vooraf wist ik niet bij wie we terecht kwamen. Nou, na deze bezoeken ben ik, voor mijn gevoel, wel twee jaar ouder geworden. Ik heb nog nooit gesproken met een schizofreen. Maar deze week had ik de kans. We waren op bezoek bij een jonge cliënt die geïndexeerd is met schizofrenie. Daar schrok ik echt van. Hij vertelde over zijn verleden dat hij misbruikt is, dat zijn hele leven naar de kloten is, dat hij niet meer weet wat hij moet, dat hij gediend heeft in het leger, dat hij een aantal hiaten in zijn geschiedenis heeft waarvan hij niets herinnert. Tevens vertelde hij dat hij op een groot feest was. Hij vertelde dat iedereen met drie blauwe stippen op zijn hand Hiv had. Dat waren er veel, vertelde hij. Terwijl hij dit vertelde zat hij enorm te shaken en was hij buitensporig angstig. Deze jongeman dronk al vanaf zijn veertiende en had ook in de woonvorm waar hij woonde ook geweld gebruikt naar andere bewoners. Ik verzin het niet.

Daar zit je dan als derdejaars stagiair. Nog nooit iets dergelijks meegemaakt, geen enkele vorm van voorbereiding, ik was perplex, ik zat met me mond vol tanden en wist niets te zeggen. Zegt mijn collega doodleuk: “Als je iets wil vragen moet je dat gewoon doen hoor…”. Ik reageerde met een weifelend en onverstaanbaar, “ja, ja natuurlijk”. Ik wist gewoon niets uit te brengen. Het was raar, vreemd en ergens best wel eng. In het begin van zijn verhaal leefde ik echt met hem mee. Ik dacht bij mezelf, als ik  zoiets meemaakt had, zoals hij vertelde en geloof me dat was geen pretje, en ik zou zo’n gedachtegang hebben als hij… dan zou ik echt gek worden. En terwijl ik dit dacht, dacht ik… Ja dat is hij eigenlijk ook al.

Het is haast niet uit te leggen hoe het is. Juist omdat het moeilijk voor te stellen is of te begrijpen wanneer je het leest. Dat is niet zo gek ook, want ik ben me er helemaal van bewust dat deze doelgroep echt heel specifiek is. En toch heb ik het zo naar me zin. Daarom zal ik in de toekomst ook zeker meer schrijven over mijn stage bij de VNN.

Dag 11: Mijn broers en zussen

22-09-2010

De een is ermee gezegend, de andere had liever gewild niet zo gezegend te zijn. Broers en zussen; je kunt niet met ze, maar je kunt ook zeker niet zonder ze. Ik heb broers en zussen. Ik heb er niet één, ik heb er geen twee, nee. Mijn ouders schonken mij zeven broers en zussen. Tel mij erbij en een goede rekensom zou uitkomen op een totaal van acht kinderen waaraan mijn ouders het leven schonken. Dit aantal betekent direct dat jij, als lezer, waarschijnlijk meer tijd dan je had bedacht moet steken in het lezen van deze blog.

Voor degene die niet, net als mij, het geluk hadden in zo’n gezin op te groeien zal ik uit leggen wat het voor ons huishouden betekende. Elk gezinslid deelde een slaapkamer, er was gewoon geen ruimte anders. Elke gezinslid deelde kleding met een broer, zus. Waar hij of zij uitgegroeid was daar paste het broertje of zusje net in. Douchen gebeurde op zaterdag in straf tempo. De volgende wachtte al. Met het eten zaten we standaard met negen personen aan tafel of met de oppas erbij. Mijn vader kwam ongeveer bij het toetje binnen en was net op tijd klaar om de bijbel met ons te lezen. Wij hoopten altijd eerder klaar te zijn zodat we uit de kinderbijbel mochten lezen. Het betekende dat we in mijn vroege jeugd niet op vakantie gingen. Mijn ouders konden het gewoon niet betalen. We moesten allemaal wel wat inleveren en mijn oudste broers en zussen moesten , als ze werkten, kostgeld betalen, om zo rond te kunnen komen. We hoefden geen van allen naar de crèche, want ja, de crèche was eigenlijk al in ons huis.

Begrijp me niet verkeerd. Het was echt goed. Mijn ouders, maar ook mijn broers en zussen hebben mij goed opgevoed. Nu ik weet hoe het is om broers en zussen te hebben, zou ik echt niet zonder kunnen. Ik zou van de zeven geen één willen missen of inruilen. Ik kan altijd bij hen terecht, voor vragen, hulp en gezelligheid. We hebben het geluk dat we allemaal om elkaar geven en altijd voor de ander klaar staan. Onze familie, want zo mag ik dat inmiddels wel noemen, bestaande uit twintig personen, is echt; niet gemaakt, hecht.

Jellien, Menthe, Sean. mijn oudste en kleinste zus. Ze is schat van een vrouw met twee fantastische kinderen die zich momenteel door een zware en moeilijke periode heen bokst. Haar man ging vreemd met een getrouwde vriendin waardoor nu twee huwelijken, met kinderen, naar de klote zijn! Ondanks deze kutsituatie houdt ze zich ontzettend goed op de been. Ik ben ontzettend trots op haar. En ik vind het reuze knap hoe ze het doet. Daar doe ik mijn petje graag voor af. Menthe en Sean zijn haar kinderen, en zijn zo ontzettend clever. Vooral Menthe heeft het moeilijk met de scheiding en dat merk je ook wel in haar gedrag. Dat is wel normaal in zo’n situatie. Maar lastig of niet, ze is echt om verliefd op te worden. Ze ziet er prachtig uit en is nog slim ook. Sean is een dondersteen eerste klas. Wil altijd helpen met koken, hij wil me soms niet kennen en soms kan die niet van me afblijven en hij is net zo slim als zijn zus.

Jacob en Margriet,  Celine, Norah. Jacob, mijn broer, is getrouwd met Margriet. Techneut als ik ben met de computer, zo heb ik twee linkerhanden als het gaat om dingen ophangen, zagen of überhaupt iets anders te doen. Gelukkig heeft Jacob dit net andersom, als het niet gaat om de computer kan hij het wel maken. Zijn telefoonnummer is dan ook snel gedraaid als ik advies wil, of als ik verhuis. Hij is ontzettend handig en wil voor iedereen wel tijd vrij maken om te helpen met bouwen. Zo heeft hij mijn bureau gemaakt, mijn planken aan de muur gemaakt en mijn lamp opgehangen. Hij doet het verbluffend gemakkelijk en 640x zo snel als ik. Het enige wat ik hier op mijn kamer heb gedaan is de spiegel ophangen en die hangt scheef. Zijn vrouw Margriet is misschien wel de zachtaardigste en zorgzaamste vrouw die ik ken. Altijd staat ze klaar met goede opbeurende woorden of prachtige gedichten. Ook het tekenen gaat haar goed af. In mijn ouderlijk huis hangen dan ook drie prachtige tekeningen die ze heeft gemaakt. Fijn om zulke aangetrouwde familie te hebben. Ook Jacob en Margriet hebben twee kinderen. Celine en Norah zijn echt twee kinderen van Jacob. Dat hoeft niet via DNA bewezen te worden. Wanneer ik mijn ouders geloof was Jacob vroeger net zo. (Ik zal nooit vergeten dat Jacob mij in een nacht doodsbang heeft gemaakt om midden in die nacht door het zolderraam van 30cm bij 30cm te klimmen omdat hij de sleutel was vergeten) Ze spelen bijna altijd samen en als het de één niet zint zal de andere dat gauw genoeg merken. Ze zijn ongeveer even groot en als ze niet stout zijn twee lieve kinderen. Ik mag dan ook graag altijd even met ze ouwehoeren en zelf ook stout zijn.

Anneke en Richard, Dennis, Rick, Mirjam. Anneke zou volgens insiders best kunnen mee doen met het programma: het mooiste meisje van de klas. In een rood jurkje met witte bloemetjes, liep ze als een jonge veulen door de spreekwoordelijke wei. Toch was dit niet het jurkje waar Richard voor viel. Daar was een paar jaar later een ander jurkje voor nodig. Maar Richard werd verliefd en ze trouwden als eerste stel in ons gezin. Anneke, een zorgzame hardwerkende moeder waarmee ik hard kan lachen. Koppig en meegaand als ze soms is blijft het een schat. Richard kwam in haar leven en ze kregen verkering. De make-up sessies werden telkens korter en de douche werd ook voor andere kinderen toegankelijk toen de haarspray weggetrokken was. Ik was veertien (denk ik) toen ze trouwde met Richard, een tuinier die ook handig is met dezelfde materialen als Jacob. De humor van Richard is echt te gek. Hij is in ons gezin geen man van veel woorden, maar als hij dan iets zegt is het of heel grappig of heel serieus. Het eerste kind kwam al toen ik krap aan vijftien was. Dennis werd geboren. Inmiddels zijn ook Rick en Mirjam geboren. Mirjam zal Anneke opvolgen als mooiste meisje van de klas. Witblond haar en ontzettend mooie blauwe ogen. Haar ouders krijgen het nog zwaar om alle jongens van haar af te houden. Wat is het een schatje, en met twee broers weet ze precies wat ze wil en ze lijkt haast geen angst te hebben. Mijn ouders’ hond wordt door haar afgericht met woorden als; plaats en ga weg. Rick. Als ik aan Rick denk moet ik gelijk al lachen. Afgelopen zaterdag waren ze bij ons. Ik had Skype aan met Anne, mijn pleegzusje van PVT, toen ik ging eten typte Dennis even wat in. Ik belde haar vervolgens en de webcam ging aan. Dit resulteerde in een schitterend schouwspel waarover Anne een paar dagen later nog smste: “ ‘vraag is of ze jullie wel lief vindt’ ‘gniffel gniffel hihihi’ ‘vraag dan!’ ‘nee!! Moet jij doen  hihihi’ ‘ ok “vind je ons wel lief?” ‘ ‘hij heeft het gevraagd! Hihihi’ en ik maar lachen hier om :p  Sorry. Ff flashbackje en bedacht dat ik je er wel van mee kon laten genieten ;-)” Dennis en Rick zijn allebei gek, ze wisten alleen niet dat ze hun hoorde overleggen wat te typen. Het was zo schattig.

Wietske. Als iemand in ons gezin flink wat gedaan heeft met haar zangtalent is zij het. Ze heeft mee gedaan aan een musical van Icare waarmee ze een aantal keren heeft opgetreden. Daarin zong ze een solo in het nummer Memory van de Muscial Cats. Ik kan me nog goed herinneren dat ik geen zin had om te gaan, “die stomme musicals ook”. Maar ik weet ook nog dat ik in die zaal zat met open mond nadat ze het nummer had gezongen. Tering wat mooi! Inmiddels heeft ze ook in d-light gezeten en heeft met Sela opgetreden in Utrecht. Ik heb eindelijk de dvd van dat optreden in huis. Ze kan ook mooi zingen, als ik naast haar sta in de kerk geniet ik soms zo dat ik zelf vergeet mee te zingen. Naast haar zangtalent is ze ook erg betrokken met alle levende wezens. Als klein kind redde ze vogels van de dood en nu heeft ze een ware dierentuin in huis waardoor ik helaas niet op haar en Margreet (daarover later meer) haar verjaardag kan komen (iets met allergie voor katten en honden). Ze is kindvanger of kraamverzogster in het dagelijks leven. Ze is ook betrokken in haar vriendenkring en zou bijna een eigen praktijk voor systeemtherapie of maatschappelijk werk kunnen starten. Voor zover ik weet kan iedereen met zijn of haar problemen bij haar terecht. Ze heeft een luisterend oor en wil overal wel over praten. Jammer zie ik haar niet vaak genoeg, maar binnenkort komt ze naar Groningen. En gaan we naar de great piano’s zodat ik nog eens van haar zang kan genieten onder genot van een biertje.

Jurjen en Karen. Ze leerden elkaar kennen in de supermarkt. Bij het nummer can’t fight the moonlight in de film Coyote Ugly, die ze samen in de bios zagen, sloeg de vonk over en deze heeft een brandend vuur van liefde aangewakkerd.  Dit vuur is tot de dag van vandaag niet gedoofd. Jurjen is zo gek als een deur en werkte al vroeg in de supermarkt in een wijk in Assen. Hij werkte zich omhoog tot hij niet verder kon. Hij verhuisde van werkgever, maar hij bleef gek. Wel gezond. Ik kan me nog goed herinneren dat hij ’s avonds uit zijn werk thuis kwam, dat hij aanschoof bij het eten, en tien minuten later als hij op weg was naar training in de deuropening nog vroeg wat hij gegeten had. Een druk mannetje die elke woensdagavond en weekend afsprak met zijn vriendin Karen. Later vroeg hij haar ten huwelijk en ze trouwden. Beiden hebben ze een ontzettend doorzettingsvermogen om hun droom tot werkelijkheid te maken. Ondanks de tegenslagen die ze al te verduren hebben gehad hebben ze maar één doel voor ogen. Daarvoor heb ik diep respect en ik hoop echt dat hun droom uit mag komen. Karen kende ik al van school. Ze zat een klas hoger en was maar negen maand ouder dan ik ben. Raar vond ik het ook dat zij verkering kreeg met mijn veel oudere broer. Later werd het normaal en ik kan altijd ontzettend lachen met haar. Ze is ook best wel een gek mens dat ze met hem gaat trouwen. Begrijp me goed het zijn echt fantastische mensen, met het hard op de goede plaats, waarbij ik soms echt niet meer bij kom.

Bennie en Hennie, Stan. Ja, Bennie mijn grote broer en zoon van de melkboer. Bennie leek op geen van mijn andere broers en zussen. Hij had spierwit haar en werd superbruin in de zomer. Ik lijk van al mijn broers het meest op Bennie. Ik ben er nog niet helemaal over uit of ik daar blij mee moet zijn. Maar het zorgde er wel voor dat hij een voorbeeld voor mij was. Bennie; altijd goed in voetbal, op de camping bekend als de jongen met het rode broekje en versierde meisjes met een handomdraai. Althans zo leek het voor mij als kleine jongen. Bennie maakte er ook altijd een spelletje van om mij te slaan. Als ik bij de pc zat moest hij even eerst slaan op mijn ene en dan de andere wang. Hij was de broer die mij graag mocht pesten. Dat vond ‘ie leuk omdat hij sterker was en toch altijd won. Dat wist hij, maar dat wist ik ook. Later ging ik met hem mee voor het eerst op stap. Hij drinken, ik drinken, met dit verschil dat hij twee keer zo snel dronk dus twee keer zoveel. Aan het einde van de avond was ik er klaar mee en hij ging vrolijk door. Ik had respect voor zijn kunsten. Later draaide dit om. Bennie vond Hennie en na Koninginnenacht PVT en nog wat omzwervingen werd het Bennie en Hennie. Na jaren van verkering gingen ook Bennie en Hennie trouwen. Hennie; een blonde vrouw uit Leek. De naam Hennie past perfect bij Bennie, maar niet alleen van naam, maar ook van persoon. Want ze passen echt bij elkaar. Ik heb veel mensen gekke dingen zitten doen. Maar Bennie en Hennie hebben samen echt een communicatiestroom. Bennie zelf doen, Hennie zelf doen. Echt fantastische mensen. Hennie komt uit een gezin waarvan ik de familie ook wel een beetje ken. Ik ga om met haar broertje en zusje. En heb dus altijd wel plezier met Hennie zelf. Gespreksstof is er dan ook wel. Ik kan me een situatie herinneren dat ik samen met Alie (zusje van Hennie) bij Bennie en Hennie op bezoek was. Op een gegeven moment was het zo grappig allemaal en deden mij buikspieren zo’n pijn van het lachen dat ik van het krukje af viel. Samen kregen ze een kind. Stan; Stan is de man. Een fantastisch mannetje. Het eerste woord wat hij sprak was bal. Daarna kwam Papa en Mama. Stan heeft sinds kort leren wandelen en Stan krijgt in Januari een broertje of zusje. Dat vind ik vet mooi.

Margreet. Mijn jongere zusje. Ik ben trots op haar. Ik weet niet of dat zo hoort. Maar ze is een schat van een meid. Ze heeft al mijn pesterijen overleefd. Ik heb barbies, poppen en weet niet al wat ik allemaal nog van haar gesloopt heb. Maar ze heeft het overleefd. Ze had niet alleen mijn pesterijen, maar ook die van mijn broers. Soms plaagden we haar wel met ons drieën. Soms tot huilen toe. Niet netjes, maar zo ging dat bij ons thuis. Ze heeft het overleefd en is er sterker door geworden. Ze werkt in de kinderopvang in kampen en woont bij mijn zus Wietske waar ik al over geschreven heb. Margreet kan iets heel goed. Ze kan ontzettend mooi taarten maken. Taarten met marsepein en bloemen erop of een Barbie. Daarnaast is ze ontzettend goed met kinderen. Wat al begon toen ze mijn buurjongens leerde lopen. Het is echt een schat van een meid. Ik kan me nog herinneren dat ik samen met haar op de schommel zat. Leuke en goede herinneringen.

Dat is dan mijn familie. Mijn broers en zussen; stuk voor stuk allemaal schatten. Iedereen zijn voor’s en tegen’s, maar nu ik er zo een hele avond mee bezig ben, realiseer ik me wel telkens meer hoe goed ik het wel niet getroffen heb. Ik hoop dat ik nog lang geen afscheid van ze hoef te nemen. Want zoals ik al in eerdere blog zei; wat moet je zonder je broers en je zussen.

Broers en zussen; ik weet dat jullie dit ook lezen. Bedankt dat jullie er voor mij zijn! Ik waardeer dat en daarom is deze blog speciaal voor jullie!

Morgen –)> Dag 12: Wat zit er in mijn tas

Dag 9: Mijn overtuigingen.

20-09-2010

Ik geloof..

Dat er een god is; Hij bestaat echt!

Dat ware liefde bestaat; dat is iets anders dan ‘de ware’.

Dat alles mogelijk is; als ik maar heel hard mijn best doe.

Dat de andere evenveel waard is als ikzelf; behandel de andere dan ook zoals je zelf behandeld wil worden.

Dat familie een groot goed is; ik zou niet zonder kunnen.

Dat vrienden meer waard is dan geld; als ik moest kiezen wist ik het wel.

Dat technologie mij nog veel luier maakt; alles binnen handbereik.

Dat ik me rijbewijs nog wel haal; in 2011!

Dat elke dag er is om te genieten van het kleine; dat blijft het aller mooist.

Dat je ongeacht wie je bent kunt geloven in jezelf; je mag er zijn!

Dat tegenslagen goed voor je zijn; Ze helpen je verder te komen.

Dat negativiteit sterker is dan positiviteit; Het is belangrijk om daarom juist het positieve te benoemen.

Dat van een lach een lach komt. Het werkt echt, probeer het maar.

Dat elk mens kansen verdiend; Ook een tweede als ze het verprutst hebben.

Dat wij mensen niet het recht hebben om te kiezen voor leven of dood.

Dat vrouwen de mooiste schepsel zijn op de aarde; ik kan er uren naar kijken.

Dat je nooit te oud bent om te leren; je moet er alleen open voor staan.

Dat je buiten de kaders moet denken voor je je verder kunt ontwikkelen; denk out of the box.

Dat muziek heelt; het maakt mij blij wanneer ik somber ben. Het geeft mij rust wanneer ik druk ben.

Dat ik niet zonder humor kan; hard lachen om mijn eigen grappen vind ik mooi.

Dat eerlijkheid het aller belangrijkste is; leugens vreten uiteindelijk toch aan je.

Dat jezelf leren kennen je helpt anderen te leren waarderen.

Dat je alleen leert opstaan als je valt; van fouten leer je.

Dat ik iedereen een eigen mening mag hebben; die niet met die van mij hoeft overeen te komen.

Dat niemand kan leven zonder geloof; je gelooft altijd iets.

Dat er altijd wel iemand is die in jou gelooft; je verdient het.

Dat iemand in mij gelooft;

Het zijn veelal basale dingen waarin ik in geloof en die horen, mijn inziens, bij mijn identiteit. Mijn identiteit waarvan mijn opvoeding, opleidingen en mijn natuur de ingrediënten zijn. Wat mijn visie en missie op het leven is, komt veelal voort uit deze ingrediënten. Doe er wat kruiden bij en daar is Gertjan. Veel dingen waarin ik geloof klinken soms als utopie, ook voor mij. Want ik heb reflecterend vermogen genoeg om te weten dat ik niet altijd eerlijk ben, niet altijd lach, buiten mijn kaders denk en muziek maakt me ook wel eens erg verdrietig. Het brengt me ook wel in sombere stemmingen. Ik sla ook heust wel een vlieg dood en kies dus voor de dood van de vlieg. Maar ik geloof vooral en het meest in de liefde. Liefde is naar mijn gevoel alomvattend voor alle geschreven regels hierboven. Wat zou er met ons mensen worden als de liefde uit ons leven zou worden gezogen? Wat blijft er over…

Ik merkt dat ik het lastiger vond dan ik dacht te vertellen waar ik allemaal in geloof. Het is niet een onderwerp waar dagelijks over gesproken word. En om dat gevoel wat ik heb, want ik geloof dat geloven een gevoelsding is, om te vormen in korte aansprekende teksten, die jou raakt en jou datzelfde gevoel geeft als ik heb. Dat vind ik heel erg lastig. Toch hoop ik dat het redelijk gelukt is.

Morgen: –)> Dag 10: Wat ik vandaag draag

Dag 7: Mijn beste vriend

18-09-2010

Voor ik begon met het schrijven van de 30days challenge bekeek ik alle onderwerpen die aan bod zouden komen. Ik pikte er gelijk een aantal onderwerpen eruit waarvan ik dacht, dat gaat een makkie worden. Geloof mij, dit is er geen van. Dit is niet een, en we leefden nog lang en gelukkig blog. Waarom niet?… ik zal het je uitleggen.

Voordat ik naar Groningen verhuisde woonde ik mijn hele leven in Assen. Ik heb daar beste vrienden gehad. Eerst op de basisschool, daar was Christiaan, hij is een dag ouder dan ik en woonde in een straat verder. We waren onafscheidelijk. Herinneringen daarvan zitten in me hoofd en staan op de foto. Ik heb een nog steeds foto’s waarop we samen te zien zijn als kleine jongens. Voorbeeld daarvan is een foto gemaakt toen we op de kleuterschool zaten. We waren beiden verkleed. Het was fantastisch. Echter na de basisschool, bleek hij  beter te kunnen leren dan ik (of hij was gewoon intelligenter). Hij ging daarom ook naar havo-vwo terwijl ik bleef steken op vbo-mavo. Daardoor spraken elkaar minder en minder.

Gelukkig kwam Mattijn toen in Assen wonen. Terwijl de verhuizers nog aan het verhuizen waren maakten wij al kennis. Vanaf dat moment waren we dikke maatjes, eerst nog slank maar toen we leerden bier drinken werden we telkens dikkere maten. Hij kwam in groep zeven bij ons in de straat wonen maar vanaf het voortgezet onderwijs zaten we bij elkaar in de klas. We waren onafscheidelijk. Ik kan me herinneren dat we in dit periode samen nog naar Hasselt gingen, naar zijn oude huis om nog wat op te halen. Later gingen we samen naar mijn ouders op de camping. Nog later samen naar Zwitserland om het EK feest mee te vieren. In onze vriendschap waren tussenposes waarin we elkaar minder zagen. We kregen beide een paar keer verkering waardoor we elkaar minder zagen. De verkering ging uit (bij mij iets sneller dan bij hem) waardoor we elkaar weer vaker zagen. Hij had werk gevonden als vrachtwagenchauffeur en ging door de hele week door Europa cruisen. Ik ging in Groningen studeren en later wonen. Dankzij de technologie konden we toch via mobiel contact houden.

Toen ik in Groningen ging wonen werd ons contact toch wel wat minder. Tot het zover kwam dat we niet meer belden zoals we gewend waren. Uit het oog uit het hart? Zo is het ook niet precies. Wel heb ik gemerkt dat het een hoop uit maakt of je bij elkaar in de buurt woont of ver van elkaar vandaan. Het is erg jammer. Er zijn meer weken bij dat we elkaar niet spreken dan wel. Het is ook eigenlijk onze eigen schuld. Dit jaar was hij weer een paar dagen op de camping. Dat was weer ouderwets gezellig. Wanneer we samen achter de bar staan bij LTC is het ook als vanouds. Maar toch voelt het zoals in het liedje van Acda en de Munnik. In het liedje Andere maan zingen ze over vriendschap en wanneer vriendschap geen vriendschap meer heet:

`k heb Erik aan de lijn
we praten lang, goh lang geleden…
en ik vraag hem: hoe zou het nou met frankie zijn
en hij zegt grappig dat je het vraagt
want hij zei laatst iets over jou, wat ook al weer
iets in de trant van:
wanneer ben je twee vrienden die elkaar
ik kom er zo wel op
maar toen legde ik al neer
er staat een andere maan
er staat een andere maan
er staat een andere maan
je hebt het eigenlijk niet door maar zo snel als dingen gaan
er staat een andere maan
er staat een andere maan
eerst ben je twee vrienden
en dan vrienden van weleer
maar dan ben je in de nieuwste theorie eigenlijk al geen vrienden meer.

Nee, dit is geen blog van, ze leefden nog lang en gelukkig, meer een blog van hoe kan ik het beter doen. Soms denk ik wel, eerst  ben je twee vrienden en dan vrienden van weleer maar dan ben je in de nieuwe theorie eigenlijk al geen vrienden meer… Wat mij betreft zijn we nog vrienden, maar als ik niet op pas zijn we in de nieuwste theorie geen vrienden meer. Wanneer ik mijn best doe, misschien is het dan over een jaar of wat toch… en ze leefden nog lang en gelukkig. Dan komt er toch een blog dat dit ook een tussenpose was. Want het zo zonde zijn als Dommel (die naam heb ik toch verzonnen) en ik geen vrienden meer van elkaar heten.

Dag 5: Mijn definitie van liefde

16-09-2010

De definitie van liefde is, wat mij betreft, niet goed onder woorden te brengen. Hoewel het merendeel van de schrijvers van woordenboeken het niet me eens zullen zijn, vind ik het erg moeilijk om juiste woorden te vinden voor iets zo klein, want het is eigenlijk maar een heel klein woord, maar het brengt een enorm groot goed gevoel met zich mee. Liefde is daarom niet klein. Nee, liefde is groots.

Liefde geven en met open armen mogen ontvangen is geweldig mooi. Liefde is waardering, een waardering voor hoe je bent als persoon. Liefde is, houden van, zonder veranderwens. Als klei wat net uit de oven komt. Het hoeft niet opnieuw gevormd te worden. Liefde is niet genoeg kunnen krijgen van haar irritante trekjes. Liefde maakt een smal bed breed, je kunt het niet verspillen, liefde is uitbundig en schaamteloos, het is vertrouwen. Liefde is scharlaken wit, zo mooi. Ze is puur.

Liefde is meer, liefde is helaas niet alleen mooi. Wanneer de vlam van de liefde is gedoofd is samen één weer twee en is de liefde hartverscheurend. Van liefde word je ziek, het doet pijn, het geeft verdriet, liefde doet vertrouwen wegnemen en onzekerheid toenemen. Liefde kan worden misbruikt en is manipulatief. Liefde is een klootzak en harder dan de voorkant van een trein. Liefdesverdriet is naar iemand hunkeren en willen omhelzen, maar die liefde is er niet meer.

Wanneer ik denk aan liefde denk ik aan onvoorwaardelijkheid, warmte, vriendschap, waardering, lachen en verdriet, voor en tegenspoed, trouw. Wanneer ik aan liefde denk, denk ik aan een verborgen schat in een akker waar je perongeluk tegen aanloopt. Je verkoopt desnoods alles om die akker te kopen. Dat is liefde. Liefde is als onuitputtende put en is zoeter dan wijn. De wet heeft grenzen maar de liefde niet.

“Liefde doen moet je met liefde doen” (Johan Anthierens)

Dag 3: Mijn ouders

14-09-2010

Het was een donkere en koude winteravond in januari 1985 toen het gebeurde. Mijn ouders weten het nog alsof het de dag van gisteren was. De stoppen sloegen door. Het was daarom onontkoombaar dat de stroom uit viel. Helaas was het met geen mogelijkheid meer aan te krijgen. Omdat het een koude avond in januari betrof en vroor het dat het kraakte besloten mijn ouders maar op bed te gaan. Er was geen mogelijkheid meer om de stroom aan te krijgen en de volgende dag was het zaterdag dus de wekker hoefde niet gezet. Ja, ze gingen gezellig samen warm en knus onder de dekens van hun warme bed. Hoe het vanaf dat moment ging weten maar twee, maar negen maanden later… oeps daar was ik. Ok, eerlijk is eerlijk,  zo gebeurde het niet maar mijn ouders kregen op 4 oktober 1985 een zoon en ik kreeg op diezelfde dag ouders.

Deze blog in de reeks van 30 dagen bloggen, gaat over mijn ouders. Mijn ouders zijn al meer dan 35 jaar gelukkig getrouwd en wonen al hun hele leven in het zelfde huis in Assen. Het is dichtbij het centrum, met een grote tuin en een groot sportveld daarachter. Wat ik opmerkte toen ik vandaag nadacht over mijn blog is dat ik mijn ouders telkens leuker zijn geworden. Ik denk ook dat dit bij meer ouders en kinderen zo is.

In mijn kinderjaren mocht ik niets! Ik mocht niet te ver van huis, niet kiezen wat we gingen eten, niet spelen met een aansteker, niet op het dak klimmen, mijn fiets niet gebruiken als crossfiets, de barbies en poppen van mijn zusje niet onthoofden en ontarmen, nooit lang opblijven, niet vaak geroosterd brood of een tosti bij het eten op zondag maar wel elke zondag soep eten.

Toen ik groter werd mocht ik niet uit. Moest ik op zaterdag om 00.00 thuis zijn, moest ook op zondag ochtend naar de kerk ook al was ik met gegronde reden (meisjes naar huis brengen) laat thuis, k ‘werd nooit weggebracht naar een feestje: “je neemt de bus maar”. Ging ik wel uit tot na twaalf uur kreeg ik na de eerste kerkdienst op zondag nog een van mijn vader maar dan thuis. Ja mijn ouders waren soms echt eikels, althans dat vond ik toen.

Maar dan word je ouder, leer je bij, weet je hoe je moet omgaan met je ouders. Ik werd ouder, ik leerde bij en ik leerde omgaan met mijn ouders. Ruzies en eindeloze discussies met mijn vader had ik niet meer. Ik leerde veel meer dan dat mijn ouders eikels waren. Mijn ouders zeiden niets meer als ik ’s nachts uit ging, ik leerde koken door bij mijn moeder af te kijken, ik mocht zelf koken en kreeg daardoor ook invloed op het eten, mijn fietsen bleven heel, geroosterd broodjes werden ingewisseld voor broodjes ei. Ja het ging eigenlijk wel een stuk beter en mijn ouders waren best wel ok!

Nu woon ik al een tijdje niet meer thuis. Nu leer ik pas hoe goed mijn ouders eigenlijk zijn. Wat ze allemaal niet gedaan hebben voor mij, wat ze niet alleen voor mij over hadden. Dan te bedenken dat ze naast mij nog zeven andere lastige rotkinderen hadden die zo nu en dan echt een harde schop onder de kont nodig hadden. Nu kom ik met plezier thuis, ik heb goed contact met mijn ouders en heb ik geleerd dat ze altijd voor iedereen klaar staan.

Voorbeelden zijn er in overvloed. Ik noem er een aantal. Met PVT is alles in kannen en kruiken en kunnen we tot zeven personen blijven logeren en als het moet zouden ze tien of meer logees in huis nemen. Nee, niets is te gek, altijd staat het eten klaar. Bitterballen worden gebakken en gebracht naar Mattijn. Al jaren staan ze op de camping voor iedereen klaar en hadden ze dit jaar zelfs Mieke twee week te logeren. En Mieke kenden ze alleen als oud recreatie lid. Thuis staan ze altijd klaar voor hun kinderen, broers, zussen en vrienden. Vierentwintig uur per dag is het hostel Janssen open voor iedereen. En eigenlijk is tegenwoordig vrijwel niets meer te gek.

Ja, Naarmate mijn ouders ouder zijn geworden, zijn ze alleen maar een stuk jonger geworden!

Morgen –> Dag 4: Wat ik vandaag heb gegeten

Dag 1. Introduceer jezelf

12-09-2010

In mijn vakantie wist ik niet heel veel te schrijven. De vakantie is daar ook een uitermate goed voor, niet schrijven. Mijn idee van een vakantie is dat je niets hoeft te doen. Wanneer je niets doet kun je ook niets schrijven. Want wat kun je schrijven over niets? Aan het einde van de vakantie las ik via twitter een bericht over de 30 days challenge. Kort samengevat houd deze challenge in dat in dertig dagen dertig  stukken worden geschreven over een vooraf bepaald onderwerp. Ik besloot dit te doen. Op dit moment is het zover ik heb de lijst in mijn bezit, ik kan gaan schrijven. Ik kan niet beloven dat ik alles in 30 dagen zal schrijven, maar het begin is dit: Dag één: Introduceer Jezelf.

Hallo ik ben Gertjan Janssen, ik ben maatschappelijk werker in opleiding en ik ben 24 jaar oud. Deze plek is mijn site, mijn domein. Deze site is wie ik ben en ik ben mijzelf in elke situatie. Ik ben een decor van zelfvertrouwen, humor, gekkigheid, ik kan met iedereen opschieten en ben ik outgoing. Ik ben sympathiek, meegaand en tactvol. Het liefst ben ik positief impulsief en doe soms zomaar, zonder daar diep over na te denken, wat in me op komt. Dat maakt dat ik een flapuit ben, slechte grappen maak en vrijwel altijd lach om mijn eigen grappen.

Ik ben woonachtig in de studentenhemel van Nederland. Groningen is de placebo voor elke verslaafde van het studentenleven. In ons huis woon ik met twee fantastische mensen waar mee veel gelachen word. De bewoners van de flat, waarin ik woon, zijn een cocktail van bejaarden, oaw’ers, uitkeringstrekkers en enkele hulpbehoevende verslaafden. Zoals genoemd is Groningen de studentenhemel van Nederland, maar het is ook het Mekka voor bedevoetgangers, een Mekka waarin in de binnenstad de culturele Champions League voor kroegen en discotheken zich afspeelt. Daarnaast zijn er voldoende mogelijkheden om de studie te doen op de hogescholen en universiteiten. Dat maakt ook waarom 25% van de inwoners van gemeente Groningen student is. Dat is wat ik mijn thuis mag noemen.

Ik ben iemand die veel te vinden is achter zijn Macbook. Niet omdat zozeer verslaafd ben aan mijn Macbook , meer omdat ik altijd wel een reden heb om er mee bezig te zijn. Met technologie ben ik veel bezig. Misschien is dat ook wel de reden waarom mijn kamer van alle gemakken is voorzien. Met de twaalf vierkante meter van mijn kamer heb ik alle luxe die een kamer van 26 vierkante meter zou wensen. Ik ben er trots op en heb er elke dag dankbaar plezier van.

Wat veel interessanter is, is het feit dat ik in een gezin met acht kinderen ben opgegroeid. Ik ben erg blij met het kortgeschoren gras dat mijn broers dat voor mij weggemaaid hebben. Binnen ons gezin zijn er vier mannen en vier vrouwen. Geen van de kinderen woont meer thuis en vier kinderen zijn op dit moment getrouwd. Inmiddels ben ik acht keer oom geworden en tegenover hen moet ik soms ook serieus zijn. Dat lukt… soms. Ik ben een echte gezinsjongen. Mijn ouders zie ik met regelmaat. Bijna elk weekend ben ik wel even thuis om ze te verblijden met mijn gezelschap. Thuis is het altijd gezellig.

Naast mijn stage en werk bij Bizztravel, vermaak ik mij met bloggen, webdesignen en het onderhouden en opbouwen van vriendschappen, ik kijk graag films en luister het liefst de hele dag muziek. Mocht je na dit verhaal toch meer over mij te weten willen komen?  Dan kun je het beste even naar de pagina gaan over mij. Daar kun je rustig nog eens op je gemakje lezen.

Lang verwacht en zo voorbij

06-09-2010

En dan is de dag waarop je zolang met weemoed naar hebt uitgekeken net zo gauw weer voorbij. Ik kan me herinneren dat ik gisteren in me bed lag en dacht. Als dat maar goed gaat. Zoals het vaker is gebeurd maakte ik mij druk om niets. Mijn eerste stagedag was leuk, vermoeiend en nu al leerzaam! Vermoeiend vanwege alle nieuwe indrukken, nieuwe gezichten en nieuwe informatie.  Zoals iedereen heeft bij zijn eerste dag had ik en mijn mede stagiaire een rondleiding door het pand. Handjes schudden, lief lachen en net doen of je de namen van iedereen onthoud. Maar alles is minder waar want ik heb maar een paar namen onthouden, de rest volgt… vast.

Vandaag heb ik, soms met grote ogen en open mond, dossiers gelezen van cliënten.  Ik wist dat ik bij Verslavingszorg Noord Nederland geconfronteerd zou worden met mensen die problemen zouden hebben, problemen die ze in sommige gevallen zelf niet zien, problemen die overhand heeft genomen van alle situaties in het leven. Geen werk, geen uitkering, en alles doen om te scoren. Maar toen ik het las, polygebruik van middelen (gebruik van meerdere soorten drugs & alcohol), met namen en een geboortedatum erbij, toen schrok ik wel even. De hoeveelheden waaraan ik in een goed weekend bier zuipen nog niet eens in de beurt zou komen. Het beangstigd met ergens en ik voel een drang van nieuwsgierigheid hoe deze mensen leven.

In mijn eerste dag op mijn stage ben ik er wel achter gekomen dat deze plek, deze stage bij mij past. Ik zie uit naar de maanden stage die voor mij liggen. Ik wil leergierig zijn en veel kennis verkrijgen. Want deze stage kan niet alleen mijn kennis vergroten maar ook mijn persoonlijkheid, mijn persoon, mijn manier van denken, allemaal positief beïnvloeden. Ik wil groter, wijzer een professional worden. Ik geloof dat het kan.

Sportief doen?

17-08-2010

Net als bij elk memorabel moment, ging het leven ook na Camping Bergzicht ook weer door. Nu ben ik ruim een week verder en ben ik al helemaal omgeschakeld naar het huidige dagelijkse leven: Vakantie vieren, voor zo lang als het nog mag duren, & werken. Waar werken voor de mijn weekje Bergzicht nog core-business was, zijn de rollen nu omgedraaid. Deze week hoef ik beduidend minder te werken. Wel lekker, want ik ben al een paar maand bezig om een website over Friesland te maken. Deze klus heb ik een paar maand geleden aangenomen en ik heb mezelf het doel gesteld om deze week het ontwerp in photoshop af te hebben. De pagina waarop je komt als je friesesteden.nl, want zo heet de website, intypt, is zo goed als klaar. Het ontwerp ligt er. De komende dagen ga ik me dan ook richten op de diepere lagen in de website, contact pagina, pagina’s over accommodaties, restaurantjes en wat er dan ook maar op komt te staan. Gewoon lekker digitaal knutselen.

Maar wat natuurlijk ook leuk is om te weten is wat ik de afgelopen dagen zoal heb gedaan. Nou, sinds ik van de camping kom (jawel de camping heeft voor een ommekeer gezorgd) ben ik sportief geworden. Zoals bij wel meer dingen in mijn leven ging dit niet van de een op de andere dag. Nee in mei kocht ik skates. echte dure goede skates. Met goed weer zou ik gaan skaten, maar bij twee keer skaten en het goede voornemen bleef het tot ik terug van Bergzicht. De afgelopen weken ben ik fanatiek bezig geweest met als resultaat dat ik er inmiddels meer dan 85 kilometer erop zitten. Gisteren ben ik nog met Anne weggeweest en hebben we een rondje gemaakt van 30,75 kilometer. Het is heerlijk om te doen, ik gebruik spieren waarvan ik tot voor kort geen bestaan van wist en ik merk dat ik meer energie heb. Afgelopen woensdag heb ik ook voor het eerst weer eens getraind. Ik trok de stoute voetbalschoenen aan en ging meetrainen. Dat voetbal een heel andere tak van sport is kwam ik na een kwartier op het voetbalveld achter. Hoewel ik de training volledig heb “meegedaan” heb ik het gevoel dat ik het laatste uur van de anderhalf uur ben wezen uitlopen. Het ging domweg niet. Maar een doorzetter geeft niet zomaar op en dat is nou juist de reden waarom ik er morgen weer sta.

Dit sportieve leven heeft naast het sportief bezig zijn ook nog een andere kant. Vooral bij het skaten. Want dames en heren, je ziet nog eens wat. In mijn rondje vorige week vrijdag bijvoorbeeld besloot ik naar Haren te gaan. Toen ik op de weg terug langs het paterswoldsemeer ging en ik amper acht kilometer van Groningen vandaan was. Had ik het gevoel dat ik in een natuurreservaat te zijn in de middle of nowwhere. Ik genoot met volle tuigen van het weer, het was strak blauw, de bomen vol in de bloei, de waterrecreatie, oude bejaarde stelletjes op fietsen met elektrische trapondersteuning, de molen bij het molenpad, de spelende honden op de hondenuitlaatplek, de gezelligheid als ware het een klein dorp was. De bankjes vol met mensen die even hard genoten van de prachtige omgeving als ik.

Groningen is een mooie stad om haar studentes en haar studentenleven. De huidige Keiweek, die nog nooit beter bezocht was als dit jaar, is daar getuige van. Maar Groningen is ook mooi vanwege haar natuur, de uitgestrekte weilanden die praktisch achter mijn flat staan en het natuurgebied om het Hoornsemeer en Paterswoldsemeer, stadspark, Noorderplantsoen en al het andere schitterende natuur.

Bergzicht Anno 2010 (1/2)

06-08-2010

Daar waar ik vorige week donderdagavond direct uit mijn werk ontvangen werd, werd van vanmiddag liefdevol uitgezwaaid. Het station in Ommen. Een week vakantie op camping Bergzicht schoot voorbij. Nu blijf ik achter met goede herinneringen, goede gedachten, hopelijk nieuwe vriendinnen en jawel, een niet voor te stellen melancholisch gevoel. Vanavond moest ik werken, daarom ging ik weer terug naar Groningen. Van het werk direct naar de vakantie en van de vakantie direct naar het werk. (Als je het zo leest lijkt het net alsof ik het druk heb)

Mooi was het, sommige momenten was het fantastisch en de anders wel geniaal. Toen mijn ouders bij het afscheid zeiden dat ze benieuwd waren naar mijn blog, dacht ik, pff of voor Nicoline, brr waar moet ik beginnen. Ik begin bij iets nieuws. Want door wat ongelukkige omstandigheden kwam Mieke gelukkig bij ons logeren. Mieke is, voor wie haar niet kennen, ex-recreatielid en over haar schreef ik vorig jaar het stuk: “Hoe linda de mol ons avondje inkleurde”. Dat was vorig jaar.  Omdat het haar leuk en gezellig leek, wilde ze graag nog logeren. Iedereen kan praktisch gezien bij familie Janssen logeren dus waarom Mieke niet? Het kon, Mieke wilde wel en zo was het geregeld.

Wat Mieke niet wist, dat ik heel vervelend kan zijn op de camping is dat geen uitzondering. Adrem als ik ben grap ik links en rechts. Mieke kon dat, op haar manier, niet goed een plekje geven. Dit resulteerde in lachbuien die meer dan eens een kwartier (of langer) duurde. Als ware een opgevoerde brommer, die opschakelt, lacht zijn gedurende hele dag. Omdat ik door deze positieve feedback, want zo zie ik dat dan maar, blijer wordt en meer adrem, grapte ik er vrolijk op door. Het zal me niets verbazen dat Mieke de komende dagen spierpijn heeft van het lachen.

Omdat ik al veertien jaar op de camping kom,  ken ik de vaste campinggasten, want ook zij komen al jaren achtereen op de camping, sommige gezinnen zelfs vijf weken. Ik zelf ben verliefd geworden op de camping. De variatie die duidelijk zichtbaar is tussen rokkers (mensen die elke dag een rok aan hebben), of gechargeerd gezegd, fossielen en mensen zoals ik die het liefst een korte broek met shirt draag. Ook op zondag, wanneer dat voor hen helemaal not done is. Is daar natuurlijk gemakkelijk grappen over te maken. Dat deed ik met liefde en verve.  Ze lopen hoe het weer ook is altijd in een, liefst lange zwarte, rok en zijn echt heel heel erg traditioneel opgevoed. Je komt ze vrijwel nooit tegen in de kantine en rijden altijd in dikke auto’s. Grappen werden even gemakkelijk gemaakt over drie soorten mensen op de camping, stratenmakers, aannemers en timmermannen. Het gros doet dergelijk werk. Een enkeling valt onder een andere categorie namelijk overige.

De matjes. Mijn ouders hebben het idee opgevat om matjes op de camping te hebben om op te slapen. Dit zorgt voor gegarandeerd vier en half a vijf en half uur slaap. Zeker niet meer. Om überhaupt in slaap te komen heb je de nodige alcoholische versnaperingen nodig en een laat tijdstip om op bed te gaan. Dat lukte meer dan 95% van mijn overnachtingen begonnen na een a twee uur in de nacht. Maar vervolgens gaan de ogen meestal voor negen uur open. En dan is verder slapen geen optie omdat de drank al uitgewerkt is. De faciliteiten zijn niet echt om over naar huis te schrijven (gelukkig schrijf ik geen kaarten).

Dan het recreatieteam en het personeel van de kantine, wat een fantastische mensen! Maar aan de afspraken houden kunnen er een aantal niet. Elke avond is er een theater,  Mieke en Ik zouden gaan kijken in ruil dat twee recra mensen onze afwas gingen doen. Dat was een deal. Wij hielden ons aan onze kant van de afspraak alleen de afwas is nog nooit gedaan. De afwas staat er nu nog te wachten. Met smoesjes als we mogen niet van hogere hand proberen ze er onderuit te komen.

Maar wat al deze ogenschijnlijke negativiteit in de schaduw zet is het gevoel dat ik weer een week op camping bergzicht ben geweest. Ik hoef geen Porec, Zonnestrand, Costa of Hurgada. Doe mij maar gewoon non-nonsense Giethmen. Camping Bergzicht! Als je verliefd kunt worden een camping met de sfeer die er heerst ben ik boter verliefd op camping Bergzicht. Als Bergzicht een diepvries zou zijn, zou ik toch smelten. Bergzicht is als een zwembad vol water en een taart met slagroom. Bergzicht is voor mij een thuishaven voor geestelijke rust. Een rustoord waar ik vrijwel alleen dom kan lullen en slechte grappen kan maken. Ik hoef nergens anders aan te denken. Ik vind op Bergzicht op de plek waar we al jaren komen, Markte 14, mijzelf terug. Met geestelijke kracht, want van de lichamelijke is niets meer over en dat is niet zo gek met die matjes,  kan ik verder het komende jaar in.

Een ding blijft als een paal boven water staan. Want water is er ook met bakken uit de hemel gevallen, maar die paal blijft er toch ver boven. Is dat ik geweldige ouders heb! Vraag rond op de camping naar mijn ouders en ik denk dat ze vol lof over hun zullen spreken. Dag en nacht (en dan ook echt letterlijk) staan ze klaar voor iedereen. Vadsige hamburgers bakken, een logeeradres, kleding lenen (vaak mijn kleding he Mieke), drinken tot diep in de nacht met de jeugd, knakworsten eten, eigenlijk is ze niets te gek. Het is wel zo dat ze de laatste dagen toch een slaapuurtje nodig hebben na het eten om bij te slapen, maar zelfs dat doen ze met liefde, om ’s avonds nadat ze met de jeugd in de kantine zitten onze eigen kantine weer te openen. Voor Vadsige hamburgers en drankjes. Om vervolgens pas na drie uur op bed te gaan. Dus die slaap, die verdienen ze.

Het enige wat rest is idee dat melancholische gevoel, dat nu hoogtij viert, zo lang mogelijk vast te houden door te smsen, mailen, bellen en een reunie te organiseren voor alleen de aller allerleukste. En vooral niet denken aan het feit dat je dat vorig jaar ook probeerde en in oktober haast geen tot zeer weinig contact meer had met de mensen van de camping. Ik hoop dat het dit jaar anders zal zijn. Ik ga me best er heel erg voor doen.

Melancholisch verlangen

25-07-2010

Soms heb ik, dat in het leven momenten heb, dat ik in gedachten verzonken ben. Dat ik alsware gefocust aan een ding kan denken. Vaak zijn het gedachten over momenten die ik in mijn leven heb mee mogen maken. Dit kunnen bijvoorbeeld relaties zijn, momenten met vrienden, stapavonden of een avondje alleen relax in huis. Het zijn vooral momenten waar ik vol melancholie aan terug denk. Ik doel dan niet op het feit dat ik depressieve gedachten zou hebben. Want A, die heb ik niet en B om het depressief te nemen moet je volgens mij dan die melancholische gedachten chronisch of standvastig hebben. Dan komen we weer bij A. Die heb ik niet.

Ik kan kort en bondig vertellen wat ik wel ervaar, maar ik kan het ook niet doen. Om het spannend te houden en mijn melancholische (daar is het woord weer) gevoelens weg te drukken het iets uitgebreider uit te leggen. Nee, niet te lang, want dan stop je met lezen… Sinds vrijdagochtend half zeven mijn huisgenote Tineke de deur achter haar dicht deed om niet eerder dan morgen thuis te komen ben ik alleen. Tineke is bij haar vriend, net als eigenlijk vrijwel alle weekenden (en terecht overigens).  Mijn andere huisgenoot Henk is al ruim anderhalf week op vakantie. Ik ben alleen thuis. Ik had er voor kunnen kiezen om gisteren naar Assen te gaan. Naar mijn ouders, maar dat heeft ook geen zin. Want die zijn ook op de vakantie, op de camping.

Nee, ik ben niet alleen, want Jos, Arnold en dat “gezellige” buurmeisje van Arnold was gisteren hier en we hebben samen een heerlijk gezellig relax avondje gehad. Maar het melancholische gevoel begon vrijdag wel. Mijn ouders gingen namelijk op vakantie. Al sinds jaar en dag gaan wij naar camping Bergzicht in Giethmen, een klein dorpje vlakbij Ommen, waar de natuur nog vrijuit natuur mag zijn, er voldoende bomen zijn om het bos niet meer te zien en de gezelligheid, sinds ik er kom, hoogtij viert.

Omdat mijn ouders nu zijn afgereisd voor drie weken naar dat gezellige veldje, die gezellige camping, maar vooral “rustplaats” gaat het bij mij het gevoel ook heel hard borrelen. Ik denk melancholisch met weemoed terug aan de fijne tijd die ik gehad heb. Niet alleen vorig jaar, maar het jaar daarvoor, daarvoor, daarvoor, daarvoor en zo kan ik wel doorgaan. Ik geloof dat ik al 13 jaar op deze camping kom. En noem me een oud wijf of een ouwe zak. Ik heb geen enkele behoefte om dit jaar over te slaan, of het volgend jaar over te slaan of het jaar erop (is wel duidelijk denk ik nu). Ik denk terug aan mijn eerste jaar, waarin ik en mijn drie broers gek waren op of met de familie Offereins. Of mijn eerste zoen, met mijn latere eerste, vriendinnetje. Wat een geluk in kinderschoenen. Ik denk terug aan het bosspel of de eerste keer dat ik met mijn broers naar het bosmeertje ging om daar stoer bier te drinken en te zien hoe mijn broer als ware player met speels gemak de vrouwen om zijn vingers wond en ik maar dat dat niet kon op een gereformeerde camping. Ik denk terug aan dat jaar dat ik op vrijdag op de camping kwam en ik diezelfde middag aan de bar een kampvuur-verhaal schreef die ik diezelfde avond ging vertellen bij het kampvuur. Ik denk terug aan de gezelligheid met de Anne (de zoon van de campingbaas), inmiddels getrouwd en woonachtig op de camping. Ik denk terug aan de gezelligheid die ik vorig jaar had met het recra team, de blogs die ik moest schrijven, de nachtelijke wandelingen omdat Anne van het recrateam niet wilde wachten op een taxi, ze de weg niet wist en ik daarom de acht kilometer met haar mee liep. De reünie die we allemaal zo hard nodig hadden na de vakantie. Ik dacht terug aan alle mooie momenten, eigenlijk teveel om te schrijven.

Toen las ik afgelopen vrijdag op twitter dat een ex-recralid van vorig jaar onderdak gevonden had bij mijn ouders wist ik het zeker! Ik verlang weer naar een weekje Bergzicht. Ik kan er niets aan doen. Het hoort er voor mij gewoon bij. Nu is het bijna weer zover, dit jaar ga ik weer naar de camping. Deze week moet ik elke dag tot en met donderdag nog werken. Dan heel heel gauw in de trein naar Ommen om daar opgepikt te worden.

Ik kan niet wachten… Maar ik moet wel,

T’is rot moar ’t mot.

Vakantie betekend blijkbaar niet direct rust

18-07-2010

Vakantie betekend voor mij niet per definitie dat alles rustiger word. Het is natuurlijk erg lekker dat ik niet elke dag meer hoef te denken aan mijn studie, hoe ik mijn punten binnen haal, en hoe ik in de vrede in de laatste twee weken van mijn blok nog alles af krijg wat ik eigenlijk in de voorgaande acht weken af zou moeten hebben. Hoewel ik er niet aan hoef te denken log ik haast automatisch nog elke dag in op mijn webmail en denk ik haast elke dag aan mijn studie, Mijn studie en dan voornamelijk mijn voortgang. Want ik vind dat ik best trots mag zijn dat ik domweg alle te behalen punten van dit jaar, laat het niet een keer zijn, maar toch allemaal gehaald heb. Mijn vooraf gestelde doel is gehaald. Tijd om nieuwe doelen te stellen. Daarom denk ik met spanning soms, soms met angst voor het onbekende aan mijn aanstaande stage bij Verslavingzorg Noord Nederland.

Voor het zover is eerst vakantie. In het begin schreef ik iets over dat het niet per definitie rustiger word. Want momenteel, zittend in de trein naar Assen, denk ik terug aan de afgelopen week waar ik 40uur heb gewerkt. Lieve mensen dat valt niet mee hoor. De drukte waar we als Bizztravel op hoopte is, zonder twijfel, gekomen. Voornamelijk de afgelopen twee dagen is me het zwaar gevallen. Gemiddeld 8 uur per dag aan de telefoon om klanten te helpen met hun, makkelijke maar soms ook moeilijke vragen, vragen die ik uit mijn hoofd kan beantwoorden, vragen waarvoor ik het een en ander moet uitzoeken. Het onderstaande verhaal zou wel mee vallen als er niet telkens drukker was en we donderdagavond niet met drie maar met vijf personen werkten. Maar nee, de drukte was er wel, alleen het personeel dat nodig was niet.

Deze week stond afgelopen donderdag in teken van een bepaald reisgezelschap. Eind juni had ik voor het eerst telefonisch contact met ze. Ze wilden graag iemand annuleren. Echter was de hele reis al geannuleerd omdat er niet betaald was. Er was niet gereageerd op aanmaningen via de post of email. Er kon iets geregeld worden zodat ze toch nog op vakantie konden.

Toen ik op het terras zat met Jos zag ik dat ik een voicemail had. Ik luisterde en hoorde dat ze iets niet begrepen van een klant die belde. Daarom ging ik naar het werk toe en keer in de boeking. Ik begreep direct waarom het ging en bleef hangen om de klant te helpen. Ik belde haar terug, dit bleek dezelfde reisgezelschap te zijn als eerder genoemd. Ze hadden zich aan hun kant van de deal gehouden. Daarom boekte ik een nieuwe reis in voor dezelfde accommodatie. Het was klaar.

Althans ik dacht dat het klaar was, afgelopen donderdag had mijn collega weer telefoon, het was de hoofdboeker. Ze begreep het niet en vroeg mij, omdat ik vaak contact had gehad of ik erin wilde duiken. Ik wilde dat wel. Nam gelijk rond even over een contact op. De hoofdboeker bleek niet mee te gaan, de betaling was niet volledig gedaan, er moesten schriftelijke bevestigingen komen voor de annulering en we wilden nog betalingsbewijzen dat het bedrag al wel wat overgemaakt. Want vrijdag gingen ze vertrekken. Daarnaast moet ik een nieuwe hoofdboeker vinden dus nam contact op met een andere reiziger…

Om niet te diep in het verhaal te gaan, het was me een dagje wel hoor. De hele dag van 13uur tot 21.00 ben ik druk bezig geweest met de boeking. Maar uiteindelijk was alles gelukt. Ze konden op vakantie. Zij blij; en ik blij omdat ze op vakantie gingen. Einde verhaal.

Verplicht feest vieren met barbecue als beloning

05-07-2010

De aflopen week ben ik opzoek geweest naar een reden waarom mijn inspiratie om te bloggen ver te zoeken is. En ik weet het, ik ben er gewoon helemaal zelfstandig achtergekomen. Trots als ik ben zou ik dit jullie graag willen vertellen, het is daarom niet nodig om drie keer te raden wat ik jullie ga vertellen.

Er zijn verschillende redenen waarom ik minder blog. Reden die ik gauw wil benoemen zijn het mooie weer, het WK, alle programma’s die horen bij het WK, en de standaard rituelen rond het WK. Ik vermoed dat het straks niet veel anders zal zijn nadat Nederland het WK heeft gewonnen, want dan gaat veel aandacht uit naar de Tour de France.

Maar omdat het niet leuk is om te vertellen dat ik met vrienden vaak voetbal kijk (Nederland maar ook andere wedstrijden), wij daarbij graag biertjes drinken, daardoor er telkens minder staanplaatsen komen op het balkon, maar daardoor ook de barbecue, die gehouden word van het geld wat we krijgen van statiegeld, groter word. Ga ik vertellen wat ik wel gedaan heb.

Want afgelopen weekend ben ik weer een keer naar Assen gegaan. Ik merk dat ik telkens minder in assen ben omdat het leven in Groningen telkens meer mijn thuis word en mijn bezoeken in Assen telkens meer voelen als logeerpartijtje. Gelukkig heb ik geen heimwee anders zou ik niet eens meer kunnen logeren in Assen.

Ik ging naar mijn ouders omdat mijn Pake (opa, maar dan fries) zoveel jaar oud was geworden en me moeder wilde graag dat wij als kinderen daar ook bij waren. Na de verjaardag zouden we op zijn Amerikaans een barbecue gaan houden. Dat was voor mij de druppel om mijn beste beentje voor te zetten. Want eerlijk, de familie van mijn moeders kant is niet echt een familie waar ik een klik mee heb. Het begon al toen men binnen kwam. Het ging gelijk over in het fries, ik kan het wel verstaan maar ik vind het wat naar. Allereerst hield in mij schuil in de keuken, een veilige plek waar ik druk bezig was met een koude macaroni salade. Toen mijn moeder kwam om me te vragen of ik er ook gezellig bij kwam zitten ging ik overstag. Aan het einde van de middag vond ik het ergens nog wel leuk ook. Niet dat ik ineens veel heb met de familie, maar ik vond het leuk om even te kunnen spreken met mijn neefje en nichtjes van een oom en tante. Wat een verschillen binnen een familie. Later sprak ik mijn nichtje nog via msn, eigenlijk hadden zij ook geen zin om te gaan. Van mijn moeder hoorde ik dat mijn Pake en Bepe ook geen zin hadden. Kortom een gezellig samenzijn.

De barbecue achteraf was een gezellig samenzijn, jammer vond ik het wel dat mijn zus, zonder iets te eten weg ging. Het was gezelliger geweest wanneer ze gebleven was. En me broer ineens hondsberoerd werd waardoor hij ook wegging. Mijn jongste neefje Stan, die alleen met moeder present was omdat vader in Venuzuela was ivm het trouwen van onze neef, stal de show. Wat is dat ventje toch een fantastische jongen!

Zondag deed ik het rustig aan. Eerst beetje uitslapen, want we hadden late dienst. De vanaf 10.45 kerken en na het kerken nog even drankje in de tuin. Na het eten ging ik naar huis waar ik besloot om de stoute skates nog even aan te doen. Ik wilde mijn rondje van de vorige keer verbeteren qua hoeveelheid. Dat lukte want ongeveer twee uur nadat ik weg ging kwam ik weer thuis. Ik had ruim 24 kilometer geskate door heel Groningen heen.

Ontwerp & Realisatie
Gertjan Janssen